Actuele berichten
* Maatschappelijke taalvaardigheid in duet -
Een kwaliteitsdebat n.a.v. de peiling Nederlands in de derde graad aso-kso-tso - AKOV - Schaarbeek 8 februari 2012
* Nobelprijswinnares literatuur Wisława Szymborska 88 overleden
* Doeschka Meijsing 64 - overleden
* Waardevolle boeken - een longlist
* Wij gedenken Nicole Rowan, overleden op 30 december 2011
* Zuid-Afrikaans letterkundig biograaf J.C. Kannemeyer op Kerstdag 2011 onverwacht overleden
* Tonnus Oosterhoff wint de P.C.Hooftprijs 2012 voor zijn poëtisch oeuvre
* 'Sociale media in het onderwijs' Nieuwsbrief december 2011 - Erno Mijland
* Jan Sturm overleden
* 'Man over woord' taalprogramma op Canvas gedurende 6 weken op vrijdagavond met Pieter Embrechts
* Marente de Moor wint AKO Literatuurprijs 2011 - 31-10-2011
* Een verstrekkend nieuw spellingrapport van de Nederlandse Taalunie 10-10-2011
* Julian Barnes wint Man Booker Prize 2011 met zijn roman "Alsof het voorbij is" 18-10-2011
* Zweedse dichter Tomas Tranströmer wint de Nobelprijs voor literatuur 2011
* Hella Haasse op 93-jarige leeftijd overleden in Amsterdam op donderdag 29 september 2011
* Inbreng gevraagd bij aanpassingen aan
de Advieslijst taalbeschouwelijke termen Nederlands
* Docenten, werk mee, lever uw bijdrage voor dit initiatief rond jeugdliteratuuronderwijs
* Masterclass LOPON² 2011 rond meertaligheid in het onderwijs
* Egidius
* Arnon Grunberg krijgt de vijfjaarlijkse prijs voor proza van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor zijn roman 'Tirza' - 6-7-2011
* Harry Potter leeft voort in "Pottermore"
* Piet Hein van de Ven neemt “afscheid” en werd mooi gevierd - Universiteit Nijmegen 20 juni 2011
* Martine Tanghe kreeg de LOF-prijs voor de Nederlandse taal - 26-5-2011
* Libris literatuurprijs voor Yves Petry met zijn roman "De maagd Marino" 9-5-2011
* Website over meertaligheid
* Bernard Dewulf is de winnaar van de Libris Literatuurprijs 2010 met zijn novelle Kleine dagen en ook van de scholierenprijs De Inktaap 2011
* Noam Chomsky in Nederland
* 'Over taal' viert 50ste jaargang in 2011
* Popular Linguistics Magazine op het internet
* Jeugdauteur Henri Van Daele overleden 20 december 2010
* Henk Hofland, winnaar van de PC Hooftprijs 2011 Essay
* 30 jaar Nederlandse Taalunie (viering 19-20 nov. 2010 in Brugge)
* Dichter Willem Barnard - Guillaume van der Graft - overleden 21 november 2010
* Harry Mulisch overleden op zaterdag 30 oktober 2010
* Studie- en discussiedagen over Verkavelingsvlaams - "De manke usurpator" - U.A. 18-19 oktober 2010
* Mario Vargas Llosa wint Nobelprijs voor literatuur - 7 oktober 2010
* Vertaling van knappe Zuid-Afrikaanse romans in het Nederlands
* Ewoud Sanders op het internet
*De Portugese winnaar van de Nobelprijs literatuur 1998 José Saramago overleden 18 juni 2010
* Meldpunt Taal online 16-6-2010
* Hoe goed verstaan we elkaar in het Nederlands? Doctoraat Leen Impe - KU Leuven 28 mei 2010
* Dikke Van Dale voortaan ook online te raadplegen 26-5-2010
* Bernard Dewulf is de winnaar van de Libris Literatuurprijs 2010 met zijn novelle Kleine dagen
* Verslag Colloquium BELGISCH-NEDERLANDS IN HET SPANNINGSVELD TUSSEN
VERKAVELINGSVLAAMS EN STANDAARDTAAL -
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde Gent
- 29 april 2010
* Rainer Maria Rilke - Nieuwe gedichten - heruitgave 28-4-2010
* Nieuw nummer Over taal (jaargang 49 nr. 2 – maart-april 2010)
* De Gouden Uil 2010
* Bibnet zet boeken gratis online 19 april 2010
* Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap? - bundel congres 10 oktober 2008 in het Vlaams Parlement
* Rudy Kousbroek overleden op Paasdag 4 april 2010
* Dichter-wandelaar Hubert van Herreweghen wordt 90
* Daniel Hugo ontmoet Herman de Coninck - Een Zuid-Afrikaanse dichter vertaalt de Vlaamse poëet
* Martijn Kager wint Taalunie Scriptieprijs met studie over kunnen - persbericht Nederlandse Taalunie 8-1-2010
* P.C. Hooft-prijs 2010 voor Charlotte Mutsaers
* "De toekomst van het Nederlands als wetenschapstaal. Themabijeenkomst van de Afdeling Letterkunde van maandag 9 mei 1994" boekpublicatie Kon. Ned. Ac. van Wetenschappen op het internet beschikbaar
* Cees Nooteboom krijgt de Prijs der Nederlandse Letteren 2009
* AKO - literatuurprijs 2009 voor Erwin Mortier met zijn roman 'Godenslaap'
* Tien jaar Taaltelefoon: 114.216 keer vraag en antwoord over het Nederlands
* Op de hielen van de leraar secundair... Filmpje van TV.Klasse
* Talige startcompetenties Hoger Onderwijs - Publicatie Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs - SLO van de hand van Helge Bonset en Hans de Vries - aug. 2009
* Oudnederlands Woordenboek online
* De dichter Bert Decorte overleden 1915-2009
* De Roemeens-Duitse schrijfster Herta Müller wint de Nobelprijs voor literatuur in 2009
* De schrijfster Christine D'haen overleden op 3 september 2009
* Kennisbasis voor Nederlands ontwikkeld voor de Nederlandse onderwijzersopleidingen
* Een Vlaamse diplomaat schreef een boeiend boek over Zuid-Afrika.
“Verhalen van een vervelling. Zuid-Afrika zwart op wit” door Bart Pennewaert (Uitg. Manteau 2008)
* Necrologie Simon Vinkenoog † 12 juli 2009
* Nieuws over de spelling: de Technische Handleiding en nog meer service van de Woordenlijst Nederlandse Taal op het internet
* Geschiedenis van de Nederlandse literatuur - deel 5 is verschenen op 19 juni 2009
* Uitreiking PC- Hooftprijs aan Hans Verhagen 28 mei 2009
* Wijnberg wint VSB Poëzieprijs
* Middeleeuwse dichteres Hadewijch beïnvloedde literatuur na 1900
* Patricia De Martelaere overleden 6 maart 2009
* Literatuursite spreidt haar vleugels uit
* Amerikaanse auteur John Updike overleden - 23 januari 2009
* Jhumpa Lahiri gekroond als beste kortverhalenschrijfster (juli 2008)
* Taalunie opent startpagina literatuuronderwijs in Nederland en Vlaanderen
* Valse vriende – die gevaarlike avontuur van vertaal uit Nederlands
* Eindrapport Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen in Nederland van 13 februari 2008
* Duidelijke en hedendaagse definitie van wat leraren moeten kennen en kunnen
* Onderwijs Nederlands tussen gisteren en morgen - Rapport werkgroep Onderwijs van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van de Nederlandse Taalunie
Maatschappelijke taalvaardigheid in duet -
Een kwaliteitsdebat n.a.v. de peiling Nederlands in de derde graad aso-kso-tso - AKOV - Schaarbeek 8 februari 2012
Organisatie
AKOV – Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming organiseerde deze conferentie. Het mag terugblikken op een bijzonder geslaagde bijeenkomst van doorgaans experts in het onderwijs van het Nederlands en leraren uit het onderwijsveld zelf. De bijeenkomst was piekfijn en tot in de puntjes verzorgd. Inhoudelijk was ze bijzonder rijk aan ideeën, waarvan er enkele nieuw en substantieel voorkwamen.
Duo's met verschillende invalshoeken
Na een zinvolle openingstoespraak door Luc Brion, adviseur van minister Pascal Smet, met o.m. de bevestiging van de betekenis en waarde die de onderwijsminister hecht aan het Standaardnederlands in het onderwijs, gaven Hannelore Baeyens en Hilde Vanderheyden van AKOV toelichting bij de peilingresultaten. Die werden gepubliceerd in de brochure ‘Peiling Nederlands in de derde graad algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs. (www.ond.vlaanderen.be/dvo). Daarna belichtten gemengde duo’s de peilingresultaten vanuit verschillende invalshoeken. Ze waren samengesteld uit een lerarenopleider en een leraar ander vak dan Nederlands, begeleiders uit de onderwijskoepels, een lerarenopleider-taalbeleidscoördinator en een leraar Nederlands, een duo van twee onderwijsinspecteurs en twee leerlingen uit de Vlaamse Scholierenkoepel.
Debat
In de namiddag werden de deelnemers verspreid in een aantal groepen van zowat 20 personen. Zij gingen in debat over topica rond het vak Nederlands, Nederlands in andere vakken en op school, leerkansen voor alle leerlingen en andere mogelijke verbeteracties rond het onderwijs Nederlands. De gespreksleider gaf de deelnemers ruim de gelegenheid om in interactie te komen rond dat wat hen bezielde niet enkel m.b.t. de bekende peilingresultaten met hun positieve maar ook negatieve aspecten maar evenzeer rond thema’s als de eindtermen, de leerplannen, de leermiddelen, de didactische aanpak, de lerarenopleiding, de begeleiding en de navorming, de inspectie, het wetenschappelijk onderzoek, het school- en talenbeleid, het overheidsbeleid en structurele hervormingen. De bevindingen met zeker een aantal zinvolle aanbevelingen voor het onderwijsbeleid worden vervat in verslagen die door de ijverige secretarissen van de groepen op de laptop werden vastgelegd. Niet enkel AKOV en de minister, maar ook de deelnemers zelf willen graag kennis nemen van de essentiële bevindingen in eigen groep, maar ook van die uit de andere groepen.
Conferentiebundel
Substantieel ook voor de inhoudelijke opvolging van het gedachtegoed uit de conferentie is de mooie maar ook rijk gestoffeerde conferentiebundel die elke deelnemer vooraf op het internet kon nalezen als voorbereiding, maar evenzeer kan hanteren als hij zich na de conferentie wil verdiepen in een of ander voor hem belangrijk thema of aspect rond de problematiek van het onderwijs Nederlands.

Om daarin een kijkje te gunnen sommen we hier de inhoud op.
- De lees-, luister- en spreekvaardigheid van Vlaamse leerlingen op het einde van het secundair onderwijs: een analyse van Vlaams en internationaal onderzoek.
- Taalgericht vakonderwijs
- Leesplezier
- Taalklaar voor het hoger onderwijs?
- De multimediale context van vandaag en het schoolvak Nederlands – over dragers en beelden
- Een geslaagde transfer?
Het leerplan Nederlands en andere vakken met het studiegebied Land- en Tuinbouw als voorbeeld
- Spreek- en gespreksvaardigheid in tso
- De droom van een tanker (rond taalbeleid in een technisch Atheneum met tso-bso met vooral nijverheidsrichtingen)
- Een ondersteunende rol voor het vak Nederlands in de 3de graad aso Humane Wetenschappen of een gedeelde verantwoordelijkheid
-De rol van het vak Nederlands in de 3de graad Personenzorg van het technisch secundair onderwijs
- Nederlands, ook in het kunstatelier, op het podium
- Iedereen drukt zich op zijn manier uit. Iedereen interpreteert op zijn manier taaluitingen
- “Gelaarsd, gespoord en geletterd” is ook geGOKt! (rond lezen en schrijven als pijnpunten in het hoger onderwijs)
- Wiskunde en taal
- Het project ‘Taalontwikkelend Lesgeven’
- De resultaten van de consultatie na de bekendmaking van de bevindingen uit de peilingen.
Een aantal bijdragen uit de conferentiebundel geven in uitgebreide en verdiepende vorm het gedachtegoed weer van de duo’s die in de voormiddag optraden.
De conferentiebundel is elektronisch te raadplegen:
http://www.ond.vlaanderen.be/dvo/peilingen/conferenties/nederlands-derde-graad-aso-tso-kso.htm
Die elektronische versie wordt later aangevuld met gegevens uit de conferentie zelf. Zo verwachten wij toevoeging van de openingstoespraak van de onderwijsadviseur en de afsluitingstoespraak van de vertegenwoordiger van AKOV zelf, de heer Willy Sleurs. De dag greep plaats onder de bezielende leiding van Hilde Vanderheyden, ondersteund door een toegewijde ploeg van AKOV-medewerkers.
Opvolging van de conferentie
Wat mogen wij verwachten van het gebruik van de resultaten van deze conferentie?
Enerzijds kan het onderwijsbeleid van het ministerie de bevindingen benutten. Anderzijds kunnen de resultaten bevruchtend werken voor de conferentiedeelnemers maar ook voor wie buiten de conferentie zich wil verdiepen om de adviezen te benutten voor het eigen werkveld in het onderwijs.
G.D.
Top
Nobelprijswinnares literatuur Wisława Szymborska 88 overleden
Speelsheid als afweermechanisme, zou je kunnen zeggen. De onuitgesproken boodschap – ‘Kijk naar het werk!’ – van een maakster die zelf inderdaad het liefst afwezig zou zijn, is luid en duidelijk.
Geen onredelijke boodschap ook. En dat het associatieve beeld dat John Albert Jansen in zijn documentaire Einde en begin (op DVD) schetst van haar thema’s en de (geschiedenis van) haar woonplaats Kraków meer zegt over haar poëzie dan het schools volgen van een biografische tijdslijn, lijdt geen twijfel. Het is een film die je naar haar verzamelde gedichten doet grijpen. Je ertoe brengt, pakweg, die schitterende elegie voor een dode geliefde ‘Afscheid van een uitzicht’ weer eens te lezen, het aangrijpende Holocaust-gedicht ‘Elk geval’ of de moderne klassieker ‘Uitzicht met zandkorrel’ of het knappe 'Gesprek met een steen'
GESPREK MET EEN STEEN
Ik klop op de deur van een steen.
'Ik ben het, doe open.
Ik wil bij jou naar binnen gaan,
overal bij je rondkijken,
met jou mijn longen vullen.'
'Ga weg,' zegt de steen.
'Ik ben hermetisch gesloten.
...
In 1996 kreeg de dichteres de Nobelprijs voor literatuur. Tot dan was ze in het Nederlandse taalgebied nauwelijks bekend. In Polen daarentegen was ze enorm populair. Wij beschikken over de 4e druk uit 2001 van Wislawa Szymborska Einde en begin - Gedichten 1957-1997 - uit het Pools vertaald door Gerard Rasch - Meulenhoff Amsterdam.
In beschouwingen over haar werk wordt erop gewezen dat een van de belangrijkste kwaliteiten van haar poëzie is, dat ze in gewone, voor een breed publiek begrijpelijke taal schrijft over de grote literaire thema’s. ‘Haar denken is complex, maar haar taal is eenvoudig’, zei de Duitse vertaler van haar werk.
Haar gedichten worden vaak omschreven met termen als ‘speels’, ‘ironisch’ en ‘verrassend’. Haar nauwkeurige observaties en de grote beeldenrijkdom zijn ook opvallend.
Ze was een verstokte rookster en overleed op 1 februari 2012 aan de gevolgen van longkanker in de leeftijd van 88 jaar.
Postuum
- Dichteres-Nobelprijswinnares Szymborska overleden Knack.be
- Poolse Nobelprijswinnares Szymborska overleden De Standaard.be
- Poolse dichteres Wyslawa Szymborka (88) overleden Historiek.net (met de video Einde en begin 55')
- Afscheid van Wyslawa Szymborka SDL 3-2-2012
- Nobelprijswinnaar Szymborska dood NOS.nl
- alle 41 nieuwsartikelen »
Top
Doeschka Meijsing 64 - overleden

Maandag 30 januari 2012 overleed de schrijfster in haar woning in Amsterdam aan de gevolgen van een zware medische ingreep.
Doeschka Meijsing schreef vele verhalen, gedichten, essays en romans. Ze debuteerde in 1974 bij Querido met De hanen en andere verhalen.
Voor Tijger, tijger! (1980) ontving ze de Multatuliprijs. De tweede man (2000) werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en betekende Meijsings doorbraak naar het grote publiek.
Haar roman 100% chemie (2002) werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en kan worden gezien als een opmaat tot Moord, haar deel van de roman Moord & Doodslag (2005), die ze samen met haar broer Geerten Meijsing schreef.
In 2008 publiceerde ze de roman 'Over de liefde', die bekroond werd met de F. Bordewijkprijs, de Opzij Literatuurprijs en de AKO Literatuurprijs. In het verhaal kijkt een lesbische schrijfster terug op haar verbroken relatie.
Inspiratiebron voor Meijsing was haar relatie met vriendin Xandra Schutte, die haar verliet voor haar uitgever H.J. Schoo. Het werd het laatste boek van Meijsing.
Videofilm met Doescka Meijsing over het schrijfproces
Postuum:
- Doeschka Meijsing (1947-2012) Jeroen Vullings in Vrij Nederland
-
Doeschka Meijsing - Vonkend en bijtend de pijn te lijf - De Volkskrant
- Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing (64) overleden Knack.be
- Schrijfster Doeschka Meijsing overleden De Stentor
- NOS.nl - RTL Nieuws.nl
alle 69 nieuwsartikelen
Top
Waardevolle boeken - een longlist
De jury’s voor belangrijke literaire prijzen selecteren wellicht op oordeelkundige basis een ‘longlist’, een lijst waaruit de winnaar later gekozen wordt. Dat is nu gebeurd voor de Gouden Boekenuil en de Libris literatuurprijs. We onthouden de titels en de schrijvers.
- Bittere bloemen – Jeroen Brouwers
- Tonio – A.F.Th. van der Heijden
- Zomerhuis met zwembad – Herman Koch
- Louteringsberg – Marcel Möring
- Grip – Stephan Enter
- Naar de overkant van de nacht – Jan van Mersbergen
- Ik, Hollywood – Jan Van Loy
- Gestameld liedboek – Erwin Mortier
- Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten – Dimitri Verhulst
- Bloedgetuigen – Johan de Boose (historische roman)
- Post voor mevrouw Bromley – Stefan Brijs
- Gelukkig zijn we machteloos – Ivo Victoria
- Brandlucht – Erik Vlaminck
- De liefhebbers – Brecht Evens (striproman)
- M. Vasalis – Een biografie – Maaike Meijer
- De mobilisatie van Arcadia – Stefan Hertmans (essaybundel)
- Logboek van een onbarmhartig jaar – Connie Palmen
- Gitte – Kristien Hemmerechts
Wellicht is dat een aanduiding voor eigen lectuur, een eigen boekenkeuze.
Mogelijk ook voor een presentatie in de literatuurlessen in de derde cyclus.
Top
Wij gedenken Nicole Rowan, overleden op 30 december 2011
Prof. dr. Nicole Rowan was verbonden aan het Departement Engels van de Universiteit Gent. Zij was er nu eredocente Engelse literatuur. Zij is een aantal jaren betrokken geweest bij de vakdidactiek van de Gentse universiteit, samen met Ronald Soetaert. In die periode heeft zij vrij intensief meegewerkt aan de activiteiten van wat voor 2008 de Vereniging voor Vlaamse Moedertaaldidactici (VVM) was, waaruit nu het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) is ontstaan.
Wij herinneren ons duidelijk dat zij studie maakte van de vrouwelijke auteurs in de literatuur en van gender-gerichtheid. In dat verband is op het internet nog haar bijdrage beschikbaar aan Links & Letters 2, 1995 pp. 31-45 “Is there a Woman in this Text? Female domination in Shakespeare’s Henry VI”.
Van haar collega Ronald Soetaert ontvingen we de volgende gedenkenistekst
“Nicole Rowan (1937-2011) was doctor in de Letteren & Wijsbegeerte en meer concreet angliste. Dat was ze in hart en nieren, en over passies viel niet te onderhandelen met Nicole. Ze was passioneel in alles wat ze deed, maar de Engelse literatuur vulde haar leven. Professioneel deed ze echter meer dan haar hobby koesteren. Nicole was vele jaren verantwoordelijk voor de lerarenopleiding Nederlands en Engels. Een opdracht die ze moest combineren met doctoreren over Shakespeare. Voor iemand met het temperament van Nicole was het taalonderwijs zeker de moeite om haar tanden erin te zetten. De metafoor klinkt misschien wat overdreven, maar Nicole toonde haar tanden op vergaderingen (ze was erbij toen de VVM werd opgericht), ze werkte op het kabinet van onderwijs (bij Luc van den Bossche) en steeds weer stond ze op de barricade voor de lerarenopleiding.
Samen organiseerden we conferenties over de literaire canon, Europees literatuuronderwijs, culturele geletterdheid etc. En ondertussen was ze het klankbord van heel ons onderzoeksteam. Teksten werden zo streng nagelezen zoals alleen een vriendin dat doet. Soms verzuchtte ze: “Ach, alles staat in Shakespeare.” En we knikten toen en ze citeerde Derrida: “Everything and the rest”. Wat prachtig dat ze de inleiding schreef voor de bundel ‘De mooiste van William Shakespeare’. Na haar jarenlang werken voor de lerarenopleiding koos ze uiteindelijk voor de literatuur, haar eerste en laatste liefde. Vaak citeerde ze de uitspraak dat ze het pessimisme van het inzicht combineerde met het optimisme van de daad. Zo hebben we haar gekend. Laat ik eindigen met een citaat van Oscar Wilde (nog zo’n liefde van Nicole): “But what is the good of friendship if one cannot say exactly what one means?” Wie het daar mee eens was, had een loyale vriendin aan Nicole. Ik heb daar mateloos van genoten en mis haar nu even mateloos, samen met zoveel anderen.”
Ronald Soetaert, Universiteit Gent
Top
Zuid-Afrikaans letterkundig biograaf J.C. Kannemeyer op Kerstdag 2011 onverwacht overleden

Vooraanstaande literator sterf onverwags
2011-12-26 20:3
Ilse Krige
STELLENBOSCH. – J.C. Kannemeyer, literêre reus en een van Suid-Afrika se grootste biograwe, het op Kersdag aan bloeding op die brein gesterf.
Hy het kort voor sy dood sy laaste biografie, oor die Nobelpryswenner J.M. Coetzee, voltooi.
Me. Santa Hofmeyer-Joubert, sy metgesel van die afgelope 14 jaar, het gister in Kannemeyer se sitkamer gesê hulle het baie dinge saam gedoen.
“Die laaste paar weke was ons besonder baie bymekaar, want sy boek was klaar geskryf.
“Al was ek vir hom belangrik, was niks méér belangrik as sy liefde vir die letterkunde en sy werk nie. Daardie hele grote man was ‘boeke’.”
http://www.volksblad.com
De Vlaamse letterkundige en essayist Yves 't Tsjoen schreef een In Memoriam J.C. Kannemeyer .
In Die Burger verscheen "Niemand kon so hard werk soos John" met biografische gegevens over Kannemeyer.
Top
Tonnus Oosterhoff wint de P.C.Hooftprijs 2012 voor zijn poëtisch oeuvre

Paul Demets op Cobra.be karakteriseert zijn dichtkunst:
"In meerdere gedichten in Oosterhoffs recent verschenen bundel Leegte lacht (De Bezige Bij) toont Oosterhoff ons taferelen van mentaal verzet. Troost bieden ze niet echt. Oosterhoff noemt de dichter dan ook ‘De ongeneeslijke genezer, die niet geneest.’ Wat doet Oosterhoffs poëzie dan wel? Ze is een vorm van maatschappelijk verzet, waarschuwt in zijn recentste bundel tegen meeloperij en roept op om niet willoos te zijn. Ze is ongelooflijk speels,associatief, grimmig én grappig. Ze is springerig, maar toch vind je er betekenislijnen in. Ze laat ons toe om, zoals Oosterhoff over de tweede, ‘onbegrijpende’ manier van lezen zegt, om ‘structuur te ervaren. Als het begrip dat naar de wereld buiten het gedicht leidt, gebroken is, en er door allerlei vormen en signaleringen toch een besef van coherentie is, wordt poëzie als muziek, een dans van samenhangen.’
Tonnus Oosterhoff is voor mijn part één van de dichters die het best ons tijdsgewricht vatten, waarin we –liefst niet op een naïeve manier- naar coherentie en houvast op zoek gaan, terwijl we ons wel degelijk bewust zijn van de fascinerende meerduidigheid van de werkelijkheid. Hij maakt onze geesten beweeglijk, want zijn versregels dansen. Al die sterke bundels van hem én zijn unieke website www.tonnusoosterhoff.nl getuigen daarvan. De P.C. Hooftprijs gaat terecht naar de grootste taalacrobaat van de Nederlandse poëzie op dit moment."
Arjen Fortuyn in NRC.nl
Vandaag (20 dec. 2011) is bekend geworden dat de dichter Tonnus Oosterhoff de P.C. Hooft-prijs heeft gewonnen. Aan deze oeuvreprijs, de belangrijkste literaire prijs in Nederland, is een bedrag verbonden van 60.000 euro. In de literaire wereld is met grote instemming gereageerd op de P.C. Hooft-prijs 2012 voor dichter Tonnus Oosterhoff. De jury heeft de literaire prijs aan Oosterhoff toegewezen, vanwege de ‘hoge mate’ van vernieuwendheid van diens poëzie. Oosterhoffs dichtwerk heeft volgens de jury ‘de Nederlandse dichtkunst van diverse keurslijven bevrijd, niet planmatig of vanuit een dichterlijke ideologie, maar door persoonlijke oorspronkelijkheid en het bijzondere talent van de auteur voor het vastleggen of liever gezegd juist beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensaties.’
...
Oosterhoff, eerder winnaar van onder meer de VSB poëzieprijs en de Jan Campertprijs, geldt al jaren als een van de belangrijkste dichters van Nederland, zowel door zijn reguliere poëzie als door de bewegende gedichten die hij de laatste jaren maakte en onder meer op zijn website publiceerde. Zijn collega Ilja Leonard Pfeijffer noemde hem ‘een Nederlandse Homerus […], in wiens poëzie de sporen van oud en de tekenen van nieuw naast elkaar staan en het breekpunt zichtbaar is’.
...
Lees meer...
De P.C. Hooft-prijs wordt op 24 mei 2012 uitgereikt in Den Haag.
Coen Peppelenbos op Tzum
Poëziecentrum Gent over de toekenning van de prijs aan de auteur
Frank Keizer in De Reactor 'De ongeneeslijke genezer, die niet geneest', recensie van Oosterhoffs laatste dichtbundel LEEGTE LACHT
NOS-Nieuws 2 audio's met en over Oosterhoff
Tonnus Oosterhoff leest J.H. Leopold 8’17”
Top
'Sociale media in het onderwijs' Nieuwsbrief december 2011 - Erno Mijland
Het thema 'sociale media' staat momenteel volop in de belangstelling in het onderwijs. Scholen oriënteren zich op hoe ze om moeten gaan met zowel de risico's van als de mogelijkheden met sociale media. Hoogste tijd dus voor een nieuwe nieuwsbrief met tips, adviezen en verwijzingen.
Het laatste nieuws... |
|
Top
Jan Sturm overleden
Op vrijdag 18 november 2011 overleed Jan Sturm in de leeftijd van 71 jaar.
Jan Sturm was didacticus Nederlands en lid van de Vakgroep Nederlands van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij behoorde tot de grondleggers van wat we nu kennen als ‘taalbeschouwing’, en schreef al vroeg over de rol van taal in alle vakken. Hij was een gewaardeerd onderzoeker rond taal en anderstaligheid. Al dan niet samen met Sjaak Kroon publiceerde hij vooral in de jaren 90 heel wat artikels rond die thematiek en rond andere thema’s m.b.t. taal en taalonderwijs. Jarenlang was hij redacteur van het vakwetenschappelijk tijdschrift Spiegel, het tijdschrift van de Vereniging voor de Didactiek van het Nederlands en van de Vereniging voor Vlaamse Moedertaaldidactici (sinds 2008 Netwerk Didactiek Nederlands). Van vroeg in de jaren 80 was Jan Sturm actief om het onderwijs Nederlands op internationaal niveau te laten meetellen via het mede door hem in 1982 opgerichte en geleide IMEN, het International Mother Tongue Education Network, dat internationale workshops en symposia organiseert en dat kwalitatieve studies rapporteert rond klashouden, schrijven, onderwijzen en bestuderen van literatuur, lerarenopleiding in standaardtaal, onderzoeksmethodieken e.a. Sinds 2006 verzorgde Jan Sturm ook het Historisch Documentatiecentrum Moedertaaldidactiek (HDM) in Middelburg - Nieuwstraat 19. Hij verzamelde en stelde schoolboeken ter beschikking die niet meer herdrukt werden en die hij dan bewaarde en bezorgde aan wie ze voor zijn studie of zijn onderwijsopdracht nog kon gebruiken.
"Jan was een bijzondere docent: hij eiste heel veel van zijn studenten en vormde hen erg grondig" (Veerle Schuyten, oud-studente - Departementshoofd KHLim)
Hij wenste een besloten uitvaart en wilde dat men van zijn overlijden pas achteraf op de hoogte werd gesteld.
Met veel respect gedenken wij deze markante en bijzonder verdienstelijke persoonlijkheid, die heel wat gepresteerd heeft binnen ons eigen werk- en belangstellingsveld.
Ghislain Duchâteau
'Man over woord' taalprogramma op Canvas gedurende 6 weken op vrijdagavond met Pieter Embrechts
Pittig nieuw televisieprogramma van Pieter Embrechts rond boeiende en verrassende taalthema's.
In een interview met Marcel Vanthilt stelt de maker van het programma zijn "Man over woord" voor.
Laat je overtuigen:
Klik op Taaldag 2011 - 'Man over woord'.
Top
Marente de Moor wint AKO Literatuurprijs 2011 - 31-10-2011

