Tarotkaarten  -  Crowley

 De oudste beschrijving van de Tarot-kaarten vindt men terug in 1932 en tijde van Koning Karel VI van Frankrijk

.

In 1378 werden de kaarten verboden in het gebied dat nu Duitsland is en in 1379 was het kaartspel één van de vele evenementen op een Brussels festival.

Neurenberg liet het gebruik der kaarten toe in 1380 en sinds 1397 was het gebruik van de kaarten in Parijs op werkdagen nog steeds niet toegelaten.

 

In 1887 – 1888 herbewerkte  de Engelse occultist Aleister Crowley de symboliek van het Tarot en bracht zijn eigen kaarten op de markt. Soms ook het “Thoth-spel” genoemd. Hij was de mening toegedaan dat de “Dwaas” met het getal “nul” als eerste kaart van de grote Arcana moet zijn.

 

De Tarot-kaarten zijn in twee grote delen, met name  “de grote arcane” en “de kleine arcana” verdeeld en tellen samen 78 kaarten.

 

De grote arcana bestaat uit 22 beeldkaarten en zijn genummerd van 1 tot 21. Meestal heeft de “Dwaas” geen of het cijfer “nul”.

De betekenis van de grote arcana is belangrijker dan die van de kleine. Terwijl de kleine dan weer kleine duidingen geeft over gestelde gebeurtenissen.

 

De Kleine arcana bestaat uit 4 kleuren : Bekers, Staven, Pentagrammen en Zwaarden.

Elke kleur telt 14 kaarten : van Aas tot en met tien en vier hofkaarten zijnde : Koningin – Koning – Ridder en een persoonlijke kaart : de Schildknaap en/of Hofdame.

 

Door middel van dit soort kaarten, is het mogelijk dieper in te gaan in je ingesteldheid. Ze zijn dan ook diepzinnig en niet uitsluitend te gebruiken voor de toekomst, maar evenzeer voor inzicht over jezelf. Er wordt met andere woorden dieper ingegaan omtrent uw ingesteldheid, ze zijn dan ook diepzinniger dan menig ander soort kaart.