Home > Lourdes Salvador: "Onderzoek zegt dat MCS verband houdt met chemicaliën, niet met psychologie'


Vertaling uit het Engels
Oorspronkelijke titel:
"Study Says MCS is Related to Chemicals, Not Psychology’"
Auteur en Copyrights: Lourdes Salvador en MCS America ©
Americal Chronicle, November 11, 2008
Oorspronkelijke url: http://www.americanchronicle.com/articles/view/80668
Door auteur toegestane vertaling voor weergave op deze website.
Zie Disclaimer - Wettelijk Bericht


De meerderheid van ziekten die aanvaard zijn als biomedische ziekte vormen eerst bron van onzekerheid en discussie, en worden vaak beschouwd als psychiatrisch bij afwezigheid van wetenschappelijke gegevens om de oorzaak ervan te bewijzen en van doeltreffende behandeling.

Veel later, komt de waarheid aan het licht en worden deze aandoeningen aanvaard als echt. Deze aanvaarding hangt gewoonlijk af van de ontwikkeling van een nieuw medicijn voor de behandeling van de symptomen. Van zodra dit medicijn ontwikkeld is, komen de farmaceutische bedrijven op de proppen om onderzoeken te financieren om hun medicijn om de markt te krijgen. Onbedoeld, legitimeert dit meteen ook de aandoening, ongeacht of intussen de oorzaak ervan ontdekt werd. Slachtoffers van ziekten waarvoor er nog geen medicijn ontwikkeld werd, blijven gedelegitimitizeerd worden, ongeacht hun lijden en hun pijn.

Asthma, diabetes, fibromyalgie en "mad hatters" (nu bekend als kwikvergiftiging) zijn voorbeelden van zulke aandoeningen die niet erkend werden als "echt". Deze aandoeningen werden gemedicaliseerd (aanvaard door het medisch beroep) nadat medicijnen ervoor onderzocht en ontwikkeld werden.

Een actuele aandoening die momenteel aankijkt tegen de travestie van onaangepaste zorg is meervoudige chemische sensitiviteit (MCS). Gedurende vele jaren was MCS omwille van meerdere redenen het doelwit van delegitimizatie:

De chemische industrie heeft grote financiële belangen in de gepercipieerde veiligheid en voortdurende verkoop van haar producten waarvan geïmpliceerd wordt dat ze toxisch zijn.

De farmaceutische industrie heeft grote financiële belangen in het verkopen van psycho-farmacologische medicamenten.

De medische vaktijdschriften zijn in handen van de farmaceutische industrie en controleren wat gepubliceerd wordt, wat de echte studies over MCS effectief beperkt.

De chemische en farmaceutische industrie zijn hopeloos met elkaar vervlochten, waarbij eigenaarschap een kriskrasse wirwar vormt van de ene naar de andere.

Overheidsinstanties en politici ontvangen vaak financiële steun van industriële bronnen en hebben gevestigde belangen in het verzekeren dat deze steun blijft duren.

In het verleden hebben een klein aantal zwak ontworpen studies met flagrante methodologische gebreken en bias foutief geconcludeerd dat terwijl mensen met MCS inderdaad reageren op chemicaliën, deze responsen vaker optreden wanneer zij het verschil kunnen onderscheiden tussen aktieve en schijnsubstanties.

Ze suggereerden dat MCS een psychologische aandoening is die verband houdt met verwachtingen en voorafgaande overtuigingen. Zowel de chemische als de farmacologische industrie hebben hard gewerkt om deze positie te impliceren, omdat dit hun chemicaliën van verantwoordelijkheid zou uitsluiten en omdat dit het gebruik van winstgevende psychiatrische medicatie zou promoten in afwezigheid van medicatie die de effecten van milieuvervuiling zou kunnen opheffen. Vermits een meerderheid van de chemische en farmaceutische bedrijven hetzelfde eigenaarschap delen, werd deze stellingname vigoreus en behendig gepromoot middels door de industrie gecontroleerde vaktijdschriften.

Gelukkig werden deze pseudo-studies heronderzocht door Goudsmit en Howes, gebruik makend van bijkomende wetenschappelijk aanvaarde criteria. Zij stelden vast dat de studies die een psychologische basis promoten voor MCS flagrant misleidend waren door talrijke methodologische gebreken en tekortkomingen. Zij stelden vast dat MCS dichter gerelateerd is met blootstelling aan chemicaliën dan met aandoeningen zoals angst, somatoforme ziekten en depressie.