De AKO Literatuurprijs 2011 is toegekend aan Marente de Moor voor haar boek De Nederlandse maagd.
Zij ontving deze prijs uit handen van Ernst Hirsch Ballin, voorzitter van de jury. Het was de 25e maal dat de AKO Literatuurprijs werd uitgereikt. Bij de feestelijke uitreiking in Het Scheepvaartmuseum te Amsterdam waren veel winnaars van eerdere edities van de prijs aanwezig. De winnaar werd bekendgemaakt in een rechtstreekse uitzending van het actualiteitenprogramma Nieuwsuur.
De jury motiveerde haar keuze als volgt: “In het winnende boek worden grenzen opgezocht: wanneer kun je nog een keuze maken, wanneer is die opgelegd? Een subtiele en zinnelijke roman over de littekens die een oorlog achter kan laten, met een zeggingskracht die nu nog relevant is.”
De Moor ontving naast een sculptuur van Eugène Peters een bedrag van € 50.000. Dit bedrag werd ter beschikking gesteld door de Stichting Jacques de Leeuw.
Naast De Nederlandse maagd van Marente de Moor, waren voor de AKO Literatuurprijs 2011 de volgende boeken genomineerd:
Jeroen Brouwers Bittere bloemen (Atlas)
Peter Buwalda Bonita Avenue (De Bezige Bij)
Arnon Grunberg Huid en Haar (Nijgh & Van Ditmar)
Marja Pruis Kus me, straf me (Nijgh & Van Ditmar)
P.F. Thomése De weldoener (Contact)
Marente de Moor, De Nederlandse maagd
Waar eindigt beschaving? Hoe lang kun je je als buitenstaander bij een conflict aan
de zijlijn ophouden? Laat het verleden zich ooit begraven? Het zijn vragen die
Marente de Moor stelt in De Nederlandse maagd. Deze roman belicht de
Nederlandse neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog op een subtiele manier, die
tot nadenken stemt. De ethische dilemma’s uit die tijd blijken ook vandaag de dag
maar al te relevant.
In de zomer van 1936 reist Janna, een achttienjarige Nederlandse schermster,
naar een landgoed bij Aken, waar ze een schermopleiding krijgt van Egon von
Bötticher, een sombere, getormenteerde man. Janna wil weten wat er zich heeft
afgespeeld tussen Egon en haar vader, een arts die de gewonde Egon in de
Eerste Wereldoorlog van het slagveld redde.
De Nederlandse maagd is een historische vertelling en een Bildungsroman ineen.
Het verhaal speelt in een grensgebied waar de littekens van een oorlog nog maar
net zijn vervaagd en zich alweer een nieuw conflict aandient. In zinnelijk en
krachtig proza geeft De Moor haar prachtige personages gestalte. De manier
waarop ze goochelt met beelden en metaforen is duizelingwekkend en de
verwijzingen naar kasteelromans en spookverhalen betoveren. De Nederlandse maagd is een meeslepende, broeierige roman, die nog lang blijft nazinderen.
Recensie in NRC Handelsblad van Elsbeth Etty
Bron: http://www.akoliteratuurprijs.nl/
Top
Een verstrekkend nieuw spellingrapport van de Nederlandse Taalunie 10-10-2011
In Taalschrift Editie 82 – 10 oktober 2011 verschijnt een veelzeggend interview van lerarenopleider Jan T’Sas met projectleider Rik Schutz van de Taalunie over de gegevenheden van het rapport. Het gesprek geeft vanuit de geïnterviewde vrij overzichtelijk en adequaat de grote tendensen weer die in het rapport aan de orde worden gesteld.
De Taalunie heeft als taak de spelling van het Nederlands vast te leggen, maar het onderwijs is verantwoordelijk om te bepalen op welk niveau welke spellingkennis moet worden aangeleerd. Toch heeft de Nederlandse Taalunie bij het opvatten van het rapport zich voorgenomen om te onderzoeken of zij het onderwijs kan ondersteunen bij het aanleren van de vastgelegde spellingregels. Hoe ze dat kan doen is niet volkomen duidelijk geworden. Toch geeft het rapport conclusies en aanbevelingen die een uitgangspunt vormen voor verdere discussie en verkenning van de problematiek van de didactiek van het spellingonderwijs.
- Het interview in Taalschrift “Spellen ze echt slechter dan vroeger? Jan en nee” kun je hier raadplegen.
- Het volledige rapport van de Nederlandse Taalunie “ ‘Ze kunnen niet meer spellen’ Kan de Taalunie er wat aan doen?” is hier bereikbaar
- Het spellingrapport van de Taalunie heeft gebruikgemaakt van het rapport ‘Letters en Punten. Het onderwijs in spelling en interpunctie in het lager onderwijs en secundair onderwijs in Vlaanderen’ (Frans Daems, Rita Rymenans en Tom Venstermans). Dit laatste rapport kan ook op de website http://taalunieversum.org/onderwijs/spelling/ gedownload worden. Op diezelfde website staan trouwens nog verschillende heel nuttige koppelingen naar documenten over spellingonderwijs.
Top
Julian Barnes wint Man Booker Prize 2011
met zijn roman "Alsof het voorbij is" 18-10-2011

Volgens Kathy Mathys in De Standaard Letteren van 14 oktober 2011 zou Julian Barnes een van de weinige geniale schrijvers zijn die in staat zijn een knappe ultrakorte roman te schrijven die beknopt, diep en resonerend is. Eerder publiceerde hij sterke boeken als 'Polsslag', 'Niets te vrezen', 'De citroentafel' rond de thema's ouderdom, naderend levenseinde en verlies. 'Alsof het voorbij is' ('The Sense of an Ending') behoort ook in die categorie. Sereniteit, vreedzaamheid, innerlijke rust beschouwt zijn hoofdpersonage Webster als mythes. Zijn eigen leven verloopt in grijstinten. Toch is hij niet zo onverstoorbaar als hij wil doorgaan. Hij verbaast zich over het verloop van zijn leven. De Tijd haalt rare dingen uit met een mensenleven. Webster heeft alle tijd om terug te blikken. Hij denkt o.m. terug aan zijn minzame, onwereldse schoolvriend Adrian Finn, die zijn klasgenoten intellectueel veruit de baas was maar er niet prat op ging. Als Finn met Websters ex-vrouw Veronica een relatie krijgt, is er geen contact meer. Finn pleegt echter kort na het begin van die relatie zelfmoord. Later als Webster al de zestig voorbij is ontvangt hij van Veronica's moeder een erfenis van vijfhonderd pond? Waarom? Wat is er zovele jaren geleden werkelijk gebeurd? 
Barnes is bekend als schrijver van degelijke essays. Dat is ook te merken in zijn roman waarin zijn wijsheden passend in de tekst zijn geïntegreerd. Terwijl hij schrijft legt hij een onthutsende biecht af. Hij stelt zich steeds maar vragen als
'Put het leven ons uit, zodat we ons uiteindelijke kunnen verzoenen met de dood? Is een mensenleven meer dan de som van de gebeurtenissen? Laat tijd de dingen verstarren tot vastgeroeste anekdotes of haalt hij er juist de scherpe kantjes af?' Zijn onaangenaam hoofdpersonage blikt terug zonder te oordelen of de lezer in een bepaalde richting te sturen.
Stilistisch is het boek heel knap, er staat geen woord teveel en het beschrijft uiterst precies. Het bevat ironie maar de grondtoon is ernstig en verontrustend of zelfs schokkend.
“De winnende roman heeft alles van een klassieker van de Engelse literatuur. Hij is uitmuntend geschreven, subtiel opgebouwd en onthult nieuwe lagen bij elke leesbeurt.” Zo stelde Stella Rimington, juryvoorzitter, het boek voor.
Met Barnes hebben we te doen met een uitzonderlijke knappe auteur. Hij heeft al meer literaire prijzen gewonnen.
De website van Julian Barnes
Top
Zweedse dichter Tomas Tranströmer wint de Nobelprijs voor literatuur 2011

Dat heeft het Nobelprijscomité donderdag 6 oktober 2011 in de Zweedse hoofdstad Stockholm bekendgemaakt.
“Middels zijn doorschijnende beelden geeft hij ons een nieuwe toegang tot de werkelijkheid”, aldus de Nobeljury.
Tranströmer stamt uit een Zweedse journalistenfamilie. Hij studeerde af als psycholoog en werkte lange tijd in dat beroep. Hij maakte zijn debuut als schrijver in 1954. Hij is de meest gevierde dichter van Zweden.
Volgens Tranströmers vrouw Monica Bladh-Tranströmer is de dichter ''ongelooflijk blij" en kwam de toekenning als ''een grote verrassing". Zijn vrouw deed het woord omdat de dichter zijn spraakvermogen verloor na een beroerte.
Hij maakte zijn debuut als schrijver in 1954. Zijn dichtwerk is in meer dan 50 talen uitgebracht en werd in het Nederlands vertaald door schijver J. Bernlef.
In Nederlandse vertaling zijn de gedichten van Tranströmer tot 2002 gepubliceerd weer leverbaar .
De verzamelbundel De herinneringen zien mij VERZAMELDE GEDICHTEN / MEMOIRES Vertaling en nawoord Bernlef in een uitgave van 2011 van De Bezige Bij ligt opnieuw in de boekhandel. De Bezige Bij gaf in de jaren '80 en '90 een aantal bundels uit van Tranströmer.
De Zweed is de afgelopen jaren vaak getipt voor de Nobelprijs. Ook dit jaar werd hij veel genoemd, samen met de Syrische dichter Adonis en de Japanse auteur Haruki Murakami.
Het is de zevende keer dat iemand die in de Zweedse taal schrijft, de Nobelprijs voor de Literatuur krijgt. De laatste keer dat een Zweed de prijs kreeg, was in 1974. Aan de onderscheiding is een bedrag van 1,1 miljoen euro verbonden.
Bron: NU.nl
Profiel Tomas Tranströmer
ARENDSKLIP
I
Ik heb verschillende verlangens
verwonderlijk roerloos
als reptielen achter terrarium glas.
II
Diep in de grond
glijdt mijn ziel
stil als een komeet.
III
Ik sta achter een wankelende muur.
De dood is windstil.
Een vrouw hangt in de stilte de was op.
IV
Heren van Portugal!
De spraak stroomt
in goten van zilverwit.
Tomas Tranströmer
Overzicht: Nobelprijs voor de Literatuur
Top
Hella Haasse op 93-jarige leeftijd overleden in Amsterdam
op donderdag 29 september 2011
Hella Haasse beschreef vervreemding van de eigen cultuur

Hella Haasse
Gisteren (1oktober 2011) werd de film Oeroeg uitgezonden op televisie. Uiteraard naar aanleiding van het overlijden van de schrijfster Hella Haasse. Oeroeg is verfilmd naar het gelijknamige boek van de schrijfster. Een verhaal waarin herkomst als thema centraal staat. Vervreemding van je eigen cultuur, je geboorteland. Geen herkenning meer in jezelf of de bevolking die leeft in jouw land van herkomst. Hoewel je zo graag wilt, je vindt geen aansluiting meer met de huidige bevolking.
Het land van je geboorte of het land van je herkomst is een vreemde cultuur voor je. Het gevoel en de angst of je een vreemde bent voor je eigen roots. Je moet het land weer opnieuw leren kennen. Open staan voor de veranderingen van het land en cultuur. In Oeroeg komt een Nederlandse jongen jaren later weer terug in Nederlands-Indië. Het land is totaal veranderd na de bezetting van de Japanners. De bevolking is veranderd, zowel de Nederlanders als de inheemse bevolking. Zijn jeugdvriendje Oeroeg vindt hij weer terug. Maar de vriendschap uit hun jeugd lijkt totaal vernietigd door de veranderingen van het land.
Oeroeg is een veelgelezen boek door middelbare scholieren. Veelal omdat het een dun boekje is. Na het overlijden van Hella Haasse is er veel vraag naar haar boeken. In deze tijd is het wellicht een goed boek om te lezen.
Haar boeken en verhalen zijn aanraders voor iedereen die leeft tussen culturen. Dat het gevoel een vreemde te zijn in je eigen geboorteland, niet vreemd is. Daarnaast is Oeroeg ook een goed verhaal om meer te weten te komen over de geschiedenis van Nederland. De geschiedenis met Indonesië en de conflicten die hebben plaatsgevonden. Zowel tussen de landen als tussen de burgers onderling.
Bron: http://multiculti.blog.nl/boeken/2011/10/02/hella-haasse
Video: Schrijven was voor Haasse als ademhalen (Bron: De redactie.be)
Negentigste verjaardag van Hella S. Haasse en haar virtueel museum
Alom lof voor de "veelzijdige" Haasse (Bron: NOS.nl)
Volledige berichtgeving bij haar overlijden
Top
Inbreng gevraagd bij aanpassingen aan
de Advieslijst taalbeschouwelijke termen Nederlands
Het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) biedt sinds april 2009 op zijn website vrijblijvend de ‘Advieslijst taalbeschouwelijke termen Nederlands' aan. De Advieslijst is ook te raadplegen via de NDN-site pagina Publicaties.
In de loop van de afgelopen drie jaar ontvingen zowel AKOV als wetenschappelijk medewerker Frans Daems reacties over bepaalde keuzes of over ontbrekende en/of onduidelijke elementen. Daarom werd beslist de lijst beperkt aan te passen. Momenteel is er een aangepaste versie die we graag voorleggen aan deskundigen uit het werkveld.
Als u geïnteresseerd bent om hiervoor een inbreng te doen, kan u contact opnemen met Veerle Breemeersch (Veerle.Breemeersch@ond.vlaanderen.be of 02 553 90 29). U krijgt dan de (beperkt) aangepaste lijst toegestuurd en kan opmerkingen geven over de voorstellen van aanpassingen, maar ook over wat voorlopig ongewijzigd is gebleven. Daarbij vragen we wel om de lijst discreet te behandelen en dus niet te verspreiden omdat hij pas gepubliceerd wordt nadat het hele proces is afgerond. Elke inbreng, hoe klein ook, is welkom.
Als u wil meewerken, laat u dat best zo snel mogelijk weten, want de deadline voor de inhoudelijke opmerkingen is 17 oktober. Als u nog vragen heeft, kan u contact opnemen met Veerle.Breemeersch@ond.vlaanderen.be. Ook Frans Daems (frans.daems@ua.ac.be)zal u graag de nodige uitleg geven.
Top
Docenten, werk mee, lever uw bijdrage voor dit initiatief rond jeugdliteratuuronderwijs
Beste collega,
In navolging van het Nederlandse project Lezen voor de lijst zijn in het kader van het Comenius Life Long Learning Project van de EC zes Europese landen begonnen met de ontwikkeling van een Europees referentiekader voor het literatuuronderwijs in het voortgezet onderwijs (leeftijd 12-18).
Wij verzoeken u een bijdrage te leveren aan het indelen van boeken naar niveau voor de onderbouw (12-14 jaar). Het doel hiervan is om een lijst samen te stellen op een website voor docenten Nederlands waarin de boeken zijn ingedeeld naar vier leesniveaus.
Wij belonen de eerste 50 bruikbare reacties met een boekenbon van € 10,-.
Hierbij gaat een overzicht van de vier leesniveaus voor de onderbouw [Pdf] en een handleiding [Pdf] voor het invullen van de vragenlijst. Lees beide eerst door voor u op de vragenlijst klikt.
Als u de vragenlijst gaat invullen en suggesties heeft voor boektitels voor een bepaald niveau bij deze leeftijdsgroep, dan is het handig een digitaal lijstje bij de hand te hebben waarop auteur, titel en jaar van uitgave staan vermeld, zodat u die kunt kopiëren en in de vragenlijst kunt plakken.
Klik op vragenlijst literatuur voor de onderbouw om de enquête in te vullen.
Informatie over het Europese project, LIFT-2
De deelnemende landen zijn: Duitsland, Finland, Portugal, Roemenië en Tsjechië. Nederland leidt het project.
De resultaten komen eind 2012 op een website: Literary Framework for European Teachers in Secondary Education. Naast een algemeen Europees deel, krijgt elk deelnemend land een versie van het Literary framework in de eigen taal. Zo mogelijk zullen de uitkomsten van deze enquête ook worden gebruikt om een speciale lijst voor de onderbouw samen te stellen voor ‘Lezen voor de lijst’
In het Europese Literary Framework worden verschillende leesniveaus beschreven. Bij elk niveau worden voorbeelden van passende boeken en didactische activiteiten gegeven.
Een belangrijk uitgangspunt van dit project is dat we zoveel mogelijk docenten van de deelnemende landen bij de ontwikkeling van de website willen betrekken. We vragen u dan ook om deze mail te delen met uw collega-docenten Nederlands en uw suggesties en opmerkingen op te schrijven in de vragenlijst.
Zojuist hebben we in het project de eerste fase afgesloten waarin we samen met docentenpanels uit de deelnemende landen de leesniveaus hebben gedefinieerd. We zijn nu in fase 2 aangeland waarin we samen met moedertaaldocenten boeken naar niveaus zullen indelen voor de onder- en bovenbouw. In fase 3 zullen we op zoek gaan naar passende didactische suggesties bij elk niveau.
Wij danken u zeer voor uw medewerking.
Met vriendelijke groet,
drs. Jan Kok en dr. Theo Witte
Universitaire Lerarenopleiding | Rijksuniversiteit Groningen
Dr. T.C.H. (Theo) Witte Universitair Onderwijscentrum | Rijksuniversiteit Groningen Landleven 1 9749 AD Groningen, Nederland T +31 (0)50 3132417 (werk) | +31 (0)6 34967737 (mobile)
www.lezenvoordelijst.nl
Top
Masterclass LOPON² 2011 rond meertaligheid in het onderwijs
Fontys Pabo Den Bosch, 1 april 2011 – een terugblik
Vooruitzicht
Het bestuur van LOPON² deed er bijzonder goed aan deze masterclass rond meertaligheid te organiseren in het vooruitzicht van de Talennota van juli 2011 van de Vlaamse onderwijsminister Pascal Smet. Naast de versterking van het Standaardnederlands is het thema van de meertaligheid de tweede pijler waarop die Talennota berust.
In het licht daarvan is het goed terug te blikken op het ideeëngoed dat op 1 april 2011 in Den Bosch aan de orde werd gesteld en een behoorlijke reflectie daarrond op te zetten. De aanbreng van ideeën van heel deskundige sprekers geeft daarvoor ruime en voldoende denkstof. Het kan niet de bedoeling zijn alles wat naar voren kwam kritiekloos te assimileren. Toch zullen heel wat van de zinvolle ideeën beklijven en toegang krijgen tot het referentiekader van de aanwezige lerarenopleiders die vooral de kleuter- en onderwijzersopleiding verzorgen in Nederland en in Vlaanderen. De dichotomie tussen voor- en tegenstanders van meertalig onderwijs, de keuze tussen eentalig of meertalig onderwijs met de taalbadmethode of anderszins zet meteen aan tot kritisch denken rond deze thematiek.
Daarbij staat het onderwijs voor weer nieuwe veranderingen in dat opzicht en zullen zeker de lerarenopleiders opnieuw de soepelheid van denken en handelen aan de dag moeten leggen om te sporen in de beleidsopties die daaromtrent nu al in de Talennota van minister Smet aan de orde kwamen.
Tasten naar ideeën
De deelnemers aan de masterclass kregen ruim voorafgaande aan de bijeenkomst een stevige informatiebundel aangeboden, waarvan verondersteld werd dat ze die als voorbereiding vooraf flink hadden doorgenomen. Hilde Van den Bossche was zo vriendelijk die voor schrijver dezes te kopiëren en hem mij toe te sturen. Informatie rond de drie presentaties in evenveel gepubliceerde artikels werd rondgestuurd. Linda van den Bergh presenteerde de inhoud van het artikel waaraan ze heeft meegewerkt rond vooroordelen van leerkrachten naar allochtone leerlingen toe, het welbekende Pygmalioneffect. Sven Sierens steunde zich op zijn artikel dat hij met Piet van Avermaet had gepubliceerd onder de titel ‘Taaldiversiteit in het onderwijs: van meertalig onderwijs naar functioneel veeltalig leren’. Sofie Jonckheere en Hadewijch De Doncker (de Foyer Brussel) hadden het over ‘Talensensibilisering in het basisonderwijs: op een positieve wijze omgaan met talen in de klas’. De drie bijdragen worden uitvoeriger voorgesteld op de website van LOPON². Een samenvattend maar adequaat inzicht van de masterclass geeft het beknopte verslag ook te lezen op de LOPON²-site. Een bijzonder uitgebreide powerpointpresentatie van Sven Sierens levert uitvoerig materaal aan rond meertalig onderwijs en onderzoek daarnaar en is ook vrijuit te raadplegen op de website van LOPON². Voor een echt geïnteresseerde lerarenopleider is het doornemen van deze documenten beslist aanbevelenswaardig. Het ideeëngoed zal wel wat minder doordringen dan wanneer hij de bijeenkomst in Den Bosch zelf had bijgewoond, maar een ruime en indringende confrontatie ermee is zeker meegenomen.
Opinie
Als we even onze eigen mening omtrent enkele ideeën mogen uiten, dan kunnen wij in de eerste plaats toch stellen dat wij voor kleuters en jonge basisschoolkinderen talensensibilisering in het perspectief van de multiculturele leerlingenpopulaties in vele scholen zeker zinvol vinden. Taleninitiatie gaat een stap verder en is de eerste fase van taalleren van een vreemde taal, terwijl talensensibilisering beperkt blijft tot activiteiten die aanzetten om te denken over taal en meertaligheid.
Verder zien we duidelijk in dat meertaligheid onontkoombaar is, als we denken aan de moedertaal van de allochtone leerlingen in onze scholen. Hun thuistaal verschilt veelal van de schooltaal. Uit de presentatie van Sven Sierens blijkt manifest dat het goed is de thuistaal van die kinderen op school te aanvaarden, zeker in de zin dat er geen verdrukking ervan aan de orde mag worden gesteld. Dat kan gaan tot de sporadische hantering van de thuistaal in groepswerk in de klas, als dat functioneel van belang is voor het begrip van leerinhouden.
De acceptatie van de thuistaal heeft bijzonder positieve psychologische consequenties voor allochtone leerlingen. Daarbij bleek ook dat de degelijke beheersing van de thuistaal een stimulans kan betekenen voor het aanleren van het Nederlands door die kinderen. Met een ruime beheersing van het Nederlands als instructietaal zijn die leerlingen het meest gebaat voor hun schoolcurriculum en de verwerving daarvan zal dan ook manifest prioritair blijven.
Het talenbeleid in de scholen zal in de toekomst aan de toelaatbaarheid van de thuistaal tot op zekere hoogte en de bevordering van het Standaardnederlands als instructietaal en als omgangstaal nog explicieter aandacht moeten besteden.
In het persbericht van het Kabinet van Onderwijs van 26 juli over de Talennota wordt binnen de beleidsopties van de minister ruimte toegekend aan de thuistaal maar buiten het normale schoolcurriculum. Het stelt: “Het omgaan met thuistalen wordt in het talenbeleid van het leerplichtonderwijs geïntegreerd. Het (speels) aanleren van thuistalen – en van vreemde talen - wordt door een aanbod buiten de lestijden mogelijk gemaakt.” Dat wijst op progressie in het denken maar ook op grote omzichtigheid vanwege de minister rond deze thematiek.
Wellicht is een zekere terughoudendheid ten overstaan van meertalig onderwijs op haar plaats. Uit het weinige beschikbare onderzoeksmateriaal dat voluit te vertrouwen is, blijkt dat meertalig onderwijs positief beoordeeld mag worden, maar dat geen noemenswaardige meerwaarde aangetoond kan worden ten opzichte van louter eentalig onderwijs. Meertalig onderwijs blijkt ook geen nadeel te zijn voor de ontwikkeling van de gebruikelijke omgangs- en schooltaal – in onze context het Standaardnederlands. We blijven stilstaan bij de vraag of het dan wel echt de moeite loont om het te implementeren in onze onderwijsstructuren.
Over meertaligheid in Vonk
Om onze inzichten rond meertalig onderwijs in Vlaanderen nog ruimer te stofferen en om er nog meer een voorzichtig oordeel over te vormen verwijzen we bij deze gelegenheid eveneens naar het aprilnummer 2011 van het tijdschrift Vonk rond ‘Talige uitdagingen voor de toekomst’ dat voor een groot deel gewijd is aan ‘Omgaan met meertaligheid’. Kris Van den Branden en Machteld Verhelst schrijven over “Naar een volwaardig talenbeleid. Omgaan met meertaligheid in het Vlaams onderwijs”. Hilde De Smedt heeft het over “Ontwikkelingsgericht denken over omgaan met meertaligheid in het onderwijs”. Lies Strobbe poneert “Taalbewust vakonderwijs en CLIL: een gemeenschappelijk uitgangspunt”.
Taalgrenzen verleggen
De minister waagt in zijn Talennota 2011 ‘Samen taalgrenzen verleggen’ de sprong naar Content and Language Integrated Learning mits garanties van kwaliteitsbewaking en hij wil meertalig onderwijs decretaal mogelijk maken. Dat is een reden te meer om ons als lerarenopleiders en onderwijsbetrokkenen met de thematiek van het meertalig onderwijs grondig vertrouwd te maken.
Ghislain Duchâteau
31 juli 2011
Top
Egidius

