Home > Em. Prof. Dr. Hooper: "De strijd aanbinden met MCS - London 2003"


Oorspronkelijke titel:
"Engaging with Multiple Chemical Sensitivity (MCS) - London 2003"
Auteur en Copyrights: Prof Em Dr Malcolm Hooper ©

Malcolm Hooper is Emeritus Professor 'Medicinal Chemistry', School of Health, Natural & Social Sciences, University of Sunderland, UK.
Links naar een aantal van zijn publicaties over overlappende syndromen kan men vinden op http://osiris.sunderland.ac.uk/autism/hooper2000.htm.
Hij is lid van de Royal Society of Chemistry, van de British Pharmacological Society en van de Society for Medicines Research. Daarnaast is hij Chief Scientific Advisor van de Britse Golfoorlog veteranen.

Oorspronkelijke url: http://www.satori-5.co.uk/word_articles/mcs/engaging_with_mcs.html
Door auteur toegestane vertaling voor weergave op deze website.

Dit artikel en daarin vermelde behandeling is geen medisch advies en wordt slechts ter informatie weergegeven. Wend u steeds tot uw arts voor alles wat met uw gezondheid te maken heeft. Lees de volledige Disclaimer - Wettelijk Bericht


I N L E I D I N G

Multiple chemical sensitivity, MCS, werd voor het eerst officieel erkend in Duitsland en is nu opgenomen in de Duitse uitgave van de International Classification of Diseases, ICD-10 van de WHO, onder code T 78.4. Het is interessant op te merken dat dit een code is voor 'allergie, anders niet gespecifieerd'.

Het recent rapport 'Allergy the Unmet Need' (Royal College of Physicians, June 2003) noteert de gigantische toename van allergie in het Verenigd Koninkrijk, waar nu 1 op de 3 personen – goed voor een totaal van 18 miljoen mensen – een of andere vorm van allergie heeft. Van deze 18 miljoen, lijden er 3 miljoen aan zware allergieën die levensbedreigend kunnen zijn en spoedbehandeling vereisen.

De uitgave van het rapport van het Royal College of Physicians viel samen met de publicatie van een ander, zeer omvangrijk rapport van de Royal Commission on Environmental Pollution, 24ste rapport, 'Chemicals in Products: safeguarding the environment and human health'. Dit rapport identificeert de noodzaak van een degelijk inzicht in de gezondheidseffecten van nieuwe chemicaliën die algemeen gebruikt worden in de samenleving en die alomtegenwoordig zijn in de omgeving. Zo'n 30.000 chemicaliën met weinig of geen [gegevens over] toxicologie moeten nu onderzocht worden, een enorme opgave.

Ik denk niet dat deze rapporten geen verband houden met elkaar. De toename in allergie, chemische toxiciteit en MCS is consistent met de verontrustende gegevens in deze rapporten. De Duitsers zijn in elk geval de juiste weg ingeslaan. Wanneer we MCS moeten aanpakken als een kenmerk van gezondheidszorg in onze moderne samenleveningen, en nog meer van ontwikkelende economieën waar soms naar verwezen wordt als de Derde Wereld, dan moeten we nieuwe manieren vinden om MCS en gerelateerde ziekten te diagnosticeren en te behandelen. Anders zal een erfenis van slechte gezondheid toegevoegd worden aan de lasten van de Derde Wereldlanden en van de armen in alle samenlevingen.

In de VS kwam de officiële erkenning onder de vorm van rapporten van het Department of Justice, het Department of Housing and Urban Development en het Department of Education, die wat hun bevoegdheden betreft MCS aanvaarden als een legitieme aandoening (CFIDS Chronicle, 1997). Bij het American College of Physicians begint medische tegenstand tegen MCS weg te smelten. De American Medical Association, de American Lung Association en het Environmental Protection Agency verklaren: “Eisers moeten niet afgewimpeld worden als psychogeen en een grondige workup is essentieel….” . Onderzoeken van grote populaties tonen dat 16 tot 33% van de mensen sensitief zijn aan dagdagelijkse chemicaliën.

Een consensus-rapport van 89 artsen (University of Illinois at Chicago, 2001) definieert MCS als een chronische aandoening die waarvan de symptomen

  1. reproduceerbaar optreden
  2. in respons op lage niveau's van blootstelling
  3. in response op meervoudige niet gerelateerde chemicaliën
  4. vebeteren of ophouden wanneer uitlokkers verwijderd worden
  5. optreden in meervoudige orgaansystemen.

In het Verenigd Koningrijk wordt door het medisch establishment over het algemeen weerstand geboden tegen MCS, op een paar eerbare uitzonderingen na. Een belangrijke review door Gravelling et al (1999), en een monografie van de British Society for Allergy, Environmental and Nutritional Medicine (2001), verschaffen substantieel bewijs voor erkenning van MCS als een organische ziekte die gediagnosticeerd en doeltreffend behandeld kan worden. Van Ashford en Miller (1998) verscheen een belangrijk handboek dat een goed inzicht verschaft in MCS.

De triggering event [op gang brengende gebeurtenis] voor MCS wordt vaak geassocieerd met blootstelling, gewoonlijk op een hoog niveau, aan één enkele chemische entiteit of een commercieel product dat samengesteld is uit een complexe mengeling die vaak geacht wordt inert te zijn. Daarop ontwikkelt zich dan wijdverspreide sensitiviteit aan zeer lage dosis blootstellingen van een grote waarier van behoorlijk verschillende chemicaliën. Dit stelt clinici, toxicologen, allergisten en medische chemici voor een belangrijk probleem.

Ons eigen werk, Figuur 1, identificeert MCS als een van de verschillende erkende overlappende syndromen (Merck 1999; Hooper, 2000, 2003; zie ook Donnay 1997), die een gemeenschappeljke kern van biochemische disfuncties gemeen hebben waarin darm-, zenuw-, immuun- en endocriene systemen betrokken zijn.

 

'???' : Veel andere symptomen kunnen hier aan toegevoegd worden. IBS (irritable bowel syndrome), koolstofmonoxide vergiftiging, andere pesticide vergiftiging vb pyrethroiden, post polio syndroom, post viraal vermoeidheidssyndroom.

Legende: OCs = organochlorine pesticides; OPs = organofosfate pesticides; FMS = Fibromyalgia Syndroom; HPA = Hypothalamus-Pituitary(hypofyse)-Adrenale as

Figuur 1. Overlappende syndromen die een gemeenschappelijke kern delen van biochemische gebreken  

Het is interessant om vast te stellen dat veel gofloorlogveteranen (Proctor, 2000; Wessely et al, 2001), OP en pesticide vergiftiging hebben (Richardson, 2001) en dat veel ME-CVS, fibromyalgie (Donnay, 1997) patiënten toegenomen en invaliderende chemische sensitiviteiten rapporteren.

De symptomen die gedeeld worden door een aantal overlappende syndromen worden weergegeven in Tabel 1. Hoewel er verwarring en soms verhit debat heerst over het bestaan van CFIDS [Chronic Fatigue and Immune Disfunction Syndrome], de Amerikaanse term voor ME-CVS, MCS en OP [Organofosfate Pesticide] vergiftiging, is er vandaag de dag geen discussie meer over de neurologische ziekte MS, multiple sclerose, of de immunologische ziekte HIV-AIDS. Deze gegevens onderstrepen de meervoudige systeem aard van deze chronische ziekten.

Tabel 1: Gemeenschappelijke symptomen gedeeld door zeven verschillende chronische ziekten

tabel 1

Sommige instanties en dokters die insisteren op een psychiatrische diagnose hebben een terminologie ontwikkeld die de vragen rond MCS en andere overlappende syndromen vetroebelen. Gewoonlijk levert een batterij van standaard testen, voorzien om klinische investigaties te ondersteuenen, weinig of geen positieve resultaten op, wat resulteert in het besluit dat er 'niets mis is met de patiënt'. Afwezigheid van bewijs is echter geen bewijs van afwezigheid. Er wordt geen aandacht besteed aan de beperkte aard van de tests. De standaard schildklier test(s) zijn bijzonder beperkt en recent werk van Holland, (European Laboratory of Nutrients, Baiser et al, 2000; Downing, 2000), heeft aangetoond dat een oudere test, die een 24 uren urine staal vereist, veel accuratere en betrouwbaardere tests oplevert. Nutritionele tekorten, meerbepaald van selenium, hebben een grote impact op de omzetting van thyroxine (T4) op het veel meer aktieve 3,5,3’-iodothyronine (T3).

Nieuwe acroniemen worden uitgevonden om medische onkunde of gebrek aan bereidwilligheid om deze ziekten aan te pakken, te verbergen. Vandaar: SSIDC (signs and symptoms of ill-defined conditions), dat de voorkeur geniet van het War Pensions Agency, PUPS (persistent unexplained physical symptoms), MUPS (multiple unexplained physical symptoms), gebruikt door het Medical Assessment Panel van de Gulf Veterans Illness Unit (Lee et al, 2000, 2002, 2003).

