De Provence spreekt ongetwijfeld bij velen tot de verbeelding. Zon, krekels, lavendelvelden , pittoreske dorpjes, steden boordevol kultuur, lekker eten en zee en strand altijd binnen bereik . Tijd dus om af te reizen naar het zuiden en deze boeiende streek te ontdekken.
We verblijven twee weken in de residentie Les Patios in Saint- Rémy- de- Provence, een gezellig dorp in het departement Bouches du Rhône. Het is de ideale uitvalsbasis om de Alpilles, de Luberon, de Vaucluse en de Camargue te verkennen.
Hieronder volgt een reisverslagje met beschrijving van de bezochte plaatsen en bezienswaardigheden. Heb je geen zin om te lezen dan kan je mijn foto's bekijken in de fotogalerij of klikken op de fotootjes in het reisverslag.


Saint Rémy de Provence
Langs de prachtige met platanen omzoomde weg (D99) rijden we het centrum van Saint Rémy binnen. Het is er druk en de schaduwrijke terrasjes langs de boulevards doen gouden zaken. Vooral tijdens de week-ends worden ze bevolkt door begoede burgers, snobs en showbizz-artiesten die zich aangetrokken voelen door het stadje en door Caroline van Monaco
die hier haar woning heeft. Wij voelen ons hier als simpele toerist niet erg op ons gemak en verdwijnen al vlug in het oude rustige centrum : een wereld van smalle straatjes, schaduwrijke pleintjes, fonteinen, oude poorten en platanen van wel een eeuw oud.
In de Rue Hoche, vinden we het geboortehuis van de helderziende Nostradamus (1503-1566) , een simpele voorgevel met één raam in een geheimzinnig straatje. Iets verder prijkt zijn buste boven een fontein die zijn naam draagt.
Een andere beroemdheid waar het stadje prat op gaat is Vincent Van Gogh. Zijn verblijf in Saint Rémy leverde 150 schilderijen op. De plekken waar Van Gogh zijn ezel heeft neergezet om er de doeken te schilderen zijn nu aangeduid met borden waarop een reproductie van het betreffende schilderij werd aangebracht.
Ten zuiden van Saint Rémy, richting Les Baux, liggen de opgravingen van Glanum, het antieke mausoleum en de triomfpoort die samen 'Les Antiques' worden genoemd, en het klooster van Saint Paul de Mausole waar Van Gogh van mei 1889 tot mei 1890 in de psychiatrische afdeling verbleef. Al deze monumenten liggen dicht bij elkaar. Onze tijd is beperkt en kiezen voor een bezoek aan het klooster. Het bezit een kerk en een schitterende romaanse kloostergang. De kamer van Van Gogh is er gereconstrueerd met uitzicht op de graanvelden die hem zo inspireerden.
In de onmiddellijke omgeving ligt het Lac de Peiroou. We vinden er rust en verfrissing.
Op woensdag is het markt. Een echt festijn dat je zeker niet mag missen. Glimmende olijven vermengd met geurende kruiden, tapenades, oliën, kazen, stierenworsten....alles ligt er om te proeven. Na al dat lekkers kan je maag wel eens overhoop liggen.
Les Baux de Provence
Vanuit Saint Rémy nemen we de kleine toeristische route (D27) naar Les Baux. Het is een rustige en boeiende weg door en over de Alpilles, de kleine Alpen. Dit zijn krijtrotsen begroeid met steeneiken, parasoldennen, cipressen en tussen de rotsen en in spleten wortelt een variatie aan provencaalse kruiden. Naarmate we Les Baux naderen worden de uitzichten al maar wilder. Halverwege de rit pauzeren we op een grote schaduwrijke parking . In de verte, aan de overkant van een dal, zien we de gigantische rots van Les Baux, met een kasteelruïne boven een middeleeuws dorp. De natuur is zo overweldigend dat we besluiten de auto hier achter te laten en de laatste kilometers te voet af te leggen.
Het is druk rond de rots. We wringen ons tussen een massa autocars en auto's die ongetwijfeld tegen een woekertarief geparkeerd staan en beklimmen 56 (ik heb ze geteld) trappen en staan voor de poort tot het middeleeuws dorp. Boetiekjes, veelkleurige galerietjes, souvenirwinkeltjes en cafeetjes met doorkijkjes op het landschap vormen het straatbeeld. Om het dorpje zo authentiek mogelijk te bewaren moesten de etalages van de winkeltjes zo sober mogelijk gehouden worden en straten en gevels werden ontdaan van electriciteitsdraden en televisieantennes.
Een straatje dat steil de hoogte inloopt brengt ons, mits betaling van 7,50 euro pp. , bij de resten van het 13de eeuwse kasteel. We vinden er wat ruïnes van het kasteel en kerken, een waterput, wandelgangen en woonvertrekken, kapellen, een hospitaal en een duiventoren. Aan de voet van het kasteel staat ook wat middeleeuws oorlogstuig opgesteld zoals een katapult, een stormram en een schandpaal. We genieten van het schitterende uitzicht, aan de ene kant een uitgestrekte groene vlakte en aan de andere kant de rotsformaties van de Alpilles.
Fontvieille
Fontvieille is een aangenaam, lieflijk dorp. We komen er aan op de middag, het is stil en heet. Terwijl iedereen binnen achter gesloten vensters en luiken zijn siesta neemt puffen wij door de straatjes. Huizen begroeid met klimop en overal oleanders in volle bloei. Een dorpsplein met enkele gezellige cafeetjes onder lommerrijke platanen.
We volgen de bordjes 'Moulin de Daudet', de molen net buiten het dorp die zijn naam te danken heeft aan de schrijver Alphonse Daudet (1840-1897). In zijn kinderjaren bezocht Daudet voor het eerst Fontvieille waar hij geboeid raakte
door het heuvelachtige landschap met verschillende molens. Dertig jaar lang zal hij hier langs komen om de drukte van Parijs te ontvluchten. Hier schreef hij de 'Lettres de mon Moulin' , een boek dat verhalen bevat over het landelijke provencaalse leven van het midden van de 19de eeuw. In de molen is een soevenirwinkeltje ingericht. Ook de benedenverdieping, een soort kelder, kan bezocht worden. Daarin worden enkele foto's van de schrijver, en veilig achter glas, waardevol werk tentoongesteld. Voor 2,50 euro mag je langs een wenteltrapje boven in de molen klimmen van waaruit je een schitterend zicht hebt op de omgeving. We dalen richting Montauban af, het kasteel waar Daudet verbleef. Het pad wordt gelukkig wat beter begaanbaar en tussen dennen en struikgewas vinden we nog twee molens : de 'Moulin Ramet' en de 'Moulin Tissot'. In het kasteel (18de eeuw) is een Daudet-tentoonstelling ondergebracht.
Terug naar het dorp. Het leven komt op gang. Op het dorpsplein troept de plaatselijke bevolking bijeen voor een spelletje jeu de boules, boetiekjes en supermarkten openen hun deuren en in het 'Café du Moulin' drinken we een frisse pint.