Het heel bekende Egidiuslied in het Gruuthusehandschrift, dat in de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag berust, kan nu met behoorlijke zekerheid toegeschreven worden aan Jan Moritoen. Egidius, waer bestu bleven…Over welke vriend heeft de dichter het hier in zijn treurdicht? Diens historische figuur krijgt nu een zeker profiel uit de studie van Noël Geirnaert, hoofdarchivaris van het Stadsarchief Brugge, die hij publiceerde in het recent verschenen nieuwe boek rond het Gruuthusehandschrift met de bijdragen van een eerder gehouden colloquium over dat kleinood: Het Gruuthuse-handschrift in woord en klank. Nieuwe inzichten, nieuwe vragen.KANTL-colloquium 30 november 2007. Het boek is geredigeerd en ingeleid door Frank Willaert en bevat studies van Herman Brinkman, Ad Leerintveld en Henk Porck, Renée Gabriël en Johan Oosterman, Karl Kügle, Ike de Loos, Joris Reynaert en Noël Geirnaert. (Prijs: € 25,00. Voor bestellingen, zie www.kantl.be)
‘De Egidius van het Gruuthuuse-handschrift past naadloos in de biografie van de Brugse 14de-eeuwse makelaar, politicus, kerkmeester, waarschijnlijk muziekliefhebber en dichter Gillis Honin’,
schrijft de naarstige Noël Geirnaert. Gillis Honin overleed in 1385 en werd begraven in de St.-Walburgakerk waarvan hij kerkmeester was. Zijn dood op vrij jonge leeftijd maakte in Brugge veel ophef. Hij kwam onverwacht, maar ook erg ongelegen omdat Gillis Honin als notabele van Brugge heel grote schulden had.
De verschillende auteurs van de teksten in het Gruuthusehandschrift onder wie Jan van Hulst en Jan Moritoen de meest bekende waren, behoorden tot het milieu van makelaars, hosteliers en bontwerkers, een deel van de stedelijke elite van Brugge rond 1400.
Over de liederen in het handschrift, over Jan Moritoen en over het Egidiuslied zelf kunt u een interessante bijdrage lezen op de blog van Ronny De Schepper.
Ook de driehoeksverhouding met Mergriete uit het rondeel wordt flink uit de doeken gedaan.
We verwijzen daarbij met graagte naar de website die het Gruuthusehandschrift voor internetgebruikers bijzonder ruim toegankelijk maakt.
Top
Arnon Grunberg krijgt de vijfjaarlijkse prijs voor proza van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor zijn roman 'Tirza'
De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde heeft haar vijfjaarlijkse prijs voor proza 2011 voor de periode 2006-2010 toegekend aan Arnon Grunberg, voor zijn roman 'Tirza'.
De genomineerden waren: Arnon Grunberg 'Tirza' (2006), Jeroen Brouwers 'Datumloze dagen' (2007), Charlotte Mutsaers 'Koetsier Herfst' (2008), Tom Lanoye 'Sprakeloos' (2009) en Peter Buwalda 'Bonita Avenue' (2010).
Uit het juryverslag:
In de roman Tirza (2006) vertelt Arnon Grunberg op magistrale wijze het aangrijpende verhaal van Jörgen Hofmeester die, ondanks een zekere welgesteldheid, vrijwel alles wat betekenis voor hem had verloren heeft: zijn vrouw, zijn werk, een deel van zijn fortuin. Hij voelt zich overbodig en houdt zich alleen nog staande door zich te vereenzelvigen met 'vader' te zijn van zijn oogappel en 'bestaansrecht' Tirza. Als dat vaderschap bedreigd wordt door haar allochtone vriendje groeit een obsessieve haat die voor iedereen catastrofaal afloopt. Grunberg heeft met deze aangrijpende en confronterende roman, waarin het demasqué van de angstvallige burger tot uiting komt, zijn meesterschap en zijn unieke plaats binnen de Nederlandstalige literatuur bevestigd. Daarom wordt hem de vijfjaarlijkse Prijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor proza (periode 2006-2010) toegekend.
De volledige tekst vindt u hier .
De prijs wordt uitgereikt tijdens de Openbare Vergadering van de KANTL op woensdag 19 oktober in het Academiegebouw in Gent.Sinds 2003 reikt de KANTL uit de gezamenlijke opbrengst van alle prijzenfondsen elk jaar één vijfjaarlijkse prijs uit, afwisselend voor essay, studie van oudere taal, literatuur en cultuur in de Nederlanden, poëzie, proza en podiumteksten.
Arnon Grünberg is de tweede laureaat van de vijfjaarlijkse prijs voor proza van de KANTL. De eerste prijs voor proza ging naar Stefan Brijs in 2006.
Informatie: secretariaat@kantl.be of 09/265.93.40
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
Koningstraat 18, B-9000 Gent
www.kantl.be
Top
Harry Potter leeft voort in "Pottermore" 23-juni 2011

Donderdag 23 juni 2011 maakte schrijfster J. K. Rowling haar nieuwe project ‘Pottermore’ bekend voor de pers en voor het grote publiek van tieners en volwassenen. ‘Pottermore’ wordt een online platform waar lezers de verhalen en de wereld van Harry Potter verder kunnen verkennen. Zij schrijft geen achtste Harry Potter-boek, maar de zeven delen zullen geleidelijk als e-book kunnen worden aangeschaft via de website www.pottermore.com .
Op het on-lineplatform zullen de auteur en lezers ook ideeën kunnen uitwisselen over de wondere wereld van Harry Potter.
Er zitten ook interactieve elementen in waarmee fans locaties uit de boeken kunnen beleven.
Op de thuispagina van www.pottermore.com links boven in het hoekje kan je de boodschap van J.K. Rowling nog eens helemaal in het Engels bekijken en beluisteren.
Nog meer informatie over het project lees je op de website van Filmtotaal2011 .
En alles over Harry Potter met vele koppelingen is bereikbaar op Wikipedia .
Harry Potter en de relieken van de dood
- Spanning te over in de allerlaatste Harry Potter. Vooral de psychologische diepgang en de morele thematiek maken Rowlings zevende boek tot een groots boek.

In zijn avontuurlijke leven was Harry Potter tot nu toe soms heldhaftig, dikwijls stuntelig, dan weer naïef of simpelweg arrogant. Maar in The deathly hallows, het laatste boek in de zevendelige reeks, lijkt het hoofdpersonage van Joanne Rowling min of meer zijn evenwicht te vinden. Doelgericht maakt hij keuzes, en als die een ultiem offer van hem vragen, aarzelt hij niet.
Verschijnen
De Engelse editie is op 21 juli 2007 uitgekomen. De Nederlandse vertaling is uitgekomen op 17 november 2007.
Het boek werd in twee delen verfilmd. Het eerste deel is in november 2010 in de zalen geprojecteerd , het tweede wordt vanaf juli 2011 in de bioscoopzalen vertoond

Voor allerlei informatie over het boek en de daarop volgende films o.m. over het verhaal zelf kan je hier terecht.
Harry Potter op het grote scherm
De miljoenen fans moesten echter drie jaar wachten op het vijfde boek, Harry Potter and the Order of the Phoenix. Velen speculeerden over writer’s block bij Rowling, maar de boeken werden ook gewoon iedere keer een pak dikker. De fans bleven echter niet helemaal op hun honger zitten aangezien in 2001 de verfilming van het eerste boek in de zalen kwam. In 2005 volgde dan het zesde boek, Harry Potter and the Half-Blood Prince, waarin het populaire personage Dumbledore wordt vermoord. Op 21 juli 2007, tien jaar na publicatie van het eerste deel, sloot de reeks af met Harry Potter and the Deathly Hallows. Die ging in de eerste 24 uur wereldwijd maar liefst 11,35 miljoen keer over de toonbank.
De boeken braken dan wel verkooprecords, toch is geen enkel van de zeven het meest verkochte boek ooit. Die eer gaat nog steeds naar de Bijbel. De serie mag zich wél de meest succesvolle boekenreeks ooit noemen. Ook de films, verdeeld door Warner Brothers, lokten veel volk naar de zalen - maar konden toch nooit de boeken evenaren. Regisseur Chris Columbus nam de eerste twee delen voor zijn rekening, de Mexicaan Alfonso Cuarón maakte het donkere derde deel. Mike Newell tekende voor de vierde film, en David Yates blikte de laatste drie delen in. Zijn laatste Potterfilm, Harry Potter & The Deathly Hallows, Part 2 komt vanaf woensdag 13 juli 2011 in onze zalen en voor die gelegenheid organiseert bioscoopketen Kinepolis een marathonvertoning van alle acht films, goed voor meer dan 26 uur film.
Wie de Harry Potter-verhalen nog eens in beeld wil zien, alvorens naar de cinema te trekken, kan nog tot woensdag terecht in het station van Antwerpen-Centraal voor een fototentoonstelling.
De persoonlijke website van J.K. Rowling is al verbazingwekkend om te bekijken www.jkrowling.com
Top
Piet Hein van de Ven neemt “afscheid” en werd mooi gevierd -
Universiteit Nijmegen 20 juni 2011
Meer dan 30 jaar heeft Piet Hein van de Ven o.m. in het Instituut Leraar en School van de Universiteit Nijmegen de didactiek van het Nederlands bestudeerd, onderzocht en onderwezen. Hij heeft de wettige leeftijd bereikt om afscheid te nemen. Maandag 20 juni 2011 is dat op een luisterrijke en toch gemoedelijke manier gebeurd.
Er stond eerst het internationaal symposium ‘The state of Art in L1/mother Tongue Education’ op het programma met een vergelijkende visie op de stand van het onderwijs eerste taal waarbij dat werd voorgesteld respectievelijk voor Noorwegen door dr. Laila Aase, voor Canada door prof. dr. Mary Kooy en voor Australië door prof. dr. Brenton Doecke. Veel was er gemeenschappelijk in die landen, andere aspecten waren wel erg specifiek, maar alleszins werden er een aantal opmerkenswaardige ideeën voorgesteld. Prof. dr. Sjaak Kroon, eerder een aantal jaren verbonden aan de Universiteit Nijmegen maar nu werkzaam aan de Universiteit Tilburg leidde op levendige wijze de interactie van het publiek met de presentatoren. Niet alle vragen konden binnen de beschikbare tijd aan de orde komen. Uitvoerig en competent speelden de drie panelleden in op de thema’s die vanuit de zaal werden voorgebracht.
Prof. dr. Peter-Arno Coppen fungeerde als zaalvoorzitter voor de hele namiddag.
Na een ontvangst van de gasten in de foyer van de universiteitsaula nodigde hij iedereen uit in de Academiezaal voor het afscheidscollege van Piet Hein van de Ven. De zaal liep ruim vol voor deze unieke les, die de gevierde bracht onder de titel “… maar vraag me niet om na te denken”, die Piet Hein ontleende aan een uitspraak van een leerling bij een schrijfopdracht in de klas. Die wilde wél meewerken, maar… Op een vlotte en pittige manier onderhield dan de gevierde het geboeide publiek gedurende een vijftal kwartier over theorie en praktijk, over de betekenis en grondslag van dat onderwijs. In zijn dankwoordje was het Piet Hein toch even te veel toen hij de nagedachtenis opriep van één van zijn eigen leermeesters. In een aangename treffende bij wijlen humorvolle stijl die toch even deed denken aan Godfried Bomans kreeg Piet-Hein van de Ven vanwege Peter-Arno Coppen nog een korte lofrede toegedicht en dan ontving hij nog een geschenk als aandenken en zijn dame kreeg de fleurige ruiker bloemen. Piet-Hein mocht dan als eerste naar de Anton van Duinkerkenzaal voor de receptie. Daar kreeg iedereen de gelegenheid om de gevierde nog persoonlijk te feliciteren.
Met wat extra cadeautjes en met een voor hem getoonzet liedje mocht hij vergenoegd gezeten op een stoel vanwege zijn collega’s in het Instituut nog een bijkomende hulde in ontvangst nemen. Buiten naast het aulagebouw zat Thomas van Aquino op zijn standbeeld, met open boek en met nadenkende blik en hij vond dat het goed was. Piet Hein van de Ven heeft zijn dagje goed gekregen en de gasten waren blij met hem. We onthouden ook nog uit de toespraak van Peter-Arno Coppen dat Piet Hein nog gedeeltelijk actief blijft en dat wij van zijn hand binnenkort nog een handboek voor de didactiek van het Nederlands mogen verwachten. Ook kijken we uit naar het huldealbum dat even na zijn afscheidscollege van de pers komt.
Piet-Hein van de Ven, neerlandicus – didacticus bij uitstek
De uitnodiging voor zijn afscheidscollege op maandag 20 juni 2011 beschrijft zijn loopbaan als volgt:
“Piet-Hein is zo langzamerhand een van de bekendste Neerlandici geworden in de nationale en internationale didactische gemeenschap. Hij is een graag gezien (en twee maal onderscheiden) gast op congressen en symposia, en een gewaardeerd lid van diverse verenigingen en commissies op het gebied van de moedertaaldidactiek in binnen- en buitenland.
Zijn loopbaan bevat alle elementen die ertoe doen: 8 jaar leraar Nederlands (1970-1978), 20 jaar halftijds universitair docent (gecombineerd met het huisman- en vaderschap) bij de vakgroep Nederlands (1978-1944) en Bedrijfscommunicatie (1994-1998), en in totaal 33 jaar betrokken bij de Nijmeegse lerarenopleiding (1978-2011), waarvan 13 jaar (1998-2011) als universitair hoofddocent.
Tussen de bedrijven door (!) promoveerde hij in 1996 bij prof. dr. Wolfgang Herrlitz op een imposante dissertatie, waarvan de titel tekenend is voor zijn breed uitwaaierende overzicht over het vakgebied (Moedertaalonderwijs, Interpretaties in retoriek en praktijk, heden en verleden, binnen- en buitenland). Hij schreef een paar honderd publicaties op zijn vakgebied.
Binnen het Instituut voor Leraar en School geldt Piet-Hein als de samenbindende primus inter pares, die staat voor de wetenschappelijke kwaliteit van een op de praktijk gerichte opleiding.”
Ghislain Duchâteau
Top
Martine Tanghe kreeg de LOF-prijs voor de Nederlandse taal - 26-5-2011
Donderdag 26 mei 2011 om 14.30 u. - Zaal De Schelp van het Vlaams Parlement in Brussel
Martine Tanghe heeft vanmiddag in het Vlaams Parlement de "Lofprijs der Nederlandse Taal 2010" gekregen. Die wordt elk jaar uitgereikt door de Stichting Nederlands aan een persoon die zich verdienstelijk heeft gemaakt in het Nederlands.
De Stichting Nederlands kiest elke maand een "lof" en een "sof" van de maand. Op het einde van het jaar kiezen de surfers op de website hun favoriet. Dit jaar ging de prijs van de Stichting Nederlands, nochtans een Nederlandse stichting, naar nieuwsanker Martine Tanghe.
"Martine Tanghe heeft dit jaar erg subtiel haar afkeuring laten blijken toen een Vlaamse organisatie een Engelse naam kreeg", zegt Arno Schrauwers van de Stichting Nederlands.
Tanghe zelf is blij met de prijs, maar moest toch eerst overtuigd worden door de organisatoren. "Ik ben absoluut geen fundamentalist als het over taal gaat, ik ben absoluut geen taalpurist. Maar ik vind het wel fijn dat de prijs uit Nederland komt. Ik probeer altijd helder en duidelijk te spreken en wil verstaan worden in heel België én in Nederland."
VRT-nieuws - 26/05/2011
Bekijk: Martine Tanghe krijgt Lofprijs der Nederlandse Taal
Beluister: Martine Tanghe: "Probeer altijd duidelijk te spreken" 4'26"
Top
Libris literatuurprijs voor Yves Petry met zijn roman "De maagd Marino"
9-5-2011
Yves Petry noemt Bruno Klaus zijn hoofdpersoon en het ligt voor de hand hem daarin te volgen, aangezien Bruno de geletterde figuur is wiens fijnzinnig drama door zijn buikspreker wordt genoteerd. Maar het is Marino wiens maagdelijkheid wordt geschonden, met een heleboel bloedverlies. Hij draagt vervolgens de vrucht van de roman die de lezer in handen krijgt.
De schrijver is als verleider gevaarlijker dan hij denkt; hij is van het slag dat klappen uitdeelt en zich in je ziel boort. Hopelijk verwekt de stille toetsaanslag van Petry, die niet in succes gelooft maar het wel verdient, een storm van luid toeterende bijval, in verschillende wereldtalen.
Lees het interview 'Vandaag in de nacht' van Esther Wils met auteur op Athenaeum.nl van 27 juli 2010.
Uitgave De Bezige Bij - prijs € 19,90
Top
Website over meertaligheid
15 maart 2011
Eerste hulp bij meertalige leerlingen
Heb je een, meerdere of zelfs heel veel anderstalige kinderen in je klas? Ben je overtuigd dat talige diversiteit deze kinderen, jezelf, maar ook de rest van de maatschappij kan verrijken? Of worstel je nog met twijfels en vragen rond dit thema? Op een nieuwe website over meertaligheid vind je een bundeling van veelgestelde vragen, achtergrondinformatie, materialen, vormingen, links en projecten rond het thema. De website bestaat uit drie luiken: voor- en buitenschools, school/klas en thuis.
Initiatiefnemers zijn Steunpunt Diversiteit en Leren, Centrum voor Taal en Onderwijs, Kind en Gezin, VZW de 8, Intercultureel Netwerk Gent, Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel, ODICE, Kruispunt Migratie-Integratie, en de Pedagogische Begeleidingsdienst stad Gent. Ze bundelen hun krachten, expertise en materialen om zo aan de thuistaal van anderstalige kinderen een positieve plaats toe te kennen.
Bron: Lerarendirect
Top
Bernard Dewulf is de winnaar van de Libris Literatuurprijs 2010 met zijn novelle 'Kleine dagen'
1-3-2011
Bernard Dewulf is nu ook winnaar van de scholierenprijs De Inktaap 2011
Voor alle informatie over die toekenning klik hier
Video over de uitreiking
10-05-2010

De Libris Literatuur Prijs 2010 gaat voor het tweede achtereenvolgende jaar naar een Vlaming. In een live-tv-uitzending ging de prijs en de cheque van 50.000 euro heel verrassend naar Bernard Dewulfs novelle Kleine dagen. Juryvoorzitter Hans Wijers sprak van een 'stilistisch kroonjuweel'. Vorig jaar werd Dimitri Verhulst bekroond met deze prestigieuze literaire prijs. Kleine dagen is volgens de jury 'een fascinerende schildering van de evolutie van het samenleven in een gezin. Het zijn de beste schrijvers die geen kosmische thematiek nodig hebben om te schitteren en om door te dringen tot de essentie van ons bestaan'. Daarmee koos de jury voor een titel die aansluit bij de door haar gesignaleerde trend dat schrijvers zoeken naar het terugvinden van geluk in de microsfeer.
De genomineerde schrijvers waren: Walter van den Broeck (Terug naar Walden), Bernard Dewulf (Kleine dagen), Marie Kessels (Ruw), Mensje van Keulen (Een goed verhaal), Tom Lanoye (Sprakeloos) en Peter Terrin (De bewaker).
Inmiddels buigt een nieuwe jury zich al over het Nederlandstalige proza van dit jaar. De nieuwe voorzitter van de jury Philip Freriks zal de winnaar volgend jaar bekend maken op maandag 9 mei 2011.
Lees zeker het juryrapport
Poëzie uit het leven gegrepen - recensie van Julie Van Oost
Video-impressie uitreiking Libris Literatuur Prijs 2010
Noam Chomsky in Nederland
Uit Taalpost 1141 van 16 februari 2011 (Genootschap Onze Taal) vernemen we:
Een speciaal in het leven geroepen groep ter gelegenheid van zijn lezingentounee 'Chomsky in Nederland' heeft nu op YouTube een interviewtje geplaatst met de Nederlandse taalkundige Hans Bennis, die duidelijk maakt waarom Chomsky zo'n belangrijke taalkundige is.
Hans Bennis is directeur van het Meertens instituut, dat zich bezighoudt met de bestudering en documentatie van Nederlandse taal en cultuur. Hij vertelt over Noam Chomsky, een van de grootste denkers uit de 20ste eeuw op het gebied van taalkunde en politieke filosofie.
http://www.youtube.com/watch?v=0lupJCD8DEw (6'36")
'Over taal' viert 50ste jaargang in 2011
Een blad met traditie, zo mag Over taal zich zeker noemen: in 2011 viert het met u de 50ste jaargang!
Het tijdschrift is met de jaren uitgegroeid van een neerlandistisch blad dat vooral gewijd was aan taalzorg, tot een algemeen wetenschappelijk-populariserend tijdschrift voor alle taalgebruikers die door taal, tekst en communicatie geboeid zijn. Daar maakt een jonge en dynamische redactie vijf nummers per jaar hard werk van!
In elk nummer van Over taal vindt u twee interviews, twee bijdragen over taal in de ruime zin van het woord en enkele vaste rubrieken: 'Broodje taal' (over taalzorgitems), 'Idioom & Co' (over idiomatische uitdrukkingen), 'Te boek' (vier bladzijden boekrecensies) en verder in elk nummer ook een 'Dossier' (een praktisch taal-, tekst- en/of communicatiedossier), 'Taalkronkels' (de lichte, maar soms minder lichte taalhumorrubriek), een 'Column' (actueel en/of universeel) en een 'Quiz' (test uw kennis van het Nederlands).
Als abonnee krijgt u ook gratis toegang tot de interactieve website www.overtaal.be!
Viert u graag deze 50ste jaargang mee? In het najaar is er een plechtige viering voorzien.
Meer info opwww.overtaal.be
Popular Linguistics Magazine op het internet
Midden januari 2011 verscheen het eerste 'nummer' van het Popular Linguistics Magazine, een nieuw online tijdschrift met populair-wetenschappelijke artikelen over taal en taalwetenschap. Er staan vooral bijdragen in van jonge Amerikaanse taalkundigen. De eerste aflevering bevat onder meer een essay over de vraag wat het nut is van taalkunde, een beschrijving van taalkundig veldwerk en een artikel over de voors en tegens van tweetalig onderwijs en over de meest efficiënte methode ervoor.
Jeugdauteur Henri Van Daele overleden op 20 december 2010

Op 64-jarige leeftijd overleed op 20 december 2010 de Vlaamse schrijver Henri van Daele. Hij werd vooral bekend met zijn werk voor de jeugd, maar schreef ook boeken voor volwassenen en adolescenten. Van Daele was een door en door Vlaamse schrijver die graag schreef over de wereld van zijn jeugd en over zijn grootvader die klompenmaker was.
Door en door Vlaamse schrijver
Een gulle, grappige en door en door Vlaamse schrijver: zo typeren zijn collega's en uitgevers Henri van Daele, die gisteren op 64-jarige leeftijd in zijn woning in Kalken overleed na een langdurige ziekte. Hij werd vooral bekend als jeugdauteur, om te beginnen met zijn Vlaamse Filmpjes, maar schreef ook boeken voor volwassenen en adolescenten.
Van Daele debuteerde al jong: zijn eerste verhaal voor de Vlaamse Filmpjes verscheen toen hij zestien jaar was. Hij was een arbeiderszoon en bekostigde zijn studies (pers- en communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Gent) grotendeels zelf door te schrijven, in de eerste plaats cursiefjes.
Tot 1993 werkte Van Daele als eindredacteur voor het tijdschrift van de Landelijke Bediendencentrale (LBC). Daarbuiten was hij bedrijvig als auteur, copywriter, journalist, vertaler en scenarioschrijver voor strips. Hij was ook jarenlang actief in het Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur en in de PEN-club.
'Van Daele had een heel eigen stem en een heel eigen manier van schrijven', zegt Sofie Van Sande, die zijn werk uitgaf bij Lannoo. 'Het liefst schreef hij over zijn eigen familiegeschiedenis: over de streek van Zele en Kalken waar hij opgroeide en over zijn grootvader die klompenmaker was en die hij opvoerde in Pitjemoer, het boek waarmee hij doorbrak.'
Collaboratie
Volgens Van Sande doet men Van Daele onrecht door hem uitsluitend als jeugdauteur te beschouwen. Met boeken als Woestepet, een moffenkind, waarin hij het gevoelige thema van de collaboratie en de repressie aanpakte, mikte hij ook op een publiek van volwassenen. 'Hij schreef over een wereld waarin de mannen pijp rookten en de kachel brandde, maar waarin het internet niet bestond', aldus Van Sande.
'Van Daele was als schrijver geworteld in de Vlaamse klei', zegt ook de criticus Ed Franck. 'Daarmee bedoel ik niet alleen zijn taal en de beelden die hij gebruikte, maar ook de figuren die hij opvoerde en de sfeer die hij creëerde. Hij behoorde tot een oude traditie. Je komt dat bijna niet meer tegen.' Franck vergelijkt de milde humor van de gestorven schrijver met die van Simon Carmiggelt: 'Hij keek met een begrijpende glimlach naar de wereld.'
Van Daele werd meer dan eens onderscheiden. In 1983 kreeg hij de Driejaarlijkse Staatsprijs. Zijn boeken werden ook in heel wat talen vertaald.
Joke Schauvliege (CD&V), de Vlaamse minister voor Cultuur, bracht gisteren een eerbetoon aan Van Daele. Zij verwees onder meer naar zijn populaire verhalen over Saartje en Sander uit de jaren tachtig, die voor televisie werden bewerkt en veel kinderen aan het lezen hebben gezet.
'Henri van Daele heeft de Vlaamse kinder- en jeugdliteratuur volwassen helpen maken', zegt Schauvliege.
J. V. H. (December 2010)
- Van Daele op de Boekenbeurs 31-10-2008
- Van Daeles website
Henk Hofland, winnaar van de PC Hooftprijs 2011 Essay
|
'Hofland is een vroijke zwartkijker' |
Een jongensachtige senior
Op de drempel van het nieuwe millennium werd hij al gebombardeerd tot Journalist van de Eeuw. Niet vreemd voor iemand die in alles 'ruikt' naar journalistiek en krantenpapier en altijd met zijn tijd is meegegaan, schrijvend vanuit Amsterdam, New York of elders op de wereld.
Het moet een bizar jaar zijn voor Henk Hofland. Dit jaar overleden zijn vrienden en geestverwanten Jan Blokker en Harry Mulisch. En nu, op de drempel van het volgende, krijgt hij de P.C. Hooft-prijs voor zijn essays, de hoogste literaire onderscheiding die er in Nederland te vergeven is. De onderscheiding, waaraan een geldbedrag van 60.000 euro is verbonden. wordt hem op 19 mei volgend jaar uitgereikt, twee dagen voor de sterfdag van de grote zeventiende-eeuwse dichter en toneelschrijver P.C. Hooft.
Mulisch, Blokker en Hofland waren niet alleen vrienden en geestverwanten, ze waren vooral tijdgenoten. En dat gaat nooit voorbij, schreef hij over hun kameraadschap. "We hebben de oorlog meegemaakt, de restauratie gezien, in Amsterdam de jaren vijftig en zestig beleefd. Altijd hebben we schrijvend ons brood verdiend, Harry met zijn boeken en Jan en ik als journalist. Op zeker ogenblik, waarschijnlijk ook al een jaar of dertig geleden (ik hou het niet bij) ontdekte Vrij Nederland dat we tot dezelfde generatie horen. Dat werd een interview met een vrolijk diner. We spraken af dat we het iedere vijf jaar zouden herhalen. Zo is het gebeurd. Op al die bijeenkomsten werd onze generatie weer geïnstitutionaliseerd. Nu kan het niet meer."
Mulisch vergeleek het werk van zijn vriend met dat van Arthur Conan Doyle, de geestelijke vader van Sherlock Holmes: "Dat is ook lectuur, geen literatuur." Doyle en zijn hoogbegaafde speurneus zijn nog steeds populair en Hofland op zijn beurt denkt dat de meeste schrijvers van zijn generatie over een halve eeuw niet meer worden gelezen.
Hendrik Jan Anton Hofland, geboren op 27 juli 1927 in Rotterdam, maakte een bliksemcarrière. Na een studie aan Nijenrode werd hij in 1953 buitenlandredacteur van het Algemeen Handelsblad (later NRC Handelsblad), waar hij kort daarop en tot 1972, deel uitmaakte van de hoofdredactie. Sindsdien schrijft hij ook boeken, waaronder romans als De alibicentrale, waarmee hij minder succesvol was. Hij bundelde veel van zijn onophoudelijke stroom columns en artikelen.
Loftuitingen kreeg hij genoeg. Hij ontving in 1996 de Gouden Ganzeveer, collega's riepen hem eind vorige eeuw uit tot journalist van de twintigste eeuw. In 2001 kreeg hij een eredoctoraat van de Universiteit van Maastricht.
Hofland is de tachtig al ruim gepasseerd, maar nog onverminderd energiek en vooral hoogst productief. In zijn krant, NRC Handelsblad, schrijft hij opiniestukken en over cultuur. Een wekelijks hoogtepunt op zaterdag vormen zijn Overpeinzingen onder het pseudoniem S. Montag. Een column die exact 640 woorden telt. Hij heeft er inmiddels meer dan 1500 geschreven, die zijn gebundeld in De kronieken van S. Montag.
Columns die ontstaan 'vanuit de warboel van mijn hersenpan'. Daarnaast schrijft Hofland voor De Groene Amsterdammer.
Hofland is een man die overal over schrijft en overal over kán schrijven, of het nu politiek, literatuur of architectuur betreft, voetbal of machines (een van zijn fascinaties). Hij doet dat met schijnbaar achteloos gemak, met een fijn pennetje en altijd in een bewonderenswaardig lichte, heldere en bondige stijl met trefzekere beelden. Hoe geliefd Hofland bij zijn lezers is, bleek tijdens de Nacht van de Columnist, toen hij in een uitverkochte Stadsschouwburg in Amsterdam bijna twee uur lang zat te signeren, terwijl zijn collega's zich allang aan meer relaxte bezigheden wijdden.
Hofland is een reiziger, een kosmopolitiet die zich net zo thuisvoelt in Amsterdam als in New York, al ziet hij in de hoofdstad soms met lede ogen de volkse uitwassen aan, zoals met Koninginnedag of tijdens het afgelopen WK voetbal.
"Ik ken niemand die zo weinig veranderd is", zei Hans van Mierlo over hem, zijn inmiddels ook al overleden vriend, oud-collega en Minister van Staat.
In het filmportret met de veelzeggende titel De deftige anarchist dat Cees Overgaauw een paar jaar geleden van Hofland maakte, zien we de altijd jongensachtig gebleven krasse senior in zijn kamer in het Chelsea Hotel op zijn laptop tikken. Een solitair levende man die de indruk wekt zich volkomen met het leven verzoend te hebben.
Nico de Boer - 15 december 2010
Bron: http://www.bndestem.nl
Henk Hofland blijft betrokken spelen
Hij zat met een goede vriend te praten toen de telefoon ging. Er was een dame aan de lijn die hem zei: ‘Meneer Hofland, u heeft de PC Hooftprijs gekregen.’ De vriend zag hoe hij op slag jaren jonger werd. HJA Hofland is van 1927. Al zestig jaar is hij journalist. De jury kwam er in overleg over de oeuvreprijs voor essays met enige verbazing achter dat hij de prijs nog niet had gehad.
Hofland wordt door het PC Hooft-college geprezen voor zijn distantie, zijn engagement, zijn virtuoze omgang met taal en dat alles met veel sprezzatura. Hofland hoorde het met instemming aan. Alleen die Italiaanse term was hem onbekend. Dat had de verslaggever ook eerst even moeten opzoeken op google. Het stamt uit de renaissance, is goed Italiaans voor stijlvolle nonchalance, een vertoon van kunnen dat schijnbaar moeiteloos tot stand komt.
In alle ernst heeft de veteraan-journalist een leeftijdsloze speelsheid behouden. Hij zegt: ”Zin hebben in je werk, dat is het, niets anders. Blijven spelen.’ Hij doelt daarmee op de constructie van zinnen, maar ook op zijn andere hobby: het bouwen van fantasiemachines met simpele middelen zoals oude plastic flessen en ijzerdraad.
‘Ik word ouder, meer en meer wordt verleden,’ zegt hij in nuchtere weemoed. Het recente overlijden van zijn vrienden en leeftijdgenoten Jan Blokker en Harry Mulisch heeft hem diep geraakt. ‘Je kunt ze niet meer spreken’. Zo is het ook met bezoeken aan zijn geboorteplaats Rotterdam, dat stemt hem melancholiek.
Gevraagd naar het gure maatschappelijk klimaat van nu zegt hij: ‘Het valt niet mee.’ Hofland noemt het internet een essentiële wending in de openbaarheid. Hij observeert: ‘Iedereen is god achter zijn computer, laat de hele wereld weten wat hij ervan denkt, in totale razernij zit hij in zijn eentje te te tikken: grwáááhrg! En dan staat die rotsooi op het blog en heeft hij de wereld mores geleerd. Dat is geen pretje om al dat gescheld en getier te horen van mensen die nul verstand hebben van de dingen waarover ze het hebben.’
Hij zal er op 83 jarige leeftijd geen nieuwe politieke partij voor oprichten. ‘Mijn tijd zal het wel duren.’ Ongetwijfeld zal Nederland er meer van vernemen als hij de PC Hooft-rede houdt, volgend jaar mei.
Jeroen Wielaert
Bron: http://weblogs.nos.nl/radio1journaal/2010/12/14/ (met intervieuw met de auteur)
- Henk Hofland door Wikipedia met informatie over leven, boeken, links...
- Een gesprek met Henk Hofland n.a.v. de toekenning van de PC Hooftprijs
- Video met Henk Hofland over de waanzin van oorlog
Top
30 jaar Nederlandse Taalunie (viering 19-20 nov. 2010 in Brugge)