C H E M I S C H E       B L O O T S T E L L I N G E N

Het rapport van de Royal Commission erkent het falen van de zelf-regulatie in de chemische industrie en verschaft voorbeelden van lessen die niet geleerd werden uit onderzoeken van het verleden. Daartoe behoort het enorme probleem van organochlorine verbindingen die voor het eerst gebruikt werden als krachtige insecticides. De uitgebreide, wereldwijde impact van deze verbindingen, kreeg voor het eerst publieke aandacht in het baanbrekend boek van Rachel Carson, Silent Spring (1962), en zou de chemische industrie en aanverwante industrieën die farmaceutica, herbicides en pesticides, voornamelijk DDT, produceren gealarmeerd moeten hebben. Maar neen! Nu hebben we organochlorines die wijdverspreid zijn in het menselijk vet, in die mate dat we letterlijk niet geschikt zijn voor consumptie. Ons vlees zou niet verkocht kunnen worden in de winkel – het zou verboden worden als te zwaar belast met toxische materialen. De biologische halfwaarde van deze verbindingen is van de ordegrootte van 50 jaar, zodat we, van zodra we gecontamineerd zijn, getekend zijn voor het leven. De Inuits, wiens dieet vooral bestaat uit vet vlees van zeehonden en vis, dragen een van de hoogste loads van organochlorines en borstvoeding is beperkt door zulke contaminatie omdat de moeder de toxische verbindingen aan haar pasgeborene voedt!

De contaminatie van onze voedselketen door organochlorines beperkt nu het oogsten van essentiële omage-3 vetzuren van vette vis, zalm, forel, makreel, sardienen en dergelijke. In een wrede ironie, kan de aanbevolen consumptie van visolie toxisch blijken te zijn door de graad van contaminatie. Wanneer zulke oliën gekocht worden is het belangrijk te weten of er organochlorine verbindingen in zitten – vraag het, en als er geen informatie komt, koop dan elders. Niettegenstaande dit, blijven toxische verbindingen uitgebracht worden.

Het dioxineverhaal is een ander nuttig voorbeeld. Deze organochlorines -- 2,3,7,8-tetrachlorodibenzo[b,e][1,4]dioxine is de best bekende -- zijn nevenprodukten van de productie of verbranding van chlorofenolen die gebruikt worden in de landbouw als antiseptica. Het groeiende bewustzijn van de toxiciteit van dioxines heeft geleid tot een progressieve reductie in de blootstellingsniveaus aan deze verbindingen, van nanogram, 10 -9 g tot picogram, 10-12 g hoeveelheden. Dit heeft de Amerikaanse militairen er niet van weerhouden om excessieve ziekten te contesteren, die variëren van kankers tot geboorteafwijkingen en de niet-specifieke symptomen in Tabel 1, onder Vietnam veteranen, als gevolg van het gebruik van Agent Orange. Pas na 20 jaar werd toegegeven dat het gebruik van Agent Orange, een ontbladeringsmiddel dat slechts sporen van dioxines bevat als nevenproduct van het produktieproces (Bertell, 2000, Brown, 2001) [onvolledige zin in Engelse versie van de tekst]. De hormoon verstorende eigenschappen van dioxines die vrijkomen bij een explosie op een produktieplant te Seveso in Noord-Italië waren verantwoordelijk voor een verandering van de ratio van geboorten van meisjes tot jongens die steeg tot 3:1 bij de vroege geboorte cohorten. Geboorte-ratios lijken zich nu te normaliseren. Maar er is nog steeds een tekort van mannelijke kinderen, wat een wereldwijd fenomeen is dat geassocieerd is met chemische blootstelling van de moeder terwijl het kind in utero is (Montague, 1998).

Vergiftiging met zware metalen is een andere wereldwijd gevaar gebleken. De recente grote toename in autisme in de VS, vooral in Californië, wordt sterk geassocieerd met de toegenomen dosis thiomersal, een kwik bevattend bewaarmiddel dat ethylkwik vrijmaakt in het lichaam, en dat vaak gebruikt wordt in vaccins (Geier and Geier, 2003; Boyd Haley, DAN Conference, 2003). Kwik contaminatie van watergebieden kan zelfs bij lage niveaus ernstige gezondheidseffecten hebben vermits anorganisch kwik terwijl het opklimt in de voedselketen omgezet kan worden in veel neurotoxischer organische kwikverbindingen, methyl en ethylkwik. Minamata ziekte was het gevolg van precies zo een omzetting samen met een massale toename in de concentratie van methylkwik in schaaldieren, die een belangrijk onderdeel vormden van het dieet van de mensen die rond Minamata Bay woonden (Tsubaki en Irukayama, 1997). Kwikcontaminatie van tonijn, zwaardvis en andere grote prooivissen is nu een zaak van algemeen belang en beperkt de consumptie van deze vis die een bron is van essentiële omega-3 vetzuren.

Arsenicum is veel ruimer verspreid in de menselijke omgeving dat vroeger gedacht werd. Watervoorraden zijn op vele plaatsen ter wereld gecontamineerd en kunnen toxische niveau's bereiken die tot alle klassieke symptomen van arsenicumvergiftiging leiden – dit is in het bijzonder het geval voor Bangladesh, maar arsencium-niveaus zijn in veel landen hoog, waaronder de VS. Aanbevolen niveaus werden naar beneden bijgesteld tot 10ppb [parts per billion] (WHO 2001).

Dr Dick van Steenis voerde verschillende studies uit van de uitstoot van afvalverbrandingsovens en crematoria die resulteren in de toxische uitstoot van zware metalen en andere deeltjes onder 2,5 micron. Deze deeltjes dringen diep in de longen door en voeren zo toxisch materiaal binnen in het lichaam. Koolstofdeeltjes zijn ook een krachtige bron van destructieve vrije radicalen waarvan bekend is dat ze zeer schadelijk zijn voor de gezondheid (zie inter alia, Van Steenis 1999,2002).

Dr Chris Busby (1995, 2000, 2003) van de low level radiation campaign, www.llrc.org ,heeft in samenwerking met wetenschappers van overal ter wereld een belangrijk rapport gemaakt, ECRR (2003) dat de gezondheidseffecten herevalueert van geïoniseerde straling die vrijkomt van nucleaire testprogramma's en van de nucleaire industrie. Het rapport berekent dat de schadelijke gezondheidseffecten van zulke blootstellingen verantwoordelijk zijn voor 62 miljoen extra doden wereldwijd. Een hoge prijs voor het mislukte nucleaire experiment.

       
...

Figuur 2: Aantal doden door medische fouten (verkeerde medicatie of dosis)
en van ONVOORZIENE negatieve effecten van medicatie in Engeland en Wales, 1990-2000.

De negatieve effecten van moderne medicijnen nemen snel toe en zijn bijna zeker ondergerapporteerd (Eaton, 2002). Figuur 2 toont een zesvoudige toename van het aantal doden door onvoorziene negatieve effecten van verbindingen die uitgebreid onderzocht waren en waarvoor aanzienlijke toxicologische gegevens zullen verzameld zijn en trials op gezonde en zieke personen uitgevoerd werden. Zelfs met al deze zorgvuldige wetenschap kunnen zich onvoorziene en ernstige gebeurtenissen voordoen.

Samengevat, is onze omgeving zwaar vervuild met een brede verscheidenheid van chemicaliën en we hebben praktisch geen inzicht in de toxische effecten van de meesten daarvan. Er is aanzienlijk bewijs om aan te tonen dat velen ervan negatieve gezondheidsefecten kunnen veroorzaken en hun gebruik zou ernstig beperkt moeten worden of de verbindingen zouden van de markt gehaald moeten worden. We gaan door met het uitbrengen van nieuwe chemicaliën in onze omgeving tewijl we meer techonologische oplossingen zoeken voor echte of ingebeelde problemen. Zoals recent breedspectrum herbicides, nieuwe nucleïnezuren, en eiwitten die geassocieerd worden met de producten van genetisch gemanipuleerde teelten.

Het is belangrijk te erkennen dat gewoonlijk alleen individuele chemicaliën getest worden. De bevolking wordt echter blootgesteld aan de actieve scheikundige stof die deel uitmaakt van de formule van een afgewerkt product. Dit introduceert verdere toxische mogelijkheden. De andere producten in de bereiding kunnen op zich toxisch zijn en/of synergistisch ageren met de actieve verbindingen om de toxiciteit ervan massaal te verhogen. Dit was zeker het geval met organofosfate pesticides die bereid waren met bekende toxische verbindingen zoals fenolen, chlorofenolen, epichlorhydrine en organische aromatische koolwaterstoffen zoals toluenes en xyleen. De fenolen werden uit de formule teruggetrokken in 1993. Een ander voorbeeld is de identificatie van de cardiotoxische eigenschappen van de surfactans die gebruikt wordt met glufosinaat, een herbicide dat veel gebruikt wordt met sommige GM [Genetically Modified = genetisch gemanipuleerde] teelten (Koyama et al, 1997). Zeer vaak is het onmogelijk te achterhalen wat de juiste chemische aard is van de verbindingen die gebruikt worden in de formuleringen van een actieve verbinding – ruwe mengsels van verbindingen worden algemeen gebruikt, spoor-onzuiverheden zijn onbekend en alleen de algemene kenmerken van deze verbindingen zijn bekend.

MCS is één gevolg van de algemene verspreiding van talloze nieuwe chemicaliën, gewoonlijk in complexe en vaak slecht gedefinieerde mengsels, waarvan velen een respons kunnen teweegbrengen ofwel onmiddelijk, ofwel volgend op de ontwikkeling van full-blown MCS.

Het hele milieu, bodem, water, lucht en voedsel, is gecontamineerd en drastische actie is nu nodig om de huige zeer onbevredigende situatie weer in orde te brengen.

