Onderzoeksvoorstel voor een bevraging omtrent factoren die mogelijk
samenhangen met Multiple Sclerose (MS).
Beste belangstellende,
Op eigen initiatief zoek ik contact met mensen die willen meedenken
over een grootschalige bevraging met betrekking tot factoren die
mogelijk (indirect) iets met de (mede)oorzaken van MS te maken
hebben.
Met het meedenken over de (on)mogelijkheden van dit type onderzoek
kunnen we als (verwanten van) mensen met MS elkaar steun bieden,
zowel moreel als met uitwisselen van kennis.
Het doel van het onderzoeksvoorstel betreft de opzet en uitvoering
van een grootschalig en blijvend bevragingsonderzoek, waar mensen
van over de hele wereld (bijvoorbeeld ook via internet) naar believen
periodiek aan kunnen bijdragen door het beantwoorden van verschillende
typen vragenlijsten.
Tevens geldt de mogelijkheid voor de verbetering van eerder verstrekte
antwoorden.
Via bevraging over een breed terrein, kan gezocht worden naar:
1. Significante correlaties tussen omgevingsfactoren en mensen met
MS,
afwezig bij mensen zonder MS.
2. Significante verschillen tussen de groep mensen met - en zonder
MS.
In eerste instanties kunnen vergelijkingen per vraag van toepassing
zijn.
Significantie kan ook op toeval berusten.
Bij gebleken significantie kunnen de gevonden factoren nader worden
vergeleken en bestudeerd.
Denkbaar is dat (andere) onderzoekers een meer complexe statistische
benadering (in een andere/latere context) willen toepassen
(als enig/meest) verantwoord.
Het onderzoeksvoorstel bestaat uit:
- Een introductie,
- Een lijst met vragen en
- Een lijst met aandachtspunten.
De wens voor een bevraging blijkt mede uit verschillende discussies.
Een aantal van deze discussies vinden plaats op het Forum van MSweb
(www.msweb.nl).
Zie bijvoorbeeld de onderwerpen (topics):
"Waarom wordt je niet uitgebreid ondervraagd?" van Sabine.
"Meedenken over wetenschappelijk onderzoek" van Margreet.
"Virussen en allergien"
van Katie.
Ook op de website van MSVN Brabant West wordt aandacht gegeven aan
het onderzoeksvoorstel.
Het bezoekadres is: http://www.msvn-brabant.org
Zie daarbij onder: "Artikelen" en vervolgens onder "epidemiologie".
Een ander voorbeeld van een vragenlijst staat op de website van
Anneke Emmes:
http://www.ms-abc.info/
Op website http://users.pandora.be/multiple.sclerose van
Eddy Thijsman, staan een groot aantal documentaties die geraadpleegd
kunnen worden bij de samenstelling van een groot aantal vragen.
Een bevraging met betrekking tot de epidemiologie van MS zou een
nuttige bijdrage kunnen leveren aan het inzicht omtrent factoren
die mogelijk wel of geen verband houden met MS.
Verschillende patientenverenigingen, epidemiologen, neurologen en
(verwanten van) mensen met MS hebben (schriftelijk) hun sympathie
uitgesproken voor het onderzoeksvoorstel.
Inmiddels hebben ook veel belangstellenden meegewerkt aan de
totstandkoming van het huidige onderzoeksvoorstel, welk voorstel
periodiek wordt aangepast, naar aanleiding van elk nieuw commentaar.
Inmiddels is een pilot-vragenlijst gereed.
Deze pilot-vragenlijst voldoet nog lang niet aan alle
aandachtspunten die genoemd zijn als wenselijk en noodzakelijk
(zie Bijlage).
Zo is de lijst onvoldoende gecontroleerd op medische correctheid,
veel te lang en de formuleringen en vormgeving van de vragen heeft
ook nog heel veel aandacht nodig.
De lijst lijkt het meest bruikbaar indien de lijst wordt gesplitst
in delen.
Ieder kan dan zelf naar voorkeur de lengte van de vragenlijst kiezen,
alsook eventueel op een later tijdstip een deel van de overige vragen
beantwoorden.
Het idee is om in een project het onderzoeksvoorstel een
wetenschappelijke basis te laten geven.
Hierbij kan bijvoorbeeld het ICF behulpzaam zijn.
ICF staat voor International Classification of Functioning,
Disability and Health en is door de WHO gemaakt.
Met de ICF is het nu mogelijk om functioneringsproblemen te
beschrijven in termen van stoornissen in mentale, lichamelijke
functies en anatomische eigenschappen en in termen van
beperkingen in activiteiten en participatie.
De wetenschappelijke basis kan worden vertegenwoordigd door
bijvoorbeeld medici, biochemici, gezondheidspsychologen, sociale
wetenschappers en epidemiologen.
Tot op heden zijn echter geen onderzoekers gevonden die het
onderzoeksvoorstel willen en kunnen oppakken.
Het Nationaal MS Fonds heeft zich bereid verklaard het
onderzoeksvoorstel op wenselijkheid en/of haalbaarheid te zullen
(laten) bestuderen.
Bij de opzet kan worden gedacht aan:
a) Literatuurstudies betreffende reeds uitgevoerde epidemiologische
onderzoeken.
b) Het ontwerpen van een zinvolle vragenlijst die aansluit bij
eerdere - of latere studies, alsook - en vooral bij de
vragen
die door mensen met een chronische ziekte naar voren zijn
gebracht (patientenparticipatie).
c) De verwerkelijking van de bevraging.
Bij deze bijvraging zou wellicht ook gebruik kunnen worden
gemaakt van het internet en e-mail.
d) De kennisgeving van de onderzoeksresultaten.
Een grootschalig epidemiologisch onderzoek naar factoren die MS kunnen
beïnvloeden zal niet eenvoudig zijn maar tegenwoordig:
1. Wordt het steeds eenvoudiger om (geografische) gegevens met elkaar
in
verband te brengen.
2. Biedt de deelname aan een (grootschalig) epidemiologisch onderzoek
een mogelijkheid voor (verwanten van) mensen met MS om
relatief
eenvoudig en zinvol bij te dragen aan onderzoek.
3. Kan met de hulp van internet en e-mail aanmerkelijk eenvoudig
gegevensuitwisseling plaatsvinden.
U wordt NIET gevraagd om de vragenlijst in te vullen.
WEL wil ik U graag uitnodigen de lijst te lezen en Uw visie te geven.
Misschien heeft U voorstellen voor het toevoegen, aanpassen of weglaten
van vragen.
Een bevragingsonderzoek biedt voor onderzoekers en (verwanten van) mensen
met MS, relatief eenvoudig haalbare onderzoeksresultaten, bijvoorbeeld
voor het leggen van relaties tussen woonplaatsgegevens en andere
geografische gegevens.
Persoonsgegevens tussen belangstellenden worden niet uitgewisseld.
Bij voorbaat hartelijk dank voor Uw medewerking.
Met vriendelijke groeten,
Herman Prins
HF.Prins@rivm.nl
Concept vragenlijst.
Toelichting bij de vragen.
Onderstaande vragen kunnen uitsluitend betrekking hebben op Uw
herinneringsvermogen, eventueel in combinatie met navraag.
Daarnaast zijn veel vragen niet eenvoudig te beanwoorden.
De antwoorden kunnen uitsluitend indicatief zijn.
Beter is om antwoorden niet in te vullen dan om het antwoord te
schatten met een evengrote kans op goed en fout.
Om verschillende redenen kunt U een aantal vragen onbeantwoord laten.
De beantwoording van slechts enkele vragen is voldoende om het
formulier zinvol te kunnen verwerken.
Daarbij hoort tenminste de eerste vraag.
Uw persoonsgegevens worden voor de verwerking losgekoppeld van de
antwoorden.
Dank U zeer voor Uw beantwoording!
---------------------------------------------------------------
Vragenlijst
---------------------------------------------------------------
Indeling:
Deel 1 : Registratie gegevens
Deel 2 : Uw gehele leven
Deel 3 : Uw jeugd t/m ongeveer 20 jaar
UITWERKEN: soms wordt
als uiterste leeftijdgrens 15 aangegeven,
maar soms ook een gebeurtenis rond het 15e jaar.
Deel 4 : De eerste verschijnselen van MS
Deel 5 : De huidige situatie
Deel 6 : Aanvullende voorstellen
---------------------------------------------------------------
Deel 1 : Registratie gegevens
---------------------------------------------------------------
1) Wat is op U van toepassing?
Vul in: a / b / c / d / e
a) Heeft U zeker
MS
b) Heeft U waarschijnlijk
MS
c) Heeft U een partner met
MS
d) Bent U familie van iemand met MS
e) Iemand anders
2) Vul in: man / vrouw
...... ; leeftijd ... jaar ; lengte ... cm ; gewicht
... kg
3) Om te kunnen zoeken naar geografische relaties, is onderstaande
vraag van belang.
Waar heeft U gewoond t/m Uw 20e jaar?
Plaatsnaam + Land
Leeftijd
1. ....................
........
2. ....................
........
3. ....................
........
4. ....................
........
5. ....................
........
6. ....................
........
7. ....................
........
....................
........
....................
........
4) Indien U MS heeft, hoe luidt de huidige diagnose?
a) Mogelijk MS
gesteld in jaar ...
b) Waarschijnlijk MS gesteld in jaar ...
c) Zeker
MS gesteld in jaar ...
5) Indien U MS heeft, hoe was/is het verloop van de MS?
a) Sterk wisselend , maar
de functies verslechteren langzaam
gedurende leeftijd vanaf ... t/m
... jaar.
b) Sterk wisselend , maar
de functies verbeteren langzaam
gedurende leeftijd vanaf ... t/m
... jaar.
c) Tamelijk gelijkmatig, toch is langzame verslechtering
waarneembaar
gedurende leeftijd vanaf ... t/m
... jaar.
d) Tamelijk gelijkmatig, toch is langzame verbetering
waarneembaar
gedurende leeftijd vanaf ... t/m
... jaar.
e) Niet van toepassing.
gedurende leeftijd vanaf ... t/m
... jaar.
6) Heeft U momenteel een chronische ziekte anders dan MS?
Vul in welke: ......
7) UITWERKEN: wat geldt als familie en hoe omschrijven (bloedverwanten?).
a) (over)grootouders
b) ouders
c) (half)broers/zussen
d) (achter) oom/tante neef/nicht
e) zonen/dochters
f) niet de aangetrouwde familie
Uit hoeveel personen bestaat Uw familie bij benadering?
....
...
Hoeveel en welke personen van Uw familie hebben zeker (gehad):
A) Stofwisselingsziekten:
- Schildklierziekten
...
- Suikerziekten
...
- ................
...
B) Neurologische ziekten
- MS
- Epilepsie
- Hersenvliesontsteking ...
- ................
...
C) Longziekten
- Cara
...
=
Asthma en
...
COPD = Chronic Obstructive
Pulmonary Disease
= Chronische bronchitis en longemfyseem ...
- ....................
...
D) Nierziekten ...
F) Leverziekten ...
G) Galstenen ...
H) Ziekte van Crohn
...
8) Heeft U gedurende Uw babytijd borstvoeding genoten?
a) Altijd
b) Meestal
c) Soms
d) Bijna nooit
e) Weet niet
---------------------------------------------------------------
Deel 2 : Uw gehele leven
---------------------------------------------------------------
9) Voor welke zaken was of bent U VEEL meer dan normaal overgevoelig
of
waar heeft U meer dan anderen veel sneller en/of
veel ernstiger last
van?
UITWERKEN: waaraan moet de respondent dit relateren?
UITWERKEN: invullen van meer dan 1 periode mogelijk
maken.
UITWERKEN: welk type van aangeduide onderwerp?
UITWERKEN: welk effect/uitwerking?
benauwdheid, pijn, pukkel(tjes) zwelling
en waar?
Vul in: a / b / c / d / e
a) veel meer
b) meer
c) normaal
d) minder
e) veel minder
- aspirine
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- geluid
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- hondenharen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- huisstofmijt
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- insecten
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- kattenharen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- kleding
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- licht
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- lijmstoffen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantenbladen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantenbollen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantentakken
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantenvruchten
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantenwortels
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantenpollen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
(lees voor plant, ook boom en struik)
- reinigingsmiddelen ......
leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- stank
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- verfstoffen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- voeding
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- zonlicht
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- anders, namelijk
......
10) Heeft U onderstaande ziekten en aandoeningen meegemaakt?
UITWERKEN: invullen van meer dan 1 periode mogelijk
maken.
UITWERKEN: vermelding van frequentie, hoeveelheid
en soort remedie,
w.o. medicijngebruik per ziekte/aandoening.
Vul in: leeftijd + periode + frequentie (a-c) + ernst (d-f)
a) vaak
b) soms
c) heel soms
d) heel hevig
e) weinig hevig
f) heel gering
- COPD
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- CVS = ME
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- aangezichtspijn
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- aangezichtsverlamming ...... leeftijd van
...... t/m ...... jaar ......
welke?
......
(perifeer of CZS)
- acne=jeugdpuistjes ...... leeftijd
van ...... t/m ...... jaar ......
- asthma
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- darmproblemen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- eczeem
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- hevige jeuk
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- hoge bloeddruk
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- hoofdluis/schaamluis ...... leeftijd van
...... t/m ...... jaar ......
