Oorlog
en Vrede
INHOUD :
In 57 v. Chr. schreef Julius Caesar (1) aan de Romeinse senaat : "Ik heb vrede gebracht in Gallië". Om dit te bereiken was hij eerst een oorlog begonnen, en hadden zijn legioenen zowat alle Gallische dorpen platgebrand en ongeveer 50% van de actieve bevolking gedood. Maar toen het vechten was afgelopen kon hij zeggen : "ik heb vrede gebracht".
Deze opvatting over vrede wordt nu, 2000 jaar later, nog steeds
onderschreven door vele politici. De NATO-doctrines over nucleaire
afschrikking, het ontplooien van militaire middelen om een vredesproces
te bevorderen, het zijn allemaal uitingen van dezelfde idee :
voor er vrede komt moet er eerst oorlog gevoerd worden. Deze logica
is dus minstens 2000 jaar oud, en was toen al een uitvlucht, een
denkmantel voor andere motieven.
Wat veroorzaakt agressie ? Laten we beginnen met het bekijken van een aantal illustere voorbeelden uit het verleden. Napoleon, Hitler, Alexander de Grote, ze hadden ongetwijfeld goede - of goed gevonden - politieke en economische redenen om veldtochten te gaan ondernemen. Toch is het opvallend dat zij wel, en Ximonthepes van Tracië bijvoorbeeld niet verleid konden worden om ten oorlog te trekken.
Even opvallend zijn de volgende feiten :
Een eerste, voorzichtige gevolgtrekking zou hier kunnen zijn dat agressie en militaire potentie omgekeerd evenredig zijn met sexuele impotentie en frustratie. Of : hoe slechter je sexleven, hoe groter de neiging om op de vuist te gaan.
We kunnen dus als voorlopig uitgangspunt aanvaarden dat agressie voorkomt uit sexuele frustratie. Dit is heel goed zichtbaar bij jongeren. Agressief gedrag, brutaliteit, vandalisme, vechtpartijen enz. komen bij jongeren vooral voor tijdens de puberteit. Nu is het net in de puberteit dat de sexualiteit de kop op steekt, en op zoek gaat naar bevredigende activiteiten, die niet altijd onmiddellijk voorhanden zijn.
Maar ook waar de relatie tussen agressie en een gebrek aan sex
minder uitgesproken is, is er een aantoonbaar verband.
In een moderne opvatting is vrede meer dan de afwezigheid van oorlog. Gespannen internationale verhoudingen, economische onderdrukking of politieke en economische druk op een buitenlandse regering om de eigen belangen te beschermen kunnen eveneens als daden van agressie beschouwd worden. Voor wie begaan is met natuurbehoud en ecologie is milieuverontreiniging een daad van agressie ten opzichte van de natuur, die dan ook dikwijls gepersonifieerd word als 'Moeder Aarde'. Dierenbevrijdingsbewegingen komen op voor de rechten van dieren als waren het politieke gevangenen of kinderen in sweatshops.
Al deze vormen van agressie zijn moeilijker te bevatten vanwege de verschillende expressievormen. Maar uit bovenstaande opsomming blijkt toch duidelijk dat economische belangen de drijvende kracht vormen achter deze, enn zoveel andere vormen van agressie.
Waar ligt dan het zwaartepunt van deze 'economische agressie' ? Het is gemakkelijk te zeggen dat het "de Coca-Cola" of "Unilever" Zuidamerikaanse boeren uitbuit, of dat 'de McDonald's" landbouwgrond voor voedselproductie inpalmt om er koeien op te zetten om hamburgers van te maken.
Achter deze bedrijven zitten directeurs die beleidsbeslissingen
nemen, aandeelhouders die winst willen maken, politici die de
economie van hun land willen aanzwengelen of doen groeien.
Zij zijn de agressors. Hoe zit het dan met hun sexleven ?
Om te beginnen : succesvolle managers, drukbezette
politici en invloedrijke politici hebben meestal een uitermate
drukke agenda vol stresserende bezigheden. En een overvolle agenda
is op zich al een stressfactor.
Stress is - dat weet iedereen - nefast voor een goed sexleven,
zowel fysiek als psychologisch : neiging tot impotentie en verlaagd
libido zijn het gevolg. Voeg daar aan toe dat er slechts 24 uur
in een dag zijn (2) , en wie al die tijd
besteed aan werken, eten en slapen, heeft uiteraard geen tijd
over om te vrijen.
Een feit waar we in dit verband niet aan
voorbij kunnen gaan is het verschijnsel dat macht erotiseert.
M.a.w. vrouwen vallen voor machtige mannen.
Dit wordt, al dan niet bewust, als een vaststaand feit aanvaard
door 48% van de wereldbevolking. De overige 52%, nl. het vrouwelijk
deel van de wereldbevolking, ontkent dit meestal, maar uit vakbladen
(Flair, Cosmopolitan,
) blijkt duidelijk dat deze ontkenning
iirrelevant is.(3)
Hoewel de etiquette van de 21ste eeuw het anders voorschrift,
werkt de aantrekkingskracht tussen mannen en vrouwen nog volgens
prehistorische principes : vrouwen zoeken instinctief naar een
man die
Bijgevolg worden machtige mannen aantrekkelijker, omdat zij -
beter dan hun minder succesvolle collega's - hun weg weten in
de wereld, de zaken naar hun hand kunnen zetten, voor een rijkgevulde
tafel kunnen zorgen, kortom : voor veilige en comfortabele levensomstandigheden
kunnen zogen.
Een secundair effect hiervan is dat vrouwen hun eigen succes kunnen
laten afhangen van de mate waarin ze er in slagen een machtige
of succesvolle man aan zich te binden, en met andere vrouwen wedijveren
in de verschijningsvormen van dit succes : de trophee-husband.
Maar we wijken af.
Dus aangezien macht erotiseert zou men kunnen aanvoeren dat dit eigenlijk zou moeten leiden tot een bevredigend sexleven en bijgevolg een afgenomen neiging to agressie.
We hebben echter reeds aangetoond dat dit effect tenietgedaan
wordt door tijdsgebrek en stress. Daar komt nu dus nog de factor
'frustratie' : de mogelijkheid to sex is aanwezig, maar door tijdsgebrek
en stress lukt het niet om daar ook nog een bevredigende ervaring
van te maken. En frustratie is eveneens een belangrijke aanleiding
to agressie.
Bovenstaande uiteenzetting leidt dus lijnrecht tot de conclusie dat meer bevrediging leidt tot meer vrede.
Het is niet de taak van de denkologie om concrete stappen te ondernemen ter verwezenlijking hiervan, de denkologische bijdrage bestaat er in om verbanden bloot te leggen. Maatschappelijk groepen, individuen en bewegingen kunnen dan op basis van deze conclusies meer concrete actieplannen ontwerpen.
In afwachting daarvan zijn volgende stappen aangewezen