T E W E E R B R E N G E N    V A N    M C S

Veel mensen met MCS kunnen een gebeurtenis identificeren waarbij ze een grote blootstelling aan een toxische chemische stof meemaakten zoals een pesticide die buiten of in het huis gesproeid werd. Soms kan het het gevolg zijn van de behandeling van aangrenzende eigendom of van een dakruimte waarbij grananties gegeven worden dat het materiaal "veilig" is. Dit wordt gevolgd door toenemende sensitiviteit voor dezelfde of gerelateerde chemicaliën en uiteindelijk voor vrij diverse chemicaliën in zeer verschillende omstandigheden. Onder Golfoorlogveteranen [GWVs of Gulf War Veterans], is er een toegenomen incidentie van chemische en meervoudige chemische sensitiviteit (Wessely et al 2001, Proctor, 2000). Meer dan 40 mogelijke slagveld blootstellingen (1990-1) werden geïdentificeerd (IOM, 2000) waaronder de belangrijkse vaccins, pyridostigmine bromide (anti-zenuwgas profylaxis), pesticides (organofosfaten, pyrethroiden, lindaan), zenuw agens (sarin, tabun ,VX), verarmd uranium, olie en rook (Hooper, 2000). Vaak ontwikkelde zich chemische sensitiviteit aan parfum, gedragen door echtgenoten, kinderen en vriendinnen waarvan de veteranen voorheen konden genieten, en/of aan petroleumdampen die voorheen geen probleem waren (Miller, 2000; Meggs, 1999). De scheikundige eigenschappen van parfums en petroleumproducten is uitgebreid en variabel maar vaak verschillend van de scheikundige samenstelling van de pesticiden en vaccins en andere belangrijke Golf blootstellingen.

Chronisch lage dosis bloostelling aan chemicaliën die mogelijks niet duidelijk zijn voor de persoon kunnen echter ook tot MCS leiden.

W A T    i S     E R    A A N     D E     H A N D   ?

De raadselachtige vragen die door MCS opgeworpen worden vereisen een nieuw inzicht in de lichaamsprocessen die vreemde chemicaliën verwerken. Belangrijke overwegingen zijn:

  1. Metabolisme van vreemde verbindingen in het lichaam

    1. De lever is het belangrijkste orgaan van metabolisme dat algemeen gesproken in twee fazen verloopt. Tot andere metabolitische plaatsen in het lichaam behoort de darmwand en er zijn kleine bijdragen van andere plaatsen.
    2. Fase 1 verloopt door oxidatieve processen waarin cytochroom P450 enzymen betrokken zijn die geïnduceerd kunnen worden om een hoge belasting aan te kunnen van een vreemde verbinding of door sommige medicijnen of chemicaliën, vb. barbituraten. Ze kunnen ook geïnhibeerd worden door sommige chemicaliën of medicijnen, vb. Cimetidine - dit kan leiden tot toegenomen toxische effecten.
    3. Deze enzymes staan onder genetische controle en deze genetische variabiliteit, bekend als polymorfismen, verschaft een inzicht in waarom sommige mensen meer vatbaar zijn aan sommige chemicaliën, resp. sommige chemicaliën beter aankunnen dan andere personen.
    4. Deze enzymes genereren hoog reactieve tussenschakels die gewoonlijk vrije radicalen zijn met aanzienlijk potentieel voor het veroorzaken van weefselschade.
    5. In Faze 2 metabolisme, combineren deze Faze 1 reactieve tussenschakels snel in een waarier van eenvoudige verbindingen, sulfaat, aminozuren, glucoronzuur om verbindingen te vormen die veel minder reactief en over het algemeen meer wateroplosbaar zijn en die kunnen uitgescheiden worden in de urine. Een belangrijke secundaire route van uitscheiding, vooral van vetoplosbare verbindingen, is via de gal en zo in het spijsverteringskanaal.
    6. Als Faze 1 metabolisme de capaciteit van Faze 2 metabolisme overtreft, zal er een opbouw zijn van reactieve zuurstofzuursoorten. De vervolgens plaatsvindende oxidatieve stress zal ernstige nadelige gezondheidseffecten hebben. Zo'n 80% van de ME-CVS patiënten lijden aan oxidatieve stress als gevolg van belangrijke detoxificatieproblemen (Rigden, 1999).
    7. Als de drempel triggering enzym-inductie, voor om het even welke reden, verhoogd wordt, dan zouden toxische verbindingen in het lichaam opstapelen en de verwijdering zou traag verlopen (Mellish, 2001 en ongedateerd).


  2. Allergie en MCS

    Het in verband brengen van MCS met allergie is het voorwerp van aanzienlijk debat, zich voornamelijk toespitsend op de definitie van allergie. Een algemeen schema erkent vier soorten van allergische/hypersensitiviteits-reacties (Kuby, 1997).

    1. Type 1 - wordt gemedieerd door immunoglobuline E. IgE is quasi onmiddellijk, 2 - 30 minuten, en leidt tot systemische anafylaxis die levensbedreigend kan zijn of tot meer gelocaliseerde anafylaxis, insectenbeten, hooikoorts, astma, netelroos, eczeem, voedselallergieën. IgE interageert met specifieke cellen, basofielen en mastcellen die gestimuleerd worden om krachtige vaso-actieve mediatoren zoals histamine, leukotrienes etc. af te scheiden.
    2. Type 2 - wordt gemedieerd door antistoffen. De antistoffen IgG en IgM vallen plaatsen aan op de cellwanden, wat leidt tot totale vernietiging van de cell. Dit proces duurt langer, 2 - 8 uren. De celvernietiging/schade kan zeer ernstig zijn. Voorbeelden zijn reacties op bloedtransfusies en sommige types van anaemie.
    3. Type 3 - hier is IgG (antigen antilichaam) complex formatie mee gemoeid; treedt op in 2 - 8 uren. Het antigen-antilichaam complex slaat neer in verschillende weefsels en induceert een ontstekingsreactie. Voorbeelden zijn een aantal chronische ziekten, glomerulonefritis, rheumatoide artritis, systemische lupus erythematose. Een uitgestelde respons op insectenbeten of vaccins kan volgens dit mechanisme werken.
    4. Type 4 - cell-gemedieerde hypersensitiviteit is traagn 24 - 72 uren. Hierbij zijn gesensitiseerde immuuncellen, speciale T-cellen, betrokken, die chemische boodschappers, cytokines, vrijgeven, die andere immuuncellen activeren die directe cellschade veroorzaken. Contact dermatitis, tuberculaire laesis, verwerpen van transplantaties zijn voorbeelden van dit type.
    Het is niet ongewoon dat één enkele chemische stof of een groep van chemische stoffen meer dan één type van allergische respons kan induceren, vb penicilline kan type 1 - 4 reacties veroorzaken.

  3. Meggs (1999) beschouwt allergie, hierboven gedefinieed als Type 1, en MCS als tegengestelde kanten van hetzelfde muntstuk die een gelijkaardig mechanisme delen.

    1. De respons op een allergeen of een chemische irritant is niet beperkt tot de directe plaats van toepassing of binnenkomst [van het lichaam]. Zo wordt het astma van 2% van astma-patiënten uitgelokt door het eten van bepaald voedsel. De inoculatie van de darm leidt tot een respons in de longen - Meggs noemt dit switching. Bijensteken kunnen leiden tot een veralgemeende reactie waarbij het hele lichaam betrokken is en niet enkel het lokale gebied van de bijensteek zelf. Op gelijkaardige manier, kunnen chemicaliën die geïnhaleerd worden een diverse symptomatologie veroorzaken, geassocieerd met het centraal zenuwstelsel, hoofdpijnen, pijnen, huiduitslag en maag-darm stoornissen. *
    2. Adaptatie is een vier-fazen sleutelbegrip in chemische blootstellingen, dat al bekend is van in de jaren 1950:
      1. Faze 0 - blootstellingen worden getolereerd zonder ziek te worden.
      2. Faze 1 - blootstelling leidt tot meervoudige klachten zoals hoofdpijn, misselijkheid, jeuk, flushing
      3. Faze 2 - ontsteking treedt op in een of meer organen, rhinitis, astma, artritis, myositis (inflammatoire spierziekte) enz. Toegenomen lage dosis blootstelling in deze faze, zal de ontstekingsaandoening(en) verspreiden.
      4. Faze 3 - fibrosis met weefselschade, onomkeerbare longschade, geavanceerd astma, misvormende artritis enz. Alle belangrijke systemen kunnen getroffen zijn, spier- en skeletstelsel, ademhalingsstelsel, cardiovasculair stelsel, maagdarmstelsel, genito- urinair stelsel, zenuwstelsel.
      Het verwijderen van de irriterende chemische stof(fen) zal leiden tot herstel, behalve in faze 3.
    3. Conditionering is een kenmerk van MCS. Bij chemische sensitiviteit zijn de meest vaak voorkomende klassen van chemicaliën die een reactie triggeren, vluchtig en geurend. De geurdrempel is vele malen lager dan de chemische irritatiedrempel en dit kan het grote verschil verklaren in blootstellingsniveau's die zich ontwikelen bij MCS-patiënten.
    4. In essentie, is het zo dat chemische irritanten binden aan receptoren van ongemyeleerde C-vezels van waarnemingszenwuwen die aangetroffen worden in de darm, luchtwegen, ogen en het genito-urinaire systeem. Deze zijn talrijker bij patiënten met MCS. Binding triggert de vrijgave van substantie P (voor pijn) en andere onstekingsmediatoren door interactie met mastcellen, Figuur 3. De daaropvolgende neurogene ontsteking kan switchen naar andere plaatsen in het zenuwstelsel, Figuur 4.