Brugge 2010: top van het Nederlands
De Nederlandse Taalunie hield op 20 november 2010 een topberaad met vertegenwoordigers van alle landen waar het Nederlands belangrijk is. De stad Brugge trad op als gastheer voor dit beraad, dat als motto had: ‘Nederlands, wereldtaal’. De Taalunie organiseerde de top ter gelegenheid van haar dertigjarig bestaan.
Alle informatie rond dat topgebeuren vindt u op de kernpagina van Taalunieversum, de portaalsite van de Nederlandse Taalunie.
Thema’s op die pagina:
- een YouTube-filmpje van 5’08” over Nederlands in de wereld en de werkterreinen van de Nederlandse Taalunie: spelling, de Nederlandse woorden, Nederlands digitale taal, het onderwijs in/van het Nederlands, vertalingen, literatuur, de toekomst van het Nederlands ligt bij de jongeren.
- het topberaad op 20 november in Brugge met de beslissing om een Taalunie Jongerenraad op te richten, om internationale ontmoetingen aan te moedigen voor mensen die met Nederlands begaan zijn, om te werken aan de taalinfrastructuur zoals het zorgvuldig vastleggen - ook digitaal - van onze gemeenschappelijke standaardtaal.
- het jongerenfeest DWVDNT, de Wereld van de Nederlandse Taal, met de voorstelling van de spiksplinternieuwe website DWVDNT, die de virtuele wereld van de Nederlandse taal voorstelt.
- Taalpeil 2010, de jaarlijkse taalkrant van de Taalunie, met antwoorden op vragen naar de houding van Nederlandssprekenden tegenover het Nederlands.
- de publicatie van het nieuwe woordenboek Nederlandse woorden wereldwijd met ruim
17.560 Nederlandse woorden die in 138 talen zijn aangetroffen.
- Informatie rond het Nederlands als wereldtaal en de wedstrijdpagina voor jongeren
- Koppelingen naar de persberichten die n.a.v. de viering van 30 jaar Taalunie zijn verschenen
Kortom: de pagina geeft toegang tot alle belangrijke informatie rond het Nederlands en de ondersteuning van het Nederlands door de jarige Nederlandse Taalunie.
De slotverklaring Nederlands, wereldtaal van de Top van het Nederlands
Dichter Willem Barnard - Guillaume van der Graft - overleden 21 november 2010
Zondagmorgen overleed op 90-jarige leeftijd Guillaume van der Graft, alias Willem Barnard, vader van Knack-medewerker en auteur Benno Barnard
Vanmorgen is Nederlands dichter,essayist en theoloog Willem Barnard in zijn woonplaats Utrecht overleden. Willem Barnard werd op 15 augustus 1920 in Rotterdam geboren. Hij publiceerde onder het pseudoniem Guillaume van der Graft meer dan twintig dichtbundels, alsook -onder zijn eigen naam- publicaties met teksten voortgekomen uit jarenlange liturgische praktijk. Hij geldt als een van de belangrijkste dichters zowel op het gebied van psalmvertalingen als nieuwe gezangen. Barnard, vader van dichter en schrijver Benno Barnard, is 90 jaar geworden.
In 1946 werd Barnard predikant in Hardenberg en debuteerde als dichter met de bundel 'In exilio'. Zijn grote doorbraak beleefde Van der Graft in 1953 met de bundel 'Vogels en vissen'. Aanvankelijk werd hij in een adem genoemd met generatiegenoten van Vijftig als Gerrit Kouwenaar en Simon Vinkenoog. Maar toch bleef Van der Graft een buitenstaander, iemand die meer wilde dan een experiment met vorm en klank alleen en zocht naar de diepere mythologische betekenis van de taal.
Na Hardenberg is Barnard tot 1975 predikant geweest in Nijmegen, Amsterdam en het Gelderse Rozendaal. In die periode werkte hij in opdracht van de kerk als dichter en vertaler nauw samen met Martinus Nijhoff, Ad den Besten, J.W. Schulte Nordholt en Jan Wit. Het leidde tot een nieuwe psalmberijming die haar weg vond in het 'Liedboek van de Kerken' (1973). Ook nam hij een bijzondere plaats in als exegeet. Met name 'Stille omgang' (1992), waarin hij de bijbel op uiterst persoonlijke wijze bespiegelt, wordt in brede kring veel gelezen.
In 1997 maakte Van der Graft als dichter een opmerkelijke comeback na de verschijning van het aan zijn overleden vrouw opgedragen 'Onbereikbaar nabij'. Het leidde tot nieuw werk dat - steeds vaker gericht op de liefde, de dood en de poëzie - zelf steeds soberder en kernachtiger werd. Met 'Praten tegen langzaam water' (De Prom, 2007) maakte Van der Graft de balans op van zijn gehele oeuvre, uit de periode 1942-2006. Uit het werk selecteerde Van der Graft wat hij wilde overleveren.
Toen Barnard in 2004 'Anno Domini', een eigenzinnig dagboek publiceerde, had Knack-redacteur Piet Piryns een interview met hem over dit boek vol tegendraadse aforismen en politiek incorrecte overpeinzingen. Hij schreef er onder andere dat hij zich 'proteliek en kathestant' voelde. Barnard maakte duidelijk dat hij toen al dertig jaar lang geen dominee meer was en haatte het dat hij nog steeds als dominee-dichter werd gelabeld: 'Alsof je een soort amfibie bent.Je zou het kunnen vergelijken met een loodgieter die tegelijkertijd ook semi-profvoetballer is. Dan denk ik: die zal wel voetballen met lood in zijn schoenen. En als mijn dak lekt, bel ik liever iemand anders - een echte vakman. Het komt in mindering van beide componenten.'
(Bron: Persbericht en interview Knack 27 oktober 2004)
Frank Hellemans
Herdenking van Guillaume van der Graft, pseudoniem voor Willem Barnard
De schrijver overleed op 21 november 2010. Zijn zoon Benno Barnard en zijn vriend Ingmar Heytze denken terug respectievelijk aan hun vriend en vader.
Het winkelcentrum de Hoghe Catherijne in Utrecht is daarvoor van betekenis.
Katinka was de moeder van Benno en de echtgenote van Willem. O.K. heeft in dit verhaal een heel bijzondere betekenis.
Bij het opruimen van krantenknipsels vond de webmaster een vergeeld blad uit het Cultureel Supplement van het NRC Handelsblad van 19 juni 1998. Journalist Kester Freriks geeft een gesprek weer met de dichter en dominee. Net de week voordien werd zijn gedichtenverzameling Mythologisch. Gedichten, oud, nieuw, herzien (Uitgeverij De Prom) bekroond met een literaire prijs. Merkwaardig hoe in de persoon van Guillaume van der Graft de dichter en de dominee met elkaar in strijd en toch verbonden leefden. Die tweevoudigheid veruitwendigde zich in knappe dichtbundels en in een hele reeks kerkliederen die tijdens de diensten worden gezongen.
Minder dan drie maanden voor zijn overlijden rond zijn 90ste verjaardag schetste Kees Wennekendonk het portret van de gedenkwaardige literator.
Klik door naar de pagina Archief Literatuur
- Bibliografie van en over Guillaume Van der Graft
- Literatuurplein in interview met de dichter
- Praten tegen langzaam water - eigen bundeling van zijn belangrijkste gedichten 1942-2006
Harry Mulisch overleden op zaterdag 30 oktober 2010

'Ik ben een groot schrijver'
Leven en werk van Harry Mulisch (1927-2010)
De Nederlandse auteur Harry Mulisch is gisteravond op 83-jarige leeftijd overleden, dat heeft uitgeverij De Bezige Bij zojuist laten weten, "uit naam van de familie" en "met grote verslagenheid." Omringd door zijn familie stierf hij in zijn huis aan de Leidsekade in Amsterdam aan de gevolgen van kanker. Mulisch was al enige tijd ernstig ziek, zoals dit weekend in de openbaarheid kwam. Hij leefde al een hele tijd zonder maag en overwon een in 1982 geconstateerde maagkanker.
Met zijn overlijden verliest de Nederlandse literatuur de laatste overblijvende van de zogenaamde illustere (en rivaliserende) Grote Drie (Reve, Hermans en Mulisch).Mulisch, auteur van onder meer Het stenen bruidsbed, De aanslag (in dertig landen vertaald) en De ontdekking van de hemel, schreef romans, novellen, verhalen, beschouwend proza, studies, autobiografisch werk, reportages, toneelstukken en gedichten. Zijn werk is in tientallen talen vertaald en door de kritiek in binnen- en buitenland met lof overladen. Mulisch' oeuvre werd bekroond met de belangrijkste literaire prijzen, waaronder de P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren. Intussen verschijnen er uitgebreide dossiers bij NRC Handelsblad en de Volkskrant over Mulisch. Reacties op het overlijden bij Nu.nl en bij de Volkskrant (onder meer van uitgever Robbert Ammerlaan, premier Mark Rutte, Frans Weisz). En een indrukwekkend dossier bij de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren. Het AD heeft 153 foto's samengebracht.
‘Ik heb de oorlog niet zo zeer "meegemaakt", ik bén de Tweede Wereldoorlog.' Zo luidt een van de talloze gevleugelde uitspraken van Harry Kurt Victor Mulisch (1927). Mulisch is de zoon van een joodse moeder uit een Oostenrijks bankiersgeslacht en een Oostenrijks-Hongaarse vader die tijdens de Eerste Wereldoorlog officier was in het Duitse leger. De oorlog loopt als een rode draad door zijn literaire werk, van zijn doorbraakroman Het stenen bruidsbed, over het bombardement op Dresden, tot en met zijn laatste roman Siegfried, waarin hij de denkbeeldige zoon van Hitler opvoert. Thema's als schuld en onschuld, goed en fout en alle schemergebieden daartussen, hebben hem altijd beziggehouden. Mulisch verschafte zichzelf ook de eeuwige jeugd: "Mijn absolute leeftijd is ongeveer 17 jaar. Dat is wat je altijd geweest bent en altijd zult zijn: een adolescent van 80." En schrijvers' ironisch geventileerde ijdelheid stuitte soms nogal wat lezers tegen de borst.
In 1946 schreef Mulisch zijn eerste verhaal, De kamer, dat een jaar later in Elseviers Weekblad gepubliceerd werd. In 1951 verscheen zijn debuutroman archibald strohalm, waarvoor hij de Reina Prinsen Geerlings-prijs kreeg. Dit boek, waarin de jongen Archibald jammerlijk faalt in het ontwerpen van een alomvattende filosofie, vormt het begin van een reeks romans, novellen en toneelstukken, die hun kracht ontlenen aan een superieur evenwicht tussen mythologische, magische en psychologische motieven.
Na Het stenen bruidsbed (1959) verschuift Mulisch' belangstelling meer en meer in de richting van het persoonlijke en maatschappelijke engagement. In 1961 schreef hij Voer voor psychologen, een bundel autobiografische beschouwingen, in 1962 De zaak 40/61 over het Eichmann-proces en in 1966 Bericht aan de rattenkoning, over de Provo-rellen in Amsterdam.
In de jaren zeventig keerde Mulisch terug naar de romankunst: het later verfilmde Twee vrouwen (1975) en de novelle Oude lucht (1977) zijn voorbeelden van "ogenschijnlijk glasheldere verhalen, waarachter een complex netwerk van mythologische verwijzingen schuilgaat". In 1980 zag tevens zijn grote filosofische en vaak misbegrepen studie De compositie van de wereld het licht.
Zijn bekendste roman is De Aanslag (1982), over de aanslag op een NSB'er en de gevolgen daarvan voor een Haarlems gezin. Er werden wereldwijd meer dan 1 miljoen exemplaren van verkocht.
In het jaar dat Mulisch 65 jaar werd, verscheen zijn magnum opus De ontdekking van de hemel (1992), door critici unaniem bejubeld als een meesterwerk en waarin al zijn thema's samenvloeien. Het boek werd in 2007 verkozen tot Beste Nederlandstalige Boek Aller Tijden. De ontdekking van de hemel is in 2001 verfilmd als The Discovery of Heaven. in 1998 verscheen ook nog de veelgeprezen roman De Procedure, in 1999 bekroond met de Libris Literatuurprijs. Zijn laatste roman was Siegfried in 2001.
Mulisch werd vaak bekroond: hij kreeg ook de Constantijn Huygens-prijs (1977), de P.C. Hooft-prijs (1977) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1995). Ook in het buitenland werd hij gelauwerd, onder meer met de benoeming tot Chevalier de l'Ordre des Arts et des Lettres door het Franse Ministerie van Cultuur (2001), de verlening van het Kruis van Verdienste eerste klasse in de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland (2003) en de Italiaanse Premio Flaiano Internationale literatuurprijs (2003) en Premio Nonino (2007).
In 2000 schreef Mulisch het Boekenweekgeschenk. Het theater, de brief en de waarheid, over de affaire-Jules Croiset. Het verscheen in een recordoplage van 760.000 exemplaren. Op 8 januari 2007 ontving hij een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam.
Werk van Harry Mulisch is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Spaans, Portugees, Italiaans, Noors, Zweeds, Fins, Deens, Russisch, Pools, Hebreeuws, Tjechisch, Slowaaks, Hongaars, Roemeens, Servokroatisch, Sloveens, Bahasa Indonesia, Chinees. (bron: o.m. persbericht De Bezige Bij)
Dirk Leyman
1 oktober 2010
De Papieren Man – Literaire berichtgeving à la carte.
Top
Studie- en discussiedagen over Verkavelingsvlaams - "De manke usurpator"
- Universiteit Antwerpen 18-19 oktober 2010
Hof van Liere - Stadscampus
Heel graag voeren we de aandachtige lezer naar de ontknoping. Die lag vervat in de slottoespraak die mede-organisator
Jürgen Jaspers uitsprak. De slotrede werd samen bedacht en geschreven door de drie organisatoren Jürgen Jaspers, Kevin Absilis en Sarah Van Hoof. Ze gaven ze de titel Vanzelfsprekendheid, nu ook in Vlaanderen?
De volledige tekst vindt u op de website http://demankeusurpator.wordpress.com/
Een paar uittreksels willen wij u hier zeker rechtstreeks laten lezen.
"Geacht publiek,
Het ogenblik waarop iedereen met spanning heeft gewacht, is aangebroken. Zoals u in de pers en op onze weblog kon volgen, selecteerde de jury vijf genomineerden voor de allereerste Manke Usurpator, een prijs voor personen en organisaties die zich verdienstelijk maken in de strijd tegen Verkavelingsvlaams. De jury wil allereerst van het hart dat de keuze allerminst voor de hand lag. Niet door een gebrek aan geschikte kandidaten, maar precies door het schier onoverzichtelijke overaanbod. Het lijkt wel of iedereen in Vlaanderen over deze tussentaal een mening heeft. En haast nooit is die mening positief. Hoogstens, en dan slechts bij grote uitzondering, vindt iemand dat Verkavelingsvlaams al met al toch maar een taalvariëteit is als alle andere die dus ook getolereerd moet kunnen worden. Maar hoe veel vaker komt het niet voor dat het Verkavelingsvlaams genadeloos wordt afgekeurd."
...
"De organisatoren van dit congres hebben niets tegen de standaardtaal. Ze staan ook niet ‘verrukt toe te kijken als het volk massaal een bepaalde taalfout begint te maken’. Wel hebben ze belangstelling voor alle manieren waarop taal wordt gesproken en geschreven, omdat het nu eenmaal wetenschap is dat taalgebruik afwijkt van voorschriften die in grammatica’s, woordenboeken, spellingshandleidingen en stijlboekjes worden vastgelegd. Een standaardtaal is een ideaal dat slechts zelden perfect wordt gerealiseerd. Dit neemt niet weg dat dit ideaal niet nastrevenswaardig zou kunnen zijn. Mia Doornaert schreef eens in De Standaard (16/08/2003):
Alleen grondige taalbeheersing laat toe te denken, te argumenteren, te refuteren, te contesteren. Laat toe te lezen, te begrijpen, op een wonderlijke ontdekkingstocht te gaan die nooit ophoudt. Taalbeheersing is het eerste en allerbelangrijkste instrument van emancipatie. Zonder woorden kun je niet denken.
Geacht publiek,
Wij onderschrijven deze woorden met warm enthousiasme. Ook wij vinden dat iedereen alle kansen moet krijgen om een goede taalbeheersing te ontwikkelen. En in Vlaanderen betekent dat vandaag vooralsnog dat iedereen alle kansen moet krijgen om zich te bekwamen in het Algemeen Nederlands, een taal waarin prachtige verzen, meeslepende romans en belangrijke gedachten zijn geformuleerd. Maar een goede taalbeheersing betekent eveneens kennis van verschillende registers en diverse accenten, en vooral begrip kunnen opbrengen voor zoveel variatie, en een gevoeligheid en een respect ontwikkelen voor wat deze variatie zou kunnen betekenen."
...
"Wij danken ook de genomineerden van de Manke Usurpator-prijs: Bart De Wever, Marc Reynebeau, Mia Doornaert, 200 jaar Vlaamse neerlandistiek – collega’s, het was maar om te lachen – en zeer in het bijzonder Roos van Acker. Zij is een fantastische ambassadrice van het Algemene Nederlands en over het Verkavelingsvlaams heeft zij overigens nog nooit een onvertogen woord gezegd. Zij reageerde bovendien genereus, sportief en onbevangen op onze uitnodiging om deze uitreiking bij te wonen. Beste mevrouw Van Acker, beste Roos, woorden schieten soms te kort, zeker na twee uitputtende studie- en discussiedagen over taal. Neem het ons niet kwalijk dat we onze dankbaarheid daarom uitdrukken in bloemen."
|
V.l.n.r. Jürgen Jaspers, Roos Van Acker, Sarah Van Hoof, Kevin Absilis |
De manke usurpator
Persoonlijke nabeschouwingen
Met veel aandacht maar ook met veel genoegen heb ik alle presentaties van de sprekers gevolgd. Ook de korte gedachtewisselingen op het einde van elke voordracht waren
interessant
Uit het geheel heb ik persoonlijk toch een aantal overdenkingen willen onthouden.
- Heel de omkadering is die “manke usurpator,” die ironisch de verkettering van de Vlaamse tussentaal hekelt. De strekking is doorheen de beide studiedagen - zonder dat het opvallend was - te pleiten voor een houding van aanvaarding zoals ze is en een neutrale kijk daarop te hebben los van de gebruikelijke stigmatisering.
- Opvallend was ook dat tussentaal in de Vlaamse context heel algemeen werd voorgesteld, hoewel tot het kerngebied toch enkel de provincies Antwerpen en Brabant behoren.
Eens te meer werd geen regionaal onderscheid gemaakt.
West-Vlaanderen is blijvend sterk naar de dialecten gericht, hoewel daar ook ‘ontdialectisering’ optreedt. Oost-Vlaanderen grijpt door de aanzienlijke dialectverschillen eerder naar een standaardtaalvorm voor het interregionaal verkeer, maar niet naar de Brabants-Antwerpse tussentaal, hoewel beïnvloeding daarvan uitgaat. Limburg biedt pertinent weerstand tegenover de tussentaal. De algemene omgangstaal staat er heel dicht bij de Nederlandse standaardtaal.
- Tijdens de beide studiedagen is er geen sprake geweest van functieverlies van het Standaardnederlands door de merkbare expansie van de Brabants-Antwerpse tussentaal.
Een aantal functies worden door de tussentaal overgenomen van de standaardtaal. Dat is heel manifest in de televisie en ook op het toneel, maar eveneens in schoolverband.
- Men is ook niet ingegaan op mijn onderscheid tussen het taalgebruik in de taalgemeenschap in het algemeen en het taalgebruik in het onderwijs. Het eerste is onvatbaar, gaat zijn spontane gang en behoeft enkel taalwetenschappelijke observering maar geen andere benadering. Het taalgebruik op school moet wél benaderd worden. Hier kan men niet volstaan met beschrijving alleen. De school is een leerinstituut waarin de taalverwerving één van de belangrijkste doelen is. Op de conferentie huldigde men stilzwijgend de differentietheorie vanuit de sociolinguïstiek, maar voor de schoolsituatie kan men niet buiten de beschouwing van de deficiëntietheorie. Hoeveel wordt niet gesproken over taalachterstanden bij groepen van leerlingen? Waar in de maatschappij in het algemeen normvorming haar gang gaat, is er in het onderwijs behoefte aan normgeving. Leraren beginnen zich af te vragen of zij nog standaardtaal moeten gebruiken tegenover hun leerlingen. Leraren wensen ook een houvast over het woordgebruik voor zichzelf en voor hun leerlingen. Het duocentrisme draagt bij tot het ontstaan van onzekerheid bij de onderwijsverstrekkers.
- Als aandachtige deelnemer aan de studiedagen was ik nieuwsgierig naar de attitude van de drie jongere organiserende sociolinguïsten ten overstaan van de verhouding standaardtaal-tussentaal. Het thema was de tussentaal, uiteraard kwam dan de standaardtaal slechts sporadisch aan de orde. In de slottoespraak van Jürgen Jaspers werd die houding heel duidelijk. Op een bijzonder vrolijke en innemende manier werd de prijs van de Manke Usurpator niet toegekend aan de genomineerde auteurs van verkettering van de tussentaal, maar werden bloemen toegekend aan de weduwe van pionier-sociolinguïst Kas Deprez die 10 jaar geleden overleed, maar eveneens een ruiker aan Roos Van Acker, die genomineerd was voor de pseudoprijs, maar die positief gereageerd had op haar nominatie. Ze werd geprezen als “fantastische ambassadrice van het Algemene Nederlands”. Hoewel de drie organisatoren zich olijk benaarstigen voor een verbeterde status van de tussentaal en voor spontaneïteit en ongedwongenheid in het taalgebruik, bekenden zij zich toch duidelijk voor de betekenis en de waarde van de standaardtaal. Ze hebben enerzijds naar de deelnemers toe op schalkse wijze een nieuwe appreciatie bepleit en bereikt van de tussentaal, maar anderzijds zich ook sympathiek gemaakt met hun open en vrijmoedige waardering van het Standaardnederlands.
- Zelf heb ik als bewuste taalobservator tijdens alle presentaties, bij de interactie, bij de koffie of de lunch bijzonder genoten van het taalgebruik van alle deelnemers. Buiten de beide dames die Nederlands onderwijzen aan Duitse universiteiten was er bij mijn weten niemand die het Nederlands hanteerde met een opvallend Noord-Nederlands accent. De Nederlanders hebben deze studiedagen niet bezocht. We hebben de dimensie vanuit het Noorden dan ook moeten missen. De Vlaamse aanwezigen hanteerden in hun gesprekken een wonderlijk keurig, vlot, spontaan en levendig Standaardnederlands. De taal van de studiedagen was zonder meer het Nederlands, al zouden we mogen zeggen dat het het Nederlands van beneden de Belgisch-Nederlandse landsgrens was. Er was tijdens de hele conferentie geen zweem te bespeuren van het “einde van de standaardtaal” als je de spraak van de aanwezigen beluisterde. Aan Sarah Van Hoof heb ik meteen na het einde van de studiedagen gevraagd wat zij inschatte dat het taalgebruik zou zijn als dezelfde gebeurtenis over tien jaar zou worden georganiseerd. Haar antwoord loog er niet om: wij zullen dezelfde taal hanteren als wij tijdens de beide voorbije dagen met elkaar gesproken hebben. Het einde van de standaardtaal is niet voor vandaag, maar ook niet voor morgen. We blijven ze spontaan en vlot spreken, gewoon omdat het vanzelfsprekend is en omdat we die taalvorm nodig hebben.
Ghislain Duchâteau
***
Aan die nabeschouwingen voegt Frans Daems nog een paar overwegingen toe.
"Een taal of taalvariëteit, bijvoorbeeld meer en minder formele en informele vormen van een standaardtaal, verwerven leerlingen vooral langs twee met elkaar verbonden wegen. Ten eerste door een voldoende groot mondeling en schriftelijk aanbod ervan in de school, in alle vakken en bij alle leraren, in het bijzonder in onderwijsleersituaties. En ten tweede door veel kansen te krijgen en ertoe gestimuleerd te worden om die taalvariëteit actief te gebruiken, mondeling en schriftelijk, in contexten waarin die standaardvariëteit op haar plaats is. Die verwerving kan ondersteund worden door momenten van ‘functionele’ taalbeschouwing.
Ik vond dat men tijdens de studiedagen weinig of geen oog had voor deze leertechnische aspecten van taalbeleid op school. Wanneer je aanneemt dat verwerving van de standaardtaal een belangrijk leerdoel is – en daar bleken de sprekers het wel mee eens te zijn – dan kun je niet zeggen dat alle variëteiten, standaardtalige en substandaardtalige (met name tussentalige omgangstaal), in een leersituatie en voor de taalvaardigheidsontwikkeling functioneel gelijkwaardig zijn.
Verder wou ik ook onderstrepen dat zwakke of sterke taalvaardigheid in schoolcontexten, en dus in de schooltaal, over veel meer en ook voor een deel over andere dingen gaat dan het gebruik van standaard- of substandaardtaal. Het gaat ook en vooral over de vaardigheid om cognitief complex en gedecontextualiseerd (meer abstract) taalgebruik aan te kunnen. Daar maakt het bij wijze van illustratie in principe niet veel bij uit of de leraar nu (a) of (b) zegt, hoewel we merken dat leraren geneigd zijn veel vaker (b) dan (a) te gebruiken:
(a) Ne gelijkbenigen drijhoek hee twee gelijke zijde. [Brabantse tussentalige uitspraak en woordvorming]
(b) Een gelijkbenige driehoek heeft twee gelijke zijden. [standaardtaal
]
Anders gezegd, de studiedagen hebben geen aandacht besteed aan het fenomeen van schooltaal ( in het hoger onderwijs spreekt men van ‘academisch taalgebruik’).
Ik wil in dit verband graag verwijzen naar wat ik hierover geschreven heb in mijn hoofdstuk: Van droom naar werkelijkheid: taalbeleid in het onderwijs.
In: Wilfried De Hert (red.) (2008). Taalbeleid in de praktijk. Mechelen: Plantyn, p. 9 – 34."
(Prof. em. dr. Frans Daems was didacticus Nederlands in de lerarenopleiding aan de Universiteit Antwerpen en is actief ere-bestuurslid van het NDN)
oktober 2010
***
Een reactie vanuit Nederland
Willy Weijdema, communitymanager van de vakcommunity Nederlands:
"Je schrijft dat bij 'De manke usurpator' geen Noordnederlandse inbreng was. Mijn inbreng zou zijn: wat jammer dat ik Vlaamse tv-series zoals De Parelvissers nog maar moeizaam kan volgen en eigenlijk ondertiteling nodig heb ..."
19 januari 2011
Mario Vargas Llosa wint Nobelprijs voor literatuur - 7 oktober 2010

