Telt de getuigenis van een vrouw maar voor helft van die van man?

Er wordt gezegd dat volgens de islam in rechtszaken de stem van een vrouw maar de half zoveel waard is als die van een vrouw. Is dat zo?

De algemene regel in de islam is dat de getuigenis van een man en de getuigenis van een vrouw gelijkwaardig zijn (zie vers 24:6-9).

Op die algemene regel zijn er twee uitzonderingen, ene waarin de getuigenis minder weegt dan die van een man, en ene waarin de getuigenis van een vrouw meer weegt dan die van een man. We bespreken hierna deze twee uitzonderingen.

1. getuigenissen in financiële geschillen voor de rechtbank

In deze situatie stelt de Koran dat de getuigenis van een man gelijk is aan deze van twee vrouwen (Koran 2:282). Waarom is dat zo? En is dat omdat vrouwen minderwaardig geacht worden?

Volgens de islam wordt er altijd financieel voor een vrouw gezorgd, hetzij door haar man, hetzij door haar vader, haar broer, haar oom, enz. Mannen moeten dus de vrouwen financieel onderhouden en zorg voor hen dragen. Een man draagt met andere woorden altijd financiële verantwoordelijkheid. Een vrouw mag uit werken gaan, handel drijven, zaken doen en geld verdienen, maar moet dat niet doen. Als ze uit werken gaat mag ze het geld volledig voor zichzelf houden en moet ze niets bijdragen tot de kosten van het huishouden. Het is zelfs zo dat zelfs als de vrouw uit werken gaat, in principe de man nog altijd al haar kosten (kledij, woonst, cosmetica, medische kosten enz) moet betalen. De vrouw kan echter ook gewoon thuisblijven, ook dan moeten al haar kosten betaald worden.

Vanuit het islamitisch model heeft de man, op wiens schouders een financiële zorgplicht rust, dus noodzakelijkerwijze ervaring in financiële aangelegenheden terwijl een vrouw vanuit het model mogelijks maar niet noodzakelijk ervaring heeft met financiën.

Dit mogelijk verschil in ervaring zou aanleiding kunnen geven tot een ongelijke situatie waarbij niet alle getuigen in een rechtszaak over dezelfde financiële kennis beschikken. Om dat mogelijk onevenwicht op te vangen, voorziet de Koran een uitzondering op de algemene regel volgens de welke de getuigenis van man en vrouw gelijkwaardig zijn.

De uitzondering zegt dat voor juridische geschillen inzake financiële aangelegenheden 1 mannelijke getuige (die dus met zekerheid financiële ervaring heeft) of 2 vrouwelijke getuigen (die mogelijks maar niet noodzakelijk financiële ervaring hebben en zo elkaar indien nodig kunnen helpen) aangesteld mogen worden.

Noteer dat de financiële transactie zelf door een man of een vrouw kan uitgevoerd worden - ze zijn volledig gelijkwaardig - en dat zij ook elk kunnen kiezen om 1 man of 2 vrouwen als getuige aan te stellen.

Er zit dus geen enkele implicatie van minderwaardigheid in deze uitzonderingsregel, die integendeel ingegeven is door een bezorgdheid van rechtswege om elke partij in een rechtsgeschil getuigen te laten oproepen die even onderlegd zijn in financiële aangelegenheden. Er wordt hier ook niet gezegd dat vrouwen financieel onkundig zijn, vermits zij als handelaars wettelijk gelijkwaardig zijn aan de mannelijke handelaars. De wet heeft enkel bedoeld een mogelijks oneerlijke situatie op te vangen die kan voortvloeien uit het feit dat mannelijke en vrouwelijke getuigen vanuit het model zelf niet noodzakelijk over dezelfde financiële kennis beschikken vermits mannen door hun zorgplicht noodzakelijkerwijze financiële kennis hebben, daar waar deze verplichting niet op vrouwen rust en zij dus mogelijk, maar niet noodzakelijk, even veel kennen van financiën. Naarmate vrouwen meer deelnemen aan het financieel-economisch leven, vermindert uiteraard de noodzaak van deze voorzorgsmaatregel.

De uitzondering speelt ook niet in het nadeel van vrouwen, vermits een vrouwelijke partij in een rechtsgeschil net zo goed een man als getuige kan oproepen.

2. Getuigenis bij beschuldiging van overspel

Op de algemene regel van gelijkwaardigheid van getuigenissen van mannen en vrouwen is er in de Koran nog een tweede uitzonderingsregel, met name in situaties waarbij een man een vrouw van overspel beschuldigt zonder dat daarvan vier getuigen zijn.

In de islam volstaat het niet een man en een vrouw in een compromiterende houding aan te treffen; er moeten vier getuigen zijn van "de daad". Gezien de islam ook voorschrijft dat men de privacy moet eerbiedigen en nergens mag binnengaan zonder eerst te kloppen en toestemming te vragen, is het dus zeer onwaarschijnlijk dat die vier getuigen van de penetratie er zijn. Zij moeten ook tot in detail hetzelfde zeggen, of ze worden zelf bestraft voor laster en leugens. Het komt er dus op neer dat de verzen over overspel eigenlijk alleen maar slaan op overspel dat in het openbaar bedreven wordt, wat wij kennen als openbare zedenschennis - dit terzijde.

Wanneer nu een man zijn vrouw, zonder vier getuigen, beschuldigt van overspel, en zij ontkent dit, is het een kwestie van woord tegen woord, en dan moet elk om beurt vier keer na elkaar herhalen dat ze de waarheid zeggen. Vervolgens moet elk nog een vijfde keer zweren de waarheid te zeggen, dit keer op straffe van eeuwige verdoemenis door God als men liegt. Wanneer elk desondanks bij zijn standpunt blijft, dan wordt de vrouw die het overspel ontkent, geloofd en dus vrijgesproken. In dit geval weegt de getuigenis van een vrouw dus meer dan de getuigenis van een man.

Andere artikels op onze website bespreken andere rechten van de vrouw (zie bv. inleiding bij vrouwenrechten - gelijkwaardigheid - bestaanszekerheid en recht op bezit - gewetensvrijheid - politieke rechten - seksuele rechten - recht op onderwijs - erfenisrechten - rechten in de rechtspraak - recht op werken - hoofddoek? - handdruk?).