Foto: Peter Mertens

Kappen

 

Bomen kappen in een natuurgebied lijkt op het eerste zicht misschien wat vreemd. Toch biedt deze maatregel op termijn vaak een meerwaarde voor de natuur. Door allerlei aanplantingen in het verleden groeien in vele bossen bomen die hier van nature niet thuis horen (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Canada-populieren...).

 

In onze natuurgebieden streeft Natuurpunt een zo natuurlijk mogelijk landschap na. Door een aantal bomen te kappen kan een veel gevarieerder bos ontstaan, waarin vooral streekeigen planten groeien. Inheemse bomen en struiken hebben immers een veel grotere natuurwaarde dan uitheemse soorten. Ze herbergen tientallen diersoorten en hebben een rijkere ondergroei van planten.

 

De Amerikaanse vogelkers bv. is een uitheemse boomsoort die hier rond 1950 werd ingevoerd. Economisch bleek het aanplanten van deze soort een flop en op ecologisch vlak was de komst van de Amerikaanse vogelkers catastrofaal. Geen wonder dat hij de naam “Bospest” meekreeg. Amerikaanse vogelkers zorgt immers jaarlijks voor ontelbare zaailingen die zich snel vestigen in open terreinen. In bossen vormen ze zeer snel een dichte onderbegroeiing die elke natuurlijke verjonging met inheemse bomen onmogelijk maakt.

 

Gekapte bomen en takken ruimen we vaak ‘niet proper’ op. Dat is niet uit luiheid! Rottende bomen en takken herbergen immers heel wat leven. O.a. kevers, spechten en paddestoelen vinden er voedsel en een schuilplaats. Daarom laat Natuurpunt op meerdere plaatsen dood hout en takkenhopen liggen.

 

Lees meer: klik hier voor het artikel 'Natuurbeheer met de kettingzaag' uit 't Puntje

 

 

© 2009 Natuurpunt afdeling Lille