- hooikoorts
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- hyperventilatie
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- koortslip
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- lage bloeddruk
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- luchtweginfecties ......
leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- melkintolerantie
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- opgezette klieren ......
leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- schildklierziekten ...... leeftijd
van ...... t/m ...... jaar ......
- schimmelinfecties ......
leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- steenpuisten
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- strontjes/padscheten ...... leeftijd van
...... t/m ...... jaar ......
- suikerziekten
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- trauma/shock
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- wratjes
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
Vul in: aantal keer en leeftijd(en) in jaar
UITWERKEN: invullen van meer dan 1 leeftijd mogelijk
maken.
UITWERKEN: vermelding van frequentie en hoeveelheid
medicijngebruik
- (korte) verlamming ......
keer ; leeftijd +/- ....
- (zon)verbranding
...... keer ; leeftijd +/- ....
- astma
...... keer ; leeftijd +/- ....
- blaasontsteking
...... keer ; leeftijd +/- ....
- bloedneus
...... keer ; leeftijd +/- ....
- bof
...... keer ; leeftijd +/- ....
- brildragend
...... keer ; leeftijd +/- ....
- candida
...... keer ; leeftijd +/- ....
- elektrische schok
...... keer ; leeftijd +/- .... (220 Volt!)
- gordelroos
...... keer ; leeftijd +/- ....
- netelroos
...... keer ; leeftijd +/- ....
- kaakholteontsteking ...... keer
; leeftijd +/- ....
- keelontsteking
...... keer ; leeftijd +/- ....
- kinkhoest
...... keer ; leeftijd +/- ....
- kwallenbeet
...... keer ; leeftijd +/- ....
- lime
...... keer ; leeftijd +/- ....
- longontsteking
...... keer ; leeftijd +/- ....
- oogontsteking
...... keer ; leeftijd +/- ....
- oogzenuwontsteking ......
keer ; leeftijd +/- ....
- oorontsteking
...... keer ; leeftijd +/- ....
- mazelen
...... keer ; leeftijd +/- ....
- pfeiffer
...... keer ; leeftijd +/- ....
- pijn achter de oogkas ...... keer ; leeftijd
+/- ....
- rode hond
...... keer ; leeftijd +/- ....
- tekenbeet
...... keer ; leeftijd +/- ....
- waterpokken
...... keer ; leeftijd +/- ....
- zuurstoftekort
...... keer ; leeftijd +/- ....
langdurig/ernstig
b.v. onder water of
door rook.
- .......
...... keer ; leeftijd +/- ....
- .......
...... keer ; leeftijd +/- ....
- .......
...... keer ; leeftijd +/- ....
11) Hoeveel kiezen met almalgaan (zilverkleurige) vulling had U bij
benadering
rond Uw 20e jaar.
12) Welke sporten heeft U beoefend?
UITWERKEN: maak classificatie van sporten
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... uur/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... uur/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... uur/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... uur/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... uur/week
13) Wat was/is Uw thee of koffie gebruik uitgedrukt in kopjes per DAG?
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... kopjes/dag
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... kopjes/dag
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... kopjes/dag
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... kopjes/dag
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... kopjes/dag
14) Wat was/is Uw rookgedrag (pijp, sigaar, sigaret) per DAG?
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... keer/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... keer/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... keer/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... keer/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... keer/week
15) Wat was/is Uw alcohol gebruik uitgedrukt in glazen (bier/wijn/sterk)
per WEEK?
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... glazen/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... glazen/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... glazen/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... glazen/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... glazen/week
16) Wat was/is Uw overwegende mening over - en gebruik van onderstaande
voeding.
Meer antwoorden zijn mogelijk.
Indien grote verschillen per leeftijd, dan aanvulling
met globale
leeftijdperioden.
UITWERKEN: 1. inventariseer de voedingsmiddelen met:
(toegevoegde) hormonen en/of
verzadigde vetten en/of
gist.
2. Antwoordmogelijkheden.
Zie ook dieet.
Het kan zijn dat niet iedereen zich exact en altijd aan een
dieet heeft gehouden, daarom ook vragen in die richting.
Vul in:
SMAAK
a) zeer lekker
b) lekker
c) gewoon
d) niet echt lekker
e) helemaal niet lekker
LICHAMELIJKE REAKTIES
g) niet
verdraagbaar
h) moeilijk verdraagbaar
i) matig
verdraagbaar
j) normaal/goed verdraagbaar
GEBRUIK
h) nooit gegeten
i) weinig gegeten
j) normaal gegeten
k) vaak
gegeten
l) zeer vaak gegeten
PERIODE
vanaf ... t/m ... jaar
- fricandel
- kroket
- patat
- garnalen
- haring (zout of zuur)
- lekkerbek
- makreel
- oesters
- paling
- eieren
- melk
- yoghurt
- kippevlees
- rundvlees
- varkensvlees
- aardappelen
- graanproducten (UITWERKEN)
* bruinbrood
* pasta's
- andijvie
- bloemkool
- champions
- chinese kool
- groene kool
- peulvruchten (bonen, erwten)
- rode kool
- spinazie
- spruitjes
- worteltjes
- zoetwaren
* chocola
* drop
* koek
* ander snoep dan hierboven
17) Vragen m.b.t.
a) het bemerken van / ontvankelijk zijn voor
b) het zijn van aanleiding toe
per leeftijdgroep?
(UITWERKEN)
- loopneus
- verkoudheid
- mazelen
---------------------------------------------------------------
Deel 3 : Uw jeugd t/m ongeveer 20 jaar
---------------------------------------------------------------
18) Heeft gedurende tenminste meer dan 1 jaar een huisdier deel
uitgemaakt van het gezin waarin U bent opgegroeid
of bent U
VAAK omgegaan met het betreffende dier?
Bijvoorbeeld in combinatie met bezoeken aan dierentuinen,
boerderijen.
Bijvoorbeeld:
cavia
duif
hond
kat/poes
kip
koe
konijn
marmot
paard
rat
schaap
varken
Vul in per periode: ja / nee en welk dier
- 0 - 5 jaar : ...... welke ...... ;
toelichting .....
- 5 - 10 jaar : ...... welke ...... ; toelichting
.....
- 10 - 15 jaar : ...... welke ...... ; toelichting
.....
- 15 - 20 jaar : ...... welke ...... ; toelichting
.....
19) Bent U t/m Uw 20e jaar absoluut zeker in aanraking geweest
met een hond met hondenziekte (canine distemper)?
UITWERKEN: andere namen voor hondenziekte.
Vul in: ja / nee / eventueel andere ziekten van de
hond
......
Zie onder andere:
1. Artikel MS en huisdieren in MenSen december 1998.
Een bevragingsonderzoek.
-> significant verband.
2. http://www.ivis.org/advances/Infect_Dis_Carmichael/appel/ivis.pdf
(een site voor diergeneeskunde):
There was speculation several
years ago that CDV might cause
multiple sclerosis (MS) in humans.
The speculation was based
on epidemiologic observations
involving prior exposure of MS
patients to dogs and to dogs with
CD. This proposition has
not been substantiated in many
subsequent reports published
over the past 15 years
Mijn vraag: wat (CDV?) is hier
onderzocht en hoe (bevraging)?
20) Heeft U t/m Uw 20e jaar op een land - of tuinbouwbedrijf gewoond
of heeft U deze ooit bezocht?
Met deze vraag wordt niet bedoeld een groetentuin.
Vul in: wel/niet gewoond + leeftijdsperiode
wel/niet bezocht + leeftijdsperiode + bezoekfrequentie
......
Vul in:
aardappelen ja/nee
bieten ja/nee
bloemen ja/nee
fruit ja/nee
gras ja/nee
kassen ja/nee
mais ja/nee
spruiten ja/nee
geiten
ja/nee
kippen ja/nee
paarden ja/nee
runderen ja/nee
schapen ja/nee
varkens ja/nee
21) Hoe vaak kwam U t/m Uw 20e jaar in contact met een bos:
- gedurende
... jaar ( bewoning)
- gedurende in totaal ... maanden ( bezoek)
22) Hoe zou U Uw lichamelijke gesteldheid in zijn algemeenheid willen
karakteriseren van Uw 0-20 jaar in vergelijking
met leeftijdgenoten?
a) Vooral goed
b) Normaal
c) Vooral slecht
d) Sterk wisselend
e) Anders, namelijk .........
23) Hoe zou U Uw lichamelijke gymnastische kwaliteiten in zijn
algemeenheid willen karakteriseren van Uw 0-20 jaar
in vergelijking
met leeftijdgenoten?
Met andere woorden: hoe was U in "gymnastiek" in
vergelijking met
leeftijdgenoten?
UITWERKEN: gymnastiek nader toelichten of anders
formuleren.
Vul in:
a) zeer veel beter
b) veel beter
c) normaal
d) veel slechter
e) zeer veel slechter
24) Heeft U gedurende Uw jeugd naar Uw idee veel meer last gehad
dan leeftijdgenoten van onderstaande verschijnselen?
UITWERKEN: verwaarloosde verkoudheid/griep
Vul in: a / b / c / d / e
a) veel meer
b) meer
c) normaal
d) minder
e) veel minder
- bloedarmoede
: ......
- bloedend/onstoken tandvlees
: ......
- bloedonderzoeken
: ......
- buikpijn
: ......
- duizeligheid
: ......
- flauwvallen
: ......
- verwaarloosde griep
: ......
- hoofdpijn
: ......
- letsels
: ......
- maagpijn
: ......
- misselijkheid
: ......
- oververmoeidheid
: ......
- verkoudheid
: ......
- verwaarloosde verkoudheid
: ......
- vermoeidheid
: ......
- ziekten
: ......
- zwaar gevoel in de armen
: ......
- zwaar gevoel in de benen
: ......
25) Welke bijzondere letsels/kwetsuren heeft U tussen 0-20 jaar
ondervonden?
Vul in: aantal keer
- botkneuzing
...... keer ; welke botten? .....
- botbreuk
...... keer ; welke botten? .....
- lichte hersenschudding ...... keer
- zware hersenschudding ...... keer
26) Hoe zou U bij benadering Uw gebruik van medicijnen willen
betitelen tussen 0-20 in vergelijking met leeftijdgenoten?
Onder medicijnen worden bijvoorbeeld ook lichte
pijnstillers
gerekend.
Vul in soort medicijn en per soort medicijn:
a) zeer veel meer
b) veel meer
c) normaal
d) veel minder
e) zeer veel minder
27) Welke verschijnselen uit Uw jeugd t/m ongeveer 20 jaar brengt
U in een mogelijk verband met Uw MS?
Een zwak vermoeden volstaat.
Dit kunnen externe factoren zijn, maar ook lichamelijke
gesteldheden (ziekten, aandoeningen).
....
28) Welke termen vind U het meest van toepassing met betrekking tot
Uw jeugd?
Vul in: a / b / c / d / e
Eventueel meer keuzen zijn mogelijk, eventueel alle
5.
a) zeer somber
b) somber
c) normaal
d) blij
e) zeer blij
29) Is er een periode van meer dan 1 jaar geweest in Uw jeugd
t/m 20 jaar dat U bijzonder angstig of onzeker was.
De vraag betreft Uw beleving op het moment dat U
jong was.
De gevoelens betreffen uitzonderlijk sterke gevoelens,
waardoor U tenminste enkele jaren bijzonder angstig
of
onzeker was in combinatie met een bepaalde omgeving:
thuis (ouders, broers, zussen), familie, school,
straat
of elders.
De bijbehorende gevoelens betreffen bijvoorbeeld.
- niet gewenst voelen,
- niet nuttig voelen,
- niet graag gezien voelen,
- in de steek gelaten voelen,
- achtergesteld voelen,
- overbodig voelen,
- niet opgenomen voelen,
- niet geaccepteerd voelen,
- het zwarte schaap/zondebok/Calimero
voelen,
- in een keurslijf verkeren,
- het niet kunnen zijn die
je echt bent,
- gebruikt voelen ; over
je heen gewalst voelen.
- gepest voelen.
- aangezet voelen tot veel
te hoge lichamelijke
prestaties of
studie prestaties, waarbij
"de lat vaak
en/of veel te hoog lag".
Deze vraag is voor U mogelijk niet eenvoudig te
beantwoorden
met ja of nee. In dat geval slaat U deze vraag over.
Vul in: ja / nee ; alstublieft geen andere antwoorden
dan ja of nee invullen.
......
UITWERKEN: (de uitwerking van) deze vraag kan mogelijk
veel
beter in een mondeling (min of meer gestandaardiseerd)
interview.
Hiervoor zou een separate aandachtspuntenlijst gemaakt
kunnen worden.
In deze lijst zouden tevens bio-medische/sociaal-medische
vragen kunnen worden opgenomen met berekking tot
(de beleving van) belangrijke levensgebeurtenissen als
scheiding van gezinsleden als gevolg van:
- echtscheidingen
- overlijden
- verhuizingen
30) Kunt U kort beschrijven wat Uw grote ergernissen waren als kind?
UITWERKEN: deze vraag anders stellen.
......
31) Aan welke spel-bezigheden heeft U als kind tot ongeveer 20 jaar
deelgenomen ?
Vul in Frequentie:
a) Vaak
b) Normaal
c) Weinig tot nooit
Vul in Genoegen:
d) Leuk
e) Gewoon
f) Vervelend
Spel-bezigheid Frequentie Genoegen
brandjes
.......... ........
geintjes
.......... ........
plagerijtjes
.......... ........
helpen met klusjes
.......... ........
geven van voorstellingen ..........
