Lactose Intolerantie
Auteurs en Copyrights: Physicians Committee for Responsible Medicine - U.S.A.
Toegelaten vertaling van origineel artikel in het engels
Lactose intolerantie is het onvermogen om melksuikerlactose te verteren, wat bij sommige mensen gastro-intestinale (maag-darm) symptomen van winderigheid, opgezwollenheid, krampen en diarree veroorzaakt. Dit is het gevolg van een tekort van de lactose enzymes die lactose breken in eenvoudigere vormen, glucose en galactose.
Bijna alle peuters en jonge kinderen hebben de lactose enzymen die lactose splitsen in glucose en galactose, dat dan in de bloedsomloop opgenomen kan worden. Tot het midden van de jaren 1960, geloofden de meeste Amerikaanse gezondheidsspecialisten dat deze enzymen ook aanwezig waren in bijna alle volwassenen. Wanneer onderzoekers verschillende etnische groepen testten op hun vermogen om
lactose te verteren, stelden zij echter iets anders vast: ongeveer 70% van de Afrikaanse Amerikanen, 90% van de Aziatische Amerikanen, 53% van de Hispanische Amerikanen, en 74% van de oorspronkelijke Amerikanen, waren lactose-intolerant.
1-4 Studies hebben ook aangetoond dat een belangrijke daling in de lactase-aktiviteit vaak voorkomt bij mensen van Arabische, Joodse, Italiaanse of Griekse afkomst.
5
In 1988, rapporteerde het
American Journal of Clinical Nutrition, "Het werd rap duidelijk dat dit patroon de genetische norm is, en dat lactase aktiviteit enkel verdragen wordt door een meerderheid van volwassenen van Noord-Europese en sommige Mediterrane populaties."
6 Met andere woorden: Kaucasiërs verdragen melksuiker alleen omwille van een geërfde genetische mutatie.
In het algemeen, verliest 75% van de wereldbevolking, waaronder 25% van de bevolking in de V.S., hun lactase enzymen na het zogen.
7. Het erkennen van dit gegeven gaf aanleiding tot een belangrijke wijziging in de terminologie. Diegenen die geen melk kunnen verteren werden ook "lactose intolerant" of "lactose deficiënt" genoemd. Nu worden zij echter als normaal aanzien, terwijl de volwassen die de enzymen behouden die hen toelaten om melk te verteren "lactase persistent" genoemd worden.
Er is geen reden waarom mensen met lactose intolerantie zich zouden forceren om melk te drinken. Immers, melk en andere zuivelprodukten verschaffen geen nutriënten die niet in andere gezondere voedselvormen kunnen gevonden worden. Verrassend genoeg, blijkt het drinken van melk zelfs niet te helpen om osteoporose te voorkomen, wat nochtans het belangrijkste verkoopsargument is.
Melk voorkomt osteoporose niet op betrouwbare wijze
Melk wordt voornamelijk aangeprezen als een handige vloeibare bron van calcium om osteoporose tegen te gaan. Net zoals het geval is met het vermogen om lactose te verteren, verschilt ook de vatbaarheid voor osteoporose dramatisch onder etnische groepen, en noch melkverbruik, noch calciuminname in het algemeen, zijn beslissende factoren in verband met botgezondheid.
De
National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES III, 1988 tot 1991) rapporteerde dat het voor leeftijd aangepaste cijfers van voorkomen van osteoporose 21% was bij V.S. Kaukasische vrouwen van 50 jaar en ouder, vergeleken met 16% onder Hispanische Amerikanen en 10% bij Afrikaanse Amerikanen.
8
Een onderzoek in 1992 toonde aan dat de fractuurcijfers sterk verschillen van land tot land, en dat calcium inname geen enkele beschermende rol speelde.
9. Het was zelfs zo dat in populaties met de hoogste calciuminname, niet minder, maar méér breuken voorkwamen, dan bij diegenen met matige calciuminname.
Wat meest belangrijk lijkt in het botmetabolisme, is niet calciuminname alleen, maar het evenwicht tussen calciumverlies en inname. Het verlies van botintegriteit onder veel postmenopauzale blanke vrouwen is wellicht het gevolg van genetische-, voedings- en levensstijlfactoren. Onderzoek toont aan dat calciumverlies verhoogt bij gebruik van dierlijke proteïne, sodium, cafeïne en tabak, en bij lichamelijke inaktiviteit.
Dierlijke proteïne lekt calcium uit de beenderen, wat leidt tot de uitscheiding ervan in de urine. Sodium moedigt calcium ook aan om door de nieren te gaan, en is tevens erkend als een factor die bijdraagt tot urinair calcium verlies in de huidige
Dietary Guidelines for Americans.
10 Roken is nog een andere factor die bijdraagt tot calciumverlies. Een studie van tweelingen toonde aan dat lange-termijn rokers een 44% hoger risico hadden op een beenderbreuk, vergeleken met een niet-rokende identieke tweeling.