De 74-jarige Vargas Llosa krijgt de prijs voor ‘zijn cartografie van de machtstructuren en zijn scherpe beelden van verzet, revolutie en verlies’, maakte de secretaris van de Nobelprijs-jury stipt om 13 uur bekend in het Zweeds, Engels en Spaans.
Vargas Llosa (1936) – zeer bewonderd door oud-premier Guy Verhofstadt – gold al jaren als grote kanshebber, maar werd dit jaar genegeerd bij veel voorspellingen. Favoriet bij de bookmakers waren Cormac McCarthy, Ngugi wa Thiong’o en Haruki Murakami. Vargas Llosa begon bij Ladbrokes op 45/1 en eindigde gisteren op 25/1.
De keus voor de Peruaanse auteur is des te verrassender omdat de Nobelprijs-jury de laatste jaren een reputatie kreeg als links-geörienteerd. Vargas Llosa heeft juist een neo-liberaal imago. In 1990 verloor hij als kandidaat van het centrum-rechts Democratisch Front de presidentsverkiezingen in Peru van Alberto Fujimori.
Vargas Llosa debuteerde als schrijver in 1959 met de verhalenbundel ‘De jonge honden van Miraflores’. In 1963 kreeg voor zijn eerste roman ‘De stad en de honden’ de Prijs van de Spaanse Kritiek, waarna hij zich snel ontwikkelde tot vooraanstaand auteur. Bekende romans zijn ‘De oorlog aan het eind van de wereld’ (1981) en ‘Tante Jullia en meneer de schrijver’ (1977).
In de jaren negentig zaten de politieke activiteiten de schrijver in de weg, maar het laatste decennium publiceerde Vargas Llosa opnieuw belangrijk en bejubeld werk. ‘Het feeest van de bok’ uit 2000 is daarvan de bekendste.
Zijn Nederlandse uitgever Michaëla van Grinsven van J.M. Meulenhoff – die de eigenlijke uitgever sinds een maand vervangt omdat die met zwangerschapsverlof is – reageerde verheugd op het nieuws. ‘Ik ben enorm blij,’ zegt ze aan de telefoon. ‘Vargas Llosa is een auteur die het echt heeft verdiend.’
Vrijwel al het werk van Vargas Llosa is in het Nederlands leverbaar. J.M. Meulenhoff is al jaren bezig zijn backlist opnieuw uit te brengen. Binnenkort verschijnt bij hen ook zijn nieuwe boek ‘De droom van de Ier’ in vertaling over de verschrikking in Congo ten tijde van Leopold II.
Wat voor plannen de uitgeverij nu heeft met Vargas Llosa’s backlist en wanneer ‘De droom van de Ier’ uitkomt, kan Van Grinsven nu nog niet zeggen. ‘Ik moet eerst even herstellen van dit fantastische nieuws.’
In ieder geval is de Nobelprijs voor de uitgeverij zeer goed nieuws. Meulenhoff was tien jaar geleden nog het huis dat traditioneel onderdak bood aan Nobelprijswinnaars. Van Grass tot Gao Xinjian, Meulenhoff publiceerde het. Na een opstand van auteurs en redacteurs bijna tien jaar geleden raakte uitgeverij echter in de versukkeling.
‘Ook voor ons is dit super,’ zegt Van Grinsven. ‘We zijn enorm bezig met het versterken van de lijst. Dit is dan echt een opsteker. Een boost om te doen wat we willen: de traditie van vroeger op te pakken en constant een Nobelprijswinnaar in ons fonds te hebben.’
Maarten Dessing
Bron: Knack.be
Bibliografie
- De jonge honden van Miraflores (roman, 1959) (Los jefes)
- De Stad en de honden (roman, 1963) (La ciudad y los perros)
- Het groene huis (roman, 1966) (La casa verde)
- Pantaléon (1973) (Pantaleón y las visitadoras)
- Tante Julia en meneer de schrijver (1977) (La tía Julia y el escribidor)
- De oorlog van het einde van de wereld (1981) (La guerra del fin del mundo)
- De vis in het water (1993), autobiografisch werk (El pez en el agua)
- Het feest van de bok (1996), over de dictatuur van Rafael Leónidas Trujillo in de Dominicaanse Republiek (La Fiesta del Chivo)
- Het ongrijpbare meisje (roman, 2006) (Travesuras de la niña mala)
- Mijn Latijns-Amerika (reisroman, 2009)
- De droom van de Ier (roman rond Congo ten tijde van Leopold II - verschijnt wellicht nog in 2010)
- Leven en werk van Mario Vargas Llosa (°1936) - artikel in Liberales van 1 oktober 2004
- Laudatio voor Mario Vargas Llosa 14-2-2003 essay door Nadia Lie
- Walter Zinzen over Mario Vargas Llosa
Vertaling van knappe Zuid-Afrikaanse romans in het Nederlands - 30 sept. 2010
Robert Dorsman en Riet de Jong-Goossens zijn de meest eminente vertalers van Zuid-Afrikaanse literatuur in het Nederlands. Het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft de Martinus Nijhoff Prijs / Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor Vertalingen 2010 trouwens toegekend aan Riet de Jong-Goossens. Zij krijgt hem uitgereikt op 6 maart 2011.
Een interview met Riet de Jong-Goossens verscheen in "Die Burger" van 13 oktober 2010. U kunt het hier lezen.
Welke Zuid-Afrikaanse romans zijn ten onrechte nog niet vertaald in het Nederlands? En wat zijn de toppers onder Zuid-Afrikaanse romans die onlangs wél vertaald zijn? Boekverkoper Jan Vinck geeft het antwoord op deze twee prangende vragen.
Het lijstje vind je hier
Top
Ewoud Sanders op het internet

Ewoud Sanders is taalhistoricus en taaljournalist.
Hij is vaste medewerker van onder meer NRC Handelsblad en Onze Taal. In NRC Handelsblad heeft hij wekelijks een taalcolumn, WoordHoek geheten. De afgelopen jaren heeft hij diverse boeken geschreven, vooral over de geschiedenis van woorden en uitdrukkingen. Het zijn tot dusver meer dan 40 boeken. Een heel aantal van de boeken zijn niet meer te verkrijgen in de boekhandel. Hij stelt nu 29 van zijn publicaties gratis ter beschikking op het internet. Zo kunt u bijvoorbeeld Jemig de pemig! De invloed van Van Kooten en De Bie op het Nederlands gratis als pdf downloaden.
Ook een heel aantal van zijn wekelijkse columns Woordhoek in NRC Handelsblad kunnen op het scherm worden opgeroepen. Daar zit vaak heel wetenswaardige informatie in over woord- en taalaangelegenheden en voor wie de tijd heeft is dat aangename en aantrekkelijke lectuur.
Ook geeft Ewoud Sanders geregeld lezingen over taal en massadigitalisering en workshops over digitaal documenteren en over slim zoeken op internet.
Hij is initiatiefnemer van het heel recente Meldpunt Taal (zie hieronder) en oprichter van het tijdschrift Trefwoord.
De Portugese winnaar van de Nobelprijs literatuur 1998 José Saramago overleden 18 juni 2010
Schrijver zonder talent voor volgezaamheid

José Saramago, de enige Portugeestalige winnaar van de Nobelprijs literatuur, betrokken humanist, begaan met de wereld, de man die geen discussie uit de weg ging, met een tomeloze energie die aan roofbouw grensde, alsof hij het eeuwige leven bezat, José Saramago, de schrijver die beroemd werd om zijn geëngageerde romans en lange zinnen, is overleden.
De Portugese schrijver José Saramago kwam uit een straatarm daglonersgezin. Die afkomst is mede bepalend geweest voor zijn oeuvre.
De Portugese schrijver en Nobelprijswinnaar José Saramago, die op 18 juni 2010 op 87-jarige leeftijd overleed, heeft de kenmerkende stijl van zijn dialogen bij toeval gevonden.
Zo’n twintig bladzijden was hij al gevorderd in de roman Opgestaan van de grond, die hem eind jaren zeventig in Portugal zijn eerste literaire roem zou opleveren, toen hij besefte niet verder te kunnen. Ten einde raad draaide hij een vel papier in de typemachine en begon in het wilde weg te schrijven: een dialoog zonder onderbreking of regelscheiding, waarin feiten, commentaar en laconieke bijgedachten onontwarbaar door elkaar lopen. Plotseling kreeg het boek vaart en een eigen toon. Die toon en stijl heeft Saramago daarna niet meer losgelaten.
Een volgzaam mens is Saramago nooit geweest en zijn communistische overtuiging heeft hij nooit verloochend. In Opgestaan van de grond, waarin Saramago het lot beschrijft van de arme plattelandsbevolking waaruit hij zelf afkomstig was, is ze nog op een wat traditionele manier aanwezig. Gaandeweg kreeg de fantasie, soms met een magisch-realistisch randje, meer greep op zijn romans. Als een bom sloeg in 1995 zijn roman De stad der blinden in: een allegorisch verhaal over de menselijke hang naar het kwade en de mogelijkheid van verlossing door het goede.
Drie jaar na het verschijnen van De stad der blinden werd hem de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend. Toen Opgestaan van de grond verscheen was Saramago al 58 jaar oud. Nog twee jaar ouder was hij toen hij met zijn roman Memoriaal van het klooster internationaal de aandacht op zich vestigde. Daarna ging het snel.
De Nobelprijs was een bijna sprookjesachtige bekroning van de literaire loopbaan van een man die in 1922 geboren werd in een straatarm daglonersgezin op het Portugese platteland. Als gevolg van een ambtelijke vergissing werd hij niet onder zijn familienaam Sousa in de burgerlijke stand ingeschreven, maar onder de naam Saramago: de bijnaam van zijn vader.
Al snel verhuisde het gezin naar Lissabon, waar de economische omstandigheden er niet beter op werden. Slechts een paar jaar kon de goed lerende Saramago naar het lyceum. Daarna zagen ouders zich gedwongen hem over te plaatsen naar de gratis ambachtsschool. Na de afronding daarvan kwam hij via twaalf ambachten en dertien ongelukken als drukker in de krantenwereld terecht. Daar maakte hij kennis met de toen nog illegale communistische partij, waarbij hij zich in 1969 aansloot.
Gaandeweg begon Saramago zelf artikelen te schrijven, werd literair criticus en politiek commentator, bestuurslid van de Portugese Schrijversbond en na de Anjerrevolutie adjunct-hoofdredacteur van de Diário de Notícias. Lang bleef hij dat niet. In de politieke strijd die kort na de revolutie uitbrak tussen socialisten en communisten, dolf de communist Saramago al na zes maanden het onderspit. Hij besloot zich voortaan aan het schrijverschap te wijden: een gewaagde stap voor een man die nog maar één novelle op zijn naam had staan – en deze ook nog eens sinds lang als jeugdzonde verloochend had.
In Memoriaal van het klooster beschijft hij hoe een Portugese koning een megalomaan klooster laat bouwen, waarvoor de bevolking de lasten en de arbeid moet opbrengen. Maar daarnaast laat Saramago ook een liefdesgeschiedenis opbloeien tussen de met bovennormale gaven begiftigde Blimunda en de fantasievolle Baltasar, die hij in het begin van de achttiende eeuw het eerste vliegtuig laat bouwen.
Scherp kwam Saramago in botsing met de katholieke kerk, toen hij in 1991 zijn eigen ironische versie van het evangelie publiceerde: Het evangelie van Jezus Christus. Opnieuw koos hij partij voor de nuchterheid van het gewone volk, dat met de hoogdravendheid van de machthebbers niets van doen heeft, en beschreef hij op hilarische wijze hoe een nogal naïeve Jezus als een schaakstuk wordt gebruikt door een cynische God die nauwelijks van de duivel te onderscheiden is. Onder druk van de kerk trok de Portugese regering het boek, voorgedragen voor de kort daarvoor ingestelde Europese Aristeion-prijs, als inzending terug. Uit protest verliet Saramago het land om zich te vestigen op het Spaanse eiland Lanzarote, waar hij vrijwel tot aan zijn dood gewoond heeft.
Saramago schreef een vijftiental romans, waarvan alleen de allervroegste niet in het Nederlands zijn vertaald. Ze zijn doortrokken van bekommernis om gewone, onaanzienlijke mensen van wie uiteindelijk het welzijn van de wereld afhangt. Scherp contrasteert Saramago hen met het cynisme van de machthebbers, die hij steevast in de meest bijtende bewoordingen beschrijft. Om dit humanisme werd hij door het Nobelprijscomité bekroond, maar het leverde hem ook een trouw lezerspubliek op dat in zijn romans een grote morele kracht onderkende.
Tot het werk van Saramago dat nog steeds beschikbaar is in Nederlandse vertaling behoort onder meer De tocht van de olifant, Alle namen, De stad der blinden en Het verzuim van de dood.
Zijn beste boeken schreef Saramago in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Naast een grote sociale bewogenheid sprak er uit zijn romans ook een heftig wantrouwen jegens de moderne cultuur die in zijn ogen het gevoel voor het ware en echte was kwijtgeraakt en alles ondergeschikt had gemaakt aan de commercie. In Het schijnbestaan greep hij terug op de ‘mythe van de grot’ van Plato, om duidelijk te maken dat de westerse mensheid in een valse wereld terecht is gekomen en haar ogen opnieuw moet leren openen voor wat in het leven werkelijk van waarde is.
In Het stenen vlot (dat in 2002 door George Sluizer verfilmd zou worden) had Saramago zich eerder al afgekeerd van wat hij als de verwording van Europa beschouwde. In die roman laat hij het Iberisch schiereiland afdrijven naar het zuiden, vanwaar hij de redding van de menselijke geest verwachtte. Ook daarin werd zijn pessimistische visie op de hedendaagse mens in evenwicht gehouden door zijn overtuiging dat redding mogelijk was, zij het ternauwernood.
Ger Groot
NRC-Handelsblad 24-6-2010
Meldpunt Taal

Taalmeldpunt verzamelt taalopmerkingen
Meldpunt Taal is het nieuwe online meldpunt voor alles wat met de Nederlandse taal te maken heeft. De site is een initiatief van de Nederlandse taalhistoricus en journalist Ewoud Sanders en wordt gesteund door meer dan zeven instellingen, waaronder de Nederlandse Taalunie en Van Dale. Op Meldpunt Taal kunnen mensen niet alleen een nieuw woord of een taalverschijnsel melden, ze kunnen ook deelnemen aan taalonderzoeken en kunnen er taaldatabanken raadplegen. De betrokkenen hopen dat het initiatief mensen zal stimuleren om aandachtiger met taal om te springen en nieuwe taalfenomenen in kaart te brengen.
www.taalmeldpunt.nl
Nederland en Vlaanderen lanceren samen een gemeenschappelijk taalmeldpunt
16 juni 2010
Een nieuw woord? Een oude uitdrukking? Voortaan kunt u ermee terecht op Meldpunt Taal.
‘Voetbalcommentatoren spreken bij voorkeur in passieve vorm over gebeurtenissen op het veld'. Het is maar één van de paar honderd berichten die al op Meldpunt Taal te lezen zijn, het nieuwe online meldpunt voor alles wat met de Nederlandse taal te maken heeft.
De site is een initiatief van de taalhistoricus en journalist Ewoud Sanders, die een breed publiek wil motiveren om meer met taal bezig te zijn. Iedereen die een nieuw of vreemd woord hoort of leest, kan dat op de site melden. Daarnaast zijn er verschillende taaldatabanken ter beschikking en kunnen bezoekers meedoen aan taalonderzoeken. Voor de liefhebbers: momenteel loopt een onderzoek naar voetbaltaal.
Ludo Permentier, medewerker bij de Taalunie, wikt en weegt het meldpunt. ‘De voordelen aan Meldpunt Taal zijn dat iedereen een bijdrage kan doen. Wetenschappers kunnen de gegevens raadplegen voor onderzoek. Bovendien was er al langer nood aan een centraal meldpunt. Op internet zijn er een aantal kleinere initiatieven, maar die zijn weinig bekend. Aan Meldpunt Taal doen meer dan zeven instellingen mee, waaronder de Nederlandse Taalunie, Van Dale en het Instituut voor Nederlandse Lexicologie. Dat zijn niet de minste.'
Permentier hoopt dat mensen aandachtiger zullen lezen en luisteren. ‘Nu mensen een plaats hebben waar ze hun opmerkingen over taal kwijt kunnen, zullen ze misschien gestimuleerd worden om nauwlettender met de Nederlandse taal om te springen.'
Toch betreurt Permentier het gezeur dat alweer de kop opsteekt op het meldpunt. ‘Men klaagt bijvoorbeeld dat er vandaag te slordig met taal wordt omgesprongen. Ik begrijp die kritiek, maar ik hoop dat Meldpunt Taal geen klaagforum wordt.'
De samenwerking tussen taalinstellingen noemt Permentier hoopvol. ‘Het is de eerste keer dat zoveel instanties samen het initiatief nemen om zo'n groot en grensoverschrijdend meldpunt op te zetten.'
Of het Meldpunt niet te kort door de bocht gaat door Nederland en Vlaanderen talig over één kam te scheren? ‘Het Nederlands en het Vlaams mogen dan wat verschillen, uiteindelijk is het één pot nat. Als je een melding doet, moet je er bovendien bij vertellen waar je dat woord gevonden hebt. Zo zijn de taalmeldingen ook eenvoudig te lokaliseren.'
Een tip voor mensen die tijdens de wereldbeker voetbal iets willen melden over voetbaltaal? ‘Hou het kort. Sommige mensen schrijven een taalessay, maar laat dat niet de bedoeling zijn.'
16 juni 2010
Top
Hoe goed verstaan we elkaar in het Nederlands? Doctoraat Leen Impe - KU Leuven 28 mei 2010
Vlamingen hebben minder moeite met het verstaan van Nederlandse taalvariëteiten en de typisch Nederlandse woorden – zoals ‘gozer’ – dan omgekeerd het geval is. Tot die vaststelling komt Leen Impe in haar doctoraat over de verstaanbaarheidsstructuur van het Nederlandse taalgebied.*
“Er is al veel onderzoek gedaan naar de taalinterne variatie van het Nederlands, maar naar de gevolgen van al die regionale variatie voor onze communicatie was eigenlijk nog nauwelijks gekeken,” begint Leen Impe. “De voorbije vier jaren heb ik daarom aan een techniek gewerkt die op een objectieve manier de verstaanbaarheid meet van het Standaardnederlands in Nederland en België en verschillende regionale variëteiten ervan – niet de dialecten dus. Ik heb naar vier Nederlandse en vier Belgische regio’s gekeken. Mijn doctoraat, onder leiding van professor Geeraerts en professor Speelman, kadert binnen onderzoek naar taalvariatie dat al liep binnen de onderzoeksgroep Quantitative Lexicology and Variational Linguistics.”
“Samen met collega’s van de universiteit van Nijmegen en Groningen heb ik zo’n duizend middelbare scholieren aan een test onderworpen, zeshonderd Belgische en vierhonderd Nederlandse. De scholieren kregen eerst vierhonderd woorden te horen, bestaande en verzonnen, in alle regionale varianten die we bestudeerden. Zij moesten zo snel mogelijk beslissen of wat ze hoorden een bestaand woord was. Daarna kregen ze als controle nog een semantische identificatietaak waarbij ze een correct synoniem of een correcte omschrijving van dezelfde reeks woorden moesten herkennen. We gebruikten woorden die qua betekenis geen problemen mochten opleveren – we keken immers naar de verschillen in uitspraak. Daarbij zorgden we voor een mix van woorden die zowel in België als in Nederland frequent worden gebruikt, zoals ‘aandacht’, maar ook nationale woorden zoals ‘goesting’ en ‘gozer’.”
Vlamingen verstaan meer
“Vrij snel bleek dat Vlamingen minder moeite hebben met het verstaan van de Nederlandse variëteiten en de typisch Nederlandse woorden – zoals ‘gozer’ – dan omgekeerd het geval is. Ook tussen de regio’s waren er verschillen. De West-Vlamingen verstonden bijvoorbeeld beter Brabants dan dat de Brabanders West-Vlaams begrepen. Vervolgens ben ik gaan kijken naar de factoren die leiden tot die verschillen in verstaanbaarheid. Daarbij heb ik in de eerste plaats rekening gehouden met objectieve factoren zoals de fonetische afstand tussen de taalvariëteiten. Hoe verschillend wordt het woord ‘paard’ bijvoorbeeld uitgesproken in het West-Vlaams en het Antwerps? Die afstand werd berekend met behulp van de Levenshtein-maat, een computergebaseerd algoritme dat de fonetische gelijkenis tussen verwante variëteiten uitdrukt in een enkel getal. Daaruit bleek inderdaad dat hoe groter de afstand is tussen twee variëteiten, hoe moeilijker de verstaanbaarheid wordt.”
“Anderzijds heb ik twee subjectieve factoren in rekening gebracht: de familiariteit met en de attitude tegenover de variëteit. Wie vaak Limburgs hoort spreken, zal het waarschijnlijk beter verstaan. Daarnaast is het zo dat er een correlatie lijkt te bestaan tussen hoe leuk je iets vindt en hoe goed je het verstaat. In eerste instantie hebben we onze proefpersonen op de man af gevraagd hoe leuk ze bijvoorbeeld het Brabantse regiolect vonden, maar dat gaf weinig correlaties met verstaanbaarheid. Daarom zijn we gaan werken met een affective priming experiment uit de sociale psychologie. Daarmee kan je attitudes meten zonder dat je proefpersonen de kans hebben hun antwoord te sturen naar wat sociaal aanvaard of stereotiep is. De resultaten die we zo tot nu toe hebben verkregen, zien er alvast veelbelovend uit.”
“Deze factoren verklaren ook de eerder aangehaalde resultaten. Dat wij Vlamingen de Nederlandse variëteiten beter verstaan dan omgekeerd, heeft wellicht een taalpolitieke oorzaak: we zijn altijd normatief georiënteerd geweest op Nederland. Vlamingen zeggen ook vaker Nederlands Nederlands te horen dan dat Nederlanders beweren Belgisch Nederlands te horen: we zijn er dus meer mee vertrouwd. En wat attitude betreft vinden Vlamingen Nederlands Nederlands belangrijker dan Nederlanders de Belgische standaardtaal vinden. Dat Brabant het politieke, talige en administratieve centrum van het land is, maakt de vertrouwdheid met het regiolect van hier wellicht groter in West-Vlaanderen dan omgekeerd.”
Ram, kam, dam
“Binnen Nederland hebben de Nederlanders trouwens veel minder problemen met verstaanbaarheid. De regionaal gekleurde variëteiten sluiten daar dichter aan bij de standaardtaal, de standaardisering is daar veel verder gevorderd dan hier. Wij voelen ons vooral comfortabel bij onze tussentaal. De standaardtaal is hier voor formele situaties.”
“Met mijn doctoraat heb ik een eerste beeld geschetst. Nu is het de bedoeling verder in te gaan op de bepalende factoren. Welke klanken zorgen bijvoorbeeld precies voor afstand tussen twee varianten van een woord? Niet alle variatie in de reactietijd is nu al verklaard. Waarschijnlijk speelt het spreektempo bijvoorbeeld ook een rol. Hoe sneller iemand spreekt, hoe moeilijker hij immers te verstaan is. Als we het aantal lettergrepen per seconde tellen, kunnen we daar rekening mee houden. Ook de zogenaamde neighbourhood density, de gelijkenis tussen woorden zoals ram, kam, dam … heeft zeker invloed. Wat mij vooral interesseert is de relatie met de attitudes die nu is vastgesteld: hoe robuust is die relatie? Affective priming is een nieuwe methode om dit soort onderzoek te doen en ik ben benieuwd welke resultaten we er nog mee kunnen bereiken.”
Leen Impe verdedigde haar doctoraat op 28 mei*.
Bron: http://dagkrant.kuleuven.be/?q=node/8334
* (2010) Leen Impe, Mutual intelligibility of national and regional varieties of Dutch in the Low Countries - Promotoren: Dirk Geeraerts / Dirk Speelman
Nog over het thema:
- Vlamingen verstaan Nederlanders beter dan omgekeerd30-6-10.doc - Blog Ons Erfdeel (met bijkomende koppelingen)
Top
Dikke Van Dale voortaan ook online te raadplegen 26-5-2010
De Dikke Van Dale kan voortaan ook op het internet worden geraadpleegd.
Het was al langer mogelijk om via de website van Van Dale de betekenis van woorden op te zoeken, maar voortaan kan ook online gezocht worden in het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal.
De Dikke Van Dale Online bevat alle woorden uit de veertiende editie van de papieren Dikke Van Dale, aangevuld met alle nieuwe woorden uit de Van Dale Jaarboeken taal. Het gaat in totaal om 280.126 trefwoorden. Het woordenboek wordt bovendien regelmatig geactualiseerd.
In de online-editie van het woordenboek kan niet alleen in een alfabetische trefwoordenlijst gezocht worden, het is ook mogelijk om te zoeken in de volledige tekst van het woordenboek. Daarnaast is het mogelijk om door te klikken op een specifiek woord binnen een gevonden artikel.
Een abonnement op de Dikke Van Dale Online kost 6 euro per maand. Geïnteresseerden kunnen via de website www.vandale.nl een gratis proefabonnement uitproberen.
Bron: http://knack.rnews.be/nl/
Top
Verslag Colloquium BELGISCH-NEDERLANDS IN HET SPANNINGSVELD TUSSEN
VERKAVELINGSVLAAMS EN STANDAARDTAAL -
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde Gent
- 29 april 2010
Organisatie: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en Université catholique de Louvain
Koningstraat 19 – 9000 Gent
Persoonlijk rapport op basis van de abstracts en persoonlijke notities
Al gedurende 20 jaar beschouwt men het Belgisch-Nederlands hoe langer hoe meer als een aparte variant binnen het spectrum van aan de ene kant de verschillende dialecten en aan de andere kant het Standaardnederlands, dat na verloop van tijd de geïdealiseerde taalnorm is geworden.
Het colloquium brengt verschillende specialisten bij elkaar met als doel:
- de status quaestionis van de problematiek op te maken en
- de verschillende standpunten met elkaar te confronteren, met name van sociolinguïstiek, lexicografie, grammatica, historische taalkunde, media en buitenlandse neerlandistiek.
Nog volgens de organisatoren biedt het colloquium een wetenschappelijke benadering van de situatie van het Nederlands in België, met waar nodig een taalpolitieke invalshoek en het perspectief van de ‘taalzorg’.
In de voormiddag brachten een referaat:
- Joop van der Horst (KULeuven)
Het einde van de standaardtaal: ook in Vlaanderen?
- Georges de Schutter (KANTL)
De bronnen van grammaticale afwijkingen van de standaardtaal
- Ruud Hendrickx (VRT)
De taalpolitiek in de media
- Geert van Istendael (KANTL)
Verkavelingsvlaams: hoe verder?
In de namiddag spraken:
- Dirk Geeraerts (KULeuven-KANTL)
Belgisch-Nederlands sociolinguïstisch benaderd
- Peter Debrabandere (Kath. Hogeschool Brugge-Oostende - hoofdred.
Neerlandia/Nederlands van Nu)
Belgisch-Nederlands in woordenboeken en andere naslagwerken
- Ann Marynissen (Universität zu Köln-KANTL)
Belgisch-Nederlands: het standpunt van de buitenlandse
neerlandistiek
en aansluitend panelgesprek samen met
- Reinier Salverda (Fryske Akademy)
- Joseph Vromans (Université de Liège)
Lees het volledige rapport (11 blz.)
Een leuk artikeltje over het colloquium en zijn thematiek: klik hier
OP 18 EN 19 OKTOBER 2010 ORGANISEERT DE UNIVERSITEIT ANTWERPEN ONDER DE TITEL ‘DE MANKE USURPATOR’ NIEUWE STUDIEDAGEN OVER HET FENOMEEN VERKAVELINGSVLAAMS. OVER DIT INITIATIEF: WWW.DEMANKEUSURPATOR.WORDPRESS.COM.
De abstracts
Top
Rainer Maria Rilke - Nieuwe gedichten - heruitgave 28-4-2010
De Nieuwe gedichten van Rainer Maria Rilke vormen een onbetwist hoogtepunt van de twintigste-eeuwse poëzie. Zopas verschenen zij opnieuw in het Nederlands, geheel toepasselijk in de Perpetuareeks van uitgeverij Athenaeum, die 'de honderd beste boeken van de wereld' verzamelt.
Bart Van der Straeten wijdde er een indringende bespreking aan in Knack.be/boekenburen
Top
Nieuw nummer Over taal (jaargang 49 nr. 2 – maart-april 2010)
Interview met Axel Buyse: Nederlanders kijken enkel naar de zee
Van 2003 tot 2008 was Axel Buyse vertegenwoordiger van de Vlaamse Gemeenschap in Nederland en in die functie voelde hij zich als een vis in het water. ‘Beroepshalve heb ik heel wat exotische landen bezocht en dan wen je vlug aan de verschillen tussen Vlaanderen en Nederland’, legt hij uit. ‘Al kun je er niet onderuit dat je als Vlaming voelt wat de hoofse Hollandse burgercultuur betekent waarin mijn gespreksgenoten gepokt en gemazeld waren. Hollanders maken een plan en handelen daarnaar, Vlamingen trekken vooral hun plan.’
En nog: ‘Nederlanders kijken naar de zee en niet naar hun buren’.
Het volledige interview kunt u lezen in het nieuwe nummer van Over taal. Zie www.overtaal.be.
Dialectpop in Vlaanderen
Een eerste wetenschappelijke bijdrage over dialectpop in Vlaanderen!
Inhoud nieuw nummer Over taal (jrg. 49, nr. 2)
- Interview: Axel Buyse: Vlaanderen, een volwaardige partner (door Bruno Comer)
- Taalwerk: ‘Ik maak muziek in de taal die ik spreek.’ Dialectpop in Vlaanderen (door Hanne Kloots en Tom F.H. Smits)
- Taalkronkels: In de ban van hun hebben (door Albert Oosterhof)
- Idioom & Co: Buitengewoon alledaags en redelijk geschift: over schijnbare tegenstellingen (door Bert Cappelle)
- Broodje taal: De spelling van tegenwoordig. Over hippe werkwoorden (door Els Hendrickx)
- Interview: Willy Vandeweghe: Dutch Parallel Corpus, vertalingen met het Nederlands als spiltaal (door Evelien Van Renterghem)
- Taalwerk: Khoop da j mn smske wa begrypt!? X3 ly xxx. Een sociolinguïstisch onderzoek naar het taalgebruik in sms’jes (door Annelore Willems)
- Dossier: Woorden van de wet (door Karl Hendrickx)
- Te boek: Nederlands in de States - Namen voor de wereld - Taal geregeld - Wielersportwoordenboek (door Filip Devos)
- Column: Vernaculair (door Hugo Brouckaert)
- Quiz over taal: Test uw kennis van het Nederlands (door Natalie Hulsen)
Meegedeeld doorFilip Devos, Hoofdredacteur Over taal
e-mail:filip.devos@overtaal.be
website:www.overtaal.be
Top
De Gouden Uil 2010
De winnaars van De Gouden Uil 2010 zijn:
http://www.degoudenuil.be/