Camargue
Via Tarascon en Arles rijden we naar de Camargue. De drukke D99 naar Tarascon is een mooie maar gevaarlijke met platanen omzoomde weg. Op sommige plaatsen zijn de bomen helemaal scheefgegroeid door de mistral die er door de jaren heen met volle kracht tegen inbeukte. Rond Arles is het alweer heel druk.
Wanneer we de Rhône over rijden worden we even afgeleid door een prachtig zicht op het stadje waardoor we de afslag naar de Camargue missen. We geraken hopeloos in de knoei en na heel wat omzeilingen belanden we dan toch op de brede asfaltweg (D570) die dwars door de Camargue naar Saintes- Maries- de- la- Mer leidt. De rust overvalt ons. Aan een slakkegang rijden we door het platte, kale, moerassige, en in de hete zomer door muggen verpeste gebied. In de verte zien we de eerste witte paarden en zwarte stieren staan. Ze worden gehoed door de gardians, de cowboys van de Camargue. Zij wonen in de cabanes, de kleine huisjes met lage muren en rieten daken.Vanwege de mistral zijn de huizen aan de achterkant afgerond. In de omgeving van Saintes- Maries- de- la- Mer treffen we voor het eerst een kolonie roze flamingo's aan. We hebben geluk want ze zijn er niet altijd. Het is hier overweldigend mooi. Hier willen we beslist nog eens terugkomen om het gebied te verkennen hetzij met de fiets of te paard. In de Camargue zijn immers tientallen paarden- en fietsenverhuurbedrijven.