    Figuur 3. Binden van chemicaliën aan C-vezels triggert een
    ontstekingsreactie



    Figuur 4. Switchen van respons via het centraal zenuwstelsel
    (CNS = central nervous system)

    Meggs maakt gebruik van gegevens van studies op GWVs (Gulf War Veterans - golfoorlog veteranen) en rapporteert de uitgebreide intolerantie voor benzine, diesel en oliën zowel als uitlaatgassen. Veel veteranen beschijven hun respons als een verlies van awareness [bewustzijn, besef] ('spaced out', versuft zijn), verlies van motorische controle en ataxie. In sommige gevallen was dit zo uitgesproken dat autorijden gevaarlijk werd. Sommige veteranen zijn nu niet meer in staat hun auto bij te tanken aan een benzinestation omdat dit hen incapabel zou maken om veilig te rijden.

    Mortaliteitsstudies bij GWVs tonen aan dat er een overmaat is van doden ten gevolge van motorvoertuigen. Aangezien dit door het MOD en DOD (Department of Defence, USA) afgedaan werd als een erfenis van militaire dienst die resulteert in extravagant en risico-zoekend gedrag en het onvermogen om om te gaan met de terugkeer naar een burgerleven, werd geen andere verklaring gegeven. MCS biedt een andere veklaring die beter past met het bewijs en de militaire training die vereist dat buitensporige risico's vermeden worden en die bewustzijn en beheersing van het motorvoertuig van opperste belang maken.

  4. TILT, Toxicant Induced Loss of Tolerance.

    Ashford en Miller (1998) en Miller (2000) introduceren dit nieuw concept waarbij een gemeenschappelijk mechanisme gepostuleerd wordt voor zowel drugverslaving als meervoudige chemische intolerantie (hun naam voor MCS) maar met tegensgestelde responsen: verslaving (een vraag naar regelmatige en herhaaldelijke dosissen) en abdicatie (vermijden van een substantie). In beide gevallen is het de bedoeling onthoudingssymptomen die geassocieerd zijn met afwezigheid of aanwezigheid van de substantie te vermijden. De basisgedachte wordt uiteengezet in Figuur 5 waarbij de normale response op een stimulant (vb caffeïne) een stimulatie met zich meebrengt die gevolgd wordt door herstel. 'Loss of tolerance' (verlies van tolerantie) leidt tot een toegenomen respons, die leidt tot alternatieve strategieën, abdicatie (vermijden) of verslaving (persisterende bekrachtigende dosissen).

    Voor het staven van TILT, steunt Miller - net als Meggs - zwaar op gegevens van studies van GWVs (Gulf War Veterans - Golfoorlogveteranen). Zij vestigt in het bijzonder de aandacht op de concomitante ontwikkeling van een aantal cravings voor chocolade, suiker en caffeïne bij GWVs. Dit fenomeen werd nog niet eerder toegelicht.

    Een ander aspect van de voorgestelde relatie tussen abdicatie en verslaving is dat dopaminergische, 5-hydroxytypamine, 5-HT en opioide neurale paden in de hersenen geassocieerd zijn met verslaving en met de respons op verslavende drugs en voedsel. Diezelfde paden zijn beschadigd bij GWVs. Zie hieronder.




    Figuur 5. TILT - relatie tussen abdicatie en verslaving

    Ashford en Miller (1998) vestigen ook de aandacht op het transport van vluchtige of geaerosoliseerde geïnhaleerde substanties door intraneuronaal transport langs het olfactorisch kanaal recht in het limbisch systeem. Dit laat de bloed-hersenen barrière links liggen en introduceert de verbindingen rechtstreeks in diepe (stille) hersesenstrukturen waar vele elementaire lichaamsresponsen beheerd worden. Dit deel van de hersenen wordt ook de "reptiele" of "palaeolitische" hersenen genoemd omdat gelijkaardige strukturen met gelijkaardige funkties aangetroffen worden bij veel lagere dieren.



  5. De bloed-hersenen barrière

    Dit slaat op de endotheelcellen die de binnenbekleding vormen van de bloedvaten in de hersenen, Figuur 6. De cellen bezitten nauwe doorgangen die de toegang van verbindingen van het bloed in de hersenen aanzienlijk beperken. Dit is een beschermend mechanisme dat toegang tot de hersenen beperkt van biologische en chemische toxines die opgegeten of geïnhaleerd worden, of die gegeneerd worden door infectie, in andere delen van het lichaam of door verwonding. Er zijn selectieve transportmechanismen die neuronale en andere cellen voorzien van essentiële nutriënten.

            Figuur 6. Bloed-Hersenen Barrière

    Nauwe celdoorgangen worden ook aangetroffen in andere weefsels, voornamelijk in de darm en de longen. Deze bescherming beperkt transport door de darmwand (toxines en infecties in voedsel en water) en in de longen (geïnhaleerde toxines).

    Het omzeilen van de de bloed-hersenen barrière door het intraneuronaal transport via het olfactorisch kanaal zorgt ervoor dat toxines rechtstreeks toegang hebben tot de hersenen.

    Nauwe celdoorgangen kunnen geopend worden door een aantal bacteriële en virale toxines en door sommige chemicaliën waaronder organofosfaten en pyrethroïden zelfs bij zeer lage concentraties. Een zeer recente in vivo studie bij muizen waarbij geavanceerde massa-spectrometrie technieken gebruikt werden (Vogel et all, 2002) stelde vast dat hoeveelheden van parathion of permethrin van attomolaire,
    10-18 molair, concentraties, de bloed-hersenen barrière openden en het transport naar binnen in de hersenen van een markerstof, diisopropylfluorofosfaat, met 20% deed stijgen. Deze minuscule hoeveelheden stemmen overeen met de hoeveelheid residu die aangetroffen zou worden op één enkele appel volgend op besproeiing.

    De bloed-hersenen barrière is minst efficiënt in de omgeving van de paleolitische hersenen en de lekkage door de barrière zal grootst zijn in deze gebieden, basaal ganglia, hersenstam en thalamus.

    De opening van nauwe celdoorgangen op één plaats, wordt vaak vergezeld van openingen van nauwe celdoorgangen op andere locaties, bijvoorbeeld, in astma worden de darmdoorgangen geopend wat aanleiding geeft tot toegenomen permeabiliteit. Organofosfaten zullen én de darmpermeabiliteit verhogen, én de nauwe celdoorgangen in de bloed-hersenen barrière openen.

    Essentiele weefselbarrières kunnen geopend of omzeild worden door verschillende mechanismen waarvan bekend is dat ze geasocieerd zijn met MCS en gerelateerde overlappende syndromen.

  6. Een alomvattend model voor overlappende syndromen

    Het doortastend onderzoek van Dr Robert Haley met veteranen van de Golfoorlog (Harley, inter alia 2000, 2002) heeft cellulaire schade geïdentificeerd aan de diepe (stille) hersenstrukturen, de basale ganglia, en aan de hersenstam, Figuur 7. Gebruik makend van magnetische resonantie spectroscopie, stelde hij vast dat ongeveer 25% van de cellen in deze gebieden van de hersenen dood waren. De basale ganglia die diep in de hersenen gelokaliseerd zijn en die samengesteld zijn uit diverse verschillende nucleï, initiëren en controleren bewegingssequenties, zoals stappen en andere vrijwillige bewegingen die onbewust uitgevoerd worden. Zij zitten rond de thalamus gewikkeld die aan de top van de hersenstam zit. De thalamus is een doorgeefcentrum voor voor zintuiglijke zenuwen en geeft signalen door die komen van de ruggegraat en de hersenstam naar de hogere gebieden van de hersenen. Het is in het bijzonder betrokken bij de pijngewaarwordingen.





    Figuur 7. Basale Ganglia, gewikkeld rond de Thalamus,
    diep in de Hersenen.

    De hersenstam, Figuur 8, is samengesteld uit de middenhersenen, pons en medulla. De middenhersenen controleren visuele en auditieve reflexen en beschadiging hier zou instaan voor fotofobie [lichtschuwheid] en aversie van geluid. De pons is belangrijk voor gelaatsuitdrukkingen en oogbewegingen - nystagmus wordt vrij vaak gevonden in ME en overlappende syndromen. De medulla regelt hartritme, bloeddruk, spijsvertering - slikken en braken, ademhaling en temperatuur. De meeste van deze funkties zijn verstoord in de overlappende syndromen. Evenwicht en oriëntatie, geassocieerd met herstenstamfunktie, zijn ook merkbaar getroffen.

    Haley omschreef de symptomen die hij aantrof bij GWVs als voortspruitende uit schade aan die delen van de hersenen, waarvan bekend is dat ze beschadigd zijn in de ziekte van Parkinson en andere ziekten zoals Huntingdon's Chorea, de ziekte van Fahr en de ziekte van Wilson. De Bij de ziekte van Parkison is aanzienlijk verlies van dopaminergische neuronen betrokken. Dit stemt overeen met de suggestie van Miller dat verslaving en chemische sensitiviteit nauw met elkaar verwant kunnen zijn.