Het werk van Goudsmit en Howes werd gepublicerd in de Journal of Nutritional & Environmental Medicine, het officiële tijdschrijft van de American Academy of Environmental Medicine, dat vrij lijkt van industriële financiering en bias die een impact hebben op de de publicatiebeslissingen van andere tijdschriften.

De review toonde aan dat auteurs van de pseudo MCS studies geen enkele aandacht geschonken blijken te hebben aan mogelijke en voor de hand liggende verklaringen bij het interpreteren van hun bevindingen. Zij lijken een betekenisvolle bias te hebben voor een bepaald doel, denkelijk om de industrie te beschermen door anderen ervan te overtuigen dat MCS niet echt is. Zodoende, lijkt het dat de auteurs hun bevindingen verdraaiden tot wanneer ze overtuigend tegemoet kwamen aan hun eigen biased (vooringenomen) doelstellingen.

Wetenschappers besluiten nu dat de psychologische studies de rol van mogellijks psychologische factoren in de oorzaak van MCS overschat hebben. Er kan niet bewezen worden dat MCS een psychologische ziekte is. Voldoende gegevens tonen abnormale bioligische bevindingen bij MCS, wat wijst op een echte lichamelijke aandoening. Dit is een feit dat zowel diegenen die aan MCS lijden als activisten van in het begin gesteld hebben.

Vooringenomen partijen hebben hun rapporten over oorzaak en effect verdraaid om fictieve claims te promoten dat MCS-patiënten "in denial" (ontkenning) zijn en hun eigen psychopathologie niet erkennen. Zij weigerden te overwegen of te verkennen dat de oorzaak van de krachtige tegenkantingen door patiënten was dat MCS in het geheel niet psychologisch is... dat echt lijden met een biologische oorzaak optreedt en blijft optreden in een groeiend aantal mensen, waaronder kinderen.

De studie besluit tot verschillende kernfeiten die weerleggen dat MCS een geconditioneerde respons is.

Als klassieke conditionering een algemeen fenomeen zou zijn, zou het voorkomen van MCS veel hoger liggen.

Wanneer trauma een factor zou zijn, zouden alle patiënten in staat zijn een traumatische gebeurtenis aan te wijzen die aanwezig was met een neutraal object. Sommige mensen met MCS kunnen geen enkele gebeurtenis identificeren die aanleiding gaf tot hun ziekte.

Veel chemicaliën waarvan mensen ziek worden, hebben geen geur, en kunnen daarom niet geïdentificeerd of geproduceerd worden door een geconditioneerde respons omdat de actuele symptomen het enige teken zijn van blootstelling.

Extinctie of uitdoving treedt op bij Pavloviaanse conditionering met herhaalde blootstelling aan de geconditioneerde stimulus in afwezigheid van de ongeconditioneerde stimulus. Dit treedt niet op bij MCS. Bij MCS zijn de "geconditioneerde responsen" per definitie chronisch en ze doven niet simpwelweg uit.

Daarom, blijkt coditionering geen geldig model.

Er is geen enkel betrouwbaar bewijs dat MCS iets anders is dan de echte toxische effecten van chemicaliën. De grote hoeveelheid gedocumenteerde biochemische abnormaliteiten is consistent met een lichamelijke oorsprong. Mensen met MCS die getest worden in het dagelijks leven blijken geen somatische of psychologische symptomen te vertonen wanneer zij niet geprovoceerd worden met een chemische irritant. Testgroepen gaven gelijkaardige waarden als controlegroepen wanneer MCS patiënten geen reactie ondervonden.

Goudsmit en Howes besluiten dat MCS dichter gerelateerd als met blootstelling aan toxische chemicaliën dan met aandoeningen zoals angst, somatoforme aandoeningen en depressie. Zoals activisten en patiënten al de hele tijd zeggen: het zijn de chemicaliën.

Referentie

Goudsmit, E, Howes. S. Is multiple chemical sensitivity a learned response? A critical evaluation of provocation studies. Journal of Nutritional & Environmental Medicine. 30 September 2008.

Opmerking: Dit artikel verscheen oorspronkelijk in MCS America News van November 2008, http://mcs-america.org/november2008.pdf
Deze website is vrijblijvend informatief en is geen medisch advies. Raadpleeg steeds uw gediplomeerd medisch deskundige voor alles wat met uw gezondheid te maken heeft. Lees onze Disclaimer.