Saintes-Maries-de-la-Mer
In de verte zien we de witte huizen van Saintes- Maries- de- la- Mer waarboven de kerk, de Notre-Dame-de-la-Mer, torenhoog uitsteekt. In de crypte van de kerk ligt de relikwie van de heilige Sara, de patroonheilige van de zigeuners die eind mei van overal ter wereld naar het dorpje afzakken om Sara te vereren . De tewaterlating van Sara en de feesten die daarmee gepaard gaan lokken jaarlijks vele toeristen.
De vele kleine, smalle straatjes in het centrum hebben alles te bieden wat de strandtoerist wensen kan : een aanschakeling van restaurants, cafeetjes, snackbars, boetiekjes en op de terrasjes zingen en dansen de zigeuners. De gardians te paard paraderen door het dorp. Aan sfeer geen gebrek.
We hebben het al gauw gezien en zakken af naar het strand. De tijd dat men hier vrij kon kamperen is al lang voorbij. Het is er rustig. Langs de zeedijk kan men 15 kilometer ver tot in Bauduc wandelen of fietsen. Het is een droomroute voor wie midden in de Camargue wil zijn. Als dagtoerist moeten wij genoegen nemen met een korte wandeling en wat pootjebaden. Ik staar over het strand en herinner me plots de vissersloepjes die hier het motief waren van een populair schilderij van Van Gogh. Tijdens zijn kort verblijf schilderde hij ook de kerk.

Maillane
Dit onooglijke dorpje ligt op enkele kilometers van Saint-Rémy.
We rijden tussen olijfgaarden, fruitbomen, graan- en maïsvelden naar het centrum en belanden op de Place Frédéric Mistral. Hoe kan het ook anders, Maillane is immers het geboortedorp van de schrijver/dichter Mistral (1830-1914). Hij werd wereldberoemd door zijn epos 'Mireio' (Mireille) waarvoor hij een nobelprijs kreeg. Hij is de medeoprichter van de Félibrige, een beweging die zich inzette voor de provencaalse taal en kultuur. Iets buiten het dorp ligt het museum dat geheel aan de dichter gewijd is. We gaan er niet binnen maar wandelen even in de mooie schaduwrijke tuin achter het statige gebouw. Er staat een imposant witstenen standbeeld van de schrijver en de paadjes zijn omzoomd met bordjes waarop provencaalse verzen van de dichter te lezen zijn. Iets verder ligt het kerkhof. We vinden er het zeshoekige graf met er bovenop de ster van de Félibrige.
In elk provencaals dorp of stadje vindt men wel ergens een restaurant, cafee, plein of straat die zijn naam draagt.

Fontaine-de-Vaucluse
Vandaag naar Fontaine-de-Vaucluse, een toeristische trekpleister bij uitstek. We bereiden ons voor op het ergste. Bij het binnenrijden van het dorp worden we een
parking ingezogen die tot onze verbazing niet eens half vol is. We wandelen langs het museum van Petraca die hier zou geleefd hebben van 1337 tot 1353 en er zijn odes aan Laura schreef, steken daarna de Sorgue over en volgen het pad dat geleidelijk naar de bron van de Sorgue klimt. Links hebben souvenirwinkels, friteskramen en snackbars die alle naar Petraca of Laura genoemd zijn, hier alweer een plaats veroverd. Rechts stroomt de Sorgue tussen rotsen, wortels en struikgewas naar beneden. Boven op een rots liggen de restanten van een burcht. We gaan stroomopwaarts en kunnen maar klimmen tot een steile rots van meer dan driehonderd meter hoog de weg verspert. We staan voor de bron, een wateroppervlak in een donkere holte. Hoe diep dat gat is waaruit al dat water te voorschijn komt heeft niemand nog kunnen vaststellen. Feit is dat het water afkomstig is uit een immens ondergronds netwerk dat ontstaan is door insijpeling van regenwater en gesmolten sneeuw.
Terug naar het dorp.Vlak achter het kleine centrum wandelen we door een doorgang in de rotsen (10 meter) die uitgeeft op de andere kant van de oever. Rust, dik groen struikgewas, geen toeristen noch souvenirkraampjes. Een hele verademing.