    Haley schrijft de oorzaak van deze aandoening toe aan chronische blootstelling aan lage niveaus van zenuwagens, meerbepaald sarin gas. Sarin is een organofosfaat dat qua struktuur en biologische aktiviteit gelijkaardig is aan organofosfate pesticides die veel gebruikt werden in de Golfoorlog van 1990-91. Beide groepen van chemicaliën (samen met pyridostigmiine bromide - NAPS tabletten) vallen de cholinergische zenuwsystemen aan, en produceren een verwoestende 'driedubbele vloek' (Hooper, 2000). Een cholinergisch neuron [zenuwcel] speelt een cruciale rol in het beheersen van de aktiviteit van de dopaminergische, glutminergische en gabaminergische neuronen die geassocieerd zijn met de ziekte van Parkison, en Huntingdon’s chorea, de basale ganglia (Kruk and Pycock, 1991). Cheney and Hyam (1999) omschrijven ME-CVS alss 'cholinergische wipeout (uitschakeling].

    Richardson (2001), beschrijft een 15 jaar oude jongen met manifeste parkinson-achtige symptomen, volgend op een virusinfectie en Bruno (2002) beschrijft, in zekere mate van detail, de schade aan dopaminergische neuronen in de basale ganglia die veroorzaakt wordt door het polio virus.

    Goldstein (1999) beschrijft ME-CVS als een limbische encefalopathie veroorzaakt door virale infectie. Het limbisch systeem omcirkelt de basale ganglia en maakt deel uit van de diepe (stille) hesenstrukturen, Figuur 8.





    Figuur 8. Het Limbisch Systeem omcirkelt de Basale Ganglia
    (niet getoond in deze tekening) die gewikkeld zijn rond de Thalamus op
    de top van de Middenhersenen, als deel van de hersenstam.

    Het limbisch systeem is ook het gebied van de hersenen dat meest getroffen (beschadigd) is in meervoudige chemische sensitiviteit (Ashford en Miller, 1998). Het bestaat uit een aantal hersenregios waardonder de amygdala, vooral geassocieerd met agressie, de hippocampus, geassocieerd met leren, herkenning en geheugen (sommige GWVs hebben een gereduceerde hippocampale massa), en hypothalamus die de hypofyseklier en het endocrien systeem aandrijft. De aktiviteiten van het lichaam die bestuurd worden door het limbisch systeem hebben te maken met zelfbehoud (jagen voor voedsel, vechten), behoud van de soort (sexueel gedrag en het opvoeden van nakomelingen), angst, razernij en genot en het vestigen van geheugenpatronen. Verlies, of gedeeltelijk verlies, van deze funkties komt vaak voor bij mensen met ME.

    Een belangrijk deel van het limbisch systeem is de olfactorische knobbel, Figuur 9. Vluchtige chemicaliën en geuren worden intraneuraal getransporteerd, via de olfactorische knobbel en zenuw, rechtstreeks in het limbisch systeem. De problemen van luchtjes en geuren komt maar al te vaak voor bij ME en de andere overlappende syndromen.

    Acetylcholine is een belangrijke neurotransmitter in het limbisch systeem en het is niet verwonderlijk dat blootstelling aan OPs, en zenuwagens die gebruikt worden in chemische oorlogvoering, ernstige gebreken in dit systeem veroorzaken.





    Figuur 9. Een opengewerkte kijk op het Limbisch Systeem


    Neurologische schade als gevolg van het binnendringen van toxines, biologische of chemische, in de diepe hersenstrukturen, zou aanleiding geven tot de symptomen die gemeenschappeljk zijn voor al de overlappende syndromen.

    Het is nu duidelijk dat bepaalde chemicaliën en biologische toxines de nauwe celdoorgangen kunnen doen opengaan zodat deze toxische materialen de hersenen kunnen binnendringen. De bloed-hersenen barrière is het minst efficient rond de eerder beschreven primitieve reigios van de hersenen, wat het binnendringen van toxines in deze gebieden van de hersenen gemakkelijker maakt. Vluchtige verbindingen worden intraneuraal getransporteerd, rechtstreeks in de diepe hersengebieden, via de olfactorische knobbel, zodoende de bloed hersenen barrière omzeilend. De diepe, stille gebieden van de hersenen zijn gevoeliger voor schade van alle omgevingstoxines.

    De gemeenschapelijke symptomen worden geassocieerd met een gemeenschappelijk patroon van schade aan de diepe gebieden van de hersenen, de hersenstam, thalamus, basale ganglia, en het limbisch systeem verschaft een coherente verklaring voor al de overlappende syndromen.

    1. ME kan ontstaan uit een aantal verschillende virale infecties. De inflammatoire respons op virale infecties die resulteert in endotheel-schade verschaft een indrect maar verwoestend mechanisme voor schade aan het centraal zenuwstelsel. Het recente veelomvattend model voor ME-CVS, fibromyalgie, meervoudige chemische sensitiviteit, post traumatic stress disorder, dat sensitisatie van de glutamaat-receptor inhoudt door buitensporige vrijgave van stikstofmonoxide en zijn zeer destructief derivaat, peroxinitriet, past ook in dit schema (Pall, 2000,2002; Pall en Satterlee, 2001). Het is vermeldenswaardig dat stikstofmonoxide ook een belangrijke rol speelt in intestinale onstekingen (Kubes en McCafferty, 2001). Stikstofoxide speelt ook een belangrijke rol in het cardiovasculair systeem waar het vasodilatatie en een daling van de bloeddruk veroorzaakt.
    2. PPS, postpolio syndroom, komt tot stand door het polio virus en verwante enterovirussen (Richardson, 2001, Dowsett, 2003).
    3. Organochlorine vergiftiging van buitensporige blootstelling aan organochlorine pesticides (Richardson, 2002).
    4. OP vergiftiging van buitensporige blootstelling aan deze klasse van pesticides. De rol van synergie met andere chemicaliën die samen in de pesticides en pesticide-mengsels aanwezig sijn gaat samen met een enorme toename in toxiciteit (Abou-Donia et al, 1996; Abou-Donia, 2001).
    5. Meervoudige Chemische Sensitiviteit van blootstelling aan toxische chemicaliën of combinaties van toxische chemicaliën (Ashford and Miller, 1998; Miller, 2000, Meggs, 1999, Donnay, 2000).
    6. Fibromyalgie kan beschouwd worden als een variant van ME die geassocieerd is met buitensporige neuromusculaire pijn.
    7. Darm dysbiosis en IBS (irritable bowel syndrome) verschaffen een alternatieve bron van toxines (Butt et al, 2001).

  7. Een aantal preliminaire conclusies

    Gebruik makende van onze IAG test hebben we gegevens over meer dan 100 mensen, waarvan sommige gediagnosticeerd werden met MCS, maar andere met ME-CVS, organofosfaatvergiftiging, en GWS [Gulf War Syndrome, Golfoorlogsyndroom] die toegenomen chemische sensitiviteit melden aan een waaier van diverse verbindingen. Van deze gegevens, en door uitgebreide contacten en gesprekken met mensen die lijden aan deze syndromen en met de professionals die hen steunen, hebben we een beeld opgebouwd van de gemeenschappelijke kern van biochemische gebreken die gedeeld worden door deze verschillende groepen, Figuur 1.

    Deze gebreken kunnen onderverdeeld worden in 4 hoofdgroepen:

    1. Darmfunktie en integriteit

      1. Een van de meest algemeen voorkomende kenmerken van de overlappende syndromen is een ontregelde darm. Het herstellen van de darmfuktie is een hulp voor veel mensen met MCS.
      2. De IAG test die het resultaat is van een aberrant trytofaanmetabolisme dat een krachtige en destructieve verbinginding genereert, indolylacrylzuur. Deze verbiding die gemetaboliseerd is tot IAG ontstaat uit bacterieel metabolisme in een dysbiotische darm en wijst op schade aan de darmwand met toegenomen permeabiliteit en gecompromiteerde vertering (Hooper 2003, Shattock en Savery, 1997). Darmpermeabiliteit is goed te meten (Biolab, 2000).
      3. Gecompromiteerde vertering geeft opioide fragmenten vrij uit proteïnes in melk en gluten, de casomorfines en gliadomorfines. Deze farmacologisch actieve peptides worden doorheen de permeable darmwand gevoerd en kunnen dan hun effect uitoefenen plaatselijk in de darm en op andere locaties, voornamelijk in het centraal zenuwstelsel. Spijsverteringsaktiviteit kan gemeten worden (Biolab, 2000).
      4. De opioid excess theory" van autisme verschaft een inzicht in deze verschillende processen en is samengevat in Figuur 10.




        Figuur 10. Samenvatting van de Opioide Theorie van Autisme
        volgend op toegenomen permeabiliteit van de darmwand.
        diep in de Hersenen.


      5. Het schematisch diagram van Figuur 11 toont het belang aan van de centrale rol van opioiden in de communicatie tussen de neuro-endorcrien-immuunsystemen. Het evenwicht tussen deze systemen is essentieel voor goede gezondheid en verstoring van dit evenwicht kan leiden tot disfunktie in elk van deze systemen en aanleiding geven tot de constellatie van symptomen die gemeenschappelijk aangetroffen worden in al de overlappende syndromen.
      6. De productie van 5-HT, een belangrijke neurotransmitter in de darm en het centraal zenuwstelsel [CNS, central nervous system], wordt gereduceerd als gevolg van een verstoord tryptofaanmetabolisme. Het speelt ook een belangrijke rol in endocriene functie (Richardson, 2001).
      7. Nuttige en praktische stappen kunnen ondernomen worden om al deze problemen te corrigeren in de darm - see behandeling hieronder.




