Header image  
Vereniging voor natuur en landschap
in de Ninoofse regio
 
line decor
  
line decor
 
 

 

 


januari 2010

Libellen in de Wellemeersen

Een gedocumenteerd verslag over een libellenobservatie in de periode van 1996 tot en met 2007, in een natuurreservaat langs de Dender.

Een groepje enthousiaste Natuurpunters uit de Denderstreek inventariseerde 12 jaar lang libellen en waterjuffers in het natuurgebied De Wellemeersen (Denderleeuw-Erembodegem). Libellenkenner Danny Van Schandevyl bundelde deze gegevens tot een mooi naslagwerkje dat wij graag met iedereen delen. Naast het bespreken van de resultaten is er ook een overzicht met foto's en beschrijvingen over de gevonden soorten (soorten die dus in de ruime regio mogelijk kunnen voorkomen).

pdf bestand Libellen in de Wellemeersen deel 1 : Hoofdstuk 1 tot en met 5

pdf bestand Libellen in de Wellemeersen deel 2 : Hoofdstuk 6 (soortbesprekingen)

Samenvatting

Hoofdstuk 1 is een kennismaking met “De Wellemeersen”, een waardevol natuurreservaat van ongeveer 109 ha, dat zich situeert in Oost-Vlaanderen (België) op de linkeroever van de rivier de Dender.
In dit hoofdstuk wordt het ontstaan, de geomorfologische kenmerken, de bodem, het reliëf, de hydrografie en hydrologie van het gebied besproken.  Ook de invloed die de mens door de jaren heen op het gebied heeft uitgeoefend en de beschrijving van de flora (vegetatietypes) en de fauna die er kan worden aangetroffen wordt apart besproken.  Een aantal van deze kenmerken komen meer specifiek aan bod in de volgende hoofdstukken.

Hoofdstuk 2 handelt over de migratie van libellen, die vaak trek- of zwerfgedrag vertonen en hierbij de aanwezige landschapselementen volgen.  Het besproken gebied is begrensd door steile spoorwegbermen in het zuiden, zuidwesten en westen, de rivier Dender in het oosten en in het noorden de autosnelweg Brussel - Oostende.  
Al deze grenzen kunnen dienen als artificiële routes voor de verspreiding van libellen.  Het hele gebied vormt dan als het ware een life-trap voor iedere migrerende libel. Een andere, meer accidentele manier om het gebied te bereiken is mee te reizen met een boot, trein of een ander vervoermiddel.

Hoofdstuk 3 beschrijft een aantal specifieke libellenbiotopen.  De oudste vijvers in het transgressiegebied van de Dender, de drie zavelputten, uitgegraven in het midden van de 19e eeuw om de spoorwegbermen aan te vullen; de grotere Gatesvijver, uitgegraven tussen 1953-1954 om het lokale autosnelwegtraject op te hogen; de bomputten die ontstonden bij hevige bombardementen op het station van Denderleeuw in 1944, de visvijvers uitgegraven door grondeigenaars tussen begin jaren 60 en het midden van de jaren 70 en waarvan sommige nog steeds privé-eigendom zijn; de natte, moerassige weiden; - al deze door de mens door de jaren heen geschapen biotopen werden door libellen gekoloniseerd.

Hoofdstuk 4 heeft tot doel het verder onderzoek naar libellen en hun levenswijze te stimuleren (in het reservaat  of elders).  Tips voor het identificeren, herkennen en vangen van libellen en hun larven worden hierin gegeven.

Hoofdstuk 5 beschrijft de verwerking van de 1840 records die tijdens de periode 1996-2007 door de waarnemers werden opgetekend. De overgrote meerderheid van deze records zijn zichtwaarnemingen.  Alle twijfelachtige waarnemingen of waarnemingen van zeldzame soorten werden dubbel gecontroleerd. De plaatsbepaling werd gebruikt voor de opmaak van de verspreidingskaartjes. In het tweede gedeelte van dit hoofdstuk worden de resultaten besproken. In de periode 1996-2007 werden 36 soorten libellen waargenomen waaronder 2 zeer twijfelachtige, waarmee verder geen rekening werd gehouden.  Van de 34 overblijvende soorten, bleken er 23 vaste bewoners van het reservaat te zijn. 9 soorten werden zwervend aangetroffen en voor 2 soorten bleken de verzamelde gegevens ontoereikend om een status te bepalen.  Ten slotte wordt de talrijkheid en verspreiding van de vaste soorten besproken evenals de Rode lijstcategorie in Vlaanderen voor alle soorten.  Alle vaste bewoners zijn gecatalogeerd als “momenteel niet bedreigd”.

Hoofdstuk 6 begint met een leeswijzer  bij de soortteksten.  Vervolgens worden alle tot 2007 in de Wellemeersen waargenomen soorten - 36 in totaal - apart besproken. De habitat, de levenscyclus, ecologie, het gedrag, het verspreidingvermogen, soortbescherming, status en de verspreiding binnen het reservaat komen hierin aan bod.  
Iedere soorttekst bevat tevens een verspreidingskaartje (over 2 perioden),  de vermelding van de Rode lijstcategorie in Vlaanderen en een fenologiegrafiek. Na iedere soortbespreking volgt een korte samenvatting in het Engels.

Meer info : Danny Van Schandevyl, danny.van.schandevijl@telenet.be