(belga) - De Nederlandse auteur Cees Nooteboom heeft "De Gouden Uil Literatuurprijs 2010" gewonnen met de verhalenbundel "'s Nachts komen de vossen". ...
"De Gouden Uil 2010 gaat naar een boek vol verstilde verhalen op het raakvlak van leven en dood; een superbe verkenning van de mensenziel, en van de weemoed die daar woedt. Melancholie is the name of the game, en àls begrijpen al enig inzicht biedt, dan nog geen troost", aldus de jury...
De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs werd binnengehaald door Ditte Merle met "Wild Verliefd". "De overwinning gaat naar een boek dat getuigt van lef en doorzettingsvermogen. Een boek dat de jury's kijk op de wereld heeft veranderd. Een boek dat, de jury geeft het ootmoedig toe, wel meer heeft geprikkeld dan haar fantasie", zo luidt het bij de jury...
Top
Bibnet zet boeken gratis online
Door een samenwerking met Nederland kan Bibnet een paar duizend Nederlandstalige boeken gratis online aanbieden.
De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) is zowat tien jaar operationeel. Vanuit Leiden digitaliseert ze romans en secundaire literatuur. Voor recente titels waarop nog auteursrecht rust, probeert ze met schrijvers en uitgeverijen overeenkomsten te sluiten om het boek toch gratis online te zetten.
Het Vlaamse Bibnet, vorig jaar opgericht door de overheid, heeft nu een akkoord met DBNL om hun collectie ook bij ons aan te bieden. Bibnet krijgt de rol van regisseur in het ontwikkelen van de digitale bibliotheek van de toekomst. Het kreeg daarvoor vorig jaar een werkingsbudget van bijna drie miljoen euro.
Rosemie Callewaert (Bibnet): ‘De openbare bibliotheken zijn gemeentelijk. Het zou een verspilling van energie zijn om iedereen afzonderlijk over rechten te laten onderhandelen voor digitale toepassingen. Daarom gebeurt dat door een overkoepelende instantie als Bibnet. Met digitale muziek waren we al bezig, nu komen digitale boeken erbij en wie weet later ook film.'
De boeken die nu digitaal worden aangeboden, zitten in ‘open domein'. Dat wil zeggen dat ze gratis beschikbaar zijn. ‘Wat Bibnet op zijn site doet', zegt Callewaert, ‘is dat aanbod in verband brengen met de fysieke collectie. Stel dat iemand op zoek is naar een boek, en het is in zijn bibliotheek niet beschikbaar, dan is het misschien digitaal consulteerbaar.'
Bibnet moest geen dure licentie afsluiten met DBNL. De Vlaamse en Nederlandse partner versterken elkaar door meer volk naar de collectie te leiden.
Een eerste bezoekje leert dat er veel meer in die collectie zit dan oud werk van Louis Couperus, Multatuli en Ernest Claes. Er zitten ook veel recente titels in, zoals Leonard Nolens, Willem Frederik Hermans, Maarten 't Hart, Geert Mak, Harry Mulisch, Patricia De Martelaere of Eric De Kuyper. Of heel jong werk, zoals van Sanneke van Hassel.
De collectie heeft non-fictie, onder anderen van Jo Tollebeek, Luc Huyse of Manu Claeys. Jongeren kunnen hun gading vinden bij Toon Tellegen, Els Pelgrom of Thea Beckman.
Hoe pakken de Nederlanders dat aan? René van Stipriaan, hoofdredacteur van DBNL: ‘Op recente titels zit vaak nog auteursrecht. Daarvoor gaan we toelating vragen om die digitaal te verspreiden. Het verheugende is dat we die toelating meestal krijgen als we erom vragen. Er is namelijk geen indicatie dat een digitale beschikbaarheid de boekenverkoop tegengaat. Integendeel, zelfs. Lezers gaan na online consultatie soms over tot de aanschaf.'
Als wederdienst biedt DBNL het gedigitaliseerde boek soms aan de uitgever aan. Zo kan een titel aan een tweede leven beginnen.
Het werk om boeken te digitaliseren, begint almaar vlotter te verlopen. Van Stipriaan: ‘We werken met twee technieken. De eerste is een contextvrije opslag, zodat een boek ontdaan is van de vormgeving. Zo hebben we al ruim zevenduizend titels verwerkt. Nog eens zoveel titels hebben we via scannen gedaan. Door de verbeterde kwaliteit van apparatuur gaat dat steeds beter. Dit jaar denken we tot tienduizend titels te kunnen behandelen.'
www.bibliotheek.be
S.G.
april 2009
Top
Nederlands in hoger onderwijs & wetenschap? -
bundel congres 10 oktober 2008 in het Vlaams Parlement
Albert Oosterhof, Willy Martin, Jan Roukens & Els Ruijsendaal (red.). (2010).
Gent: Academia Press. X + 180 pagina’s -17 euro.
De bundel behandelt de vraag hoe we om moeten gaan met de voertaal in ons hoger onderwijs. Moet de onderwijstaal zo veel mogelijk Nederlands blijven, mogen er ook andere talen een rol spelen, of moeten instellingen voor hoger onderwijs massaal overschakelen op het Engels? Welke keuzen moeten gemaakt worden ten overstaan van de taal waarin wetenschappelijke publicaties worden gesteld?
Op 10 oktober 2008 werd over de onderwijstaal in het hoger onderwijs en in de wetenschap een congres gehouden in het Vlaamse Parlement in Brussel. De deelnemers werden verzocht hun bijdragen te publiceren en van de meesten kon een artikel worden opgenomen in deze bundel. Omwille van een totaalbeeld rond deze problematiek kregen in de loop van 2009 een aantal academici en anderen de gelegenheid bepaalde aspecten van de problematiek bijkomend toe te lichten. Enkele bijdragen in dit boek zijn (bewerkte) versies van artikelen die al elders verschenen zijn. Bijdragen werden verzameld zowel uit Vlaanderen en Nederland als van buiten het Nederlandse taalgebied.
De bundel omvat vier delen. In het eerste deel (De voertaal in ons hoger onderwijs: Stand van zaken en achtergronden) zitten twee artikelen waarin de resultaten worden besproken van recente kwantitatieve studies naar het gebruik van Engels in het hoger onderwijs. Vandenbussche bespreekt de studie van 2007 in opdracht van de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland, waarin een beeld wordt gegeven van de situatie in ons taalgebied. Oosterhof gaat in op de algemene relevantie van enquêteresultaten, waarbij hij ook enkele gegevens uit de ACA-studie die English-Taught Programmes in European Higher Education (Wächter & Maiworm 2008) presenteert.
Het tweede deel (Nederlands of Engels?) bevat artikelen die antwoord geven op de vraag of ons hoger onderwijs en de wetenschap het Nederlands en/of het Engels als onderwijstaal moet gebruiken. Hierin zijn teksten opgenomen die vooral ook een bijdrage leveren aan de opinievorming over de ‘verengelsing’ van ons hoger onderwijs. In de eerste bijdrage, van Van Marle, worden de gevolgen van de ‘verengelsing’ besproken voor (de positie van) de Nederlandse taal in het algemeen en in het bijzonder onze standaardtaal. De wat kortere bijdragen van Devreese (wetenschapper) en De Cock (politicus) zijn in andere vorm eerder verschenen als opiniestukken in landelijke kranten. Beiden presenteren argumenten tegen de ‘verengelsing’ van ons hoger onderwijs. Ook in het essay van Von der Dunk staan kritische kanttekeningen bij deze ontwikkelingen. Hij brengt als nuancering aan dat er bepaalde vakken zijn waarvoor het begrijpelijker is dat cursussen in het Engels worden gegeven. Het gaat dan om vakgebieden die inderdaad in groten getale buitenlandse studenten trekken, of die uit de aard der zaak bij uitstek internationaal zijn.
De bijdragen in het derde deel van de bundel (De internationale context) plaatsen deze discussie over de onderwijstaal in een internationaal/Europees of intercultureel perspectief. Peeters bespreekt een aantal ontwikkelingen op het internationale toneel die illustratief zijn voor de invloed die het Engels heeft op andere talen, taalgebieden en culturen in Europa en de wereld. Zijn artikel biedt ook een overzicht van relevante internationale literatuur en onderzoeksprojecten ter zake. Arntz bekijkt de ontwikkelingen die internationaal leiden tot de verengelsing van het hoger onderwijs vanuit een Duits perspectief en bespreekt een aantal voorstellen en projecten die er juist voor kunnen zorgen dat bijvoorbeeld Duitsers en Nederlanders hun eigen talen kunnen blijven gebruiken in communicatie op internationaal niveau. Van Keymeulen (taalkundige) betoogt dat internationalisering van de wetenschap en de dominantie van het Engels kunnen leiden tot verschraling en verlies aan internationale culturele diversiteit. Draaisma (psycholoog) en Celens (ingenieur) bespreken een aantal internationale ontwikkelingen in hun specifieke vakgebieden en de (deels) nadelige gevolgen van de opkomst van het Engels als voertaal.
In het vierde deel van de bundel wordt de discussie toegespitst op maatregelen die in verschillende contexten genomen (moeten) worden als reactie op de ‘verengelsing’ en op verschillende scenario’s die zich in de toekomst voor kunnen doen. Martin bekijkt de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de Nederlandse wetenschappelijke vaktalen en brengt deze gevolgen in verband met functie- en domeinverlies van het Nederlands in het algemeen. Een aantal maatregelen worden voorgesteld die ons dichter kunnen brengen bij een ideale situatie voor het Nederlands als cultuurtaal in relatie tot wetenschappelijke vaktalen. Van der Horst gaat in op de vraag in hoeverre een taalsituatie beïnvloed kan worden door de inspanningen van taalverzorgers en taalpolitici. Zijn stelling is dat het wetenschappelijk gezien nog maar de vraag is of taalpolitiek effect heeft, een stelling die uiteraard relevant is voor de discussie over wat er moet gebeuren als reactie op de aanwezigheid van het Engels in het hoger onderwijs. Vanneste presenteert in zijn bijdrage een discussie over het beleid dat aan een specifieke instelling, de Universiteit Antwerpen, gevoerd wordt in verband met de onderwijstaal. Sercu denkt na over de implicaties van een ruimer gebruik van het Engels als onderwijstaal op het niveau van het hoger onderwijs voor het secundair onderwijs. Els Ruijsendaal brengt een afsluitende bijdrage vanuit het perspectief dat de organisatoren van het congres in 2008 hadden. Vanuit die doelstellingen wordt een samenvattend overzicht gegeven van verschillende facetten die tijdens het congres in oktober 2008 en nu ook in deze bundel aan de orde zijn gekomen.
Zie het Woord vooraf tot de bundel VII tot IX
Top
Rudy Kousbroek overleden op Paasdag 4 april 2010

De essayist Rudy Kousbroek, die op de ochtend van Eerste Paasdag op 80-jarige leeftijd overleed, was een rationalist die hield van de polemiek.
In het slothoofdstuk van Medereizigers, de voorlaatste essaybundel van Rudy Kousbroek, schreef hij over een foto waarop de grafsteen van vier Britse circuspony’s te zien was. De dieren waren bij een brand om het leven gekomen. ‘We think they must have souls’, stond op de steen.
‘Het is beschamend maar niet te ontkennen;’ schreef Kousbroek op zijn beurt, ‘om die overtuiging dat dieren een ziel hebben, en om het feit dat er mensen waren die er behoefte aan hadden dat op een grafsteen te laten beitelen, ben ik weerloos aan dat gedenkteken overgeleverd.’ Waarna hij erkent dat zijn ziel kennelijk geraakt is ‘en dat is merkwaardig, want ik geloof niet in zielen, sterfelijke of onsterfelijke’.
In het elegante essay dat volgt horen we niet alleen de heldere rationalist Kousbroek uitleggen hoe hij zijn geloof verloor, maar zien we ook Kousbroeks vermogen om zich te verwonderen over de wereld en wat mensen en dieren daar zoal bedenken en uitvoeren.
Vooral het rationalisme van Kousbroek heeft altijd veel aandacht getrokken, ook al door vasthoudendheid waarmee hij een hele reeks polemieken voerde: over het geloof, over Nederlands-Indië, over kunst en schrijvers die hem niet zinden. Bijna achteloos kon hij het ‘suikerwerk’ van Vasalis wegzetten of de latere Nobelprijswinnaar Le Clézio geestig diskwalificeren (‘De kaak is een mensenkaak (en kan mooi Frans praten), maar het is de schedel die afkomstig is van een orang-oetan.’) En decennia lang hamerde hij op hetzelfde aambeeld: dat de Japanse interneringskampen in de Tweede Wereldoorlog niet te vergelijken waren met de Duitse. En dat de wijze waarop geïnterneerde Nederlanders later over het ‘Jappenkamp’ spraken racistische trekjes had.
Dat ‘Oost-Indisch kampsyndroom’ leidde tot het gelijknamige, meesterlijke boek uit 1992, Kousbroeks beroemdste. Maar wie Het Oostindisch kampsyndroom nu leest, wordt niet alleen getroffen door de gestaalde stukken tegen Jeroen Brouwers en Wim Kan, maar vooral door de andere essays, die het overgrote deel van het boek vullen: lange, op het sensuele af zintuiglijke stukken waarin Kousbroek zijn herinneringen aan het land waar hij de eerste zestien jaar van zijn leven doorbracht laat samengaan met wat hij er later over leest, hoort en bedenkt.
Veel meer dan zijn kracht als polemist, zijn het Kousbroeks helderheid, zijn humor en nooit aflatende nieuwsgierigheid die hem tot een van de prominentste essayisten van zijn generatie maakten. Carel Peeters schreef over Kousbroeks ‘rationele passie’ die hij op haast alle denkbare onderwerpen losliet: gebouwen, de tegencultuur, literatuur, Bruintje Beer, sciencefiction, structuralisme, dieren, oude foto’s, wiskunde, beeldende kunst, wapens, cultuurfilosofie, de Chinese politiek, media, taal en dieren. In zijn vorig jaar gepubliceerde briefwisseling met Willem Frederik Hermans (Machines en emoties) ging het even eenvoudig over auto's en hun topsnelheden als over de betekenis van het werk van Wittgenstein.
Kousbroek was vanaf de oprichting van deze krant een van de gezichtsbepalende auteurs van het Cultureel Supplement. Een groot deel van zijn werk verscheen eerst in de krant en werd later gebundeld in titels als De aaibaarheidsfactor, Het avondrood der magiërs, Een kuil om snikkend in te vallen, De logologische ruimte en De vrolijke wanhoop. De afgelopen jaren publiceerde Kousbroek – die altijd al vaak beeld bij zijn essayistiek betrok – drie boeken met opstellen naar aanleiding van fotografie onder de titel Fotosynthese. In 1975 werd Kousbroek onderscheiden met de P.C. Hooftprijs.
Zelf noemde Kousbroek desgevraagd echter niet zijn essays, maar zijn (als feuilleton geschreven en tegen het essay aanschurkende) roman Vincent en het geheim van zijn vaders lichaam uit 1981 als zijn dierbaarste boek, wat wellicht samenhing met het feit dat het zijn enige voltooide roman was. „Ik heb een stuk of twaalf romans geschreven, maar geen enkele voltooid”, zei hij in 1986 in een interview met Lien Heyting. „Het is alsof ze allemaal in hetzelfde stadium zijn blijven steken, alsof ik merk dat ik op bekend terrein kom en dan weet ik het al, dan gaat het mis.” Vorig jaar zei hij in deze krant tegen Pieter Kottman over een roman waaraan hij in de jaren zestig werkte: „Het bedrukt me nog steeds, dat het niet is gelukt.”
Rudy (Herman Rudolf) Kousbroek werd op 1 november 1929 in Pematang Siantar op Sumatra geboren. De eerste vijf jaar van zijn leven bracht hij in Nederland door, daarna vertrokken zijn ouders weer naar Nederlands-Indië, waar Kousbroek op een internaat zat. Tijdens de Japanse bezetting was hij in verschillende kampen geïnterneerd, in 1946 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij enige tijd wiskunde zou studeren voor hij naar Parijs vertrok. „Ik was niet opgewassen tegen de vrijheid van het universitaire bestaan.”
Daar studeerde hij verder (Chinees, Japans), maar daar raakte hij ook in contact met de schilders van Cobra en jonge schrijvers als Simon Vinkenoog, Hugo Claus en Remco Campert. Met die laatste richtte hij in 1950 het legendarische tijdschrift Braak op en zo kwam hij aan de wieg te staan van de Beweging van Vijftig. Hij maakte zich sterk voor het ‘zeer aardse vers in een zeer aardse wereld’, waarin ook het empirisme van de latere essayist Kousbroek te zien is. In 1951, het jaar dat hij trouwde met schrijfster Ethel Portnoy, debuteerde Kousbroek als dichter met Tien variaties op het bestiale, twee jaar later volgde De begrafenis van een keerkring. De ontvangst was matig. Hij stopte met dichten. „In de Nederlandse poëzie zou ik hooguit tot een goede middelmaat behoren en dat is niet goed genoeg.” In de jaren negentig zou Kousbroek een lange reeks gedichten publiceren op de Kinderpagina van het Cultureel Supplement, die in 2003 in Dierentalen werden gebundeld.
Vanaf eind jaren zestig schreef Kousbroek voor het Algemeen Handelsblad en voor Vrij Nederland. Na de oprichting van NRC Handelsblad werd hij een van de boegbeelden van het Cultureel Supplement, waarvoor hij honderden stukken schreef en de toon en de richting in belangrijke mate mede bepaalde. „Ik heb kilo’s krantenpapier zwart gemaakt, maar het merendeel is rommel,” zei hij eerder dit jaar. En: „Mijn werk? Ik heb 99 procent van mijn tijd aan seks gedacht en, helaas, niet eraan gedaan.” Over zijn P.C. Hooftprijs zei hij met evenveel zelfspot dat hij die dankte aan het het feit dat de jury niet kon kiezen tussen Karel van het Reve en Renate Rubinstein.
Kousbroeks consequente aanvallen op alle vormen van irrationaliteit en met name op religie leverden hem behalve veel bewonderaars ook tal van tegenstanders op. Hij verdedigde de wetenschap tegen sceptici en hekelde het ‘moderne bijgeloof’ van psychedelica en new age. Even kritisch was hij over de afkeer van een groot deel van de literaire wereld van alles wat met techniek van doen had: ‘klassieke intellectuelen die door de moderne wereld wandelen als Neanderthalers door een sterrenwacht: ongerust, omgeven door apparaten waarvan de werking hen volkomen onbegrijpelijk is.”
In 1994 ontving Kousbroek, die hertrouwde met de sinologe en schrijfster Sarah Hart, een eredoctoraat in de wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen als ‘meest prominente vertegenwoordiger van de essayistische traditie in Nederland vanaf de jaren zeventig’. Bij de laatste Tweede-Kamerverkiezingen was hij lijstduwer van de Partij voor de Dieren, al werd hij later onaangenaam verrast door de mededeling van lijsttrekker Marianne Thieme dat zij zich had laten dopen tot lidmaat van de zevendedagsadventisten. Zijn laatste boek verscheen enkele weken geleden, het afsluiting van de meer dan veertig jaar geleden begonnen reeks Anathema's: Restjes.
De laatste jaren had Rudy Kousbroek grote problemen met zijn gezondheid. „Anderhalf jaar geleden was ik opgegeven”, zei hij vorig voorjaar tegen Pieter Kottman. „Het was op het randje. Ik heb toen niet de minste neiging gehad me over te geven aan het hogere. Ik dacht: zie je wel, ik laat me ook niet door omstandigheden verleiden tot onwaarheden.”
In hetzelfde interview zei Kousbroek: „Als je van de natuur houdt, zoals ik, dan houd je ook van de dood. Maar dat doe ik niet. Ik ben ook altijd schichtig omgegaan met de dood van huisdieren.” Vandaar misschien ook de weerloosheid die hij voelde bij de aanblik van de dode circuspaarden op de foto uit Medereizigers. In het genoemde essay vertaalt hij de grafspreuk als een uiting van de liefde van de mens voor het dier, als een noodkreet: ‘We hadden jullie lief, we konden het je niet zeggen, maar het is zo.’
Pieter Kottman interviewde Rudy Kousbroek precies een jaar geleden nog. Lees het stuk hier terug. Afgelopen vrijdag werd het laatste boek van Kousbroek, Restjes, in Boeken besproken. Lees de recensie hier.
Lees verder
Top
Dichter-wandelaar Hubert van Herreweghen wordt 90
Kunsttijdschrift Vlaanderen wijdt een volledig nummer aan het oeuvre en de persoon van Hubert van Herrewegen, de ouderdomsdeken van de Vlaamse poëzie
die op 16 februari negentig kaarsjes uitblaast.
 |
Portret van Hubert Van Herreweghen door dochter Anne |
Herman Van Rompuy liet zijn drukke agenda er hem niet van weerhouden een voorwoord te schrijven. Nogal wat schoon volk - Patrick Lateur, Lut de Block, Yves T'Sjoen, Anne Marie Musschoot, Geert van Istendael, Carl De Strycker, Hilde Keteleer, Dirk Hanssens, Gwy Mandelinck, Hugo Brems, Stefaan Evenepoel, Herlinda Vekemans, Joris Gerits, Willy Spillebeen, Joris Note en Frans De Haes - levert een bijdrage die is geïnspireerd door een gedicht of enige versregels van de jubilaris. En de pentekening op de cover is van de hand van Anne van Herreweghen, dochter van.
Hubert van Herreweghen werd geboren op 16 februari 1920 te Pamel. Heel even werkzaam in het onderwijs en in de administratie, stapte hij in 1944 over naar de journalistiek. Vanaf 1950 becommentarieerde hij literaire en dramatische uitzendingen voor de radio-omroep NIR (voorloper van de latere BRT, nu VRT). Tevens was hij een van de pioniers van de Vlaamse televisie. In 1961 kwam hij er aan het hoofd van de Dramatische Dienst, een functie die hij tot zijn pensioen zou vervullen.
Van Herreweghen was redacteur van Podium (1943-1944), medeoprichter van het poëzietijdschrift De Spiegel (1945-1946) en vanaf 1947 redacteur van Dietsche Warande & Belfort. Zijn poëzie werd bekroond met o.m. de Letterkundige Prijs van de Provincie Brabant (1945), de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie (1962) en de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies 2006 voor zijn gehele oeuvre. Vanwege zijn bijdrage aan de Vlaamse cultuur werd hem in 2003 de Orde van de Vlaamse Leeuw uitgereikt. Als bloemlezer verzorgde hij, eerst met Jos de Haes en later met Willy Spillebeen, 36 delen in de reeks 'Gedichten' van het Davidsfonds. Samen met Spillebeen maakte hij eveneens een driedelig overzicht van de Nederlandstalige poëzie van 1880 tot 1985.
In Van Herreweghens literaire leven staat zijn eigen dichterschap evenwel centraal. In 1943, in volle oorlogstijd, debuteerde hij met 'Het jaar der gedachtenis'. Zes-en-een-half decennium later verscheen zijn voorlopig laatste bundel 'Webben & wargaren', die door Knack-medewerker Bart Van der Straeten onomwonden werd uitgeroepen tot beste dichtbundel van het voorbije jaar.
Alom wordt Hubert van Herreweghen geprezen als een dichter die zijn ambacht door en door kent. Hij vijlt en beitelt zijn strofen tot beheerste, vormvaste gedichten. 'Poëzie is altijd een dans. Pas op voor stilstaande gedichten! Het zijn poelen waarin de rotting begint,' verklaarde hij ooit. Van Herreweghen is een dichter die nog durft te rijmen, wat het ritme, de klankrijkdom en de dansbaarheid van zijn verzen alleen maar ten goede komt. Net zo goed durft hij te jongleren met bladschikking en typografie. De trefzekere vorm verschaft deze dichter een greep op de werkelijkheid die hem omvat, en die werkelijkheid is in zijn geval het Pajottenland, waar hij werd geboren en getogen.
Hubert van Herreweghen is een wandelaar, letterlijk, die zich nietig weet in het overweldigende decor van fauna en flora. Het Brabantse landleven is zijn biotoop en dat van zijn poëzie. Het meest opmerkelijke aan Van Herreweghens poëzie is zijn vocabularium. Hij doorspekt zijn werk met oude Vlaamse woorden en begrippen, die langzamerhand uit onze taal aan het verdwijnen zijn. Heel wat jongelui weten wel nog wat woorden als 'noen' en 'staak' betekenen, maar zij die zich iets kunnen voorstellen bij een gezegde als 'zijn kazak draaien' worden almaar zeldzamer.
Philip Hoorne
11-2-2010
Kunsttijdschrift Vlaanderen, nr. 328 - 2010 nr. 1 (los nummer: 10 euro)
Bron: Knack.be – Boekenburen
Top
Daniel Hugo ontmoet Herman de Coninck
Een Zuid-Afrikaanse dichter vertaalt de Vlaamse poëet
Voorbeeld van een fraaie vertaling
Poëzie
Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete [voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:
zo helpt poëzie
|
Poësie
Soos wat jy vir ’n siek dogtertjie sê:
my miniatuurmensie, my selfgemaakte
verdrietjie, en dit help nie;
soos wat jy ’n hand op haar warm [voorhofie
lê, so dun as sneeu gaan lê,
en dit help nie:
so help poësie
|
Herman de Coninck, Die lenige liefde.
Uit het Nederlands vertaald door Daniel Hugo.
Tweetalige uitgave: Nederlands/Afrikaans,
Protea Boekhuis, Pretoria, 2009, 129 blz.,
ISBN 9781869193027.
Top
Martijn Kager wint Taalunie Scriptieprijs met studie over kunnen -
persbericht Nederlandse Taalunie 8-1-2010
PERSBERICHT
Algemeen Secretariaat van de Nederlandse Taalunie
Den Haag, 8 januari 2010
Martijn Kager wint Taalunie Scriptieprijs met studie over kunnen
Taal dient om de werkelijkheid te beschrijven, maar meer nog om de kijk van mensen op die werkelijkheid te beïnvloeden. Dat kun je zelfs aantonen met eenvoudig lijkende zinnetjes met het werkwoord kunnen. Martijn Kager deed dat in zijn scriptie De retoriek van kunnen en wint daarmee de Taalunie Scriptieprijs 2009, ter waarde van € 1500.
Kager, student aan de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Universiteit Leiden, analyseert het gebruik van kunnen in zinnetjes als 'Fidel kan ziek zijn', 'Klaas-Jan kan goed voetballen' en 'U kunt op de bank gaan zitten'. Dat blijkt veel ingewikkelder dan je zou verwachten. Maar door zijn geavanceerde methode, zijn creativiteit en zijn sterke gedrevenheid brengt Kager het werk tot een goed einde.
De jury van de Taalunie Scriptieprijs, die bestond uit de hoogleraren Joop van der Horst (Leuven), Guy Janssens (Luik), Sjaak Kroon (Tilburg), Ted Sanders (Utrecht) en Reinhild Vandekerckhove (Antwerpen) vindt de scriptie van Maarten Kager 'origineel, goed geschreven en vernieuwend'. Ze was ook verheugd over de kwaliteit van de andere inzendingen en over de variatie in het onderzoek, van sociolinguïstisch onderzoek tot dialectologie en van historische grammatica tot sociaalwetenschappelijk onderzoek.
Met de Taalunie Scriptieprijs wil de Taalunie studenten neerlandistiek stimuleren om een schitterende afstudeerscriptie te schrijven. De scripties moeten in het Nederlands zijn geschreven door een student van een Nederlandse of Vlaamse universiteit. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt; het ene jaar voor een scriptie over een letterkundig onderwerp, het andere jaar voor een scriptie op het gebied van taalbeheersing of taalkunde.
Top
P.C. Hooft-prijs 2010 voor Charlotte Mutsaers