        Figuur 11. Schema dat de rol van Opioiden (OPs) aantoont
        in de communicaties tussen Neuro (CNS), Immune en Endocriene Systemen (Ader, 1991)

    2. Zwavelmetabolisme, detoxificatie en membraanintegriteit

      1. Zwavelmetabolisme is deel van de belangrijke Faze 2 metabole processen die bijzonder belangrijk zijn bij het verwijderen van fenolen en amines uit het lichaam. Er is van bekend dat het verstoord is in MCS en andere overlappende syndromen. Het meten van serumniveaus of urinair sulfiet is diagnostisch. Als zwavelniveaus laag zijn en er is sulfiet in de urine, wijst dit op een specifiek falen van een enzym, sulfietoxidase. Dit enzum is afhankelijk van een molybdenum, een co-factor voor het enzym, en kan gemakkelijk verschaft worden als supplement.
      2. Sulfaat wordt voornamelijk gesynthetiseerd in het lichaam van het essentieel aminozuur cysteïne. De cysteïne cyclus dient verschillende doeleinden en is afhankelijk van de aanwezigheid van folaat en vitamine B12. Het is mogelijk de functionele status van de cysteïne en methionine cycli te testen en tekorten van deze vitamines de corrigeren.
      3. Sulfaat is een essentiële component van voorname membraan-geassocieerde macromolecules, glycosylamineglycans (GAGs). Deze molecules houden een negatieve lading op het membraan en dienen ook als hydraulische sites die de eigenschappen van de slijmvlieswanden in stand houden (Owens, 1998, Hooper, 2003).
      4. Sommige GAGs spelen bijzondere rollen in het regelen van bloedstolling en de immuunrespons.
      5. Sulfatie is een sleutelproces voor het regelen van het evenwicht van belangrijke farmacologisch actieve molecules, DHEA ((dehydroepiandrostenon), dat een belangrijk steroide is dat opgeslaan wordt in het lichaam en chlolecystokinine dat de meest overvloedige neuropetitde in de hersenen is en ook een rol speelt in de darmfunktie.
      6. Thiolen zijn belangrijke verbindingen voor het behouden van het redox-potentiaal van de cellen en voor het tegenwerken van oxidatieve stress. De toonaangevende intercellulaire molecule is glutathione die gesynthetisseerd wordt van cysteïne.

    3. Polyonverzadigde essentiële vetzuren, PUFAs (Poly Unsaturated Fatty Acids)

      1. Deze zijn vereist om de normale membraanstruktuur en - funktie in stand te houden. Ze vormen een integraal onderdeel van de centale kern van de meeste membranen doorheen het lichaam.
      2. Ze verschaffen ook essentiële precursor-moleculen voor belangrijke verbindingen die geassocieerd zijn met de inflammatoire respons die pro- of anti- inflammatoir kan zijn.
      3. Er zijn twee klassen van PUFAs, de omega-3 oliën, die aangetroffen worden in vis en lijnzaadolie, en de omega-6 oliën die aangetroffen worden in de meeste plantaardige oliën zoals teunisbloemolie. Er wordt nu erkend dat het het evenwicht is tussen de omega-3 en de omega-6 oliën dat belangrijk is.
      4. De meting van PUFAs in rode bloedcel (RBCs) membranen verschaft een kwantitatieve waarde van deze belangrijke verbindingen (Biolab, 2000). Een indirecte waarde van een tekort wordt verschaft door het beoordelen van de verhouding misvormde RBCs in een vast bloeduitstrijkje. (Simpson 1989 a,b; Spurgin, 1995).

    4. Spoorelement en vitamine status

      1. Al is het mogelijk aanbevelingen te doen over bijna alle essentiële elementen, ik heb de volgende als de meest algemeen vermelde geselecteerd.
      2. Magnesium - dit is niet echt een spoorelement, maar het is vaak laag bij veel mensen met ME-CVS. Magnesium speelt een essentiële rol in een aantal biochemische sleutelprocessen. Het kan gemeten worden in de RBCs.
      3. De echte spoorelementen die van meest belang zijn, blijken selenium en zink te zijn. Beiden kunnen goed gemeten worden. Verschillende papers hebben de lage tot zeer lage seleniumwaarden in de bevolking als geheel gemeld (Rayman, 1997, 2000). De waarden zijn zo laag dat er nu een sterke zaak is voor het supplementeren van algemeen voedsel met dit element in een passende vorm. Selenium speelt een sleutelrol in de schildklierfunktie (omzetting van T4 naar T3) en in belangrijke detoxificatie enzymes (glutathione transferases) zowel als in andere enzymes. Molybdenum werd al besproken.
      4. Zink is vereist voor het bestrijden van infecties, in het bijzonder virale infecties.
      5. De belangrijkste vitamines zijn B1, B6, B12 en folaten, C (ascorbinezuur), E en carotenen. De laatste drie zijn esssentiële componenten van de anti-oxidant cascade en zijn nuttig voor het bestrijden van oxidatieve stress.


      Ik ben me er van bewust dat veel andere voorstellen gedaan kunnen worden, en velen kunnen gerechtvaardigheid worden door literatuur, rapporten en/of de ervaringen van mensen die lijden aan een of meer van de overlappende syndromen. Figuur 12 verschaft een samenvatting van mogelijke biochemische tekorten en de supplementen die ze zullen corrigeren. Ik heb aangegeven wat de meest belangrijke algemene factoren bljken te zijn, maar dit kan het oordeel van een verstandig geneesheer of voedingstherapeut niet vervangen.




      Figuur 12. Samenstelling van interactieve
      IAG/TRP - sulfatie/zwavel en PUFA systemen met
      behandelingssamenvatting in rode letters


  8. Behandeling

    Pioneerswerk inzake detoxificatietechnieken werd verricht door Rea en anderen. Daartoe behoort omgevingsgecontroleerde accomodatie met een strikte controle van lucht en water om toxische effecten te ontmaskeren, en een verscheidenheid van warmtezuiveringsprocedures en desensitisatietechnieken verwant aan nutritionele geneeskunde (Rea, 1998, BSAENM, 1997, 2000).

    Onze benadering is als volgt:

    1. Corrigeren van darmfuktie en -struktuur problemen

      1. De 4 R-en: een stapsgewijze benadering wordt samengevat in wat volgt
        • Remove (verwijder) - probleemvoedsel melk/zuivel (3 weken) en/of glutenbevattend voedsel (8 maanden)
        • Replace (vervang) - sleutelenzymes proteasen, lipasen enz. Er zijn goede voorschrijfbare producten beschikbaar
        • Reinoculate (herinoculeer) - met sleutel dambacteriën zoals lactobacillen, bifidobacteriën. Deze worden aangetroffen in levende yoghurtbereidingen en worden ook verschaft in gevriesdroogde prepareten in capsules
        • Repair (herstel) - glutamine is een hoofdherstelmolecule in de darm. Het is vlot beschikbaar en gemakkelijk in te nemen.
      2. Een meer uitgebreid programma, bekend als het Sunderland Protocol, is beschikbaar op http://osiris.sunderland.ac.uk/autism u verlaat onze website. Dit houdt tevens een voedseldagboek in voor het identificeren van andere voedselintoleranties.

    2. Aanpakken van zwavelmetabolisme en sulfatieproblemen.

      1. Het gebruik van Epsom zouten, magnesium, sulfaat richt zich zowel op magnesium als op sulfaat tekorten. Kleine orale dosissen van magnesiumsulfaat BP (een product dat voldoet aan de standaarden van de Britisch Phramacoepia) is mogelijks al wat nodig is. Het is best een dosis van ongeveer 600 mg te gebruiken (1/3 theelepel) in wat water, een of twee keer per dag met voedsel. Anderzijds, kan Epsomzout in badwater gedaan worden (een paar handscheppen van de goedkopere soort van commerciële Epsomzouten).
      2. Magensium en sulfaat worden niet vlot oraal of door de huid opgenomen, maar het bovenstaande regime zal een voldoende toevoer leveren voor de meeste mensen - anderen kunnen intraveneuze infusies nodig hebben. Grotere dosissen van magnesium sulfaat worden gebruikt als purgatief dus als er zich waterige diaree voordoet moet de dosis gereduceerd worden of moet een alternatieve bron van magnesium en sulfaat gevonden worden. Te veel magnesium kan schadelijke effecten veroorzaken waarvan sommige ernstig kunnen zijn, dus kleine dosissen en regelmatige controle is ten zeerste aan te raden. Van zodra normale niveaus bereikt worden van magnesium en van sulfaat is verdere behandeling niet meer nodig. Ajuin, look en broccoli zijn goede voedselbronnen van zwavel en groene groenten van magnesium.
      3. Andere bereidingen van magnesiumzouten zijn beschikbaar maar zijn veel duurder, vb het glycinaat. Zwavel kan toegediend worden als MSM (methylsulphonylmethaan) maar er reizen nogal wat bedenkingen rond het gebruik van deze verbinding (Owens, 2003 - persoonlijke communicatie).
      4. Vitamine B12 en folaten spelen een belangrijke rol in het zwavelmetabolisme en moeten verschaft worden volgend op een beoordeling van de funktionele niveaus van deze verbindingen. Het is belangrijk beide reeksen van samenstellingen toe te dienen. De doseringen zijn vaak een stuk hoger dan die die gewoonlijk gebruikt worden, en van de ordegrootte van 1.000-5.000 microgram per dag gedurende tenminste 1 week voor B12 - best als hydroxycobalamine - door injectie of buccale [mond] absorptie. Folaat kan gegeven worden à rato van 2,5 mg per dag gedurende 1 week.
      5. Methylcobalamine, de eindvorm van cobalimine in de zwavel-methylatie cyclus, is nu beschikbaar in de VS en wordt daar ruim bepleit als de ultieme behandeling. Dit wordt verschaft in "insuline" spuiten voor zelf-inspuiting en biedt een aantal voordelen. Het is een nogal onstabiele verbinding en alleen produkten met kwaliteitsgaranties mogen gebruikt worden. Ze zijn duur (DAN, 2003).