11 Fysische aktiviteit en vitamine D metabolisme zijn ook belangrijke factoren in botintegriteit.
Samen met de genetische factoren, zijn deze omgevingsfactoren duidelijk even belangrijk als calcium inname, in het licht van het risico op osteoporose. Voor de meeste volwassenen, kan verwacht worden dat regelmatige melkconsumptie gastroïntestinale (maag-darm) symptomen veroorzaakt, terwijl het geen voordeel verschaft voor de beenderen.
Commerciële Lactase Enzymen: niet de beste keuze
Commerciële melkprodukten met verlaagde lactose worden vaak voorgesteld als "de" oplossing voor lactose intolerantie. Deze produkten zijn enzymatisch gewijzigd om de lactose te splitsen in glucose en galactose, om aldus maagklachten en andere symptomen van slechte lactosevertering te voorkomen. Maar zelfs de lactase pillen en lactose-gereduceerde produkten lossen het probleem niet op, vermits men nog altijd spijsverteringssymptomen kan hebben.
Ijzergebrek is meer waarschijnlijk bij een zuivelrijke voeding vermits produkten van koemelk ook weinig ijzer bevatten.
12 Een recent onderzoek bracht koemelkconsumptie in verband met chronische constipatie bij kinderen.
13 Epidemiologisch onderzoek toonde een sterke correlatie aan tussen het gebruik van zuivelprodukten en het optreden van insuline-afhankelijke diabetes (type 1 of juveniele diabetes).
14,15 Vrouwen die meer zuivelprodukten verbruiken kunnen een hogere graad van onvruchtbaarheid en van eierstokkanker hebben dan diegenen die zulke produkten vermijden.
16 Vatbaarheid voor cataracts
17 en voedselallergieën worden ook beïnvloed door zuivelprodukten.
Mensen krijgen de hoeveelheid vitamine D die zij nodig hebben typisch door kleine hoeveelheden van dagelijkse blootstelling aan de zon. Sommig voedsel, zoals koemelk, sojamelk, en sommige onbijtgranen, zijn met Vitamine D verrijkt. Spijtiggenoeg, tonen stalen van koemelk aan dat er een significante variatie is in het vitamine D gehalte, waarbij sommige stalen tot 500 keer het aangeduide niveau bevatten, terwijl andere stalen weinig of geen vitamine D bevatten.
18,19. Te veel vitamine D kan toxisch zijn en kan resulteren in te hoge calcium niveaus in het bloed en in de urine, in toegenomen aluminium absorptie in het lichaam en calcium afzetting in zachte weefsels.
Gezondere bronnen van calcium
Terwijl de aandacht voor calciuminname het gevolg lijkt te zijn geweest van het optreden van osteoporose bij Kaukasische vrouwen (om nog maar te zwijgen van de invloed op de zuivelindustrie), wordt hier niet gezegd dat een zekere hoeveelheid voedsingscalcium niet nodig is door deze en andere demografische groepen. Calcium is echter gemakkelijk voorradig in andere bronnen dan zuivelprodukten. Groenbladige groenten, zoals broccoli, boerenkool, en
collards, zijn rijk aan gemakkelijk absorbeerbaar calcium (
Tabel 1)
Veel groene groenten hebben absorptiegraden van meer dan 50% vergeleken met ongeveer 32% voor melk. In 1994, rapporteerde het
American Journal of Clinical Nutrition calciumabsorptie van 52,6% voor broccoli, 63,8% voor spruitjes, 57,8% voor
mustard greens en 51,6% voor
turnip greens20. De calciumabsorptiegraad voor boerenkool is ongeveer 40 tot 59%.
21. Bonen (pinto bonen,
black-eyed peas en navy bonen) en boonprodukten zoals tofu, zijn eveneens rijk aan calcium. Ook wordt ongeveer 36 tot 38% van het calcium in calcium-verrijkt sinaasappelsap geabsorbeerd (zoals gemeld door de gegevens van de producent).
Groenbladige groenten, bonen, calcium-verrijkte sojamelk en calcium-verrijkte 100%-sappen zijn goede calciumbronnen met voordelen die zuivelprodukten niet hebben. Het zijn uitstekende bronnen van fytochemicaliën en anti-oxidanten, terwijl ze weinig vet, geen cholesterol en geen dierlijke proteïnen bevatten.
