Ook tijdens sportfeesten (die ter ere van de goden werden gehouden) werden de atleten begeleid met muziek. De atleten moesten aangevuurd worden, dus werd de aulos (zie dubbelhobo) veel toegepast. Ook gaf de muziek vaak het ritme aan, waarop atleten zich bewogen, en werden dus relatief veel slaginstrumenten gebruikt. De musici zelf namen deel aan musische wedstrijden die eens in de vier jaar in verschillende plaatsen werden georganiseerd. Die spelen heetten hetzelfde als de sportfeesten die in de plaatsen gehouden werden: de "Panathaeën" in Athene, de "Olympische Spelen" in Olympia, de "Karneia" in Sparta en de "Pythische Spelen" in Delphi.
De muziekleraar leerde de (rijkere) kinderen de kunst van de lier, de fluit en de citer.
Omdat er geen muziekpartituren bestonden, werd dit onderricht gegeven op gehoor en ook
zo ingeoefend. Maar niet alleen het leren spelen was van belang, ook moest men de
invloed van de Muzen ondergaan door te luisteren naar muziek. Als een meisje
muzieklessen had gevolgd, verhoogde dat zeker haar kansen op de huwelijksmarkt.
Het leven van de burger werd namelijk helemaal bepaald door de muziek: de atleet oefende
op het ritme van de muziek (zie inleiding), de arbeider werkte op de toon van één of
andere melodie, het kind leerde al zingend, de krijger bestormde zijn vijand bij het
zingen van een lofzang, het bestaan van gevangenen werd verzacht door de muziek.
Misschien verschillen de liefhebbers van de moderne "walkman" wel niet zoveel van hun
Griekse voorouders.
De Grieken wisten dat ze hun eerste kennismaking met de muziek te danken hadden aan
hun buren uit Thracië, want de legende van Orpheus en Euridike en de eredienst van
Dionysus waren inderdaad afkomstig uit dat land.
Aan de verschillende toonladders kende Plato verschillende werkingen toe:
|
|
De Dorische toonladder zou een positieve invloed op de mensen hebben, die maakte de mens evenwichtig. De Dorische toonladder was dus ideaal voor de opvoeding. |
|
|
De Phrygische toonladder wekte de mens op tot dapperheid en had ook Plato's voorkeur. |
|
|
De Mixolydische toonladder diende voor klaagzangen, en was dus onbruikbaar, want de mens moest zich gepast gedragen en zich niet overgeven aan klaagzangen. |
|
|
De Ionische en de Lydische toonladder werkten verslappend en waren dus ook verwerpelijk. |
Ook over stemmingen had Plato zijn oordeel klaar: er waren 3 verschillende stemmingen: de diatonische, de entharmonische en de chromatische stemming. Van deze drie stemmingen vond Plato maar één stemming passend bij een Griek, namelijk de diatonische stemming. Omdat deze stemming slechts 2 toonladders bevatte, keurde Plato met andere woorden niet minder dan 19 toonladders af, omdat deze enkel door hem als "minder Grieks" werden aangevoeld !