    3. PUFAs - essentiële vetzuren

      1. Het belang van essentiële vetzuren wordt erkend in het Sunderland Protocol en in belangrijke aangeduide bronnen.
      2. Het is nu duidelijk dat het de verhouding tussen omega-3 (visolie en lijnzaadolie) en omega-6 (plantenzaadolie, vb teunisbloemolie) is die belangrijk is. Een aantal commerciële formules bevatten beide types PUFAs die een belangrijke rol spelen in de pro- en anti-inflammatoire mediatoren, prostaglandines en leukotrienes.
      3. Het is belangrijk [onvolledige zin in Engelse versie] Kabeljauw live olie heeft als bijkomend voordeel dat het ook vitamine A te verschaft, naast te essentiële vetzuren. Maar er zijn degelijke vragen over vitamine A toxiciteit dus is de dosis belangrijk.
      4. Het is belangrijk om zich ervan te vergewissen dat alle producten die PUFAs bevatten vrij zijn van pesticide- en kwikcontaminatie en dat ze beschermende anti-oxidanten bevatten zoals vitamine E om snelle degradatie die optreedt in de lucht tegen de gaan.

    4. Mineralen en vitamines

      1. Magnesium werd hierboven reeds behandeld.
      2. Selenium is vlot beschikbaar in een aantal vormen die assimilatie zullen verzekeren en een passende dosis wordt bij bijna alle formuleringen gegeven.
      3. Zink is gelijkaardig beschikbaar.

    5. Schildklierdeficiënties

      1. Zeer vaak worden patiënten die lijden aan om het even welk van de overlappende syndromen omschreven als biochemisch euthyroid (normaal) maar vaak beschouwd als klinisch hypothyroid (buitensporige en invaliderende vermoeidheid, laag alertheidsniveau, gewichtstoename, droge huid en droog haar, broze nagels, optreden van auto-immuunaandoeningen enz). Dit tegenstrijdig beeld is gewoonlijk gebaseerd op de metingen van TSH (thyroid stimulating hormone) en T4 (thyroxine). Het belangrijkste en krachtigste schildklierhormoon is echter T3 dat in het lichaam gevormd wordt van T4 door de-iodinatie door een selenium-afhankelijk enzym. Als dit process gebrekkig verloopt zal de schildklierfunktie gevaarlijk gecompromiteerd zijn. Lage niveaus van vrije, circulerende thyroxine en togenomen receptor resistentie kunnen ook bijdragen tot een hypothyroide status. De complexe factoren die betrokken zijn bij hypothyroidisme werden onlangs erkend (Dayan,2001, Shames and Shames, 2001). Al deze verschillende stappen moeten gecontroleerd worden voor normale schildklierfunktie aanvaard wordt in een ME patiënt. Het is een kwestie van de onderzoekende arts die zijn klinisch oordeel ondersteunt, tegen de biochemische data die door het labo verschaft worden.
      2. Het is nu duidelijk dat de conventionele bloedonderzoeken slechts een momentopname leveren van de schildklierstatus. En oudere en betrouwbaardere test vereist een 24-uren urine collectie, vooral voor het testen van T3, die zowel gevoeliger als betrouwbaarder is (Baiser et al, 2000; Downing, 2000).

    6. Andere factoren

      1. Ik ben me er van bewust dat veel andere factoren belangrijk kunnen zijn maar de bovenstaande geven, in mijn beperkte ervaring en vrij verstrekkende contacten met verschillende groepen die lijden aan overlappende syndromen, een overzicht van de meest vaak voorkomende en de meest elementaire factoren.
      2. Mitochondriale steun, N-acetyl-L-carnitine, lipoic acid, en Co-Q (Liu et al, 2002) is belangrijk maar ik geloof dat deze best bekeken worden nadat de bovenstaande behandelingen verkend werden.

B E S L U I T E N

Het wijdverspreide gebruik van chemicaliën van onbekende toxiciteit heeft de gezondheid van het milieu en van mensen overal ter wereld in gevaar gebracht. Overmoed en zelfgenoegzaamheid hebben het zoeken naar een beter inzicht in menselijke en milieusystemen in de weg gestaan en hebben geleid tot toegenomen risicovolle potingen tot technologische oplossingen die het niveau van schade en gevaar voor de huidige en toekomstige generaties nog doen stijgen door toename van de toxische last van onbekende chemicaliën. Zonder een grondige verandering van hart en denken in elke belangrijke menselijke instelling zullen we onvermijdelijk afgleiden naar nog destructievere situaties. De belangrijke veranderingen zullen de energie van alle menselijke samenleveningen en gemeenschappen, geneeskunde, wetenschap, landbouw, handel, overheid, leger en bovenal van gewone mensen van elke natie vereisen.