........
........................ ..........
........
........................ ..........
........
........................ ..........
........
........................ ..........
........
........................ ..........
........
32) Bent U van mening dat een belangrijk deel van Uw jeugd is
gekenmerkt door bedrog/hypocrisie?
Vul in: ja / nee
......
33) Welke inentingen heeft U zeker wel gehad tussen 0-20 jaar.
Vul in: ja / nee
- Pokken ......
- DKTP
- HIB
- BMR
34) Welke inentingen heeft U zeker niet gehad tussen 0-20 jaar.
Vul in: ja / nee
- Pokken ......
- DKTP
- HIB
- BMR
35) Het weghalen van neus- en keelamandelen.
Vul in: ja / nee en op welke leeftijd
- Neusamandelen weggehaald? ...... ; op een leeftijd
van ...... jaar
- Keelamandelen weggehaald? ...... ; op een leeftijd
van ...... jaar
36) Aantal personen van familie, (vroegere) buren/vrienden/kennissen,
waarmee U
tussen Uw 0-20 jaar in contact bent geweest.
Deze antwoorden op dezw vraag helpen bij het zoeken
naar omgevingsfactoren,
niet naar overdraagbaarheid.
U kunt het antwoord aanvullen met de frequentieaanduidingen
en/of met de duur
van de contacten.
UITWERKEN: antwoordmogelijkheden.
UITWERKEN: de kans dat iemand met MS hoort en ook
nog eens onthoudt dat
iemand anders uit zijn/haar omgeving (ook) MS/epilepsie heeft gekregen,
kan aanzienlijk groter zijn dan iemand zonder MS.
Daarom kan vergelijking met de controlegroep eigenlijk niet goed
plaatsvinden.
De antwoorden zouden wel kunnen bijdragen aan nader onderzoek
omtrent vergelijkbare omstandigheden van mensen die MS krijgen.
Vul in:
- ziekte (MS/epilepsie)
- soort relatie
- nadere invulling van het contact
- persoonsgegevens (voornaam achternaam) van dit
contact i.v.m. nadere
studie naar vergelijkbare omstandigheden.
UITWERKEN: onder welke voorwaarden mogen
deze gegevens gevraagd worden en
onder welke voorwaarden mag deze persoon benaderd worden?
- MS ......
veelvuldig / weinig ; speelkameraad ja /nee ......
- epilepsie ...... veelvuldig / weinig ; speelkameraad
ja /nee ......
Zie onder andere MSweb Forum Topic: "Huisdieren en ms"
* Bij mij en mijn vriendin, cq compagnon van onze
hondenschool
is in dezelfde maand de diagnose ms
gesteld.
Wij leggen een link naar de honden.
* (we woonden in die 3 jaar met een 10-tal studenten
ongeveer
constant samen : 2 van 10 mensen kregen
de diagnose MS in 5
jaar tijd --> vreemd toch?)
* Mijn buurmeisje van vroeger en ik hebben allebei
MS.
Bij mijn buurmeisje is het ong. 20 jaar
geleden vastgesteld.
Bij mij is de diagnose pas sinds sept.
2002 gesteld, na een lange
periode twijfelen, ofschoon daar voor
al bekend was dat ik 20 jaar
geleden waarschijnlijk ADEM gehad heb.
Van ADEM weten ze nog steeds niet zeker
of het een eerste
schub is van MS of een op zichzelf staande
ziekte die zich
later in MS kan ontwikkelen.
Voor zover ik weet is de enige overeenkomst
tussen mijn
buurmeisje en mij dat onze vaders allebei
duiven hielden.
Nadat ik alle reacties gelezen had vond
ik dat er toch wel
vrij veel mensen vogelachtigen gehad
hebben (parkieten en
kippen en zo)
HET ENIGE DAT IK DAAR VAN WEET IS DAT
DE HOKKEN VAN DEZE
DIEREN EEN IDEALE SCHUILPLAATS IS VOOR
TEKEN.
DAN KOMEN WE WEER UIT BIJ DE TEKENBEET
EN VOLGENS MIJ IS DE
RELATIE TEKENBEET VERSUS MS OOK AL GRONDIG
ONDERZOCHT.
37) Wat is Uw gebruik van antibiotica opgeteld geweest tussen 0-20 jaar?
UITWERKEN: geeft het optellen een betrouwbaar beeld?
Vul in: a / b / c / d
a) in totaal meer dan
12 maanden
b) in totaal tussen
3-12 maanden
c) in totaal minder dan
3 maanden
d) nooit
......
38) Wat is Uw gebruik van antidepressiva geweest tussen 0-20 jaar?
Vul in: a / b / c / d
a) in totaal meer dan
12 maanden
b) in totaal tussen
3-12 maanden
c) in totaal minder dan
3 maanden
d) nooit
......
39) Is er een periode geweest langer dan 3 jaar, tussen 0-20 jaar,
waarin U zeer overdadig zoetwaren hebt genoten (snoep).
UITWERKEN: omschrijf overdadig.
Vul in: ja / nee
......
40) Hygiene kan in bepaalde opzichten zowel meer - of juist minder
(latere) bescherming bieden tegen ziekten.
Wat is Uw oordeel over de hygiene van U zelf en
in het huis
waarin U tot Uw 20e bent opgegroeid in vergelijking
met
anderen en andere huishoudens.
UITWERKEN: roepen onderstaande antwoorden teveel
irritatie op?
Vul in:
a) bijna nooit
b) soms
c) meestal
d) zeer vaak
e) niet van toepassing of onbekend
f) normaal
Wel hygienisch:
- Aparte schoonmaakdoekjes voor wc en aanrecht
......
- Schone handdoeken
......
- Schone droogdoeken
......
- Gescheiden borden/bestek voor mens en dier
......
- Bedorven of onfris ruikend eten of drinken
......
- Handen wassen na w.c. door Uzelf
......
- Handen wassen na w.c. door gezinsleden
......
- Tanden poetsen
......
Niet hygienisch:
- Drinken uit gebruikt kopje van een ander
......
- Muizen in huis
......
- Ratten rond huis
......
- Vliegen op het eten
......
- Blaasjes in de mond bij Uzelf
......
- Nagel bijten door Uzelf
......
- Wratten knagen door Uzelf
......
- Neuspeuteren door Uzelf
......
41) Was bij U thuis t/m Uw 20e langer dan 1 jaar een open haard?
Vul in: ja / nee
......
42) Bent U als kind ooit erg ziek geworden van het eten van
vruchtjes/blaadjes geplukt van een toen voor U onbekende
plant of boom?
UITWERKEN: levert deze vraag veel moeilijkheden
op?
Vul in: ja / nee
......
43) Bent U t/m U 20e veel meer dan leeftijdgenoten in aanraking
geweest met onderstaande binnen- of buitenklimaten
en - dieren?
Bij deze vraag gaat het om Uw persoonlijk gevoel
bij het
moment dat U het heeft beleefd.
Vul in: ja / nee
- kou
...... vul in +/- ... gC
- hitte
...... vul in +/- ... gC
- tocht
......
- nattigheid (doorweekt zijn) ......
- bijen
......
- huisstofmijt
......
- muggen
......
- wespen
......
Eventuele toelichting: .....
44) Hoe vaak bent U, a.g.v. een operatie onder verdoving geweest
t/m Uw 20e jaar?
- Lokale narcose +/- ...... keer
- Totale narcose +/- ...... keer
45) Is Uw slaap gedurende een lange periode (meer dan 1 jaar)
verstoord (geweest)?
Vul in ja / nee , leeftijdperiode in jaar en de (mogelijke)
oorzaak.
Mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld:
a) gespannen/bezorgd/ongerust gevoel
b) lawaai in - of buiten het huis
- Veel te vroeg wakker of niet toekomen aan de laatste
slaap
...... van ...... t/m ...... jaar
- Veel te lang wakker gedurende de nacht of onvoldoende
slaap
...... van ...... t/m ...... jaar
46) Welke zaken hebben tot Uw eerste diagnose van MS
betrekking op Uw levensstijl ?
UITWERKEN: waaraan moet de respondent dit relateren?
Vul in: ja / nee en de leeftijdsperiode
- onderwicht hebben (noem lengte en gewicht)
- overgewicht hebben (noem lengte en gewicht)
- overwerkt zijn
- roken (noem aantal sigaretten/sigaren per dag)
- zeer ernstig gepest of getreiterd of geprest of
belaagd zijn
- zeer onregelmatig eten
47) Wat kunt U zich herinneren van het gebruikte bestek en pannen
gedurende tenminste langer dan 1 jaar?
Was een deel van het bestek van zilver?
Vul in: ja / nee
.......
Was een deel van de pannen van aluminium ?
Vul in: ja / nee
.......
---------------------------------------------------------------
Deel 4 : De eerste verschijnselen van MS
Voor de controlegroep
hebben de vragen betrekking op
het afgelopen jaar!
---------------------------------------------------------------
UITWERKEN: welke verschijnselen worden gerekend tot MS?
In de
regel ongeveer 1/2 jaar voor de diagnose?
48) Is direct voorafgaande aan het moment van de eerste verschijnselen
van MS een huisdier in huis gekomen?
Vul in: welk dier
......
49) Heeft U (nagenoeg) direct voorafgaande aan de eerste
verschijnselen van MS een zeer moeilijke mentale
periode
doorgemaakt?
Vul in: ja / nee
Gedurende meer dan een jaar
: ......
Gedurende meer dan een enkele maanden: ......
Gedurende meer dan een enkele weken : ......
Gedurende meer dan een enkele dagen : ......
Gedurende meer dan een enkele uren :
......
50) Heeft U direct voorafgaande aan de eerste verschijnselen
van MS medicijnen gebruikt?
Bijvoorbeeld antibiotica, anti-depressiva?
Vul in: ja / nee
...... ; welke ? ...... ; hoe lang ......
51) Bent U direct voorafgaande aan de eerste verschijnselen van MS
grieperig, verkouden, koortsig, geinfecteerd of
anders ziek
geweest?
Vul in: ja / nee
...... ; welke ziekteverschijnselen ? ......
52) Heeft U binnen het jaar voorafgaande aan de eerste
verschijnselen van MS een (zwaar) letsel/ongeval
gehad?
Vul in: ja / nee
Voorbeelden: wiplash, flinke nek/halswervel(s) bezering
bij bijvoorbeeld
een ongeluk in het verkeer, spelen, duiken, etc.
...... ; welke ? ......
Uit mail:
Enkele epidemiologische studies:
* Trauma and MS: a population-based cohort study
from Olmsted Couty,
Minnesota; Neurology 1993: 43: 1878-82 Siva et al.
* A prospective study of physical trauma and MS,
J Neurol Neurosurg
Psychiatry 1992; 55: 524-5
* The relation of MS to phyical traum and psychological
stress; Neurology
1999; 52: 1737-45 Goodin et al
Belangrijk is om in ieder geval te vragen of iemand
voor een
ongeluk al (vage) neurologische klachten had en
het interval
tussen het ongeval en het ontstaan van de klachten
en het beloop
van de klachten.
Dit om een goede inschatting te kunnen maken over
een mogelijke relatie.
Verder is het belangrijk dat er gegevens zijn over
een liquorpunctie
en/of MRI om de diagnose MS of demyeliniserende
ziekte.
53) Is de MS (mede) begonnen met een oogzenuwontsteking
(=neuritis retrobulbaris)?
Vul in: ja / nee
54) Heeft U nagenoeg direct voorafgaande aan de eerste verschijnselen
van MS iets anders bijzonders meegemaakt of opgemerkt?
Omschrijf Uw belevenissen of opmerkelijkheden.
......
---------------------------------------------------------------
Deel 5 : De huidige situatie en overigen
---------------------------------------------------------------
55) Wat is het effect op de MS-klachten?
Meer antwoorden zijn mogelijk.
- type
soort effect.
Voorbeeld: - schub
- stramheid
- spasticiteit
- krachtverlies/-toename
- localiteit:
- arm
- hand
- been
- voet
....
- richting en grootte:
a. Een beeindiging van alle klachten.
b. Een sterke afname van de klachten.
c. Een beetje afname van de klachten.
d. Geen verschillen.
f. Een beetje toename van de klachten.
g. Een sterke toename van de klachten.
h. Een begin van de allereerste klachten.
- duur
aangeven duur van de toepassing
aangeven duur van het merkbaar effect: ... minuten/uren/weken/maanden/jaren.
- strekking
merkbaar bij welke functies (huishouden, verkeer,
gesprekken, etc)
Voor de rol van hormomen lijken aanwijzingen naar
aanleiding van het
gebruik van hormoonpillen, zwangerschap en de verdeling
man/vrouw
met MS.
- gebruik van anti-conceptiepil
......
- gebruik van andere geslachtshormoonpil
......
(overgang, tegen ontstekingen)
- 3-9 maanden voor de bevalling (zwangerschap)
......
- 0-3 maanden voor de bevalling (zwangerschap)
......
- 0-3 maanden na de bevalling
......
- 3-9 maanden na de bevalling
......
- lage koorts
......
- hoge koorts
......
- kleine infecties
......
- grote infecties
......
- lichte psychische stress
......
- zware psychische stress
......
