Tijdsindeling

De cultuur van de oude Grieken wordt voorgesteld als "De eerste beschaving van betekenis in Europa, de basis van de West-Europese beschaving." De periode die ik in dit eindwerk zal behandelen is die van 800-31 v.Chr., de periode van ontwikkeling, bloei en verval in de Griekse Oudheid.

De gehele Griekse Oudheid is ingedeeld in volgende periodes:

-De Myceense periode: 1600 - 1200 v.Chr.
-De donkere eeuwen (heeft eigenlijk geen naam gekregen): 1200 - 900 v.Chr.
-De geometrische periode: 900 - 800 v.Chr.
-De archaïsche periode: 800 - 480 v.Chr.
-De klassieke periode: 480 - 330 v.Chr.
-De hellenistische periode: 330 - 31 v.Chr.
-De Romeinse periode: 31 v.Chr.- 475 n.Chr.

De Periodes die ik onder de loep neem, staan vet gedrukt.

Van de Myceense periode, de donkere eeuwen en de geometrische periode is er weinig informatie overgeleverd aan ons. Er is zeer weinig bekend over de muziek uit die tijd. De muzikanten waren priesters van de goden Apollo en Dionysus en werden goden of halfgoden genoemd, zoals bijvoorbeeld Orpheus, zoon van de muze Kalliope en Iagrus, koning van Thracië. De meeste muzikanten waren zangers.

In de archaïsche periode werden de eerste grote tempels gebouwd en ook de schilderkunst en monumentale beeldhouwkunst kwamen tot ontwikkeling. Daarom wordt de archaïsche periode de tijd van ontwikkeling genoemd. De archaïsche periode is ook de tijd van Pythagoras, die als eerst over muziek filosofeerde. Het woord "archaïsch" komt van het Griekse archè (begin) en betekent vrij vertaald "uit het begin" en is niet te verwarren met agrarisch (landelijk).

De klassieke periode was een periode van bloei. In deze periode kwamen vrijwel alle denkbare culturele uitingen tot ontplooiing: filosofie, politiek, literatuur, schilderkunst, drama (=toneel), beeldhouwkunst, architectuur en natuurlijk ook muziek. De dingen die in deze periode bereikt zijn, zijn in de loop van de geschiedenis van zoveel betekenis en invloed gebleken, dat deze periode de klassiek periode en ook de Gouden Eeuw van de Griekse oudheid wordt genoemd. De Klassieke periode is tevens de periode van de filosofen Socrates, zijn leerling Plato en dan weer die zijn leerling Aristoteles.

De hellenistische periode wordt ook wel de periode van verval genoemd. Deze tijd begint met de veroveringen van Alexander de Grote. Zijn rijk strekte zicht uit van Hellas (andere naam voor Griekenland) tot ver in het Midden-Oosten. Na verloop van tijd nam de macht van de Grieken echter steeds verder af. De leidende positie van Griekenland werd in de tweede eeuw voor Christus overgenomen door de Romeinen die Griekenland in het jaar 31 voor Christus tot een handelsprovincie van het Romeinse Rijk maakten.
Op muzikaal gebied kun je, naar mijn mening, echter niet van verval spreken. Virtuositeit werd belangrijker, er werd geëxperimenteerd met andere toonladders en muziek stond niet altijd meer in dienst van religie, dans of poëzie, maar werd ook zonder enige functie erg geliefd en gebracht. Voor het eerst werd de muziek niet "soms" opgeschreven, zoals vroeger het geval was, maar werd het systematisch iedere keer opgeschreven.

Er zijn vele discussies geweest over de vraag of je, muzikaal gezien, deze onderverdeling in archaïsche, klassieke en hellenistische periode wel kunt maken; er zouden te weinig muziekfragmenten zijn om een indeling te kunnen maken. Ik houd deze indeling toch aan, omdat je muziek - zeker muziek in de Griekse Oudheid- nu eenmaal niet los kunt zien van de andere ontwikkelingen en cultuurveranderingen in die tijd.

 

 


vorige   top