Header image  
Vereniging voor natuur en landschap
in de Ninoofse regio
 
line decor
  
line decor
 
 

 

 

 


Horen gieren hier thuis? Enkele achtergronden

 

De recente komst van wilde vale gieren in grote aantallen in Duitsland, Zwitserland, en nog meer in België en Nederland waren aanleiding tot fantasievolle commentaren, vooral in de populaire pers. Dat is niet verbazingwekkend, want zelfs de ornithologen kennen niet
volledig de oorzaken en wijzen op de locale hongersnood in Spanje die sinds
2006 wordt veroorzaakt door bureaucratisch gedoe …

Toch is het onmogelijk dat voedselgebrek in Spanje de oorzaak van de trek is, om twee redenen:

a. Ver voor de problemen in Spanje in 2006 was deze trek al aan de gang, het is al jaren aan de gang en wordt telkens sterker.

b. Ook sinds de schaarste van 2006 is de trek seizoensgebonden terwijl de schaarste het hele jaar door duurt. Men ziet telkens een trek van niet broedende vogels in de zomer naar het noorden, gevolgd door een trek naar het zuiden in de winter. Als de schaarste de oorzaak is, hoe verklaart men dan de terug trek naar het zuiden?..

In werkelijkheid moet men de seizoensbeweging van de niet broeders analyseren. Toen de wilde vale gieren waren teruggedrongen in enkele bastions in Spanje en de Balkan, stopte die trek (behalve in de Oostenrijkse Alpen waar vogels uit Kroatië over zomeren). Momenteel is er dus gewoon een herstel bezig van de reeds vroeger bestaande seizoensgebonden trek van deze dieren. Het is goed mogelijk dat, sinds 2006, de situatie in sommige Spaanse provincies dit proces heeft versterkt. Maar het wordt daardoor niet veroorzaakt, ook al kan ze het versterken. Mogen we er op wijzen dat de in de 18e eeuw gieren broeden in zuid Duitsland en in de 13/14e eeuw tot op de hoogte van Luxemburg?

Men moet de publiek opinie overtuigen dat de toestroom van gieren geen ramp is, integendeel: het is een teken dat de fauna zich herstelt nu de mens stopt met haar te vernietigen (er komen bijvoorbeeld nu eindelijk weer gemzen laag in de bergen voor).

Het is te verwachten dat de komende jaren zelfs gieren worden gezien in Polen, Tsjechië etc. Nu houden de lagedrukgebieden hen nog tegen. Het is te verwachten dat door de opwarming van de aarde deze fysische barrières zullen verschuiven.  Het door de mens systematisch zelf verwijderen van krengen heeft bijgedragen tot het verdwijnen van de soort in West-Europa.

Gierenvoederplekken kunnen bijdragen aan het natuurlijke herstel dat zich nu aftekent. Op een aantal zeer afgelegen plaatsen kan deze aanpak vermoedelijk zelfs economisch meer rendabel zijn dan de opgelegde verwerking. Het is op deze plaatsen een non-argument te spreken over bestrijding van de moderne veeziekten zoals BSE en dergelijke. Deze ziekten komen telkens voor in regio’s met intensieve veehouderij. Maw deze ziekten zijn onlosmakelijk verbonden met deze grootschalige aanpak. In de desolate regio’s met traditionele extensieve beweiding komen deze uitwassen niet voor. Misschien ook eens iets om over na te denken!

We betwisten dus niet dat dit fenomeen kadert in een ruimer herstel van de roofvogelpopulatie en specifiek in een ruimer herstel van een historisch bestaande trekkende gierenpopulatie. De afbouw van de klassieke voederplaatsen in Spanje zal dit fenomeen zeker versterkt hebben.

In Spanje blijken gieren in toenemende mate levende prooien aanvallen zoals andere grote roofvogels doen die geen aaseter zijn. De afbouw van de gierenvoederplaatsen heeft dit fenomeen in de hand gewerkt, want uiteindelijk is een gier een onhandige vogel die niet echt gebouwd is om zelf levende prooien te slaan.. De dieren worden dus uit noodzaak driester omdat er uiteraard onvoldoende aas blijft liggen voor een aasetende vogel van die omvang.

Met dit in het achterhoofd moeten we ons de vraag durven stellen wat er zou gebeuren als men kunstmatig de dieren hier langer houdt door ze voedsel te geven. Naar wie zou er dan gewezen worden? Als de dieren hier van nature toekomen, verblijven en vertrekken, hebben we alle argumentaties volledig in handen om ze te verdedigen. Zelfs als er eens klein erfvee zou genomen worden. Er bestaat immers een begrotingspost om dergelijke wildschade te vergoeden.

Het maar zeer schaarse voorkomen van typische aaseters zoals Wouwen in onze contreien heeft het gebrek aan natuurlijk aas als oorsprong. We zijn te ‘clean’ als aas in onze omgeving voorkomt, omdat aas nu eenmaal een voor de mens ondraaglijke geur verspreidt. Het argument van gezondheidsrisico’s moet in deze niet overdreven worden, de impact van de milieuvervuiling die op ons weegt is vermoedelijk tienduizenden keren groter. Het feit dat een minister zich gaat bezighouden met een dergelijk randfenomeen als het eenmalige initiatief van de vogelbescherming, tart elke verbeelding.

Er wordt bij sommige mensen uit onwetendheid, bij anderen zeer bewust als strategie reeds jarenlang de kwakkel verspreid dat natuurbeschermers vossen, roofvogels of andere roofdieren zouden uitzetten. Te gek om los te lopen, want al die verhalen zijn perfect terug te brengen tot een natuurlijk herstel van de top van de voedselketen.

Maar dan op zo’n moment Gieren gaan bijvoederen? Dat is natuurtegenstanders de pap in de mond geven. Natuurpunt Ninove vindt het echter wel jammer (en ik geloof vrijwel iedereen in de sector zeker?) dat de verschillende waardevolle invalshoeken om dit dossier te benaderen zo als tegenstellingen gemediatiseerd werden. Hierdoor ging de kern van het eigenlijke verhaal, dat aaseters het moeilijk krijgen in onze West - en Zuid- Europese landschappen, totaal verloren.