Waar komt de term fundamentalisme vandaan?

In Europa denken velen dat de term fundamentalisme van oorsprong islamitisch is. Echter, fundamentalisme is van oorsprong een woord waarmee Amerikaanse protestantste christenen zichzelf benoemden en dat vandaag nog steeds doen.

Oorsprong van de term fundamentalisme

In 'The Myth of Islamic Fundamentalism' schrijft Ilyas Ba-Yunus © (Ph.D. State University of New York College at Cortland)-(vertaald uit het Engels):

"De termen fundamentalisme en seculier negativisme vinden hun oorsprong in het Amerika van de tweede helft van de 19e Eeuw. Zelfs tot laat in de jaren 1850, was het beklemtonen van het onkritisch gezag van de Bijbel vooral in Noord Amerika de overheersende trend. Maar weldra zouden parochianen en een aantal kerkleiders in het licht van historische en wetenschappelijke informatie een meer liberale interpretatie van de Bijbel vragen. De controverse werd zo acuut, dat er in 1878 een Bijbelconferentie georganiseerd werd in Niagara Falls, New York. Deze bijeenkomst werd meest uitdrukkelijk bijgewoond door de leiders van de Baptisten, Presbyterianen, en de Disciples of Christ churches. De conferentie stelde negen fundamentele principes op. De ondertekenaars van deze verklaring noemden zichzelf fundamentalisten en omschreven hun tegenstanders als ketters. Deze fundamentele principes hielden onder meer de onfeilbaarheid van de Bijbel in, de Drievuldigheid, de erfzonde, de dood van Jezus ter verlossing van de zonden van de mensen, en zijn nakende terugkeer naar een duizendjarige heerschappij.

Met verloop van tijd, won de fundamentalistische beweging aan kracht. In 1893, zette ze Charles A. Briggs, een van de meest vooraanstaande figuren van de Presbyterianen, aan de kant. De beweging bereikte een hoogtepunt in 1925 met de bekende Sopes Zaak in Dayton, Tennessee, waardoor het onderwijzen van de biologische evolutieleer verboden werd in door de staat gesubsidieerde scholen.

Gedurende de jaren 1930 ging de beweging omwille van de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog aanzienlijk achteruit. Om in de jaren 1940s opnieuw kracht te winnen met de vorming van de American Council of Christian churches in 1941 en de veel grotere National Council of the Evangelists in 1942. Vanaf de jaren 1950's en 60's, ontdekten deze evangelisten de media. Vooral de zeer grafische beelden op TV-schermen - van blinden die weer konden zien en melaatsen die genezen werden - waren bedoeld om indruk te maken en een grotere aanhang te winnen onder een doelpubliek van ongeschoolde, onderschoolde, eenvoudige mensen van het platteland. Later ontdekten sommige onderzoeksjournalisten dat deze voorstellingen doorgestoken kaart waren. "

In het vervolg van zijn artikel somt Ilyas Ba-Yunus een aantal redenen op waarom de Amerikaanse fundamentalisten gaandeweg te kampen kregen met een negatief imago:

  • Meer liberale christenen waren het niet onverdeeld eens met de zeer dogmatische aanpak van de fundamentalisten en hun negen fundamenten.
  • De andere christenen waren er uiteraard ook niet mee opgezet dat zij door de Fundamentalisten ketters genoemd werden.
  • Sommigen stelden vragen bij de uitzonderlijk grote kapitalen en complexe bureaucratieën van de TV-Evangelisten.
  • In de jaren 1990 doken een aantal seks- en financiële schandalen op rond een aantal van de meest vooraanstaande fundamentalistische predikanten. Berichten over de zaken zelf, zowel als over rechtszaken die ingespannen werden voor laster en eerroof, deden hun zaak evenmin goed.

Kortom, de Amerikaanse fundamentalisten hadden een zwaar imago-probleem gekregen en zowel de liberale kerkleiders als de seculiere opiniemakers keken neer op de fundamentalisten als zijnde dogmatisch, conservatief, arrogant en corrupt.

Toen men in het Westen zag hoe in de jaren 1970s en volgende in de muslimwereld sommige bewegingen ook politiek actief werden en verwezen naar de Koran, plakte men daar omwille van die verwijzing naar hun heilig Boek en naar vermeende analogie met de eigen fundamentalisten, ook de term 'fundamentalisme' op. Daarmee werd ineens ook een negatief imago op de islam geprojecteerd.

Echter, in de muslimwereld:

  • is er geen enkele beweging die zichzelf fundamentalistisch noemt en alle andere muslims ketters noemt.
  • is er geen enkele beweging die de negen fundamenten van de christelijke Fundamentalisten onderschrijft.
  • is er nergens een congres geweest waar muslimgroeperingen een aantal fundamenten van de islam hebben opgesteld en alle andere muslims die deze fundamenten niet volgen tot ketters uitriepen.

Men zou kunnen stellen dat de 5 pijlers van de Islam zowat de fundamenten van de islam zijn, maar daar gaat de vergelijking weer de mist in want al is de muslimwereld een zeer divers geheel met uiteenlopende religieuze en politieke strekkingen, toch zijn alle muslims het eens over die 5 pijlers van de islam. Er zijn dus geen fundamentele en niet-fundamentele muslims.

Toch wordt in het Westen de term 'islamitisch fundamentalisme' veelvuldig gebruikt. Daar waar men er zich in de Verenigde Staten dan nog van bewust is dat men ook in de eigen samenleving fundamentalisten heeft (die bovendien zichzelf fundamentalist noemen), is deze notie over de oorsprong van het woord fundamentalisme in Europa grotendeels afwezig, en associeert men fundamentalisme haast exclusief met de islam.

Men kan echter niet zomaar een begrip uit het eigen wereldbeeld projecteren op een andere cultuur, waarbij men bepaalde bewegingen in de islam benoemt 'naar vermeende analogie met een of andere beweging of gewoonte in het Westen'. Het feit dat de vlag in de muslimwereld dan een totaal andere lading dekt dan hetgeen waarvoor het woord in het Westen gebruikt wordt, maakt dat de misverstanden zich opstapelen.

Andere voorbeelden van termen waarrond nogal wat misverstanden bestaan zijn Allah, Fatwa, Jihad, de Shariah enz.