- lichte lichamelijk stress
......
- zware lichamelijk stress
......
- kraambed ......
- vochtige kamer
......
- vochtig buitenweer
......
- droge kamer
......
- droog buitenweer
......
- smog
......
- veel slaap >10 uur/dag) ......
- weinig slaap < 6 uur/dag) ......
- lente
......
- zomer
......
- herfst
......
- winter
......
- warm bad
- koud bad
- pijprook
......
- sigarenrook
......
- sigarettenrook
......
- zelf roken van een joint ......
- sport
......
welke sport?
......
- dieet
......
(ook aangeven op welke punten van het
dieet is afgeweken)
welk?
......
Onder andere uit http://www.ms-abc.info/:
Antroposofisch
Ayurveda-dieet
Biologisch-dynamisch
BrahmaKumaris
Eliminatiedieet
Eversdieet
gen-tech
Glutenvrij dieet
Graham-dieet Maas-dieet
MacDougall-De Vries
Macro-biotisch dieet
Ontgiften / slakken
Orthomoleculair
recepten Sapdieet / Stoffen
Spirituele voeding
Vasten-Reinigingskuren
Veganistisch dieet
Vegetarisch dieet
- hoge luchtdruk
......
- lage luchtdruk
......
- luchtdrukveranderingen ......
- "geneeswijzen"
vermeld frequentie ; leeftijd- of jaarperioden
+ effect
alternatieve geneeswijzen
- ...
- ...
- gesprekken met familie/vrienden/kennissen
* bijzonder
* algemeen
reguliere geneeswijzen
- medicijnen
welke ... ; toediening infuus/oraal
- therapeutische gesprekken welke ...
- fysiotherapie
welke ...
- sport
- voeding
- slaap
- ......
......
56) Indien U WEL heeft deelgenomen aan een allergietest, waarvoor
bleek U allergisch?
Kunt U daarbij ook de ernst aangeven?
Uitsluitend invullen indien U heeft deelgenomen
aan een
allergietest en daaruit een allergie bleek.
......
57) Welke lichamelijke oefeningen bieden U het meeste baat bij
het langdurend (tenminste 1 dag) verbeteren van
Uw lichamlijk
functioneren.
- yoga
; welke ...
- sport
; welke ...
- fysiotherapie ; welke ...
- ....
; welke ...
---------------------------------------------------------------
Deel 6 : Aanvullende voorstellen
---------------------------------------------------------------
58) Welke mogelijke oorzakelijke factoren van MS vindt U belangrijk
om nader te onderzoeken door wetenschappers?
......
59) Heeft U aanvullende opmerkingen bij deze vragenlijst?
......
---------------------------------------------------------------
Bijlage: Een aantal aandachtspunten bij het projectvoorstel.
---------------------------------------------------------------
1) Een onderzoeksinstituut voert het onderzoek uit, zodat het
onderzoek goed en grondig wordt opgezet en onderhouden.
Dit is van belang voor het onderzoek, de deelnemers
en
alle mensen met MS.
2) De enquete vindt bijvoorbeeld ook plaats via internet
(en e-mail) en optioneel ook via hard-copy formuleren
in de
verenigingsperiodieken en locale verenigingsbijeenkomsten
van de verenigingen.
Vrijwilligers zouden de gegevens van de hard-copy
formuleren
via e-mail kunnen verwerken.
3) Enqueteformulieren kunnen ook aan MS-patienten beschikbaar
worden gesteld door middel van persoonlijke uitreiking
of
toezending door:
- MS verenigingen
- Huisartsen
- Neurologen
Mogelijk is het gebruik van een door de neuroloog
verstrekte
code van belang.
4) Aangesloten zou kunnen worden bij bestaande ervaring:
- Enquetevragen:
* Psychologie/coping
* Epidemiologie
- Enquete-onderzoek:
* Met betrekking tot MS
* Via het internet
5) Andere onderzoekers en mensen met MS krijgen voldoende
gelegenheid om voorstellen te doen voor enquetevragen
of
onderzoeksdoelen van de enquete.
Deze inbreng wordt serieus op waarde geschat en
meegenomen in
de enquete.
6) Bij de mogelijke vragen zouden bijvoorbeeld vragen kunnen
worden opgenomen m.b.t. vroegere en huidige:
a) Neurologische aandoeningen.
b) Stressbeleving en verwerking.
c) Persoonlijkheidskenmerken.
d) Contacten met dieren en dierziekten.
e) Overgevoeligheden.
f) Zieken/aandoeningen.
g) Leefgewoonten.
h) Bijzondere gebeurtenissen.
7) De enquete en het programma dat de enquetevragen verwerkt
en de uitslag zichtbaar maakt, is betrekkelijk simpel
van
opzet.
8) Statistiek kan worden ingezet, maar kan betrekkelijk simpel
zijn, mede gelet op de onduidelijkheid met betrekking
tot
- De factoren die worden gezocht
- De sterke marges van bijvoorbeeld de betekenissen
van het
taalgebruik, het geheugen en de persoonlijke
belevingswereld
van vrager en van bevraagde.
Het onderzoek kan wellicht leiden tot een aantal
significante
relaties die nader, wetenschappelijk kunnen worden
onderzocht.
9) Een duidelijke toelichting per vraag (help-functie).
10) Een e-mail hulplijn en een telefonische hulplijn van het
onderzoeksinstituut bij het invullen van de antwoorden.
11) Op de formulieren wordt toestemming gegeven voor gebruik voor
onderzoek.
12) Registratiegegevens op de verwerkingsformulieren worden
zoveel mogelijk vermeden, zoals naam en adres.
13) De kosten beperken zich voornamelijk tot de opzet en het
onderhoud.
Mogelijk kan het gehele project (aanvankelijk) op
vrijwilligers
draaien.
14) De veiligheidsmaatregelen ten aanzien van privacy zijn net zo
goed als die worden toegepast bij bijvoorbeeld banktransacties
via het internet.
15) De pilot-enquete wordt gevalideerd en de pilot-enquete wordt
aanvankelijk binnen een beperkte groep getest.
Belangrijke aandachtspunten daarbij zijn:
- Worden de vragen begrepen zoals bedoeld?
- Kunnen bruikbare antwoorden worden gegeven op
de vragen.
- Levert de vragenlijst nergens te grote weerstanden/ergernis?
- Is de vragenlijst niet (veel) te lang?
Een goede mogelijkheid biedt het aanbieden
van (op elkaar
aansluitende) vragenlijsten van verschillende
formaat
(en vorm?), bij voorkeur in de vorm
van opeenvolgende
vragenlijsten.
De bevraagden kunnen dan zelf besluiten
aan welke
vragenlijst de bevraagden op welk tijdstip
willen
deelnemen.
16) Iedereen met MS kan meedoen.
17) De MS-patienten laten eenzelfde formulier invullen door
een partner of niet-familielid (controlegroep).
18) Begeleiding bij de bevraging kan eventueel ook via een
huisarts plaatsvinden.
Een huisarts bekijkt eventueel de ingevulde hard-copy
lijsten
op (on)waarschijnlijkheid.
19) Misschien zouden een aantal vragen ook aan de neuroloog
en/of huisarts kunnen worden voorgelegd in een separate
lijst,
die ook separaat kan worden ingezonden.
20) De antwoorden zouden beperkt kunnen worden door middel van
multiple choice antwoorden, waarmee de verwerking
bijna
direct ge-automatiseerd kan plaatsvinden.
21) Mogelijkheden tot mutatie van de antwoorden.
22) Via de enquete kan ook worden aangegeven hoe vragen kunnen
worden verbeterd of aangevuld.
23) Bij de vormgeving van de vragen gelden de eisen van optimale
eenvoud, overzichtelijkheid en eenduidigheid voor
het invullen
van de antwoorden.
De antwoorden worden "voorgedrukt", waarbij de repondent
uitsluitend het juiste antwoord hoeft te omcircelen
of aan te
klikken.
24) De vragen en antwoorden zijn zoveel mogelijk eenduidig en
nogmaals bruikbaar bij uitbreiding van het onderzoek
bij
bijvoorbeeld gebruik:
- Met meer (specifieke) vragen.
- In een latere periode.
- In het buitenland.
25) Er gelden voorwaarden aan representatieve aantallen per "groep"
deelnemers.
Dit betekent dat bij het ontbreken van bepaalde
groepen de
uitslag wordt vermeld als niet representatief of
helemaal niet.
26) Onbeperkte uitbreidbaarheid naar toekomst en andere landen,
taalversies zijn relatief eenvoudig.
27) Toepassingen voor andere vergelijkbare (auto-immuun) ziekten
liggen voor de hand.
Daarnaast bestaat ook een noodzakelijke vergelijking
met met
andere chronische ziekten en handicaps.
Bijvoorbeeld mede van belang waar het gaat om onderzoek
naar
(verandering van) persoonlijkheidskenmerken als
mede-oorzaak of
mede-gevolg van een ziekte.
28) Gebruikt wordt gemaakt van de vragenlijst die wordt gehanteerd
door een medisch-ethische toetsingscommissie voor
medisch
onderzoek.
Zie:
http://www.med.rug.nl/b8.htm
Zie ook:
http://www.overheid.nl/wetten/index.html :
Wet van 26 februari 1998, houdende regelen inzake
medisch-wetenschappelijk
onderzoek met mensen (Wet medisch-wetenschappelijk
onderzoek met mensen)
(Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen
[Versie geldig vanaf: 01-09-2002])
29) Afspraken over hoe de patientgegevens in een openbare database
beveiligd dienen te worden om de privacy te waarborgen.
Mogen patienten met bepaalde kenmerken achteraf
geselecteerd en
aangeschreven worden om hen aan een aparte
studie te onderwerpen?
Wie onderhoudt de databank?
30) Gedurende het gehele onderzoekstraject geldt een adequate
(heldere, transparante, toegankelijke) informering
van - en tussen
bevraagden, patientenorganisaties, onderzoekers
en financiers en
alle andere betrokkenen (personen en organisaties)
in voor ieder
zeer begrijpelijke taal.
Dit houdt in mede in: systematisch/methodisch werken.
Hier onder valt:
a. Het helder krijgen van opdrachten
(doel),
b. Strategiebepaling,
c. Toepassing van bruikbare werkvormen
(middel)
d. Het gebruik van feedback/terugkoppeling,
en daarmee het
leren van ervaringen.
Van belang is de aanwezigheid van - en toepassing
door alle
actoren (betrokkenen) van goed werkbare protocollen
en terminologie.
Hierbij kunnen van nut zijn:
- ICF = International Classification of Fuctioning,
Disability and
Health, door de WHO gemaakt.
- Aanwezigheid, toegankelijkheid en gebruik van
goed leesbare
documenties (literatuur, databanken)
omtrent onderzoeken
(resultaten).
- Methodiek ontsluiting.
Met de hulp van een eenvoudig en compleet
informatiemodel kan
de gevonden beschikbare informatie worden
gestructureerd.
* Voor zover de literatuur in computerbestanden
staat, kan een
eenvoudig een index van
alle woorden gemaakt worden.
* Beschrijvingen worden systematisch
in een bestand ingebracht,
waarna via zoekopties verschillende
structuurtypen zichtbaar
kunnen worden gemaakt.
31) Misschien is het voor de verwerking gewenst om zoveel mogelijk vragen
een puntenschaal (met vergelijkbare waardering)
te geven: 1-10.
Te raadplegen Literatuur:
* http://nature.com
* http://www.ifmss.org.uk/Research/default.asp
* http://www.msif.org/Research/default.asp
* http://www.mult-sclerosis.org/mscowboy.html
* http://www.mult-sclerosis.org/news/Dec2002/ASCTforMSPromisingResults.html
* http://www.mult-sclerosis.org/news/MonoLinkToMS.html
* http://www.mult-sclerosis.org/news/Sep2002/MedlineStressAndMS.html
* http://www.nationalmssociety.org/Highlights-BoneMarrow.asp
* http://www.nationalmssociety.org/Research-2001Feb01.asp
* http://www.nationalmssociety.org/Research-2002Apr17.asp
* http://www.ncbi.nlm.nih.gov/cgi-bin/Entrez/referer?/htbin-post/Entrez/query_old%3fdb=m&form=6&uid=11489283&Dopt=r
* Multiple Sclerose
dr. H. Dassel, dr. Ch.J. Ketelaer, dr. P. Ketelaer
1977
* Multiple Sclerose
W. Ian McDonald & Donald H. Silberberg
1986
* Multiple Sclerose
J. de Graaf, J.H. van der Hoeven, M.c. Hoogstraten, J.M. Minderhoud
1988
* Multiple Sclerose een verhaal zonder einde
Doctoraalscriptie klinische psychologie
Th. J.P.M. Bogels
Begeleiding Dr. J.J.L. Derksen
Subfaculteit Pschychologie
Katholieke Universiteit Nijmegen
januari 1990
* Multiple Sclerose
Prof. dr. J.M. Minderhoud e.a.
1999
* Samenvatting van het proefschrift van Herbert.P.M. Brok (2002),
Experimentele Autoimmuun Encephalomyelitis in de Penseelaap,
Een nieuw model voor multiple sclerose.
Uitgave van het Biomedical Primate Research Centre, Rijswijk.
ISBN 90-9015887-1
rConcept tekst, dd 16-02-2003
Onderzoeksvoorstel voor een bevraging omtrent factoren die mogelijk
samenhangen met Multiple Sclerose (MS).
