Adam en Eva: geen erfzonde in de islam

Islam gelooft dat Adam en Eva van God het hele paradijs ter beschikking kregen, op de vruchten van één boom na - daarvan mochten ze niet eten. Satan, een hooghartige djinn, maakte Adam en Eva wijs dat deze vruchten bijzondere kennis bevatten en dat eenieder die er van at evenveel zou weten als God en dus zelf god zou zijn. Satan zei dat hun God een erg jaloerse god was en geen concurrentie duldde, en dat Hij hen daarom verboden had van deze vruchten te eten.

Aanvankelijk hechtten Adam en Eva geen geloof aan wat Satan zei, en hielden zij zich aan het goddelijke verbod. Maar na verloop van tijd zwichtten zowel Adam als Eva voor wat Satan zei en aten zij beiden van de verboden vruchten.

In de Islam sleurt Eva (de vrouw) Adam (de man) dus niet mee in de zonde. In de islam is het dus niet Eva (de vrouw) die Adam (de man) meesleurt in de zonde: zij vallen beiden voor de listen van Satan. Eva is in de islam dan ook niet beladen met het archetype van de verleidster tot zonde.

Als straf voor hun zonde zette God hen uit het paradijs. Adam en Eva waren diep bedroefd en toonden berouw. Zij smeekten God hen te vergeven. God was hen genadig, aanvaardde hun smeekbede, en vergaf hen hun zonde. Hij gaf de mens ook een tweede kans. Hij zei dat wanneer ze zich voortaan aan het gebod dat er geen god is dan God zouden houden, zij een kans zouden maken om na hun dood terug te keren naar het paradijs. Volgens de Islam bestaat er dus geen erfzonde: God heeft Adam en Eva immers vergeven, zodat elk kind vrij van zonde, als een onbeschreven blad en in perfecte harmonie geboren wordt.

Maar naarmate de tijd vordert, dwaalt men soms van het goede pad af, men zondigt - bijvoorbeeld door net als satan hooghartig te zijn, of ten prooi te vallen aan nijd en afgunst, door onrecht te begaan enz. Een (volwassen) mens draagt volgens de islam volledige verantwoordelijkheid voor eigen daden. Het is ook op die daden dat men beoordeeld zal worden - en daarbij geldt dat iedereen verantwoordelijk is voor zichzelf en voor de eigen daden. Men zal zich achter niets of niemand kunnen verschuilen, vermits gedurende het leven, volgens de islam, elk mens twee engelen heeft. De ene engel schrijft de goede daden in het boek, de andere engel de slechte. Op het einde van de rit is er dus geen ontkomen aan: alles wat men in het leven deed, staat te boek. Dat men verantwoordelijk is voor de eigen daden is een centraal principe uit de islam. Muslims geloven dus niet dat de dood van iemand anders (i.c. zoals Jezus in het christendom) hen hun zonden kan kwijtschelden.

Wie zich gedragen heeft volgens de leidraad die God aan de profeten openbaarde kan (mits God's genade) naar het paradijs gaan. Diegenen die zich misdragen gaan naar de hel gaan tenzij God vergiffenis schenkt.

De islam gelooft dus dat ook joden en christenen die handelen in overeenstemming met de aan hun profeten geopenbaarde boodschap naar het paradijs kunnen gaan, terwijl een muslim die zich misdraagt naar de hel kan gaan. Muslims zijn er niet zeker van dat ze naar het paradijs gaan.