Inleiding
in de denkologie
Het fundament van de denkologie is het besef dat mensen denken. Ze denken dat ze weten. De denkologie werd voor het eerst beschreven door de filosoof Konrad Nolens in het werk 'Twaalf Artikels - Dertien Ongelukken", dat ongetwijfeld als een standaardwerk in dit vakgebied beschouwd kan worden, omdat het eigenlijk dit vakgebied creëert.
INHOUD :
De term 'Denkologie' (Engels: 'Rationology') is samengesteld uit
twee elementen: enerzijds (rationeel) Denken, anderzijds het Griekse
'logos', wat woord of uitleg betekent.
In de Denkologie gaat het er dus om over een probleem, een situatie,
een verschijnsel na te denken, en er vervolgens een goede uitleg
aan te geven.
Hiermee onderscheid de Denkologie zich van de klassieke wetenschappen,
in de eerste plaats de exacte wetenschappen, die de zaken wel
rationeel en systematisch benaderen, maar waar wetenschappers
er nauwelijks in slagen aan de bestudeerde verschijnselen een
verstaanbare uitleg te geven.
De Denkologie is dus een wetenschap, maar zij overschrijdt de
beperkingen van de klassieke wetenschappen, en leunt dus nauw
aan bij de filosofie. Uiteraard overschrijdt de denkologie ook
de beperkingen van de filosofie. In een poging wetenschappelijk
over te komen probeert de filosofie (en andere menswetenschappen)
namelijk de wetenschappelijke methode te volgen, en laat aldus
90% van de menselijke eigenschappen en mogelijkheden links liggen
- alsof het feit dat 90% van het menselijk brein niet gebruikt
wordt al niet erg genoeg is.
In deze volkswijsheid schuilt meer waarheid dan men op het eerste zicht zou denken. Het is een gekend feit dat bijv. Einstein zich bij het ontwikkelen van de relativiteitstheorie onder andere liet leiden door de schoonheid van de vergelijkingen en formules.
Zin voor schoonheid, symmetrie, esthetiek, zijn inherent aan het mens-zijn. Dit geldt uiteraard ook voor het niet-visuele, en dat is dan ook de tweede pijler van de Denkologie : de 'logos' - de taal, de uitleg, het woord.
De denkologie maakt gebruik van alle vormen van weten, dus ook van intuïtief besef, aanvoelen, en steunt daarbij op de taal. De taal is namelijk de expressie van het denken - dus alles wat uitgedrukt kan worden is eerst bedacht, hetzij rationeel, hetzij intuïtief. Met de aandacht voor het esthetische introduceert de denkologie tevens het 'weten' van kunstenaars en andere niet-wetenschappers in de wetenschap en geeft op die manier een aanzet naar een alomvattende kennis - een ambitie die de filosofie nooit heeft kunnen waarmaken.
In die zin heeft de denkologie haar wortels in de traditie van het sofisme - een denktrant die bij het ontstaan van de Platonische filosofie verloren is gegaan onder de culturele druk van het Griekse establishment. Maar het is met platonische filosofie zoals met platonische liefde - waardevol, maar onvolledig, onvervuld, onvolkomen, onvolmaakt.
Bemerk hoe elk van deze adjectieven de stam (niet-)'vol' in zich dragen : de platonische filosofie laat een leegte achter, en het is in het vol-maken van die leegte dat de waarde van de denkologie gelegen is.
Wetenschap verklaart verschijnselen, maar dat is maar schijn.
In feite beschrijft wetenschap alleen maar.
Neem nu de zwaartekracht : de verklaring daarvoor is dat 'lichamen
elkaar aantrekken', maar waarom is dat zo ? Zomaar, uit interesse
? Omdat ze niets anders te doen hebben ? Verveling als drijvende
kracht in het heelal !
Isaac Newton
zou, zo gaat het verhaal, de zwaartekracht 'ontdekt' (eigenlijk
: uitgevonden) hebben, toen hij een appel uit een boom zag vallen.
Hij heeft vervolgens wel een goed deel van zijn leven besteedt
aan het bedenken van formules om te beschrijven hoe snel (en in
welke richting) die appel valt. De appel valt niet ver van de
boom, en dank zij Newton weten we nu ook hoe snel hij valt, en
dat is dan een van de basisbeginselen van de fysica. Maar dit
verklaart dus niet waarom die appel valt. Daarvoor verzint Newton
het verschijnsel 'kracht' - in dit geval de aantrekkingskracht
tussen twee lichamen. Zwaartekracht is dus
een verzinsel, maar het werkt.
Newton was dus eerder denkoloog dan fysicus - al besefte hij dat waarschijnlijk niet. De denkologie houdt zich namelijk bezig met het aantonen van verbanden tussen verschijnselen.
De denkoloog onderscheidt zich hierbij van de wetenschapper door zijn besef dat alle verbanden onbestaand zijn : ze worden gecreëerd in het brein van de onderzoeker. Verbanden worden gelegd, worden gecreëerd, ontstaan door de creativiteit van de denkoloog. Bijgevolg zijn de feiten van ondergeschikt belang : als er een verband kan aangetoond worden tussen twee feiten, dat doet het er eigenlijk niet toe of die feiten waar zijn.
Newton vond de zwaartekracht uit toen hij een appel uit een boom naar beneden zag vallen. Hij wist niets van ruimtevaart. Hij wist dus ook niet dat een appel in vrije val een cirkelvormige baan rond de aarde (of een andere planeet) zou kunnen beschrijven. Zijn zwaartekracht was dus gebaseerd op een onvolledige, en dus incorrecte kennis - en toch werkt ze.
Anderzijds kunnen we ons ook voorstellen dat Newton dezelfde zwaartekracht had kunnen verzinnen nadat hij gedroomd had van een peer die uit een boom viel : het feit waarop hij zijn theorie baseerde hoefde dus niet noodzakelijk 'echt' of 'waar' te zijn.
Een soortgelijk verschijnsel zien we bij de chemicus Kekulé,
die naar aanleiding van een droom over een slang die in haar eigen
staart beet, de moleculaire structuur van benzeen - de beruchte
'benzeen-ring' - bedacht en zo de grondlegger werd van de koolstof-chemie.
We kunnen onze definitie van denkologie dus verfijnen :
Denkologie is de studie van niet-bestaande verbanden tussen
al dan niet verzonnen feiten.
Aangezien verbanden pas beginnen te bestaan op het moment dat ze gecreëerd worden, zijn alle vormen van creativiteit toegelaten. Het heeft immers geen zin bij voorbaat een bepaalde methode uit te sluiten als je nog niet weet tot welk inzicht ze zal leiden. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat associatieve verbanden minderwaardig zouden zijn aan rationele verbanden, aangezien beide in se slechts verzinsels zijn, creaties van de geest die behoefte heeft aan orde in de chaos, en dus zijn eigen orde creëert. Vandaar dat de denkologie in haar methode alle vormen van kennis , en de expressie daarvan, kan omarmen in het besef dat zij kunnen leiden tot inzicht -
en als het goed klink zal het wel waar zijn.
Oorspronkelijke tekst :
Konrad Nolens, "Twelve Tracts, Thirteen Incidents"
Inleiding door K. Van Duivendam,
Useless Publications Unlimited, London - New York, 1989.
Alle rechten voorbehouden.