Gordes
Net buiten Fontaine-de-Vaucluse nemen we de richting Gordes via de zogenaamde Route Touristique die door de Vauclusevallei klimt en kronkelt.We genieten rustig.
Iets voor het dorp ligt de ingang van de Village des Bories. Dit zijn hutten met platte stenen die zonder cement op elkaar worden geplaatst. We laten de auto hier op de parking achter en stappen verder naar het dorp. De hitte nemen we erbij. Al gauw hebben we zicht op Gordes dat zich over de Luberonflank uitstrekt. Op de top ligt het versterkte kasteel en de kerk. De huizen er onder lijken aan de rots te plakken. Autocars nemen een vlugge tussenstop om toeristen de gelegenheid te bieden dit schitterend uitzicht op foto vast te leggen.
In het dorp zelf is het druk op de terrasjes , in de souvenirwinkeltjes en in de cafés. Het is prettig om te wandelen in de 'calades' zoals de kleine keienstraatjes en steegjes met arcaden hier worden genoemd . En overal, verdoken in schaduwrijke hoekjes of onder de platanen, hebben amateur-schilders hun ezel neergezet om pleintjes en fonteinen op doek te zetten.

Senanque
Vanuit Gordes nemen we de D177 in de richting van Venasque. We beginnen aan een adembenemende afdaling langs een weg die niet in haarspeldbochten naar beneden kronkelt maar bijna lijnrecht in de rotsmuur uitgehouwen is.
De weg is bijgevolg gevaarlijk en erg smal en herhaaldelijk moeten we een 'refuge' oprijden om een tegenligger te kruisen. Ik ben niet erg op mijn gemak. De opluchting is groot wanneer we in de verte in het peilloze dal en tussen de lavendelvelden de oude cisterciënzer abdij van Sénanque zien. Ik ben onder de indruk. Het is één van de mooiste Provencaals-Romaanse bouwwerken uit de 12de eeuw.
Voor 6 euro pp. krijgen we een ruim één uur durende rondleiding door een franstalige gids. We krijgen het dormitorium te zien, dit is de voormalige slaapzaal van de monniken, met muren die met prenten, plattegronden en plannen van de abdij bedekt zijn. Verder een mooie kloostergang rond de binnentuin, en de eenvoudige, sobere kloosterkerk. We blijven ook even hangen in de waardevolle boekwinkel met vele titels over het middeleeuws geloof en Romaanse kunst.
Terug buiten is het een genoegen om in alle rust om de abdij heen te lopen en het lavendelveld te bewonderen.
Arles
We rijden over Les Baux en Fontvieille naar Arles. We deden de weg al eerder maar de omgeving is zo boeiend dat het nooit verveelt. Op enkele kilometers voor het stadscentrum van Arles ligt de imposante 12de eeuwse abdij van Montmajour ietwat overdonderend tegen de weg aan. Omdat we eerder al twee abdijen/kloosters bezochten en omdat de toegangskaartjes hier nogal prijzig zijn verkiezen we onze tijd en geld te besteden aan een bezoek aan Arles.
We parkeren de auto een heel eind buiten de stad, stappen richting centrum waarbij we ons baseren op de toren van de Saint-Trophime kerk. We belanden op de Place Lamartine waar ooit het 'Gele Huis' stond waar Van Gogh 15 maand verbleef (1888-1889) en hier ongeveer tweehonderd doeken schilderde waaronder 'De Brug bij Langlois' , 'Het Gele Huis' , 'De Sterrennacht' .... We slenteren door de ontelbare straatjes waarin je eindeloos kan verdwalen en belanden op de Place de la République met de obelisk, de Perufontein (17de eeuw) en het prachtige portaal van de Romaanse Saint-Trophime kerk met een afbeelding van het 'Laatste Oordeel' centraal boven de ingang. We wandelen door naar de Arena, het pronkstuk van Arles en gebouwd in de 1ste eeuw. Het heeft twee rijen bogen en in totaal 60 openingen. Verder naar het Antiek Theater. Dit stamt waarschijnlijk uit 25 voor Chr. Het is niet meer dan een ruïne. Op de Place du Forum vinden we, buiten het standbeeld van Mistral, ook het 'Café Van Gogh' dat zijn roem te danken heeft aan het alombekende schilderij 'Caféterras bij Nacht' (Kröller-Müllermuseum in Otterlo).

top
Dit reisverslag kan u ook terugvinden op :
http://www.vakantie.nl/Artikel/Pittoresk+Provence+.html