Wie kan volgens de islam naar het paradijs (de hemel) gaan?

Muslims geloven dat God Adam en Eva hun zonde vergaf. Zij geloven dus niet in de Erfzonde. Volgens de islam wordt elk kind geboren als een blanco blad, zonder zonde. Wanneer een mens gedurende zijn leven leeft volgens de leidraad van God kan hij naar het paradijs gaan. Wanneer zijn gedrag strijdig is met de boodschap aan de profeten en dus met de leidraad die God zelf gaf, kan men naar de hel gaan - tenzij men berouw betoont en God hem vergeeft.

Het verwerven van het eeuwig leven in de paradijslijke tuinen is volgens de islam dus niet zozeer afhankelijk van de naam van het geloof waartoe men behoort, maar wel van hoe men zich gedraagt - niet alleen tegenover andere mensen, maar ook tegenover de dieren en het milieu.

Elk mens is volledig verantwoordelijk voor eigen gedrag, en zal daarop beoordeeld worden. Elk mens is ook vrij in zijn keuze van hoe hij zich tegenover God verhoudt. In die zin schrijft elk mens het scenario van de eigen oordeelsdag, wanneer men zich tegenover God zal moeten verantwoorden.

Het criterium waartegenover het gedrag zal beoordeeld worden, is het Woord van God, zoals het door de Profeten van de gemeenschap waarin men leeft, werd verkondigd. Volgens de islam kenmerkt een gelovige zich door naastenliefde en het delen van de eigen welvaart met de behoeftigen, door het bewandelen van de middenweg en schuwen van extremen, door het doen van goede werken, door verantwoordelijkheidszin, nederigheid, trouw aan een gegeven woord, oprechtheid, waarachtigheid, vergevingsgezindheid, door werklust, zachtmoedigheid en vriendelijkheid, voor verzoeningsgezindheid en het vermijden van conflicten, door hulpvaardigheid, door het afwijzen van hoogmoed, onrecht, racisme en afgunst, door geduld en respect voor de anderen en voor hun geloofsovertuiging enz. Dit zijn een paar van de houdingen en gedragingen waarmee men in het leven de weg effent naar het paradijslijke hiernamaals, wat, kort gesteld neerkomt op het uitdragen van een hoogstaand moreel gedrag.

Deze idealen uit de Koran en de Sunnah zijn dezelfde als deze welke in de Bijbel vermeld worden. Een jood of een christen die volgens de Bijbel leeft kan dus volgens de islam naar het paradijs gaan, terwijl een muslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.

"Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdlijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn." (Koran 2:62)

Dat volgens de islam ook christenen of joden naar het paradijs kunnen gaan, hangt samen met het islamitisch geloof dat zij allemaal in dezelfde ene God geloven die in het hebreeuws Jahweh genoemd wordt en in het arabisch Allah (zoals hij in het frans Dieu genoemd wordt en in het nederlands God).

Ter vergelijking: het christendom gelooft dat alleen christenen naar de hemel zullen gaan. Het verwerven van het Eeuwig Leven vereist volgens het christendom dat men zich bekeert tot volgeling van Jezus. Dit komt omdat christenen geloven in de erfzonde (volgens het chritendom heeft God Adam en Eva nooit hun zonde vergeven, zodat elk kind zondig - als drager van de erfzonde - geboren wordt). Omdat christenen geloven dat de verlossingsdood van Jezus deze erfzonde en dus alle daarop gebaseerde zonden ongedaan gemaakt heeft voor zijn volgelingen, kunnen alleen christenen naar het paradijs en is missioneringswerk zo belangrijk om zielen te redden.

Muslims geloven echter dat elk kind zonder zonden geboren wordt en dat elk mens die vroom is en goede daden stelt mits gods genade tot het paradijs toegelaten kan worden. Daarbij zijn muslims slechts overbrengens van de Boodschap. Het is Muslims ten zeerste verboden te proberen anderen te dwingen zich te bekeren tot de islam. Overigens, theologisch is daar geen dwingende reden toe vermits volgens de islam ook niet-muslims naar de hemel kunnen gaan. In de islam gebeurt de beoordeling op Oordeelsdag immers niet op basis van de kerkgemeenschap waartoe men behoort, maar op basis de vroomheid, het gedrag en de intenties voor dat gedrag.

De islam benadrukt herhaaldelijk het belang van waarachtigheid, in die mate dat de diepste putten in de hel voorbehouden worden voor de 'hypocrieten". Volgens de koran zijn dat muslims die beweren dat zij gelovig zijn, maar wiens daden dit tegenspreken. Het zijn muslims die het ene zeggen en het andere doen.

"De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden." (Koran 4:145)