Beste belangstellende,
Op eigen initiatief zoek ik contact met mensen die willen meedenken
over een grootschalige bevraging met betrekking tot factoren die
mogelijk (indirect) iets met de (mede)oorzaken van MS te maken
hebben.
Met het meedenken over de (on)mogelijkheden van dit type onderzoek
kunnen we als (verwanten van) mensen met MS elkaar steun bieden,
zowel moreel als met uitwisselen van kennis.
Het doel van het onderzoeksvoorstel betreft de opzet en uitvoering
van een grootschalig en blijvend bevragingsonderzoek, waar mensen
van over de hele wereld (bijvoorbeeld ook via internet) naar believen
periodiek aan kunnen bijdragen door het beantwoorden van verschillende
typen vragenlijsten.
Tevens geldt de mogelijkheid voor de verbetering van eerder verstrekte
antwoorden.
Via bevraging over een breed terrein, kan gezocht worden naar:
1. Significante correlaties tussen omgevingsfactoren en mensen met
MS,
afwezig bij mensen zonder MS.
2. Significante verschillen tussen de groep mensen met - en zonder
MS.
In eerste instanties kunnen vergelijkingen per vraag van toepassing
zijn.
Significantie kan ook op toeval berusten.
Bij gebleken significantie kunnen de gevonden factoren nader worden
vergeleken en bestudeerd.
Denkbaar is dat (andere) onderzoekers een meer complexe statistische
benadering (in een andere/latere context) willen toepassen
(als enig/meest) verantwoord.
Het onderzoeksvoorstel bestaat uit:
- Een introductie,
- Een lijst met vragen en
- Een lijst met aandachtspunten.
De wens voor een bevraging blijkt mede uit verschillende discussies.
Een aantal van deze discussies vinden plaats op het Forum van MSweb
(www.msweb.nl).
Zie bijvoorbeeld de onderwerpen (topics):
"Waarom wordt je niet uitgebreid ondervraagd?" van Sabine.
"Meedenken over wetenschappelijk onderzoek" van Margreet.
"Virussen en allergien"
van Katie.
Ook op de website van MSVN Brabant West wordt aandacht gegeven aan
het onderzoeksvoorstel.
Het bezoekadres is: http://www.msvn-brabant.org
Zie daarbij onder: "Artikelen" en vervolgens onder "epidemiologie".
Een ander voorbeeld van een vragenlijst staat op de website van
Anneke Emmes:
http://www.ms-abc.info/
Op website http://users.pandora.be/multiple.sclerose van
Eddy Thijsman, staan een groot aantal documentaties die geraadpleegd
kunnen worden bij de samenstelling van een groot aantal vragen.
Een bevraging met betrekking tot de epidemiologie van MS zou een
nuttige bijdrage kunnen leveren aan het inzicht omtrent factoren
die mogelijk wel of geen verband houden met MS.
Verschillende patientenverenigingen, epidemiologen, neurologen en
(verwanten van) mensen met MS hebben (schriftelijk) hun sympathie
uitgesproken voor het onderzoeksvoorstel.
Inmiddels hebben ook veel belangstellenden meegewerkt aan de
totstandkoming van het huidige onderzoeksvoorstel, welk voorstel
periodiek wordt aangepast, naar aanleiding van elk nieuw commentaar.
Inmiddels is een pilot-vragenlijst gereed.
Deze pilot-vragenlijst voldoet nog lang niet aan alle
aandachtspunten die genoemd zijn als wenselijk en noodzakelijk
(zie Bijlage).
Zo is de lijst onvoldoende gecontroleerd op medische correctheid,
veel te lang en de formuleringen en vormgeving van de vragen heeft
ook nog heel veel aandacht nodig.
De lijst lijkt het meest bruikbaar indien de lijst wordt gesplitst
in delen.
Ieder kan dan zelf naar voorkeur de lengte van de vragenlijst kiezen,
alsook eventueel op een later tijdstip een deel van de overige vragen
beantwoorden.
Het idee is om in een project het onderzoeksvoorstel een
wetenschappelijke basis te laten geven.
Hierbij kan bijvoorbeeld het ICF behulpzaam zijn.
ICF staat voor International Classification of Functioning,
Disability and Health en is door de WHO gemaakt.
Met de ICF is het nu mogelijk om functioneringsproblemen te
beschrijven in termen van stoornissen in mentale, lichamelijke
functies en anatomische eigenschappen en in termen van
beperkingen in activiteiten en participatie.
De wetenschappelijke basis kan worden vertegenwoordigd door
bijvoorbeeld medici, biochemici, gezondheidspsychologen, sociale
wetenschappers en epidemiologen.
Tot op heden zijn echter geen onderzoekers gevonden die het
onderzoeksvoorstel willen en kunnen oppakken.
Het Nationaal MS Fonds heeft zich bereid verklaard het
onderzoeksvoorstel op wenselijkheid en/of haalbaarheid te zullen
(laten) bestuderen.
Bij de opzet kan worden gedacht aan:
a) Literatuurstudies betreffende reeds uitgevoerde epidemiologische
onderzoeken.
b) Het ontwerpen van een zinvolle vragenlijst die aansluit bij
eerdere - of latere studies, alsook - en vooral bij de
vragen
die door mensen met een chronische ziekte naar voren zijn
gebracht (patientenparticipatie).
c) De verwerkelijking van de bevraging.
Bij deze bijvraging zou wellicht ook gebruik kunnen worden
gemaakt van het internet en e-mail.
d) De kennisgeving van de onderzoeksresultaten.
Een grootschalig epidemiologisch onderzoek naar factoren die MS kunnen
beïnvloeden zal niet eenvoudig zijn maar tegenwoordig:
1. Wordt het steeds eenvoudiger om (geografische) gegevens met elkaar
in
verband te brengen.
2. Biedt de deelname aan een (grootschalig) epidemiologisch onderzoek
een mogelijkheid voor (verwanten van) mensen met MS om
relatief
eenvoudig en zinvol bij te dragen aan onderzoek.
3. Kan met de hulp van internet en e-mail aanmerkelijk eenvoudig
gegevensuitwisseling plaatsvinden.
U wordt NIET gevraagd om de vragenlijst in te vullen.
WEL wil ik U graag uitnodigen de lijst te lezen en Uw visie te geven.
Misschien heeft U voorstellen voor het toevoegen, aanpassen of weglaten
van vragen.
Een bevragingsonderzoek biedt voor onderzoekers en (verwanten van) mensen
met MS, relatief eenvoudig haalbare onderzoeksresultaten, bijvoorbeeld
voor het leggen van relaties tussen woonplaatsgegevens en andere
geografische gegevens.
Persoonsgegevens tussen belangstellenden worden niet uitgewisseld.
Bij voorbaat hartelijk dank voor Uw medewerking.
Met vriendelijke groeten,
Herman Prins
HF.Prins@rivm.nl
Concept vragenlijst.
Toelichting bij de vragen.
Onderstaande vragen kunnen uitsluitend betrekking hebben op Uw
herinneringsvermogen, eventueel in combinatie met navraag.
Daarnaast zijn veel vragen niet eenvoudig te beanwoorden.
De antwoorden kunnen uitsluitend indicatief zijn.
Beter is om antwoorden niet in te vullen dan om het antwoord te
schatten met een evengrote kans op goed en fout.
Om verschillende redenen kunt U een aantal vragen onbeantwoord laten.
De beantwoording van slechts enkele vragen is voldoende om het
formulier zinvol te kunnen verwerken.
Daarbij hoort tenminste de eerste vraag.
Uw persoonsgegevens worden voor de verwerking losgekoppeld van de
antwoorden.
Dank U zeer voor Uw beantwoording!
---------------------------------------------------------------
Vragenlijst
---------------------------------------------------------------
Indeling:
Deel 1 : Registratie gegevens
Deel 2 : Uw gehele leven
Deel 3 : Uw jeugd t/m ongeveer 20 jaar
UITWERKEN: soms wordt
als uiterste leeftijdgrens 15 aangegeven,
maar soms ook een gebeurtenis rond het 15e jaar.
Deel 4 : De eerste verschijnselen van MS
Deel 5 : De huidige situatie
Deel 6 : Aanvullende voorstellen
---------------------------------------------------------------
Deel 1 : Registratie gegevens
---------------------------------------------------------------
1) Wat is op U van toepassing?
Vul in: a / b / c / d / e
a) Heeft U zeker
MS
b) Heeft U waarschijnlijk
MS
c) Heeft U een partner met
MS
d) Bent U familie van iemand met MS
e) Iemand anders
2) Vul in: man / vrouw
...... ; leeftijd ... jaar ; lengte ... cm ; gewicht
... kg
3) Om te kunnen zoeken naar geografische relaties, is onderstaande
vraag van belang.
Waar heeft U gewoond t/m Uw 20e jaar?
Plaatsnaam + Land
Leeftijd
1. ....................
........
2. ....................
........
3. ....................
........
4. ....................
........
5. ....................
........
6. ....................
........
7. ....................
........
....................
........
....................
........
4) Indien U MS heeft, hoe luidt de huidige diagnose?
a) Mogelijk MS
gesteld in jaar ...
b) Waarschijnlijk MS gesteld in jaar ...
c) Zeker
MS gesteld in jaar ...
5) Indien U MS heeft, hoe was/is het verloop van de MS?
a) Sterk wisselend , maar
de functies verslechteren langzaam
gedurende leeftijd vanaf ... t/m
... jaar.
b) Sterk wisselend , maar
de functies verbeteren langzaam
gedurende leeftijd vanaf ... t/m
... jaar.
c) Tamelijk gelijkmatig, toch is langzame verslechtering
waarneembaar
gedurende leeftijd vanaf ... t/m
... jaar.
d) Tamelijk gelijkmatig, toch is langzame verbetering
waarneembaar
gedurende leeftijd vanaf ... t/m
... jaar.
e) Niet van toepassing.
gedurende leeftijd vanaf ... t/m
... jaar.
6) Heeft U momenteel een chronische ziekte anders dan MS?
Vul in welke: ......
7) UITWERKEN: wat geldt als familie en hoe omschrijven (bloedverwanten?).
a) (over)grootouders
b) ouders
c) (half)broers/zussen
d) (achter) oom/tante neef/nicht
e) zonen/dochters
f) niet de aangetrouwde familie
Uit hoeveel personen bestaat Uw familie bij benadering?
....
...
Hoeveel en welke personen van Uw familie hebben zeker (gehad):
A) Stofwisselingsziekten:
- Schildklierziekten
...
- Suikerziekten
...
- ................
...
B) Neurologische ziekten
- MS
- Epilepsie
- Hersenvliesontsteking ...
- ................
...
C) Longziekten
- Cara
...
=
Asthma en
...
COPD = Chronic Obstructive
Pulmonary Disease
= Chronische bronchitis en longemfyseem ...
- ....................
...
D) Nierziekten ...
F) Leverziekten ...
G) Galstenen ...
H) Ziekte van Crohn
...
8) Heeft U gedurende Uw babytijd borstvoeding genoten?
a) Altijd
b) Meestal
c) Soms
d) Bijna nooit
e) Weet niet
---------------------------------------------------------------
Deel 2 : Uw gehele leven
---------------------------------------------------------------
9) Voor welke zaken was of bent U VEEL meer dan normaal overgevoelig
of
waar heeft U meer dan anderen veel sneller en/of
veel ernstiger last
van?
UITWERKEN: waaraan moet de respondent dit relateren?
UITWERKEN: invullen van meer dan 1 periode mogelijk
maken.
UITWERKEN: welk type van aangeduide onderwerp?
UITWERKEN: welk effect/uitwerking?
benauwdheid, pijn, pukkel(tjes) zwelling
en waar?
Vul in: a / b / c / d / e
a) veel meer
b) meer
c) normaal
d) minder
e) veel minder
- aspirine
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- geluid
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- hondenharen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- huisstofmijt
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- insecten
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- kattenharen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- kleding
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- licht
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- lijmstoffen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantenbladen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantenbollen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantentakken
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantenvruchten
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantenwortels
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- plantenpollen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
(lees voor plant, ook boom en struik)
- reinigingsmiddelen ......
leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- stank
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- verfstoffen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- voeding
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- zonlicht
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar
- anders, namelijk
......
10) Heeft U onderstaande ziekten en aandoeningen meegemaakt?
UITWERKEN: invullen van meer dan 1 periode mogelijk
maken.
UITWERKEN: vermelding van frequentie, hoeveelheid
en soort remedie,
w.o. medicijngebruik per ziekte/aandoening.
Vul in: leeftijd + periode + frequentie (a-c) + ernst (d-f)
a) vaak
b) soms
c) heel soms
d) heel hevig
e) weinig hevig
f) heel gering
- COPD
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- CVS = ME
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- aangezichtspijn
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- aangezichtsverlamming ...... leeftijd van
...... t/m ...... jaar ......
welke?
......
(perifeer of CZS)
- acne=jeugdpuistjes ...... leeftijd
van ...... t/m ...... jaar ......
- asthma
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- darmproblemen
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- eczeem
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- hevige jeuk
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- hoge bloeddruk
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- hoofdluis/schaamluis ...... leeftijd van
...... t/m ...... jaar ......
