Zijn in de islam kerk (moskee) en staat gescheiden?

Bij scheiding van kerk en staat en 'verlichting' denkt men aan twee dingen:

  1. het scheiden van bestuur en geloof
  2. het invoeren van de twijfel in plaats van het dogmatisch absoluut gelijk van het geloof.

Hoe zit het met deze twee zaken in de islam?

1. Scheiding van bestuur en geloof?

In het Westen waren er in voorgaande eeuwen enkele christelijke staten waarin de staat het christendom als verplichte godsdienst oplegde aan alle onderdanen, op straffe van gevangenis of erger. Daartegen kwam protest op gang dat succesvol ijverde voor scheiding van kerk en staat, in de betekenis dat de staat geen geloof mag opleggen aan haar onderdanen en geen lidmaatschap van een geloof mag vereisen voor het uitoefenen van een publiek ambt. Dit heet men de Verlichting.

Velen denken dat een islamitisch staat een land is waar de staat de islam als geloof oplegt aan alle onderdanen - een misvatting die een andere misvatting versterkt, nl dat de islam honderden jaren achterop zou komen en nog lang niet toe zou zijn aan de verlichting van godsdienstvrijheid, laat staan aan het concept van een multiculturele maatschappij.

Echter, in de islam is er nooit een dergelijk samengaan van "kerk" en staat geweest. En wel om volgende redenen:

  • De (soennitische) islam kent geen kerkinstituut. Een imam is niet het equivalent van de christelijke priester, maar is iemand die door de gelovigen wordt verkozen om voor te gaan in het gebed.
     
  • De Koran geeft muslims als maatschappelijke opdracht een rechtvaardige samenleving voor iedereen, muslims en niet-muslims, tot stand te brengen, maar expliciteert niet via welke staatsvorm dit moet gebeuren met dien verstande dat de Koran een dictatuur en een theocratie uitsluit. Maar voor het overige kunnen muslims vrij hun staatsvorm kiezen, de koran bevat daarvan geen blauwdruk. Niets in de koran verplicht muslims tot het invoeren van de shari'ah (voor meer informatie: zie Wat is de shariah). Dit betekent dat landen waar men de wetgeving wel baseert op een plaatselijke versie van de shari'ah, niet typisch zijn voor de islam. Muslims kunnen dus vanuit de leer ook opteren voor een seculiere regeringsvorm. Elk land doet ermee wat men wil, maar de staatsvorm moet volgens de islam wel gedragen zijn door een grote meerderheid van de bevolking.
     
  • Muslimgeleerden zijn het niet eens over de wenselijkheid van het invoeren van de shariah. Velen beschouwen de shariah als een theoretisch model. Zij vinden dat eerst een rechtvaardige samenleving moet gecreëeerd worden waarbij armoede, onderdrukking, uitbuiting enz uit de wereld geholpen worden, en dat pas daarna de shariah kan ingevoerd worden om deze rechtvaardige samenleving te beschermen.
     
  • De shariah kan nooit ingevoerd worden tegen de wil van de bevolking in, maar alleen als een aan unanimiteit grenzende meerderheid dat zo wens. En als men de shariah zou invoeren, betekent dat niet dat iedereen zich tot de islam moet bekeren. Immers, in de Koran is het God zelf die godsdienstvrijheid garandeert voor iedereen, zodat ook de shariah godsdienstvrijheid - van rechtswege - garandeert, en wel in die ruime mate dat wanneer men de shariah zou invoeren, bij rechtsgeschillen niet-muslims kunnen kiezen door welke rechtbank zij het geschil beslecht wensen te zien, een shariah rechtbank of een andere. Bovendien hebben niet-muslims dan ook het recht eigen rechtbanken op te richten voor aangelegenheden zoals familierecht (huwelijken, echtscheidingen, erfeniszaken enz).
     