________________________

REFERENTIES

Abou-Donia MB. Stress and Combined Exposure to Low Daily Doses of Pyridostigmine Bromide, DEET, and Permethrin in Adult Rats Causes Blood Brain Barrier Disruption and Neurochemical and Neuropathological Alterations in the Brain. AHMF Conference Proceedings, Sidney, 2001 available at http://www.ahmf.org/01aboudonia.html
Abou-Donia, M.B., Wilmarth, K.R., Jensen, K.F., Oehme, F.W., Kurt, T.L. Neurotoxicity Resulting from coexposure to pyridostigmine Bromide, DEET, and Permethrin: Implications of Gulf War Chemical Exposures. J. Toxicol. environ.Health 1996, 48, 35-56.
Ader et al. Psychoneuroimmunology, 2nd Edition, ed Robert Ader, David L Felten and Nicholas Cohen, Academic Press, New York 1991.
Ashford AN and Miller CS. Chemical Exposures: Low Levels and High Stakes, 2nd Edition, John Wiley, New York, 1998.
Baiser WV, Hertoghe J, Eeckhaut W. Thyroid Insufficiency. Is TSH Measurement the Only Diagnostic Tool? J Nutritional and Environmental Medicine 2000;10:105-113.
Bertell R. Planet Earth: the latest weapon of war. Women’s Press, London, 2000. see also http://www.the-womens-press.com
Biolab. Medical Unit, Nutritional and Environmental Laboratory Guide. For details of all services see www.biolab.co.uk
Boyd Haley, DAN Conference Proceedings Spring, Philadelphia, 2003, p.129-140. The whole volume has much that is relevant to all the facets of MCS and its treatment.
Bruno RL. The Polio Paradox, Warner Books, New York, 2002.
BSAENM . British Society for Allergy, Environmental and Nutritional Medicine. Multiple Chemical Sensitivity; Recognition and management. Eaton KK, Anthony HM (moderators). British Society for Allergy, Environmental and Nutritional Medicine, Knighton, 2000. See also www.bsaenm.org.uk
BSAENM . British Society for Allergy, Environmental and Nutritional Medicine. Environmental Medicine Clinical Practice, Anthony H, Birtwistle S, Eaton K, Maberly J. British Society for Allergy, Environmental and Nutritional Medicine, Knighton, 2000. See also http://www.bsaenm.org.uk
Busby C. Science on Trial: On the Biological Effects and Health Risks following Exposure to Aerosols produced by the use of Depleted Uranium Weapons. Submission to the Royal Society Working Group, 2000- available at http://www.llrc.org/
Busby C. Wings of Death, Green Audit Books, Aberystwyth, 1995.
Butt HL, Dunstan RH,McGregor NR, Roberts TK. ‘Bacterial Colonosis’ in Patients with Persistent Fatigue. AHMF Conference Proceedings, Sydney, 2001 available at http://www.ahmf.org/01butt.html
DAN Conference Proceedings Spring, Philadelphia, 2003.
David Brown, Washington Post Staff Writer, Friday, April 20, 2001.
Dayan CM. Interpretation of thyroid function tests. Lancet 2001;357:619-24.
Donnay A, Plumlee L, Hilgard P, Schwinger G. Germany becomes first country to officially recognize MCS. Our Toxic Times 2001; February, page 1.
Donnay A. Overlapping Disorders: Chronic Fatigue Syndrome, Fibromyalgia Syndrome, Multiple Chemical Sensitivity and Gulf War Syndrome. Based on testimony submitted to Centres for Disease Control Chronic Fatigue Syndrome Coordinating Committee, 29th May 1997. Download from http://www.mcsrr.org/factsheets/overlaping.html
Downing D. Hypothyroidism: Treating the Patient not the Laboratory. J Nutritional and Environmental Medicine 2000;10:101-3.
Dowsett E. ME and Enteroviruses. Presentation at Area Conference on ME Exeter, April 12th 2003.
Eaton L. Adverse reactions to drugs increase. Bmj 2002;324:8.
ECCR, European Committee on Radiation Risk, Ed. Busby C. Green Audit, Aberystwyth, 2003.
European Laboratory of Nutrients. REgulierenring9, 3981 LA Bunnik, Post Bus 10, 3980 CA Bunnik, the Netherlands. Who provide a useful paper, thyroid hormone in Urine: A solution to the Diagnosis of Hypothyroidism.
Geier MR, Geier DA. Thiomersal in Childhood Vaccines, Neurodevelopment Disorders, and Heart disease in the United States. J Amer Physicians and Surgeons 2003;8:6-11.
Goldstein J. The Diagnosis of Chronic Fatigue Syndrome as a Limbic Encepphalopathy available at http://www.primenet.com/~camilla/limbic.txt
Gravelling RA, Pilkington A, George JPK, Butler MP, Tannahill SN. A Review of multiple chemical sensitivity. Occup Environ Med. 1999:56:73-85.
Haley RW, Fleckenstein, JL, Bonte FJ, Devous MD, Marshall WW, McDonald, GG, Petty, F. Brain Abnormalities in Gulf War Syndrome: Evaluation with 1H MR Spectroscopy. Radiology 2000, 215, 807-817.
Haley RW, Horn J, Roland PS, Wilson WB, Van Ness PC, Bonte FJ, Devous MD, Matthews D, Fleckenstein JL, Wians FH, Wolfe GI, Kurt TL. Evaluation of Neurologic Function in Gulf War Veterans. JAMA 1997b;277:223-230.
Haley RW. Lecture to the House of Lords, June 19th 2002 and report of Research Advisory Committee to Sub-Committee on Gulf War Illnesses (Chairman Christopher Shays) 2002.
Hooper M. Engaging with ME:Towards understanding, Diagnosis and Treatment. Available from Professor M Hooper, School of Sciences, Fleming Building, University of Sunderland, Sunderland SR2 7EE, price £4-60 incl postage and packing.
Hooper M. IAG- a marker molecule for dietary intervention in Overlapping Syndromes. J Nutrition Practitioner 2000, 2, 35-6.
Hooper M. The Most Toxic War in Western Military History. Evidence submitted to the House of Commons Select Defence Committee, December 1999. Published in 7th Report of Defence Select Committee. Gulf Veterans' Illnesses. Report and proceedings of the Committee with Minutes of Evidence and Appendices, April 19th 2000.
Institute of Medicine Gulf War and Health volume 1 & 2, National Academy Press, 2000.
KoyamaK, Koyama K, Goto K. Cardiovascular effects of a herbicide containing glufosinate and a surfactant: in vitro and in vivo analyses in rats . Toxicology and Applied Pharmacology 1997;145:409-414.
Kubes P, Mc Cafferty D-M, Nitric Oxide and Intestinal Inflammation. Am J Med 2000;109:150-8.
Kuby J Immunology, 3rd Edition, Freeman, New York, 1997.
Lee HJ, Gabriel R, Bale AJ, Bolton P, Blatchley NF. Clinical findings of the second 1000 Gulf War Veterans who attended the Ministry of Defence’s Medical Assessment Programme. J R Med Corps 2001;147:153-160. See also response by Hooper M posted at http://osiris.sunderland.ac.uk/autism ù
Lee HJ, Gabriel R, Bolton JGP, Bale AJ, Jackson M. Health Status of and clinical diagnosis of 3000 Gulf War veterans. J Roy Soc Med 2002;95:491-7. See also response by Hooper M posted at http://osiris.sunderland.ac.uk/autism
Liu J, Head E, Gharib AG, Yuan W, Ingersoll RT, Hagen TM, Cotman CW, Ames BN. Memory loss in old rats is associated with brain mitochondrial decay and RNA/DNA oxidation: Partial reversal by feeding acetyl-L-carnitine and/or R-a-lipoic acid. PNAS 2002;99:2356-2361.
Meggs WJ (a). Gulf War Syndrome, Chronic Fatigue Syndrome, and the Multiple Chemical Sensitivity Syndrome: stirring the cauldron of confusion. Arch Environ Health 1999;54:309-11.
MeggsWJ (b). Mechanisms of allergy and chemical sensitivity. Toxicol Indust Health 1999;15:331-8.
Mellish CE. Multiple Chemical Sensitivity – An Elevation of Enzyme Induction Thresholds undated.
Melllish CE. Multiple Chemical sensitivity – an Extreme Case of a Universal Condition. J Nutirtional and Environmental Medicine 2001;11:63-67.
Merck Manual, Millennium Edition, Merck Sharpe and Dohme, 1999
Miller CS. Toxicant-induced loss of tolerance. Addiction 2000;96:115-139.
Montague P. Missing Boys. Rachel's Environment & Health Weekly (REHW) 1998;594, April 16th.
Owens SC. Exploration of the New Frontier between Gut and Brain: A look at GAGs, CCK and Motilin in Psychobiology of Autism: Current Research and Practice, Van Mildert College, University of Durham April 15th-17th 1998. Autism Research Unit and Autism North Ltd, 1998.
Pall ML, Satterlee JD. Elevated Nitric Oxide/Peroxynitrite Mechanism for the Common Etiology of Multiple Chemical Sensitivity, Chronic Fatigue Syndrome, and Posttraumatic Stress Disorder. Ann NY Acad Sci 2001;933:323-329.
Pall ML. Common etiology of posttraumatic stress disorder, fibromyalgia, chronic fatigue syndrome and multiple chemical sensitivity via elevated nitricoxide/peroxynitrite.
Pall ML. Elevated, sustained peroxynitrite levels as the cause of chronic fatigue syndrome. Medical Hypotheses 2000;54:115-125.
Pall ML. NMDA sensitisation and stimulation by peroxynitrite, nitric oxide, and organic solvents as the mechanism of chemical sensitivity in multiple chemical sensitivity. FASEB J 2002;16:1407-1417.
Proctor SP. Chemical Sensitivity and gulf war veterans’ illnesses. J Occup Med 2000;15:587-99.
Rayman M. The importance of selenium to human health. Lancet 2000;356:233-241.
Rayman MP. Dietary selenium:time to act. BMJ 1997;314:387-8.
Rea WJ. Chemical Sensitivity, Vol. 4 - Tools of Diagnosis and Methods of Treatment, CRC-Leis Publishers, Boca Raton, New York, London, 1998. Earlier volumes in this series cover all aspects of Chemical Sensitivity. For full details of the work of Dr Rea see http://www.ehcd.com/
Reid S, Hotopf M, Hull L, Ismail K, Unwin C, Wessely S. Multiple chemical sensitivity and chronic fatigue syndrome in British Gulf War veterans. Am J Epidemiol 2001;153:604-9.
Research Advisory Committee on Gulf War Veterans Illnesses Interim Report June 25th 2002.
Richardson J. Enteroviral and Toxin Mediated Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome and other Organ Pathologies. Haworth Medical Press, Binghampton NY, 2001.
Richardson J. Four Cases of Pesticide Poisoning Presenting as "ME", Treated with a Choline Ascorbic Acid Mixture. J. Chronic Fatigue 2000, 6, 11-21.
Rigden S. Chronic Fatigue Syndrome (CFS), Institute for Functional Medicine, 1999.
Royal College of Physicians, Allergy the Unmet Need; A blueprint for better patient care. Chairman Stephen Holgate, Royal College of Physicians, London , 2003.
Royal Commission on Environmental Pollution, 24th Report, Chemicals in Products: safeguarding the environment and human health. Chairman Sir Tom Blundell. HMSO Cm 5827. London. 2003.
Shames RL and Shames KH. Thyroid Power, Harper Resource, New York, 2001.
Shattock, P. and Savery, D. Autism as a Metabolic Disorder, 1997, Autism Research Unit, Sunderland. Available from Autism Research Unit, Edinburgh Building, University of Sunderland, Sunderland SR2 7EE price £3-00.
Spurgin M. The Role of Blood Cell Morphology in the Pathogenesis of ME/CFIDS. The CFIDS Chronicle 1995;Summer: 55-58.
Simpson LO. Blood from healthy animals and humans contains non-discocytic erythrocytes. Brit J Haematology 1989a;73:561-4.
Simpson LO. Non-discocytic erythrocytes in myalgic encephalomyelitis. NZ Med J. 1989b;102: 126-7.
Tsubaki T and Irukayama K. Editors. Minamata Disease, Kodansha, Tokyo, 1977.
University of Illinois at Chicago. Center on Emergent Disability. Multiple Chemical Sensitivities (MCS), 2001 download from http://www.uic.edu/depts/idhd/ced/emergent_conditions/mcs.htm
Van Steenis D. Corporate Detective- Interview with Dr Dick Van Steenis. Corporate Watch Issue 8, 1999 Spring available http://www.corporatewatch.org.uk/magazine/issue8/cw8tox3.html
Van Steenis D. Industrial Air pollution and the Country Doctor, 2002 available at http://www.countrydoctor.co.uk/precis/precis%20-20rural%20pollution%20govt%20response.htm Van Steenis D. Pollution Update 2003 Autism and Multiple Sclerosis Treatment available at http://www.countrydoctor.co.uk/education/education%20-%20Pollution%20update,%206.03.htm Vogel JS, Garrettt A, Keating II, Buchholz BA. Protein Binding of isofluorophate: in Vivo after Coexposure to Multiple Chemicals. Environmental Health Perspectives 2002;110 (suppl 6):1-7. WHO Arsenic Fact Sheet, 210, 2001 available at http://www.who.int/inf-fs/en/fact210.html


6 Augustus, 2003

Deze website is vrijblijvend informatief en is geen medisch advies. Raadpleeg steeds uw gediplomeerd medisch deskundige voor alles wat met uw gezondheid te maken heeft. Lees onze Disclaimer.