- hooikoorts
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- hyperventilatie
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- koortslip
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- lage bloeddruk
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- luchtweginfecties ......
leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- melkintolerantie
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- opgezette klieren ......
leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- schildklierziekten ...... leeftijd
van ...... t/m ...... jaar ......
- schimmelinfecties ......
leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- steenpuisten
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- strontjes/padscheten ...... leeftijd van
...... t/m ...... jaar ......
- suikerziekten
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- trauma/shock
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
- wratjes
...... leeftijd van ...... t/m ...... jaar ......
Vul in: aantal keer en leeftijd(en) in jaar
UITWERKEN: invullen van meer dan 1 leeftijd mogelijk
maken.
UITWERKEN: vermelding van frequentie en hoeveelheid
medicijngebruik
- (korte) verlamming ......
keer ; leeftijd +/- ....
- (zon)verbranding
...... keer ; leeftijd +/- ....
- astma
...... keer ; leeftijd +/- ....
- blaasontsteking
...... keer ; leeftijd +/- ....
- bloedneus
...... keer ; leeftijd +/- ....
- bof
...... keer ; leeftijd +/- ....
- brildragend
...... keer ; leeftijd +/- ....
- candida
...... keer ; leeftijd +/- ....
- elektrische schok
...... keer ; leeftijd +/- .... (220 Volt!)
- gordelroos
...... keer ; leeftijd +/- ....
- netelroos
...... keer ; leeftijd +/- ....
- kaakholteontsteking ...... keer
; leeftijd +/- ....
- keelontsteking
...... keer ; leeftijd +/- ....
- kinkhoest
...... keer ; leeftijd +/- ....
- kwallenbeet
...... keer ; leeftijd +/- ....
- lime
...... keer ; leeftijd +/- ....
- longontsteking
...... keer ; leeftijd +/- ....
- oogontsteking
...... keer ; leeftijd +/- ....
- oogzenuwontsteking ......
keer ; leeftijd +/- ....
- oorontsteking
...... keer ; leeftijd +/- ....
- mazelen
...... keer ; leeftijd +/- ....
- pfeiffer
...... keer ; leeftijd +/- ....
- pijn achter de oogkas ...... keer ; leeftijd
+/- ....
- rode hond
...... keer ; leeftijd +/- ....
- tekenbeet
...... keer ; leeftijd +/- ....
- waterpokken
...... keer ; leeftijd +/- ....
- zuurstoftekort
...... keer ; leeftijd +/- ....
langdurig/ernstig
b.v. onder water of
door rook.
- .......
...... keer ; leeftijd +/- ....
- .......
...... keer ; leeftijd +/- ....
- .......
...... keer ; leeftijd +/- ....
11) Hoeveel kiezen met almalgaan (zilverkleurige) vulling had U bij
benadering
rond Uw 20e jaar.
12) Welke sporten heeft U beoefend?
UITWERKEN: maak classificatie van sporten
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... uur/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... uur/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... uur/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... uur/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... uur/week
13) Wat was/is Uw thee of koffie gebruik uitgedrukt in kopjes per DAG?
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... kopjes/dag
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... kopjes/dag
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... kopjes/dag
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... kopjes/dag
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... kopjes/dag
14) Wat was/is Uw rookgedrag (pijp, sigaar, sigaret) per DAG?
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... keer/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... keer/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... keer/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... keer/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... keer/week
15) Wat was/is Uw alcohol gebruik uitgedrukt in glazen (bier/wijn/sterk)
per WEEK?
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... glazen/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... glazen/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... glazen/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... glazen/week
- ............. leeftijd van ...... t/m ......
jaar ..... glazen/week
16) Wat was/is Uw overwegende mening over - en gebruik van onderstaande
voeding.
Meer antwoorden zijn mogelijk.
Indien grote verschillen per leeftijd, dan aanvulling
met globale
leeftijdperioden.
UITWERKEN: 1. inventariseer de voedingsmiddelen met:
(toegevoegde) hormonen en/of
verzadigde vetten en/of
gist.
2. Antwoordmogelijkheden.
Zie ook dieet.
Het kan zijn dat niet iedereen zich exact en altijd aan een
dieet heeft gehouden, daarom ook vragen in die richting.
Vul in:
SMAAK
a) zeer lekker
b) lekker
c) gewoon
d) niet echt lekker
e) helemaal niet lekker
LICHAMELIJKE REAKTIES
g) niet
verdraagbaar
h) moeilijk verdraagbaar
i) matig
verdraagbaar
j) normaal/goed verdraagbaar
GEBRUIK
h) nooit gegeten
i) weinig gegeten
j) normaal gegeten
k) vaak
gegeten
l) zeer vaak gegeten
PERIODE
vanaf ... t/m ... jaar
- fricandel
- kroket
- patat
- garnalen
- haring (zout of zuur)
- lekkerbek
- makreel
- oesters
- paling
- eieren
- melk
- yoghurt
- kippevlees
- rundvlees
- varkensvlees
- aardappelen
- graanproducten (UITWERKEN)
* bruinbrood
* pasta's
- andijvie
- bloemkool
- champions
- chinese kool
- groene kool
- peulvruchten (bonen, erwten)
- rode kool
- spinazie
- spruitjes
- worteltjes
- zoetwaren
* chocola
* drop
* koek
* ander snoep dan hierboven
17) Vragen m.b.t.
a) het bemerken van / ontvankelijk zijn voor
b) het zijn van aanleiding toe
per leeftijdgroep?
(UITWERKEN)
- loopneus
- verkoudheid
- mazelen
---------------------------------------------------------------
Deel 3 : Uw jeugd t/m ongeveer 20 jaar
---------------------------------------------------------------
18) Heeft gedurende tenminste meer dan 1 jaar een huisdier deel
uitgemaakt van het gezin waarin U bent opgegroeid
of bent U
VAAK omgegaan met het betreffende dier?
Bijvoorbeeld in combinatie met bezoeken aan dierentuinen,
boerderijen.
Bijvoorbeeld:
cavia
duif
hond
kat/poes
kip
koe
konijn
marmot
paard
rat
schaap
varken
Vul in per periode: ja / nee en welk dier
- 0 - 5 jaar : ...... welke ...... ;
toelichting .....
- 5 - 10 jaar : ...... welke ...... ; toelichting
.....
- 10 - 15 jaar : ...... welke ...... ; toelichting
.....
- 15 - 20 jaar : ...... welke ...... ; toelichting
.....
19) Bent U t/m Uw 20e jaar absoluut zeker in aanraking geweest
met een hond met hondenziekte (canine distemper)?
UITWERKEN: andere namen voor hondenziekte.
Vul in: ja / nee / eventueel andere ziekten van de
hond
......
Zie onder andere:
1. Artikel MS en huisdieren in MenSen december 1998.
Een bevragingsonderzoek.
-> significant verband.
2. http://www.ivis.org/advances/Infect_Dis_Carmichael/appel/ivis.pdf
(een site voor diergeneeskunde):
There was speculation several
years ago that CDV might cause
multiple sclerosis (MS) in humans.
The speculation was based
on epidemiologic observations
involving prior exposure of MS
patients to dogs and to dogs with
CD. This proposition has
not been substantiated in many
subsequent reports published
over the past 15 years
Mijn vraag: wat (CDV?) is hier
onderzocht en hoe (bevraging)?
20) Heeft U t/m Uw 20e jaar op een land - of tuinbouwbedrijf gewoond
of heeft U deze ooit bezocht?
Met deze vraag wordt niet bedoeld een groetentuin.
Vul in: wel/niet gewoond + leeftijdsperiode
wel/niet bezocht + leeftijdsperiode + bezoekfrequentie
......
Vul in:
aardappelen ja/nee
bieten ja/nee
bloemen ja/nee
fruit ja/nee
gras ja/nee
kassen ja/nee
mais ja/nee
spruiten ja/nee
geiten
ja/nee
kippen ja/nee
paarden ja/nee
runderen ja/nee
schapen ja/nee
varkens ja/nee
21) Hoe vaak kwam U t/m Uw 20e jaar in contact met een bos:
- gedurende
... jaar ( bewoning)
- gedurende in totaal ... maanden ( bezoek)
22) Hoe zou U Uw lichamelijke gesteldheid in zijn algemeenheid willen
karakteriseren van Uw 0-20 jaar in vergelijking
met leeftijdgenoten?
a) Vooral goed
b) Normaal
c) Vooral slecht
d) Sterk wisselend
e) Anders, namelijk .........
23) Hoe zou U Uw lichamelijke gymnastische kwaliteiten in zijn
algemeenheid willen karakteriseren van Uw 0-20 jaar
in vergelijking
met leeftijdgenoten?
Met andere woorden: hoe was U in "gymnastiek" in
vergelijking met
leeftijdgenoten?
UITWERKEN: gymnastiek nader toelichten of anders
formuleren.
Vul in:
a) zeer veel beter
b) veel beter
c) normaal
d) veel slechter
e) zeer veel slechter
24) Heeft U gedurende Uw jeugd naar Uw idee veel meer last gehad
dan leeftijdgenoten van onderstaande verschijnselen?
UITWERKEN: verwaarloosde verkoudheid/griep
Vul in: a / b / c / d / e
a) veel meer
b) meer
c) normaal
d) minder
e) veel minder
- bloedarmoede
: ......
- bloedend/onstoken tandvlees
: ......
- bloedonderzoeken
: ......
- buikpijn
: ......
- duizeligheid
: ......
- flauwvallen
: ......
- verwaarloosde griep
: ......
- hoofdpijn
: ......
- letsels
: ......
- maagpijn
: ......
- misselijkheid
: ......
- oververmoeidheid
: ......
- verkoudheid
: ......
- verwaarloosde verkoudheid
: ......
- vermoeidheid
: ......
- ziekten
: ......
- zwaar gevoel in de armen
: ......
- zwaar gevoel in de benen
: ......
25) Welke bijzondere letsels/kwetsuren heeft U tussen 0-20 jaar
ondervonden?
Vul in: aantal keer
- botkneuzing
...... keer ; welke botten? .....
- botbreuk
...... keer ; welke botten? .....
- lichte hersenschudding ...... keer
- zware hersenschudding ...... keer
26) Hoe zou U bij benadering Uw gebruik van medicijnen willen
betitelen tussen 0-20 in vergelijking met leeftijdgenoten?
Onder medicijnen worden bijvoorbeeld ook lichte
pijnstillers
gerekend.
Vul in soort medicijn en per soort medicijn:
a) zeer veel meer
b) veel meer
c) normaal
d) veel minder
e) zeer veel minder
27) Welke verschijnselen uit Uw jeugd t/m ongeveer 20 jaar brengt
U in een mogelijk verband met Uw MS?
Een zwak vermoeden volstaat.
Dit kunnen externe factoren zijn, maar ook lichamelijke
gesteldheden (ziekten, aandoeningen).
....
28) Welke termen vind U het meest van toepassing met betrekking tot
Uw jeugd?
Vul in: a / b / c / d / e
Eventueel meer keuzen zijn mogelijk, eventueel alle
5.
a) zeer somber
b) somber
c) normaal
d) blij
e) zeer blij
29) Is er een periode van meer dan 1 jaar geweest in Uw jeugd
t/m 20 jaar dat U bijzonder angstig of onzeker was.
De vraag betreft Uw beleving op het moment dat U
jong was.
De gevoelens betreffen uitzonderlijk sterke gevoelens,
waardoor U tenminste enkele jaren bijzonder angstig
of
onzeker was in combinatie met een bepaalde omgeving:
thuis (ouders, broers, zussen), familie, school,
straat
of elders.
De bijbehorende gevoelens betreffen bijvoorbeeld.
- niet gewenst voelen,
- niet nuttig voelen,
- niet graag gezien voelen,
- in de steek gelaten voelen,
- achtergesteld voelen,
- overbodig voelen,
- niet opgenomen voelen,
- niet geaccepteerd voelen,
- het zwarte schaap/zondebok/Calimero
voelen,
- in een keurslijf verkeren,
- het niet kunnen zijn die
je echt bent,
- gebruikt voelen ; over
je heen gewalst voelen.
- gepest voelen.
- aangezet voelen tot veel
te hoge lichamelijke
prestaties of
studie prestaties, waarbij
"de lat vaak
en/of veel te hoog lag".
Deze vraag is voor U mogelijk niet eenvoudig te
beantwoorden
met ja of nee. In dat geval slaat U deze vraag over.
Vul in: ja / nee ; alstublieft geen andere antwoorden
dan ja of nee invullen.
......
UITWERKEN: (de uitwerking van) deze vraag kan mogelijk
veel
beter in een mondeling (min of meer gestandaardiseerd)
interview.
Hiervoor zou een separate aandachtspuntenlijst gemaakt
kunnen worden.
In deze lijst zouden tevens bio-medische/sociaal-medische
vragen kunnen worden opgenomen met berekking tot
(de beleving van) belangrijke levensgebeurtenissen als
scheiding van gezinsleden als gevolg van:
- echtscheidingen
- overlijden
- verhuizingen
30) Kunt U kort beschrijven wat Uw grote ergernissen waren als kind?
UITWERKEN: deze vraag anders stellen.
......
31) Aan welke spel-bezigheden heeft U als kind tot ongeveer 20 jaar
deelgenomen ?