  • In veruit de meeste muslimlanden geldt de shariah niet (zie: staatsstructuur in landen met een overwegend islamitische bevolking voor een lijst met landen en hun bestuursvorm). Gezien de koran geen blauwdruk van een islamitische staat bevat, zijn niet minder of niet meer een "islamitische staat" dan bijvoorbeeld Saoedi-Arabië of Iran waar plaatselijke versies van de shariah ingevoerd werden. In tal van muslimlanden geldt een seculiere wet, of een mengeling van seculier recht en aspecten uit koloniaal recht, plaatselijk gewoonterecht en soms elementen uit het islamitisch recht.
     
  • Veel muslims ijveren voor een volledig seculiere staat, of voor een islamitische democratie naar analogie met de christendemocratie van het Westen. Het op één of andere manier en in mindere of meerdere mate verbonden zijn van politiek en godsdienst is immers geen exclusief islamitisch fenomeen is. Ook in het Westen is er in mindere of meerdere mate een samengaan van politiek en godsdienst of spiritualiteit. In het Westen zijn er christelijke politieke partijen die in de parlementen zetelen en zo de politieke besluitvorming beïnvloeden. Het is niet ondenkbaar dat naarmate andere dan christelijke levensbeschouwingen meer aanhangers winnen, ook zij politieke partijen zullen oprichten om zo deel te nemen aan het politiek proces. Er zijn ook Westerse landen waar het staatshoofd ook het hoofd van de Kerk is (Groot-Britannië, Vaticaan), en in de VS staat sedert 1955 op alle geldstukken verplicht de leuze "In God We Trust" (voor historiek hiervan, zie : In God We Trust on U.S. Coinage op de website van de Coin Libary). Ook de Amerikaanse "eed van trouw" aan het vaderland die onder meer in public schools afgelegd wordt bevat de zin "One Nation Under God". Beide zaken vormen regelmatig voorwerp van campagnes door seculiere Amerikanen die ijveren voor een scheiding van Kerk en Staat en die systematisch op elk dollarbiljet dat door hun handen passeert de tekst "In God we Trust" doorstrepen.
     

2. Twijfel in de plaats van religieuze dogmatiek?

In het christendom was het tot aan de verlichting niet toegestaan aan God te twijfelen. Mensen in christelijke landen waren verplicht in God en in een letterlijke interpretatie van de Bijbel te geloven. Het is pas door het mogelijk maken van de twijfel dat de wetenschap een hoge vlucht nam, dat men de stellingen van de Bijbel kon verlaten. Ook deze stap behoort tot wat men in het Westen de verlichting noemt.

Ook wat dat betreft, heeft de islam nooit hetzelfde dogmatische aspect gekend als het christendom. De Koran opent in hoofdstuk twee met:

"Dit is het boek waaraan geen twijfel is"(Koran 2,2)

God zegt hier over zichzelf dat Hij bestaat en zegt dat dat op zich een zaak is die buiten twijfel staat. Hij is het die de Koran aan Mohamed (en aan alle andere profeten (zoals Abraham, David, Jezus en) openbaarde.

Echter, tegelijk stelt de koran - en dus God zelf:

"In de godsdienst is er geen dwang" (Koran, 2:256)
"Wie het wil, die moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn."(Koran 18:29)

Ook andere verzen vestigen de godsdienstvrijheid.

Anders gezegd: de Koran vertrekt vanuit de stelling dat God bestaat, maar dat het iedereen vrij staat daar het zijne van te denken, en dus ook van daaraan te twijfelen of van helemaal niet in God te geloven

Volgens de Koran bevatten de openbaringen een leidraad waarmee men zowel de innerlijke vrede als de vrede in de samenleving kan bereiken, maar elk mens is individueel verantwoordelijk voor hoe hij zich tot deze goddelijke leidraad verhoudt. Elk mens zal daarover ook verantwoording moeten afleggen op Oordeelsdag.

Kortom, diegenen die stellen dat de islam nood heeft aan verlichting, gaan uit van de verkeerde veronderstelling dat de islam op deze punten hetzelfde is als het christendom en dus dezelfde "bevrijding" van dogmatiek moet bewandelen, terwijl de islam deze dogmatiek nooit gekend heeft.