Het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde heeft 9 december jl. besloten de P.C. Hooft-prijs 2010, een oeuvreprijs die dit jaar bestemd is voor proza, toe te kennen aan Charlotte Mutsaers (*1942, Utrecht). De prijs wordt haar traditiegetrouw uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst in het Letterkundig Museum, waarschijnlijk donderdag 20 mei 2010, een dag voor de sterfdag van de naamgever van de prijs, de dichter P.C. Hooft (1581-1647), onze grootste renaissancedichter.
Jury
De prijs is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Janet Luis (voorzitter), Geert Buelens, Alle Lansu, Saskia Pieterse en Leo Pleysier.
Fragmenten uit het juryrapport:
‘Het proza van Mutsaers is onmiskenbaar het werk van een dubbeltalent. Zo geduldig als een schilder de materiële wereld beklopt en aftast, zo precies plooit Mutsaers haar teksten rondom concrete voorwerpen als een rok, een dennenappel of een mobiele telefoon. Geen wonder dus dat haar teksten zeer beeldend zijn.’
‘Mutsaers krijgt deze prijs voor haar “verhalend proza”, maar het is onmogelijk haar romans los te denken van essaybundels als Paardejam en Zeepijn. Haar speelse essayistiek ligt in het verlengde van haar verhalend proza, en vice versa. Al haar werk komt tenslotte voort uit eenzelfde mentaliteit, eenzelfde manier van in het leven staan. En een belangrijk onderdeel van deze levenshouding is de gepassioneerde omgang met de literatuur.’
‘Haar oeuvre is een groot impliciet pleidooi voor de verwondering, de betovering, de onbevangenheid, het enthousiasme […] Zoals ze in Paardejam schrijft: “Wie nooit op een hobbelpaard over het tapijt heeft geracet, nooit “Huhu!” heeft gebruld al was het maar tegen een bezemsteel, nooit geloofd heeft in hoefijzergeluk, nooit gesnakt heeft naar de hengstebron, nooit Jeanne d’Arc, Sinterklaas of Napoleon heeft willen zijn, zal het in de kunsten niet ver schoppen.’
Bron: http://www.pchooftprijs.nl/xhtml/pchprijs.php
Voor meer info:
- Site NRC - Handelsblad
- Site Elsevier
- Site NOS met video met reactie van de bekroonde
Top
"De toekomst van het Nederlands als wetenschapstaal. Themabijeenkomst van de Afdeling Letterkunde van maandag 9 mei 1994" boekpublicatie Kon. Ned. Ac. van Wetenschappen op het internet beschikbaar
Een oudere publicatie kan een verbazend gehalte aan inhoud hebben en daardoor actueel blijven.
Met die idee vestigen wij uw aandacht op deze publicatie.
Thijmen Koopmans is de redacteur.
De digitale bibliotheek der Nederlandse letteren (dbnl) maakt het boek in 2009 op het internet toegankelijk. Klik hier
Overzicht van de inhoud:
- W.P. Gerritsen Inleiding
-
E.H. Kossmann Het probleem in de historische wetenschappen
- H.W. von der Dunk Het probleem in de historische wetenschappen Commentaar op E.H. Kossmann
- C.J.M. Schuyt De problematiek in de gamma-wetenschappen
- J. Breman De problematiek in de gamma-wetenschappen Commentaar op C.J.M. Schuyt
-
J.J.M. Beenakker De situatie in de beta-wetenschappen
- K. Bakker De situatie in de beta-wetenschappen Commentaar op J.J.M. Beenakker
- M.V. Storme De visie van een Belgisch jurist
-
J.M. Polak De visie van een jurist Commentaar op M.V. Storme
-
H. Steinmetz Het perspectief vanuit het buitenland
- H.W. Bodewitz Het perspectief vanuit het buitenland Commentaar op H. Steinmetz
- T. Koopmans Samenvatting
Top
Cees Nooteboom krijgt de Prijs der Nederlandse Letteren 2009
De Nederlandse schrijver Cees Nooteboom ontvangt dit najaar (18 november) de Prijs der Nederlandse Letteren uit handen van de Belgische Koning Albert. Er is een geldbedrag aan verbonden van € 40.000. De prijs wordt toegekend door de Nederlandse Taalunie.
Nooteboom is vooral bekend om zijn reisverhalen, maar zijn oeuvre omvat romans, verhalen, novellen, poëzie en essays. De jury, onder voorzitterschap van de Vlaamse emeritus hoogleraar Anne Marie Musschoot, noemt dit oeuvre diepzinnig en filosofisch. Dat zijn ook de kwaliteiten waarom zijn werk in het buitenland zo wordt geroemd. Vooral in het Duitse taalgebied heeft Nooteboom veel lezers.
Volgens de jury is de grote kracht van zijn reisverhalen, maar ook van zijn romans, dat ze de geschiedenis recht doen, maar nergens louter realistisch zijn.
- Lees verder op Taalunieversum, de website van De Nederlandse Taalunie
- Uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren - toespraken en dankwoord van Cees Nooteboom
Top
AKO - literatuurprijs 2009 voor Erwin Mortier met zijn roman 'Godenslaap'
De AKO Literatuurprijs 2009 is toegekend aan Erwin Mortier voor zijn boek Godenslaap. Hij ontving deze prijs uit handen van Guy Verhofstadt, jury-voorzitter en Winnie Sorgdrager, voorzitter van de Stichting Jaarlijkse Literatuurprijs in de Philharmonie te Haarlem.
De jury koos voor dit boek omdat het de eerste grote roman is over de Eerste Wereldoorlog en beschreven is vanuit de optiek van een vrouw in een overweldigende en overrompelende taal. Het biedt een uniek beeld van een tijd die tot nu toe onderbelicht is in de Nederlandstalige literatuur. Erwin Mortier ontving naast een sculptuur van Eugène Peters een bedrag van € 50.000. Dit bedrag werd ter beschikking gesteld door de Stichting Jacques de Leeuw.
Naast de ‘Godenslaap’ van Erwin Mortier, waren voor de AKO Literatuurprijs 2009 ‘Lelystad’ van Joris van Casteren, ‘Alles nieuw’ van Joke van Leeuwen, ‘De terugkeer van Lupe García’ van Carolina Trujillo, ‘Via Cappello 23′ van Christiaan Weijts en ‘Caesarion’ van Tommy Wieringa.
(Persbericht AKO Literatuurprijs)
Recensies van de bekroonde roman 'Godenslaap'

- Erwin Tommissen in Cutting Edge 11-11-2009: klik hier
- Johan De Haes voor Klara: klik hier
- Evelien de Boer en Anne-Fleur van der Meer op Recensieweb: klik hier
- Mark Bastijns 28-11-2008 op Goddeau: klik hier
Top
Tien jaar Taaltelefoon: 114.216 keer vraag en antwoord over het Nederlands
Vlaamse overheid
Dinsdag 27 oktober 2009
De Taaltelefoon viert op dinsdag 27 oktober zijn tiende verjaardag. Vanaf de start tot vandaag heeft de Taaltelefoon in totaal 81.581 oproepen voor taaladvies beantwoord. Die oproepen vertegenwoordigen 114.216 taalvragen.
De taalvragen worden telefonisch en per e-mail gesteld aan de Taaltelefoon. Op dit moment zijn ongeveer 55% van alle oproepen telefonische oproepen. Bijna 45% van de oproepen komt via e-mail binnen. Meer dan drie vierde daarvan zijn vragen die gesteld werden via het vraagformulier op Taaladvies.net, de website voor taaladvies van de Nederlandse Taalunie. Daarnaast worden nog heel af en toe vragen via fax of brief aan de Taaltelefoon voorgelegd.
Zowel de eigen website van de Taaltelefoon als de websites Taaladvies.net en Woordenlijst.org spelen een sleutelrol in de adviseringsopdracht van de Taaltelefoon. Taaladvies.net was in 2008 alleen al goed voor 4,4 miljoen geconsulteerde pagina’s, en is daarmee uitgegroeid tot de belangrijkste internetreferentie voor taaladvieskwesties voor het Nederlands. Samen met de taaladviesdienst van het Genootschap Onze Taal in Nederland beantwoordt de Taaltelefoon de vragen die via Taaladvies.net binnenkomen. Beide taaladvies-diensten houden ook de informatie op de site actueel en werken aan de verdere uitbreiding van het aanbod van adviezen op Taaladvies.net. Het Taaladviesoverleg van de Nederlandse Taalunie waakt over de kwaliteit van de adviezen.
Ter gelegenheid van zijn tiende verjaardag lanceert de Taaltelefoon een nieuwe publicatie. De gids In duidelijk Nederlands: spreken en schrijven voor iedereen biedt op 130 pagina’s een handig overzicht van adviezen voor helder en correct taalgebruik en efficiënte communicatie. De adviezen gaan vooral in op problemen en fouten die in de taalpraktijk dikwijls voorkomen. De publicatie is vanaf woensdag 28 oktober voor iedereen beschikbaar via de website van de Taaltelefoon.
Taaltelefoon
078 15 20 25 (elke werkdag van 9 tot 12 uur en op schoolwoensdagen ook van 14 tot 16 uur)
www.vlaanderen.be/taaltelefoon
Voor meer persinformatie kunt u terecht bij:
Dirk Caluwé, teamhoofd Taaladvies
Tel: 02 553 48 76
Fax: 02 553 56 52
E-mail: dirk.caluwe@dar.vlaanderen.be
Top
Op de hielen van de leraar secundair... Filmpje van TV.Klasse
De leraar in het secundair doet meer dan lesgeven alleen. TV.Klasse volgt een dagje mee met praktijkleraar Jan en klastitularis Eva. Kijk mee hoe hun dag verloopt! 8'26"
http://www.klasse.be/tvklasse/13757-Op-de-hielen-van-de-leraar-secundair
Top
Talige startcompetenties Hoger Onderwijs -
Publicatie Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs - SLO
van de hand van Helge Bonset en Hans de Vries - aug. 2009
Geachte geadresseerde,
Met veel plezier presenteer ik u de beschrijving van de Talige startcompetenties Hoger Onderwijs. Voor het eerst zijn die beschreven onafhankelijk van de eisen van de examens die toelating bieden tot het hoger onderwijs (havo, vwo en mbo-4). De beschrijving maakt goed zichtbaar waar de kloof zit en waarom (en waarin) de taalvaardigheid van inkomende studenten tekort schiet.
Het Nederlands / Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs heeft samen met de sectie Nederlands van de vakvereniging van docenten Levende Talen, in 2007 bij de SLO een aanvraag ingediend om te komen tot een beschrijving van de talige startcompetenties voor hoger onderwijs. Die aanvraag is gehonoreerd, het project is in 2008 uitgevoerd, op 18 mei 2009 gepresenteerd aan het platform en verschenen in brochurevorm. De beschrivjing is als pdf-document te downloaden van de site van de SLO*. De beschrijving kent een hbo-niveau (B2) en een universitair niveau (C1) en borduurt verder op het hoogste niveau van de commissie Meijerink.
Voor het opzetten van taalbeleid, denk o.a. aan instaptoetsen en ondersteunende programma's binnen het hoger onderwijs, maar ook voor de toeleverende scholen die aansluiting met hoger onderwijs willen bevorderen, is zicht nodig op de taalvaardigheid die nodig is om een opleiding in het hoger onderwijs met succes te kunnen doorlopen.
Graag zou het platform met u van gedachten wisselen over de erkenning en implementatie van de Talige startcompetenties.
Met vriendelijke groet,
Wilma van der Westen
voorzitter Nederlands / Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs.
* Talige competenties Hoger Onderwijs (331 kB)
Top
Oudnederlands Woordenboek online

'Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hic enda thu uuat umbidan uue nu' kennen we allemaal als het oudste Nederlands. Klinkt mooi, maar juist is het niet. Al in 107 werd in een Latijnse tekst een Oudnederlandse plaatsnaam opgetekend. Sterker nog: taalkundigen verzamelden in totaal 4500 Oudnederlandse woorden. Die komen niet alleen uit boeken, maar ook uit inscripties, oorkonden, gebedsstaafjes, grafschriften en dateren veelal van 500 tot 1200 na Christus. Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden heeft zopas het Oudnederlands Woordenboek (ONW) online geplaatst. Daar is het (volledig) gratis te consulteren. Meer nog: de lettervreters uit Leiden hebben op die plek ook het Vroegmiddelnederlands Woordenboek en het Woordenboek der Nederlandsche Taal op de planken staan. Het Middelnederlands Woordenboek volgt nog dit jaar. Meteen is deze Geïntegreerde TaalBank het grootste lexicografische project ter wereld. Uiterst fraai materiaal.
Bron: Knack blogt 12-10-2009
Vorige week, 19 mei, verscheen de online-editie van het Oudnederlands Woordenboek (ONW), samengesteld door het Instituut voor Nederlandse Lexicologie. Het ONW bevat ruim 4000 woorden en ca. 28.000 citaten overgeleverd uit de periode 500-1200, o.a. afkomstig uit oorkondes, wetten, plaatsnamen, heidense bezweringen, psalmen, doopbeloftes en Bijbelse teksten. Er zijn woorden bij die allang niet meer bestaan. maar ook die nog steeds gebruikt worden, al hebben ze in de loop van de tijd een andere betekenis gekregen. Het woordenboek is gratis beschikbaar via de Geïntegreerde Taalbank, waarop ook het Vroegmiddelnederlands Woordenboek en het Woordenboek der Nederlandsche Taal te raadplegen zijn. Eind 2009 wordt hieraan nog het Middelnederlands Woordenboek toegevoegd.
Extra: lees de bijdrage van Ewoud Sanders over het ONW in het NRC Handelsblad van 18 mei.
Zie ook: Middenin – UbA-blog Middeleeuwen.
Bron: UbA-blog Nederlandse Taal en Cultuur.
Oudnederlands Woordenboek in de NRC
De NRC schrijft op 26 september over de geheimzinnige wereld van het Oudnederlands.
Lees het hier (pdf).
Oudnederlands Woordenboek online

Via onw.inl.nl kan iedereen die nieuwsgierig is naar de oudste woorden van onze taal, deze gratis opzoeken en bekijken. Vanaf dinsdag 19 mei is het Oudnederlands Woordenboek (ONW) online beschikbaar.
Top
Dichter Bert Decorte overleden 1915-2009
Gisteren (14 oktober 2009) overleed Bert Decorte (94) , één van de meest markante inwoners van Roosdaal. Als Kempenaar had Bert het op bijzondere wijze begrepen op de mensen en het landschap van Vlaams-Brabant.
Geboren op 2 juli 1915 liep hij school aan het Klein Seminarie in Hoogstraten en aan het Sint-Jan Berchmanscollege te Mol. Na zijn studies werd hij loopjongen bij Delhaize te Antwerpen. In die tijd verschenen zijn eerste gedichten in het literair tijdschrift “Forum”.
In 1937, na het beëindigen van zijn legerdienst verhuisde hij naar Brussel waar hij ging werken op het departement van Economische Zaken. In datzelfde jaar verscheen de dichtbundel “Germinal”.
Deze dichtbundel werd door de pers met grote geestdrift onthaald. In “De Standaard” schreef Marnix Gijsen: “Sedert Paul Van Ostaijen, is Bert Decorte het eerste fenomeen, het eerste wonderkind, dat wij in de Vlaamse poëzie zien verschijnen…”. Bert was toen 21 jaar.
[Illustratie:: Anne van Herreweghen]
Gemobiliseerd in 1939 werd Bert Decorte tijdens de historische meidagen van 1940 licht gewond. In datzelfde jaar verscheen in Antwerpen zijn tweede dichtbundel “Orfeus gaat voorbij”. Alhoewel de bundel de voortzetting van de uitbundige “Germinal” heet, was er een duidelijk verschil wat de sfeer betreft, terwijl in “Een stillere dag” (1942) de bezinning de toon aangaf.
Maar Bert Decorte is niet alleen dichter. In 1946 verscheen “De bloemen van de Boze”, een vertaling van “Les Fleurs du Mal” van Charles Baudelaire. Poëzie vertalen doet hij reeds zijn hele leven en met bijval.
Voor de vertaling van de “Balladen van François Villon” ontving Decorte de Koopalprijs, maar we lopen voor op de tijd want in 1946 werd hem voor “Een Stillere dag” de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie toegekend! Wat kan een dichter nog meer dromen?
In 1942 huwde Bert Decorte met Delphine De Backer, het eerste meisje uit haar dorp dat te Brussel op kantoor ging werken. Het jonge paar vestigde zich in Strijtem en kreeg zes kinderen: Marieke, Denise, Sarah, Paul, Jan en Ilse.
In 1964 werd hij belast met de leiding van de Dienst der Letteren.
Op 24 november 1971 werd hij bij K.B. aangesteld als lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde. Gedurende het jaar 1981 nam hij het voorzitterschap van de Academie waar.
In 1989 kreeg hij de Sabamprijs voor zijn hele oeuvre.
Hij hield zich eveneens bezig met het samenstellen van bloemlezingenn, vertalingen en essays.
Bert Decorte heeft zowel hier al in het buitenland met heel wat aanstaande en illustere personen – al dan niet letterkundige – omgang gehad. Hij las op de brug van de Drim in Macedonië gedichten voor, hij kent als geen andere Baudelaire, Villon en Louise Labé en toch is hij, ondanks of misschien dank zij deze dingen, echt iemand van Strijtem gebleven. Julien Kuypers zei hem eens dat hij uit dat “boerendorp” zou wegmoeten omdat het zijn inspiratie beknotte.
Decorte schreef daarover: “Ik kreeg hem niet wijsgemaakt dat het voor mij de beste manier was om me te behoeden tegen de bekoring een rol te willen spelen in het befaamde literaire leven”.
Dat is wat wij zo fijn vonden aan Bert Decorte: dat hij iemand van het volk is gebleven, van Strijtem, van het Pajottenland, van Brabant die hij in veel van gedichten zo treffend typeert.
Bovenstaande gegevens werden verkregen dankzij Luc Van Liedekerke, uit zijn boek: “Strijtem… nu en altijd”.
Bron: http://www.editiepajot.com/regios/8/articles/8946
Dossier Bert Decorte
Top
De Roemeens-Duitse schrijfster Herta Müller wint de Nobelprijs voor literatuur in 2009
|
Herta Müller Nobelprijswinnaar voor literatuur in 2009 |
De Nobelprijs Literatuur 2009 gaat naar de Duitse schrijfster Herta Müller. Müller beschrijft volgens de Zweedse jury "met de concentratie van de poëzie en de vrijheid van het proza het landschap van de misdeelden schildert". De dichteres, romancière en essayiste, geboren in het Roemeense plaatsje Niţchidorf in 1953, leefde en werkte lange tijd onder de dictator Ceauşescu. Ze kreeg in 1979 een berufsverbot omdat ze weigerde samen te werken met de Securitate, de Roemeense geheime dienst. Haar eerste verhalenbundel Niederungen (1982) werd gecensureerd, een algeheel publicatieverbod dreef haar vijf jaar later naar Duitsland. Daar schreef ze, volgens NRC "veelgeprezen gruwelsprookjes over het leven van gewone Roemenen onder Ceauşescu, in een plastisch Duits gekenmerkt door cryptische metaforen en weglatingen".
Müllers laatste boek, Atemschaukel, dit jaar verschenen, gaat over de deportatie van de Duits-Roemeense minderheden naar de Sovjet-Unie, kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Deze roman staat nog op de shortlist van de Deutscher Buchpreis. Afgelopen zomer nog baarde Müller opzien met haar opiniestuk Die Securitate ist noch im Dienst in Die Zeit. Daarin poneerde ze dat de machthebbers van de Securitate na de val van het communistische regime gewoon op hun stoel zijn blijven zitten en nog steeds de touwtjes in handen hebben.
Dat Müller de Nobelprijs wint, mag slechts een kleine verrassing heten. Vorig jaar werd ze door Maria Schottenius, verantwoordelijke voor de cultuurpagina's van de belangrijkste Zweedse krant Dagens Nyheter, nog genoemd als belangrijke kandidaat. Die Schottenius was vorig jaar een van de weinigen die ook J.M.G. Le Clézio, de uiteindelijke winnaar in 2008, naar voren had geschoven. Müller kreeg voor haar grote oeuvre al talrijke bekroningen, onder meer de Franz Kafkaprijs in 1999 en de Berlin Literature Preis in 2005. Ze is sinds 1995 lid van de Deutsche Akademie für Sprache und Dichtung in Darmstadt.
De Nobelprijs bedraagt 10 miljoen Zweedse kroon, zo'n 1,1 miljoen euro, en geldt wereldwijd als de belangrijkste literaire onderscheiding. De winnaar krijgt ook een gouden medaille en een Nobeldiploma. De Zweedse Academie reikt de prijs al uit sinds 1901. Müller is de negende Duitse auteur die de prijs ontvangt. Elfriede Jelinek was in 2004 de laatste Duitstalige winnaar.
Bij de Nederlandse uitgeverij De Geus verschenen de vertalingen Barrevoets in februari (1987), De mens is een grote fazant (1988), Reizigster op één been (1989), De vos was de jager (1993) en Hartedier (1996), waarvoor ze de Aristeionprijs voor Europese Literatuur en de Irish Book Award ontving. In 1999 volgde Vandaag was ik mezelf liever niet tegengekomen. De nieuwste roman van Hertha Müller Ademschakel verschijnt in 2010 eveneens bij De Geus. (HC)
De Papieren Man - Literaire berichtgeving à la carte
- Herta Müller erhält den Nobelliteraturpreis - Frankfurter Allgemeine 8-10-2009
- Sie kann nicht vergessen
Die Literatur der Nobelpreisträgerin Herta Müller schaut auf den Alltag der Anpassung und Feigheit in einem diktatorischen Milieu. Eine Würdigung
von Michael Naumann - Die Zeit 8-10-2009
- Meer over de schrijfster
- Interview met Herta Müller 'Ich hatte soviel Glück'
Die diesjährige Literatur-Nobelpreisträgerin Herta Müller hat in einer Pressekonferenz in ihrer Wahlheimat Berlin den Journalisten Rede und Antwort gestanden. Indessen gratuliert auch Bundeskanzlerin Merkel (scroll even naar beneden, het gefilmd interview staat tussen de tekst)
Top
De Vlaamse schrijfster Christine D'haen overleden op 3 september 2009