Vul in Frequentie:
a) Vaak
b) Normaal
c) Weinig tot nooit
Vul in Genoegen:
d) Leuk
e) Gewoon
f) Vervelend
Spel-bezigheid Frequentie Genoegen
brandjes
.......... ........
geintjes
.......... ........
plagerijtjes
.......... ........
helpen met klusjes
.......... ........
geven van voorstellingen ..........
........
........................ ..........
........
........................ ..........
........
........................ ..........
........
........................ ..........
........
........................ ..........
........
32) Bent U van mening dat een belangrijk deel van Uw jeugd is
gekenmerkt door bedrog/hypocrisie?
Vul in: ja / nee
......
33) Welke inentingen heeft U zeker wel gehad tussen 0-20 jaar.
Vul in: ja / nee
- Pokken ......
- DKTP
- HIB
- BMR
34) Welke inentingen heeft U zeker niet gehad tussen 0-20 jaar.
Vul in: ja / nee
- Pokken ......
- DKTP
- HIB
- BMR
35) Het weghalen van neus- en keelamandelen.
Vul in: ja / nee en op welke leeftijd
- Neusamandelen weggehaald? ...... ; op een leeftijd
van ...... jaar
- Keelamandelen weggehaald? ...... ; op een leeftijd
van ...... jaar
36) Aantal personen van familie, (vroegere) buren/vrienden/kennissen,
waarmee U
tussen Uw 0-20 jaar in contact bent geweest.
Deze antwoorden op dezw vraag helpen bij het zoeken
naar omgevingsfactoren,
niet naar overdraagbaarheid.
U kunt het antwoord aanvullen met de frequentieaanduidingen
en/of met de duur
van de contacten.
UITWERKEN: antwoordmogelijkheden.
UITWERKEN: de kans dat iemand met MS hoort en ook
nog eens onthoudt dat
iemand anders uit zijn/haar omgeving (ook) MS/epilepsie heeft gekregen,
kan aanzienlijk groter zijn dan iemand zonder MS.
Daarom kan vergelijking met de controlegroep eigenlijk niet goed
plaatsvinden.
De antwoorden zouden wel kunnen bijdragen aan nader onderzoek
omtrent vergelijkbare omstandigheden van mensen die MS krijgen.
Vul in:
- ziekte (MS/epilepsie)
- soort relatie
- nadere invulling van het contact
- persoonsgegevens (voornaam achternaam) van dit
contact i.v.m. nadere
studie naar vergelijkbare omstandigheden.
UITWERKEN: onder welke voorwaarden mogen
deze gegevens gevraagd worden en
onder welke voorwaarden mag deze persoon benaderd worden?
- MS ......
veelvuldig / weinig ; speelkameraad ja /nee ......
- epilepsie ...... veelvuldig / weinig ; speelkameraad
ja /nee ......
Zie onder andere MSweb Forum Topic: "Huisdieren en ms"
* Bij mij en mijn vriendin, cq compagnon van onze
hondenschool
is in dezelfde maand de diagnose ms
gesteld.
Wij leggen een link naar de honden.
* (we woonden in die 3 jaar met een 10-tal studenten
ongeveer
constant samen : 2 van 10 mensen kregen
de diagnose MS in 5
jaar tijd --> vreemd toch?)
* Mijn buurmeisje van vroeger en ik hebben allebei
MS.
Bij mijn buurmeisje is het ong. 20 jaar
geleden vastgesteld.
Bij mij is de diagnose pas sinds sept.
2002 gesteld, na een lange
periode twijfelen, ofschoon daar voor
al bekend was dat ik 20 jaar
geleden waarschijnlijk ADEM gehad heb.
Van ADEM weten ze nog steeds niet zeker
of het een eerste
schub is van MS of een op zichzelf staande
ziekte die zich
later in MS kan ontwikkelen.
Voor zover ik weet is de enige overeenkomst
tussen mijn
buurmeisje en mij dat onze vaders allebei
duiven hielden.
Nadat ik alle reacties gelezen had vond
ik dat er toch wel
vrij veel mensen vogelachtigen gehad
hebben (parkieten en
kippen en zo)
HET ENIGE DAT IK DAAR VAN WEET IS DAT
DE HOKKEN VAN DEZE
DIEREN EEN IDEALE SCHUILPLAATS IS VOOR
TEKEN.
DAN KOMEN WE WEER UIT BIJ DE TEKENBEET
EN VOLGENS MIJ IS DE
RELATIE TEKENBEET VERSUS MS OOK AL GRONDIG
ONDERZOCHT.
37) Wat is Uw gebruik van antibiotica opgeteld geweest tussen 0-20 jaar?
UITWERKEN: geeft het optellen een betrouwbaar beeld?
Vul in: a / b / c / d
a) in totaal meer dan
12 maanden
b) in totaal tussen
3-12 maanden
c) in totaal minder dan
3 maanden
d) nooit
......
38) Wat is Uw gebruik van antidepressiva geweest tussen 0-20 jaar?
Vul in: a / b / c / d
a) in totaal meer dan
12 maanden
b) in totaal tussen
3-12 maanden
c) in totaal minder dan
3 maanden
d) nooit
......
39) Is er een periode geweest langer dan 3 jaar, tussen 0-20 jaar,
waarin U zeer overdadig zoetwaren hebt genoten (snoep).
UITWERKEN: omschrijf overdadig.
Vul in: ja / nee
......
40) Hygiene kan in bepaalde opzichten zowel meer - of juist minder
(latere) bescherming bieden tegen ziekten.
Wat is Uw oordeel over de hygiene van U zelf en
in het huis
waarin U tot Uw 20e bent opgegroeid in vergelijking
met
anderen en andere huishoudens.
UITWERKEN: roepen onderstaande antwoorden teveel
irritatie op?
Vul in:
a) bijna nooit
b) soms
c) meestal
d) zeer vaak
e) niet van toepassing of onbekend
f) normaal
Wel hygienisch:
- Aparte schoonmaakdoekjes voor wc en aanrecht
......
- Schone handdoeken
......
- Schone droogdoeken
......
- Gescheiden borden/bestek voor mens en dier
......
- Bedorven of onfris ruikend eten of drinken
......
- Handen wassen na w.c. door Uzelf
......
- Handen wassen na w.c. door gezinsleden
......
- Tanden poetsen
......
Niet hygienisch:
- Drinken uit gebruikt kopje van een ander
......
- Muizen in huis
......
- Ratten rond huis
......
- Vliegen op het eten
......
- Blaasjes in de mond bij Uzelf
......
- Nagel bijten door Uzelf
......
- Wratten knagen door Uzelf
......
- Neuspeuteren door Uzelf
......
41) Was bij U thuis t/m Uw 20e langer dan 1 jaar een open haard?
Vul in: ja / nee
......
42) Bent U als kind ooit erg ziek geworden van het eten van
vruchtjes/blaadjes geplukt van een toen voor U onbekende
plant of boom?
UITWERKEN: levert deze vraag veel moeilijkheden
op?
Vul in: ja / nee
......
43) Bent U t/m U 20e veel meer dan leeftijdgenoten in aanraking
geweest met onderstaande binnen- of buitenklimaten
en - dieren?
Bij deze vraag gaat het om Uw persoonlijk gevoel
bij het
moment dat U het heeft beleefd.
Vul in: ja / nee
- kou
...... vul in +/- ... gC
- hitte
...... vul in +/- ... gC
- tocht
......
- nattigheid (doorweekt zijn) ......
- bijen
......
- huisstofmijt
......
- muggen
......
- wespen
......
Eventuele toelichting: .....
44) Hoe vaak bent U, a.g.v. een operatie onder verdoving geweest
t/m Uw 20e jaar?
- Lokale narcose +/- ...... keer
- Totale narcose +/- ...... keer
45) Is Uw slaap gedurende een lange periode (meer dan 1 jaar)
verstoord (geweest)?
Vul in ja / nee , leeftijdperiode in jaar en de (mogelijke)
oorzaak.
Mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld:
a) gespannen/bezorgd/ongerust gevoel
b) lawaai in - of buiten het huis
- Veel te vroeg wakker of niet toekomen aan de laatste
slaap
...... van ...... t/m ...... jaar
- Veel te lang wakker gedurende de nacht of onvoldoende
slaap
...... van ...... t/m ...... jaar
46) Welke zaken hebben tot Uw eerste diagnose van MS
betrekking op Uw levensstijl ?
UITWERKEN: waaraan moet de respondent dit relateren?
Vul in: ja / nee en de leeftijdsperiode
- onderwicht hebben (noem lengte en gewicht)
- overgewicht hebben (noem lengte en gewicht)
- overwerkt zijn
- roken (noem aantal sigaretten/sigaren per dag)
- zeer ernstig gepest of getreiterd of geprest of
belaagd zijn
- zeer onregelmatig eten
47) Wat kunt U zich herinneren van het gebruikte bestek en pannen
gedurende tenminste langer dan 1 jaar?
Was een deel van het bestek van zilver?
Vul in: ja / nee
.......
Was een deel van de pannen van aluminium ?
Vul in: ja / nee
.......
---------------------------------------------------------------
Deel 4 : De eerste verschijnselen van MS
Voor de controlegroep
hebben de vragen betrekking op
het afgelopen jaar!
---------------------------------------------------------------
UITWERKEN: welke verschijnselen worden gerekend tot MS?
In de
regel ongeveer 1/2 jaar voor de diagnose?
48) Is direct voorafgaande aan het moment van de eerste verschijnselen
van MS een huisdier in huis gekomen?
Vul in: welk dier
......
49) Heeft U (nagenoeg) direct voorafgaande aan de eerste
verschijnselen van MS een zeer moeilijke mentale
periode
doorgemaakt?
Vul in: ja / nee
Gedurende meer dan een jaar
: ......
Gedurende meer dan een enkele maanden: ......
Gedurende meer dan een enkele weken : ......
Gedurende meer dan een enkele dagen : ......
Gedurende meer dan een enkele uren :
......
50) Heeft U direct voorafgaande aan de eerste verschijnselen
van MS medicijnen gebruikt?
Bijvoorbeeld antibiotica, anti-depressiva?
Vul in: ja / nee
...... ; welke ? ...... ; hoe lang ......
51) Bent U direct voorafgaande aan de eerste verschijnselen van MS
grieperig, verkouden, koortsig, geinfecteerd of
anders ziek
geweest?
Vul in: ja / nee
...... ; welke ziekteverschijnselen ? ......
52) Heeft U binnen het jaar voorafgaande aan de eerste
verschijnselen van MS een (zwaar) letsel/ongeval
gehad?
Vul in: ja / nee
Voorbeelden: wiplash, flinke nek/halswervel(s) bezering
bij bijvoorbeeld
een ongeluk in het verkeer, spelen, duiken, etc.
...... ; welke ? ......
Uit mail:
Enkele epidemiologische studies:
* Trauma and MS: a population-based cohort study
from Olmsted Couty,
Minnesota; Neurology 1993: 43: 1878-82 Siva et al.
* A prospective study of physical trauma and MS,
J Neurol Neurosurg
Psychiatry 1992; 55: 524-5
* The relation of MS to phyical traum and psychological
stress; Neurology
1999; 52: 1737-45 Goodin et al
Belangrijk is om in ieder geval te vragen of iemand
voor een
ongeluk al (vage) neurologische klachten had en
het interval
tussen het ongeval en het ontstaan van de klachten
en het beloop
van de klachten.
Dit om een goede inschatting te kunnen maken over
een mogelijke relatie.
Verder is het belangrijk dat er gegevens zijn over
een liquorpunctie
en/of MRI om de diagnose MS of demyeliniserende
ziekte.
53) Is de MS (mede) begonnen met een oogzenuwontsteking
(=neuritis retrobulbaris)?
Vul in: ja / nee
54) Heeft U nagenoeg direct voorafgaande aan de eerste verschijnselen
van MS iets anders bijzonders meegemaakt of opgemerkt?
Omschrijf Uw belevenissen of opmerkelijkheden.
......
---------------------------------------------------------------
Deel 5 : De huidige situatie en overigen
---------------------------------------------------------------
55) Wat is het effect op de MS-klachten?
Meer antwoorden zijn mogelijk.
- type
soort effect.
Voorbeeld: - schub
- stramheid
- spasticiteit
- krachtverlies/-toename
- localiteit:
- arm
- hand
- been
- voet
....
- richting en grootte:
a. Een beeindiging van alle klachten.
b. Een sterke afname van de klachten.
c. Een beetje afname van de klachten.
d. Geen verschillen.
f. Een beetje toename van de klachten.
g. Een sterke toename van de klachten.
h. Een begin van de allereerste klachten.
- duur
aangeven duur van de toepassing
aangeven duur van het merkbaar effect: ... minuten/uren/weken/maanden/jaren.
- strekking
merkbaar bij welke functies (huishouden, verkeer,
gesprekken, etc)
Voor de rol van hormomen lijken aanwijzingen naar
aanleiding van het
gebruik van hormoonpillen, zwangerschap en de verdeling
man/vrouw
met MS.
- gebruik van anti-conceptiepil
......
- gebruik van andere geslachtshormoonpil
......
(overgang, tegen ontstekingen)
- 3-9 maanden voor de bevalling (zwangerschap)
......
- 0-3 maanden voor de bevalling (zwangerschap)
......
- 0-3 maanden na de bevalling
......
- 3-9 maanden na de bevalling
......
- lage koorts
......
- hoge koorts
......
- kleine infecties
......