Tabel 1
Calcium in Voedsel (milligram)
|
|
Bron |
Portie |
Hoeveelheid |
| gedroogde vijgen |
10 vijgen |
269 mg |
| Total cereal, General Mills |
3/4 tas |
250 mg |
| Calcium-verrijkt sinaasappelsap* |
8 ounces |
250 mg |
| Collards, dieprvies, gekookt |
1/2 tas |
179 mg |
| Tofu, rauw, stevig |
1/2 tas |
130 mg |
| Vegetarische baked beans |
1 tas |
128 mg |
| Great northern beans, gekookt |
1 tas |
120 mg |
| Boerenkool, gekookt |
1 tas |
90 mg |
| Navel orange |
1 medium |
52 mg |
| Rozijnen, golden, zaadloos |
2/3 tas |
53 mg |
| Broccoli, gekookt |
1 cup |
72 mg |
| Spruiten, gekookt |
1 tas |
46 mg |
| Kikkererwten, in blik |
1 tas |
77 mg |
| Kidney beans, in blik |
1 tas |
69 mg |
| Bron: J.A.T. Pennington, Bowes and Church's Food
Values of Portions Commonly Used. (Philadelphia: J.B. Lippincott,
1998.) |
| * Package
information. |
References
1. Cuatrecasas P, Lockwood
DH, Caldwell JR. Lactase deficiency in the adult: a common occurrence.
Lancet 1965;1:14-8.
2. Huang SS, Bayless TM. Milk and
lactose intolerance in healthy Orientals. Science
1968;160:83-4.
3. Woteki CE, Weser E, Young EA. Lactose
malabsorption in Mexican-American adults. Am J Clin Nutr
1977;30:470-5.
4. Newcomer AD, Gordon H, Thomas PJ,
McGill DG. Family studies of lactase deficiency in the American Indian.
Gastroenterology 1977;73:985-8.
5. Mishkin S. Dairy
sensitivity, lactose malabsorption, and elimination diets in inflammatory
bowel disease. Am J Clin Nutr 1997;65:564-7.
6.
Scrimshaw NS, Murray EB. The acceptability of milk and milk products in
populations with a high prevalence of lactose intolerance. Am J Clin Nutr
1988;48:1083-5.
7. Hertzler SR, Huynh BCL, Savaiano DA.
How much lactose is low lactose? J Am Dietetic Asso
1996;96:243-6.
8. Looker AC, Johnston CC, Wahner HW, et
al. Prevalence of low femoreal bone density in older U.S. women from
NHANES III. J Bone and Mineral Research
1995;10:796-802.
9. Abelow BJ, Holford TR, Insogna KL.
Cross-cultural association between dietary animal protein and hip
fracture: a hypothesis. Calif Tissue Int
1992;50:14-8.
10. Nordin BEC, Need AG, Morris HA,
Horowitz M. The nature and significance of the relationship between
urinary sodium and urinary calcium in women. J Nutr
1993;123:1615-22.
11. Hopper JL, Seeman E. The bone
density of female twins discordant for tobacco use. N Engl J Med
1994;330:387-92.
12. Pennington JAT. Bowes and Church's
Food Values of Portions Commonly Used, 17th ed. New York:
Lippincott, 1998.
13. Iacono G, Cavataio F, Montalto G,
et al. Intolerance of cow's milk and chronic constipation in children. N
Engl J Med 1998;339:110-4.
14. Scott FW. Cow milk and
insulin-dependent diabetes mellitus: is there a relationship? Am J Clin
Nutr 1990;51:489-91.
15. Karjalainen J, Martin JM, Knip
M, et al. A bovine albumin peptide as a possible trigger of
insulin-dependent diabetes mellitus. N Engl J Med
1992;327:302-7.
16. Cramer DW, Harlow BL, Willet WC.
Galactose consumption and metabolism in relation to the risk of ovarian
cancer. Lancet 1989;2:66-71.
17. Simoons FJ. A
geographic approach to senile cataracts: possible links with milk
consumption, lactase activity, and galactose metabolism. Digestive Disease
and Sciences 1982;27:257-64.
18. Jacobus CH, Holick MF,
Shao Q, et al. Hypervitaminosis D associated with drinking milk. N Engl J
Med 1992;326(18):1173-7.
19. Holick MF. Vitamin D and
bone health. J Nutr 1996;126(suppl);1159S-64S.
20.
Weaver CM, Plawecki KL. Dietary calcium: adequacy of a vegetarian diet. Am
J Clin Nutr 1994;59(suppl):1238S-41S.
21. Heaney RP,
Weaver CM. Calcium absorption from kale. Am J Clin Nutr
1990;51:656-7.
14/01/02
DISCLAIMER
Artikels op deze website worden enkel weergegeven als vrijblijvende informatie en zijn geen vervanging voor een geneeskundige behandeling of geneeskundig of voedingsdeskundig advies van welke aard ook. Raadpleeg steeds uw geneesheer voor alles wat met uw gezondheid te maken heeft. De eigenaar van deze website kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor de juistheid of om het even welk ander kenmerk van de verstrekte informatie, noch voor het gebruik ervan, noch voor om het even welk gevolg van het gebruik ervan. Lees verder...