- grote infecties
......
- lichte psychische stress
......
- zware psychische stress
......
- lichte lichamelijk stress
......
- zware lichamelijk stress
......
- kraambed ......
- vochtige kamer
......
- vochtig buitenweer
......
- droge kamer
......
- droog buitenweer
......
- smog
......
- veel slaap >10 uur/dag) ......
- weinig slaap < 6 uur/dag) ......
- lente
......
- zomer
......
- herfst
......
- winter
......
- warm bad
- koud bad
- pijprook
......
- sigarenrook
......
- sigarettenrook
......
- zelf roken van een joint ......
- sport
......
welke sport?
......
- dieet
......
(ook aangeven op welke punten van het
dieet is afgeweken)
welk?
......
Onder andere uit http://www.ms-abc.info/:
Antroposofisch
Ayurveda-dieet
Biologisch-dynamisch
BrahmaKumaris
Eliminatiedieet
Eversdieet
gen-tech
Glutenvrij dieet
Graham-dieet Maas-dieet
MacDougall-De Vries
Macro-biotisch dieet
Ontgiften / slakken
Orthomoleculair
recepten Sapdieet / Stoffen
Spirituele voeding
Vasten-Reinigingskuren
Veganistisch dieet
Vegetarisch dieet
- hoge luchtdruk
......
- lage luchtdruk
......
- luchtdrukveranderingen ......
- "geneeswijzen"
vermeld frequentie ; leeftijd- of jaarperioden
+ effect
alternatieve geneeswijzen
- ...
- ...
- gesprekken met familie/vrienden/kennissen
* bijzonder
* algemeen
reguliere geneeswijzen
- medicijnen
welke ... ; toediening infuus/oraal
- therapeutische gesprekken welke ...
- fysiotherapie
welke ...
- sport
- voeding
- slaap
- ......
......
56) Indien U WEL heeft deelgenomen aan een allergietest, waarvoor
bleek U allergisch?
Kunt U daarbij ook de ernst aangeven?
Uitsluitend invullen indien U heeft deelgenomen
aan een
allergietest en daaruit een allergie bleek.
......
57) Welke lichamelijke oefeningen bieden U het meeste baat bij
het langdurend (tenminste 1 dag) verbeteren van
Uw lichamlijk
functioneren.
- yoga
; welke ...
- sport
; welke ...
- fysiotherapie ; welke ...
- ....
; welke ...
---------------------------------------------------------------
Deel 6 : Aanvullende voorstellen
---------------------------------------------------------------
58) Welke mogelijke oorzakelijke factoren van MS vindt U belangrijk
om nader te onderzoeken door wetenschappers?
......
59) Heeft U aanvullende opmerkingen bij deze vragenlijst?
......
---------------------------------------------------------------
Bijlage: Een aantal aandachtspunten bij het projectvoorstel.
---------------------------------------------------------------
1) Een onderzoeksinstituut voert het onderzoek uit, zodat het
onderzoek goed en grondig wordt opgezet en onderhouden.
Dit is van belang voor het onderzoek, de deelnemers
en
alle mensen met MS.
2) De enquete vindt bijvoorbeeld ook plaats via internet
(en e-mail) en optioneel ook via hard-copy formuleren
in de
verenigingsperiodieken en locale verenigingsbijeenkomsten
van de verenigingen.
Vrijwilligers zouden de gegevens van de hard-copy
formuleren
via e-mail kunnen verwerken.
3) Enqueteformulieren kunnen ook aan MS-patienten beschikbaar
worden gesteld door middel van persoonlijke uitreiking
of
toezending door:
- MS verenigingen
- Huisartsen
- Neurologen
Mogelijk is het gebruik van een door de neuroloog
verstrekte
code van belang.
4) Aangesloten zou kunnen worden bij bestaande ervaring:
- Enquetevragen:
* Psychologie/coping
* Epidemiologie
- Enquete-onderzoek:
* Met betrekking tot MS
* Via het internet
5) Andere onderzoekers en mensen met MS krijgen voldoende
gelegenheid om voorstellen te doen voor enquetevragen
of
onderzoeksdoelen van de enquete.
Deze inbreng wordt serieus op waarde geschat en
meegenomen in
de enquete.
6) Bij de mogelijke vragen zouden bijvoorbeeld vragen kunnen
worden opgenomen m.b.t. vroegere en huidige:
a) Neurologische aandoeningen.
b) Stressbeleving en verwerking.
c) Persoonlijkheidskenmerken.
d) Contacten met dieren en dierziekten.
e) Overgevoeligheden.
f) Zieken/aandoeningen.
g) Leefgewoonten.
h) Bijzondere gebeurtenissen.
7) De enquete en het programma dat de enquetevragen verwerkt
en de uitslag zichtbaar maakt, is betrekkelijk simpel
van
opzet.
8) Statistiek kan worden ingezet, maar kan betrekkelijk simpel
zijn, mede gelet op de onduidelijkheid met betrekking
tot
- De factoren die worden gezocht
- De sterke marges van bijvoorbeeld de betekenissen
van het
taalgebruik, het geheugen en de persoonlijke
belevingswereld
van vrager en van bevraagde.
Het onderzoek kan wellicht leiden tot een aantal
significante
relaties die nader, wetenschappelijk kunnen worden
onderzocht.
9) Een duidelijke toelichting per vraag (help-functie).
10) Een e-mail hulplijn en een telefonische hulplijn van het
onderzoeksinstituut bij het invullen van de antwoorden.
11) Op de formulieren wordt toestemming gegeven voor gebruik voor
onderzoek.
12) Registratiegegevens op de verwerkingsformulieren worden
zoveel mogelijk vermeden, zoals naam en adres.
13) De kosten beperken zich voornamelijk tot de opzet en het
onderhoud.
Mogelijk kan het gehele project (aanvankelijk) op
vrijwilligers
draaien.
14) De veiligheidsmaatregelen ten aanzien van privacy zijn net zo
goed als die worden toegepast bij bijvoorbeeld banktransacties
via het internet.
15) De pilot-enquete wordt gevalideerd en de pilot-enquete wordt
aanvankelijk binnen een beperkte groep getest.
Belangrijke aandachtspunten daarbij zijn:
- Worden de vragen begrepen zoals bedoeld?
- Kunnen bruikbare antwoorden worden gegeven op
de vragen.
- Levert de vragenlijst nergens te grote weerstanden/ergernis?
- Is de vragenlijst niet (veel) te lang?
Een goede mogelijkheid biedt het aanbieden
van (op elkaar
aansluitende) vragenlijsten van verschillende
formaat
(en vorm?), bij voorkeur in de vorm
van opeenvolgende
vragenlijsten.
De bevraagden kunnen dan zelf besluiten
aan welke
vragenlijst de bevraagden op welk tijdstip
willen
deelnemen.
16) Iedereen met MS kan meedoen.
17) De MS-patienten laten eenzelfde formulier invullen door
een partner of niet-familielid (controlegroep).
18) Begeleiding bij de bevraging kan eventueel ook via een
huisarts plaatsvinden.
Een huisarts bekijkt eventueel de ingevulde hard-copy
lijsten
op (on)waarschijnlijkheid.
19) Misschien zouden een aantal vragen ook aan de neuroloog
en/of huisarts kunnen worden voorgelegd in een separate
lijst,
die ook separaat kan worden ingezonden.
20) De antwoorden zouden beperkt kunnen worden door middel van
multiple choice antwoorden, waarmee de verwerking
bijna
direct ge-automatiseerd kan plaatsvinden.
21) Mogelijkheden tot mutatie van de antwoorden.
22) Via de enquete kan ook worden aangegeven hoe vragen kunnen
worden verbeterd of aangevuld.
23) Bij de vormgeving van de vragen gelden de eisen van optimale
eenvoud, overzichtelijkheid en eenduidigheid voor
het invullen
van de antwoorden.
De antwoorden worden "voorgedrukt", waarbij de repondent
uitsluitend het juiste antwoord hoeft te omcircelen
of aan te
klikken.
24) De vragen en antwoorden zijn zoveel mogelijk eenduidig en
nogmaals bruikbaar bij uitbreiding van het onderzoek
bij
bijvoorbeeld gebruik:
- Met meer (specifieke) vragen.
- In een latere periode.
- In het buitenland.
25) Er gelden voorwaarden aan representatieve aantallen per "groep"
deelnemers.
Dit betekent dat bij het ontbreken van bepaalde
groepen de
uitslag wordt vermeld als niet representatief of
helemaal niet.
26) Onbeperkte uitbreidbaarheid naar toekomst en andere landen,
taalversies zijn relatief eenvoudig.
27) Toepassingen voor andere vergelijkbare (auto-immuun) ziekten
liggen voor de hand.
Daarnaast bestaat ook een noodzakelijke vergelijking
met met
andere chronische ziekten en handicaps.
Bijvoorbeeld mede van belang waar het gaat om onderzoek
naar
(verandering van) persoonlijkheidskenmerken als
mede-oorzaak of
mede-gevolg van een ziekte.
28) Gebruikt wordt gemaakt van de vragenlijst die wordt gehanteerd
door een medisch-ethische toetsingscommissie voor
medisch
onderzoek.
Zie:
http://www.med.rug.nl/b8.htm
Zie ook:
http://www.overheid.nl/wetten/index.html :
Wet van 26 februari 1998, houdende regelen inzake
medisch-wetenschappelijk
onderzoek met mensen (Wet medisch-wetenschappelijk
onderzoek met mensen)
(Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen
[Versie geldig vanaf: 01-09-2002])
29) Afspraken over hoe de patientgegevens in een openbare database
beveiligd dienen te worden om de privacy te waarborgen.
Mogen patienten met bepaalde kenmerken achteraf
geselecteerd en
aangeschreven worden om hen aan een aparte
studie te onderwerpen?
Wie onderhoudt de databank?
30) Gedurende het gehele onderzoekstraject geldt een adequate
(heldere, transparante, toegankelijke) informering
van - en tussen
bevraagden, patientenorganisaties, onderzoekers
en financiers en
alle andere betrokkenen (personen en organisaties)
in voor ieder
zeer begrijpelijke taal.
Dit houdt in mede in: systematisch/methodisch werken.
Hier onder valt:
a. Het helder krijgen van opdrachten
(doel),
b. Strategiebepaling,
c. Toepassing van bruikbare werkvormen
(middel)
d. Het gebruik van feedback/terugkoppeling,
en daarmee het
leren van ervaringen.
Van belang is de aanwezigheid van - en toepassing
door alle
actoren (betrokkenen) van goed werkbare protocollen
en terminologie.
Hierbij kunnen van nut zijn:
- ICF = International Classification of Fuctioning,
Disability and
Health, door de WHO gemaakt.
- Aanwezigheid, toegankelijkheid en gebruik van
goed leesbare
documenties (literatuur, databanken)
omtrent onderzoeken
(resultaten).
- Methodiek ontsluiting.
Met de hulp van een eenvoudig en compleet
informatiemodel kan
de gevonden beschikbare informatie worden
gestructureerd.
* Voor zover de literatuur in computerbestanden
staat, kan een
eenvoudig een index van
alle woorden gemaakt worden.
* Beschrijvingen worden systematisch
in een bestand ingebracht,
waarna via zoekopties verschillende
structuurtypen zichtbaar
kunnen worden gemaakt.
31) Misschien is het voor de verwerking gewenst om zoveel mogelijk vragen
een puntenschaal (met vergelijkbare waardering)
te geven: 1-10.
Te raadplegen Literatuur:
* http://nature.com
* http://www.ifmss.org.uk/Research/default.asp
* http://www.msif.org/Research/default.asp
* http://www.mult-sclerosis.org/mscowboy.html
* http://www.mult-sclerosis.org/news/Dec2002/ASCTforMSPromisingResults.html
* http://www.mult-sclerosis.org/news/MonoLinkToMS.html
* http://www.mult-sclerosis.org/news/Sep2002/MedlineStressAndMS.html
* http://www.nationalmssociety.org/Highlights-BoneMarrow.asp
* http://www.nationalmssociety.org/Research-2001Feb01.asp
* http://www.nationalmssociety.org/Research-2002Apr17.asp
* http://www.ncbi.nlm.nih.gov/cgi-bin/Entrez/referer?/htbin-post/Entrez/query_old%3fdb=m&form=6&uid=11489283&Dopt=r
* Multiple Sclerose
dr. H. Dassel, dr. Ch.J. Ketelaer, dr. P. Ketelaer
1977
* Multiple Sclerose
W. Ian McDonald & Donald H. Silberberg
1986
* Multiple Sclerose
J. de Graaf, J.H. van der Hoeven, M.c. Hoogstraten, J.M. Minderhoud
1988
* Multiple Sclerose een verhaal zonder einde
Doctoraalscriptie klinische psychologie
Th. J.P.M. Bogels
Begeleiding Dr. J.J.L. Derksen
Subfaculteit Pschychologie
Katholieke Universiteit Nijmegen
januari 1990
* Multiple Sclerose
Prof. dr. J.M. Minderhoud e.a.
1999
* Samenvatting van het proefschrift van Herbert.P.M. Brok (2002),
Experimentele Autoimmuun Encephalomyelitis in de Penseelaap,
Een nieuw model voor multiple sclerose.
Uitgave van het Biomedical Primate Research Centre, Rijswijk.
ISBN 90-9015887-1