Donderdag is de Vlaamse schrijfster Christine D'haen op 85-jarige leeftijd overleden. Paul Claes prijst haar (late) poëzie maar vindt ook haar prozawerk zwaar onderschat.
De laatste tijd was het stil geworden rond Christine D'haen. Ze leed dan ook al twee jaar aan een slepende ziekte, aldus Paul Claes, kenner van haar oeuvre. Wie D'haen zegt, denkt natuurlijk onmiddellijk aan 'De wonde in 't hert'(1988), haar Gezelle-biografie, en aan haar classicistische poëzie, zoals 'Gedichten 1946-1958' waarmee ze in 1958 debuteerde.
Claes zegt in een telefonische reactie op haar overlijden dat vooral 'Mirages' (1989), een poëziebundel, haar meesterwerk was en zal blijven. De gedichten in deze bundel zijn niet zo klassiek van factuur, als haar andere poëzie, en ze zijn ook niet streng rijmend of metrisch van compositie, zoals veel van haar gedichten en juist daarom zijn ze heel apart in de Nederlandstalige poëzie.
Het is ook opvallend, zo Claes, dat ze de laatste tien jaar haar betere werk maakte, daar waar veel andere poëten op hoge leeftijd serieus verzwakken. Toch was D'Haen meer dan een klassieke dichteres. Haar absoluut proza dat werd verzameld in 'Uitgespaard zelfportret' (2004) is een eigenzinnige mix van autobiografische flarden en uitgepuurde, strak gestileerde beeldtaal.
Ze vertaalde ook naar het Engels, zoals gedichten van haar geliefde Gezelle en van Hugo Claus, en in het Nederlands, zoals toneelwerk van TS Eliot.
D'haen werd geboren in Sint-Amandsberg op 25 oktober 1923 en ontving in 1992 de prestigieuze Prijs der Nederlandse letteren.
Frank Hellemans
Knack.be - 4 september 2009
Over Christine D'haen in Wikipedia
Beeldimpressies van Christine D'haen n.a.v. haar overlijden De Redactie.be
Top
Kennisbasis voor Nederlands ontwikkeld voor de Nederlandse onderwijzersopleidingen
Ten behoeve van de Nederlandse onderwijzersopleidingen is een zogenaamde Kennisbasis ontwikkeld voor Nederlands, en een andere voor rekenen-wiskunde. Een Kennisbasis omvat in principe alle vakmatige en vakdidactische kennis die een onderwijzer tijdens de pabo-opleiding dient te verwerven. Ze vormt een soort van uitvoerige uiteenzetting van inhoudelijke eindtermen voor een bepaald vakgebied. Daarmee wil de bevoegde staatssecretaris in het verlengde van de rapporten van de commissie-Meijerink tegemoet komen aan de vele klachten over te zwakke kennis van taal en rekenen bij nieuwe onderwijzers.
Meer informatie is te vinden op http://www.kennisbasispabo.nl/.
Zie voor de 'Kennisbasis voor de Nederlandse taal voor de pabo' daar ook het toelichtende artikel van ontwikkelcommissievoorzitter Bart van der Leeuw.
Ook kunnen de beide Kennisbasissen daar afgehaald worden.
Top
Een Vlaamse diplomaat schreef een boeiend boek over Zuid-Afrika.
“Verhalen van een vervelling. Zuid-Afrika zwart op wit” door Bart Pennewaert (Uitg. Manteau 2008)
De auteur verbleef er een vijftal jaren als beginnend diplomaat vanaf eind 2002-begin 2003. Hij wisselt persoonlijke notities af met het relaas en zijn bedenkingen bij de eigentijdse geschiedenis van het land.
In zijn Mijmeringen in het leegland (p. 255 e.v.) maakt hij op de N1 een autoreis doorheen de bijna eindeloze Karoo, van Pretoria naar Kaapstad. Merkwaardig genoeg stopt hij in Matjiesfontein, ‘ een gehucht van twee straten en een treinspoor dat op een drietal uur rijden van Kaapstad ligt’. Hij komt er ook terecht in het hotel-restaurant Lord Milner. Die plek komt mij bijzonder bekend voor. Daar speelt zich het belangrijkste gedeelte af van de merkwaardige roman “In de plaats van liefde” (‘In stede van die liefde’) van Etienne van Heerden uit 2005.
Tijdens zijn tocht is hij wat weemoedig, omdat zijn Afrikaner vriend Johannes naar Londen gaat emigreren. Dat brengt hem tot de overweging “Ik heb te doen met de Afrikaners” (p. 256). Het landschap roept bij hem ook de herinnering op aan de westernfilms die hij ooit heeft gezien. En even later roept hij voor zichzelf uit “Wat doet zo’n landschap met een taal?” En dan volgen een drietal bladzijden reminiscenties over het Afrikaans, heel de moeite waard om ze even na te lezen.
“Wat doet zo’n landschap met een taal?
Het beent die taal uit. Het dwingt ze tot een nieuwe cadans, een nieuw geluid. Van zeventiende-eeuws Nederlands naar Afrikaans.
In de wildernis, zo beeld ik me in, kon zo’n Boer niet anders dan zijn imperfectum, zijn beschrijvende wijs, laten vallen. Zo vormloos waren de tijd en ruimte waarin hij vertoefde, dat hij ze wel moest opdelen in feiten, verwerkte geschiedenis, voltooide deelwoorden. Alleen zo slaagde hij erin zijn greep op de werkelijkheid te behouden. Als zijn dag erop zat, zei de boer niet: ‘Het koren wuifde in de wind vandaag. En toen ik mijn rode akker overschouwde, ging de zon onder’. Maar wel: ‘die koring het in die wind gewaai. Terwyl ek my rooi veld kyk, het die son in die aarde gesak.’
In het onophoudelijke beuken tegen de elementen sleep de Boer zijn taal als een hakmes. Al het overbodige moest weg. Dus kliefde hij zijn lidwoorden weg (alleen ‘die’ bleef over), liet hij zijn vervoegingen voor wat ze waren (bijvoorbeeld ‘ek werk, jy werk, hy werk, ons werk, jullie werk, hulle werk’) en gooide hij de onregelmatige werkwoordsvormen overboord. Zelfs aan het naakte woord houwde hij tot het goed was. Zo moest de intersyllabische v of g eraan geloven (oral in plaats van ‘overal’, hoër in plaats van ‘hoger’) en verviel de doffe e in zwak beklemtoonde voorvoegsels (‘glo in plaats van ‘geloven’, vrek in plaats van ‘verrekt’).
Wat hield hij van het woord! Hij benoemde de dingen vaak lichtjes anders, alsof ze door het harde Afrikaanse licht een aparte glinstering hadden gekregen. Hij delfde in de woordenschat van de volkeren die hem omringden, de Khoi-khoi, de Xhosa en zelfs de Maleise slaven. Hij zwolg op wat hem mooi of handig leek (gogga in plaats van ‘ongedierte’, baaie in plaats van ‘veel’). Zo volkseigen werd zijn taal, zo’n perfecte ‘vertaling’ van zijn Afrikanerschap, dat ze hem later zou wapenen tegen het oprukkende Engels, nochtans de officiële taal van de Zuid-Afrikaanse Unie sinds 1910 (het Afrikaans kreeg pas in 1925 eenzelfde statuut) en later de taal van handel en technologie. De Afrikaner had tegen die tijd genoeg zelfvertrouwen ontwikkeld om vast te houden aan zijn eigen klanken en woorden.
Mijn persoonlijke top tien:
10. sleephut (caravan)
9. moltrein (metro)
8. rekenaar (computer)
7. kookwater (een opvliegend karakter)
6. wielbek (fig. een grote mond)
5. babalaas (kater na een drinkgelag)
4. gemorskos (fastfood)
3. skoenlapper (vlinder)
2. donsdosies (tienermeisjes)
1. spookasem (suikerspin)
Het resultaat is tot vandaag een beeldend en lichtvoetig idioom, dat voortdurend flirt met het poëtische. Zelfs een verloren (verkeers)berichtje midden in de krant wordt al gauw een versje om in te lijsten. ‘Verkeersmanne het gister blitsig ’n stokkie gesteek voor die dolle gejaag van ’n spoedvraat wat teen 179 km/h op die N 3 voortgesnel het.’ Nog eens:
Verkeersmanne het gister
blitsig ’n stokkie gesteek
voor die dolle gejaag
van ’n spoedvraat wat teen
179 km/h
op die N 3 voortgesnel het.
Een zin zo zoet als spookasem!
Niet iedereen deelt dit enthousiasme. Nederlanders, zo is me in de loop der jaren opgevallen, zijn minder opgetogen met ‘die taal’. Daar zit hun nuchtere koopmansgeest voor een groot deel tussen, maar meer nog de schande van apartheid – door Hollands zonen ingevoerd en nog steeds de bekendste Nederlandse term wereldwijd. De schaamte daarover lijkt nog niet verteerd.
Ik had daar ooit woorden over met een Nederlandse vriendin. ‘Als de wereld ooit een bastaardtaal heeft gebaard, dan wel het Afrikaans’, verklaarde ze met het aplomb van een pilaarbijtster. ‘Het is simpel, grappig, kinderlijk. En in het nieuwe Zuid-Afrika wat mij betreft ook overbodig. Het verdient geen voorkeursbehandeling meer. Dit land heeft een eenheidstaal. Het Engels. Eigenlijk zou het beter zijn als Die Taal een stille dood sterft. De wereld zal er geen traan om laten.’
‘Maar hoe kun je zoiets zeggen?’ reageerde ik geprikkeld. ‘Taal is toch het penseel van ieders gedachten? Het is alles wat ons tot subtiele mensen maakt. Bovendien is het complexe niet noodzakelijk superieur aan het eenvoudige. Dat zullen taalwetenschappers je bevestigen. Geleidelijke simplificatie is de weg die alle talen bewandelen. Kijk maar naar het Sanskriet of het klassiek Latijn. Die zijn stukken complexer dan de moderne talen die ervan zijn afgeleid. En allemaal liggen ze op het kerkhof. Welke variant is er dan superieur?’
‘Je reageert emotioneel’, merkte ze geamuseerd op. ‘Maar jij bent natuurlijk een Belg. Dat verklaart een en ander. Hebben jullie Belgen zelf geen taalstrijd meegemaakt? Ja toch? Dan hoor je net te weten dat taal politiek is, en dat het behoud van het Afrikaans gelijkstaat aan verborgen ambities om machtsbehoud’. Aangezien het gesprek nergens naartoe ging, vroeg ik of ze Afrikaners als vrienden had.
‘Ja, natuurlijk. Maar dat soort discussies vermijd ik’, zei ze. ‘Trouwens, we spreken Engels met elkaar. Waarom zou ik Afrikaans spreken? Zij spreken toch ook geen Nederlands? Really, it’s no big deal’.
‘Doe me een plezier’, zei ik zo luchtig mogelijk. ‘Volgende keer als je naar de Kaap trekt, ga eens met de auto. Neem je tijd. Kijk eens naar het landschap. Stop eens in Matjiesfontein. Wie weet wat je daar allemaal ziet, wat voor klanken er opborrelen.’
Ze haalde de schouders op. ‘Jezus, wat ben jij in een rare bui, zeg.’ “
Mijn slotbedenking: Deze tekst behoeft geen commentaar. Hij spreekt voor zichzelf.
Een naklank na het heerlijke Seminarie Afrikaanse taalkunde van 5 tot 11 juli 2009 in de Universiteit Hasselt met de professoren Alfred Jenkinson en Frank Hendricks en o.l.v. prof. Luc Renders.
Ghislain Duchâteau
Hasselt, 15 juli 2009.
- Recensie van "Verhalen van een vervelling"
- Beluister deel 1 van het Radio 2 - gesprek met Bart Pennewaert 5'18"
- Beluister deel 2 van het Radio 2 - gesprek met Bart Pennewaert 4'06"
- Beluister het Radio 1 - gesprek met Bart Pennewaert 9'54"
Top
Necrologie Simon Vinkenoog † 12 juli 2009
13/07/2009 09:00
FAITS DIVERS 
Je est un autre.
Arthur Rimbaud
ik ben een vreemde in eigen bloed
mijn hartslag klopt aan andere deuren
van het schuim der goden herken ik de kleuren
maar het is ik die mij huiveren doe
het zijn de eigen ogen die mijn breken
en de stenen
die als ontluikende bloemen
langzaam aan mijn ingewanden groeien
ik ben verdronken in dit drijfzandlied
van waaruit duizend doden smeken:
- in dit naaktlandschap dat leven heet
drijft doodgezongen de tijd uiteen -
kringen verleden zonder heden
woorden klanken gestamel
De op 12 juli overleden Amsterdamse dichter Simon Vinkenoog (18 juli 1928) was een prediker. Het gekozen gedicht is daar een goed voorbeeld van. Dat het een jeugdgedicht uit zijn eerste bundel uit 1950 is, Wondkoorts, maakt het des te merkwaardiger. Het toont aan dat hij al op jonge leeftijd een eigen visie had en een dwars karakter bepleitte.
De doorbraak van de Amerikaanse Beat Generation heeft hem in de jaren zestig een erkenning als profeet bezorgd. Door toedoen van Vinkenoog kregen de leden van de Beat Generation voet aan de grond in Nederland, en later in Vlaanderen.
Van Allen Ginsberg vertaalde Vinkenoog gedichten die in 1973 bij Uitgeverij De Bezige Bij verschenen onder de titel Proef mijn tong op je oor. Het adagium waaronder de bundel verscheen waren twee versregels geplukt uit Howl: 'Schroef de sloten van de deuren los! / Schroef de deuren zelf van hun stijlen los!' Twee dagen voor zijn overlijden maakte hij nog plannen om Ginsberg opnieuw de belangstelling in te zwieren met vertaling van later werk.
Vinkenoogs visie heeft met de jaren niets aan kracht ingeboet. De literaire hippie par excellence bleef de pleitbezorger van de vrije liefde en het gebruik van soft drugs ten dienste van liberté, égalité, fraternité.
Naast prediker was Vinkenoog een zendeling. Zijn hele leven heeft hij ten dienste gesteld van gelijkgestemden, soms ten nadele van zijn eigen carrière. De eerste openbare literaire daad was de samenstelling in 1951 van de bloemlezing Atonaal, waarvan de titel alleen al een magische klank kreeg. 'Iets dat uit de toon valt', zei Vinkenoog er van in 1971. De bundel bracht werk bijeen van Hans Andreus, Remco Campert, Hugo Claus, Jan G. Elburg, Jan Hanlo, Gerrit Kouwenaar, Hans Lodeizen, Lucebert, Paul Rodenko, Koos Schuur en eigen werk.
Op 28 februari 1966 was Vinkenoog de inspirator en presentator van Poëzie in Carré, een dichtersavond die hij op één maand organiseerde en opdroeg aan Paul van Ostaijen. De 25 dichters kregen elk zeven minuten, en wie van hen de maat overschreed, werd door Simon met een belletje tot de orde geroepen. Want al was zijn denken wild en woest, zijn organisatorische aanpak viel op door orde en tucht.
Zes maanden later, op 27 september, deed hij de zaak over in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, onder de benaming Poëzie in het Paleis. Gust Gils ging op de vuist met Jan Berghmans, Hugues Pernath was zo dronken dat hij niets eens wist wat hij voorlas en Johnny van Doorn, toen nog Johnny the Selfkicker werd gearresteerd wegens obscene gebaren en het bezit van een paar gram hasj.
De Nederlandse ambassadeur dreigde met een cultureel conflict Nederland/België. Johnny werd fluks vrijgelaten. De heisa zorgde voor een dip bij Simon en was het begin van een lange stilte op het poëziepodium. In 1973 werd de stilte doorbroken met de eerste Nacht van de Poëzie. Hij las niet alleen zijn gedichten voor op het podium maar freakte ook uit in de wandelgangen.
In de bundel die kort na Poëzie in Carré verscheen, en waarin van elke dichter een paar gedichten verschenen, samen met oneliners uit de recensies, verwoordde hij zijn maatschappelijk engagement als volgt: 'Op het idee berust geen auteursrecht; deze manifestatie werd mede opgezet met de bedoeling identieke gebeurtenissen te stimuleren en aan te moedigen.'
Daarin is hij ten volle geslaagd. Maar de betekenis van Vinkenoog voor de Nederlandse literatuur van de tweede helft van de 20ste eeuw heeft nog een derde laag. Alle brieven, artikels, tijdschriften, pamfletten, boeken van zijn hand, waaraan hij meewerkte, van ver of nabij, bewaarde hij. Het pand op de Amsterdamse Weesperzijde leek meer op een archief dan een woonhuis. Gelukkig is niets verloren gegaan. Na een zoveelste financiële dip heeft Amsterdam boedel en inboedel gekocht.
Simon Vinkenoog is sinds 12 juli doodgezongen. Maar zelfs wie na hem dicht en de poëzie promoot, heeft druppels van zijn gezangen in de aderen.
Guido Lauwaert
Bron: http://www.knack.be
De webstek van Simon Vinkenoog
Interview met Simon Vinkenoog in Knack - augustus 2008: "De wereld swingt als de pest"
De Nederlandse dichter des Vaderlands Ramsey Nasr eert Simon Vinkenoog op de dag van zijn begrafenis
zaterdag 18 juli 2009 (De Standaard - p. 43)
EEN PLAATSELIJK HEELAL
ik heb een man gekend die de kosmos kon citeren
aan het verre universum herinneringen ophaalde
als aan een bijgewoond feestje, hij kon
met de inkeer van een astronaut constateren:
'wij kennen maar één kant van het leven
en het zal daar waarschijnlijk
een regenboog van kleuren wezen
iedereen komt in zijn eigen kleur terecht
altijd en tezelfdertijd
en van begin tot aan het einde
en misschien ook helemaal niet'
op niets voorbereid dan goed geluk
zijn leven een vuurwerk, zijn adem een vlucht
werd ook de dood een grande expérience
'interessant, we maken er iets flitsends van'
simon v. kon het tegen je uitroepen
juichende vuisten, de kop van een gier:
'al wat beweegt zal in beweging blijven'
waarmee je een helder antwoord had verkregen
op een niet eens gestelde vraag
(niet door jou althans en niet vandaag)
maar het was een antwoord
onnavolgbaar accuraat
dat naar de wetten der patafysica
niet zacht uit de ruimte
maar van luid daarachter leek te komen
rechtstreeks bij de chaos vandaan
simon v. had op louter gevoel
een reisgids tegen de dood geschreven
hij kende onzekere binnenwegen
had elke steeg van de kosmos bezocht
at meteorieten bij het ontbijt
per dag een vers glaasje eeuwigheid
en bleef niettemin razend benieuwd
als een gloeiend kind naar de afloop
melkwegdeskundige summa cum laude
kwam hij zonder houvast de dood in getript
met gemak, op één been
kansrijk als altijd - en verdween
simon, goede optimist
hoe is het nu daarbinnen
is het groter dan een korrel
geeft het licht, klopt het, brandt het
mooi egaal aan alle kanten
is het er bitter, is het er zacht |
kijk eens rond vinkenoog
zeg ons
is het wat
hoor je ons
of
blijft het
deze ijzig stille
verplichte extase
samen één met je ballingschap
hebben ze dan geen
schaafwonden voor je
geen koorts om in te wonen
geen chaos meer, geroezemoes
jazz, boeken, sterke verhalen
of domweg joie de vivre
is het het waard al met al
is het niet dodelijk saai voor je daar
en simon
mis je ons niet
wat is nu dat hele universum
vergeleken met een tram
met edith of een potje scrabble
wat is dat alles in het licht
van een zelfverzonnen reisgids
geschreven op je zolderkamer
onder een goudgeel open dak
of omgekeerd
hoe moet dat zijn voor de eeuwigheid
en heel dat yin en yang gebeuren
nu jij daar aan komt
stormen als een vijftiger
één stralende happening
helemaal in het moment
en een binnenzak vol zand
om die kosmos uit te leggen
hoeveel duizenden heelallen
er in deze letters schuilgaan
als gloednieuwe concurrenten
ik heb een man gekend
met het wisselgeld van de melkweg in zijn handen
gewoon, hier, in Amsterdam
Ramsey Nasr
zaterdag 18 juli 2009 |
Top
Nieuws over de spelling: de Technische Handleiding en nog meer service van de Woordenlijst Nederlandse Taal op het internet
De Technische Handleiding
De zogenoemde Technische Handleiding is de brontekst voor de Leidraad vooraan in het Groene boekje. In de Technische Handleiding zijn de officiële spellingregels op een wetenschappelijke manier beschreven.
De volledige titel is: Technische Handleiding regels voor de officiële spelling van het Nederlands. De herwerkte Technische Handleiding werd gepubliceerd in juni 2009.
Bij de voorbereiding van de herwerkte uitgave van de Woordenlijst of het Groene Boekje in 2005 werd een eerste versie overgemaakt aan de uitgevers met het oog op de aangepaste spelling in hun komende publicaties. Een afgeslankte Commissie Spelling van de Nederlandse Taalunie heeft nu de handleiding herwerkt.
De Technische Handleiding is geschreven voor lezers met een wetenschappelijke interesse en met een taalkundige kennis. De Leidraad, die vooraan in het Groene Boekje Woordenlijst Nederlandse Taal staat, is een ‘beknopte handleiding’ gebaseerd op de Technische Handleiding versie 2005. Zij is duidelijk voor een lekenpubliek bestemd als een publieksvriendelijke vertaling ervan.
De nu voorliggende versie van de Technische Handleiding is ten opzichte van de tekst uit 2005 anders ingedeeld, her en der voorzien van meer of betere voorbeelden en in een enkel geval is een slordigheid gecorrigeerd. De spellingregels zijn niet veranderd of uitgebreid ten opzichte van de eerdere versie.
Een voorbeeld:
Welke is de juiste spelling: BAMA-structuur, bamastructuur, BA-MAstructuur
of BaMastructuur ?
Samenstellingen met een afkorting als eerste lid worden in één woord geschreven zonder hoofdletter als de letters van de afkorting niet afzonderlijk worden uitgesproken. In bamastructuur worden de letters bama voluit samen uitgesproken. De correcte spelling is dan bamastructuur.
Download de Technische Handleiding als pdf-bestand (2,1 MB).
***
Persbericht vanwege de Nederlandse Taalunie
Woordenlijst spelt beter
Den Haag, 2 juli 2009
Wie de Woordenlijst der Nederlandse Taal opent op internet, krijgt vanaf nu nog meer service.
Het Groene Boekje op internet is een van de populairste services van de Nederlandse Taalunie. Sinds februari 2006 is de webpagina ruim 15 miljoen keer geraadpleegd. Op dit moment worden honderdduizend woorden per week opgezocht. Voor de Nederlandse Taalunie is dat een reden om de dienstverlening te verbeteren.
- Wie een woord zoekt in een woordenlijst op papier, moet eigenlijk al weten hoe het geschreven wordt. De Woordenlijst werkt beter: hij stuurt de gebruiker van de verkeerde naar de juiste spelling. Wie zoekt naar copie, wordt doorverwezen naar kopie. Wie ten allen tijden opzoekt, krijgt als juiste spelling te allen tijde te zien. Zo wordt nu ook van barbeque verwezen naar het correcte barbecue en van pyama naar pyjama.
- Tegelijk is de erratalijst aangevuld. Het gaat dan vooral om foute of ontbrekende afbrekingsplaatsen. In een enkel geval is een trefwoord verbeterd, bijvoorbeeld status-quo werd status quo. In de digitale Woordenlijst zijn deze tekortkomingen gecorrigeerd. Wie een papieren boekje heeft, kan de erratalijst raadplegen of downloaden.
- Veel gebruikers van de online Woordenlijst kopiëren het trefwoord om het in hun eigen tekst te plakken en dan zijn de afbreekpuntjes in het trefwoord hinderlijk. Alle trefwoorden zijn nu ook zonder puntjes opgenomen.
- Ten slotte wordt de Technische Handleiding op internet gepubliceerd. Dat is de brontekst voor de Leidraad in het Groene Boekje, waarin de officiële spellingregels op een wetenschappelijke manier worden beschreven. De Technische Handleiding staat op http://taalunieversum.org/spelling/download/technische_handleiding.pdf.
De Woordenlijst is te vinden op http://woordenlijst.org
Meer over de spelling op http://taalunieversum.org/spelling
Bron: http://taalunieversum.org/taalunie/woordenlijst_spelt_beter/index.php
Geschiedenis van de Nederlandse literatuur - deel 5 is verschenen op 19 juni 2009

Onder leiding van de Nederlandse Taalunie wordt gewerkt aan een breed en overkoepelend overzicht van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur in zeven delen. Delen 1, 2, 3, 5 en 7 zijn inmiddels verschenen, het laatste deel zal, naar verwachting, in 2011 worden afgerond.
Lees meer op de website van de
Nederlandse Taalunie
Reeks
De Geschiedenis van de Nederlandse literatuur bestaat uit de volgende delen:
- deel 1 (I): Frits van Oostrom - Stemmen op schrift (Middeleeuwen I tot 1300). Verschenen: voorjaar 2006
- deel 1 (II): Frits van Oostrom - Een eeuw van expansie (voorlopige titel, 14de eeuw). Verwacht: 2010
- deel 2: Herman Pleij - Het gevleugelde woord (Middeleeuwen II, 15de en 16de eeuw). Verschenen: najaar 2007
- deel 3: Karel Porteman en Mieke Smits-Veldt - Een nieuw vaderland voor de muzen (1570-1700). Verschenen: voorjaar 2008
- deel 4: Joost Kloek - (Een) Ritselende revolutie (voorlopige titel, 18de eeuw). Verwacht: 2010
- deel 5: Wim van den Berg en Piet Couttenier - Alles is taal geworden (19de eeuw). Verschenen: 19 juni 2009
- deel 6: Jacqueline Bel - Literatuur in tijden van onschuld en oorlog (1900-1945). Verwacht: 2010
- deel 7: Hugo Brems - Altijd weer vogels die nesten beginnen (1945-2005). Verschenen: voorjaar 2006
- deel 8: Anne Marie Musschoot en Arie Jan Gelderblom - afsluitend deel met een verantwoording bij de reeks. Verwacht: 2011
Alles is taal geworden

Op vrijdag 19 juni 2009 is in de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten in Brussel deel vijf - Alles is taal geworden - gepresenteerd, over Nederlandstalige literatuur in de 19e eeuw. Het eerste exemplaar werd uitgereikt aan Hella Haasse.
Persbericht Alles is taal geworden
Top
Uitreiking PC- Hooftprijs aan Hans Verhagen 28 mei 2009
|
‘Vanwege zijn humor, zijn engagement, zijn poëtische durf en eigenzinnigheid dragen wij hem voor voor de P.C. Hooft-prijs 2009.’ Dit is een citaat uit het rapport van de jury die de editie 2009 van de P.C. Hooft-prijs voor poëzie heeft toegekend aan Hans Verhagen.
|
DEN HAAG - Dichter Hans Verhagen ontvangt donderdagmiddag de P.C. Hooft-prijs 2009, een oeuvreprijs die dit jaar bestemd is voor poëzie. De prijs wordt traditiegetrouw uitgereikt tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Letterkundig Museum in Den Haag.
De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde behoort tot de belangrijkste literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. De oeuvreprijs wordt jaarlijks afwisselend toegekend voor proza, essayistiek en poëzie. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 60.000 euro, deels te besteden aan een literair project.
'Zowel in de jaren zestig als in de 21ste eeuw schreef Verhagen verbluffend goede poëzie', oordeelde de jury.
Hans Verhagen, ook bekend als journalist, filmer en schilder, debuteerde als dichter in 1963 met ’Rozen & Motoren’. Daarna volgden onder meer ’Sterren Cirkels Bellen’ (1968) en ’Duizenden Zonsondergangen’ (1971). Het laatste decennium beleefde hij een comeback als dichter, met bundels als ’Moeder is een rover’ (2004), ’Draak’ (2006) en ’Zwarte gaten’ (2008). In 2003 verscheen ’Eeuwige vlam’, zijn verzamelde gedichten.
***
In het Letterkundig Museum in Den Haag wordt de prijs, waaraan een bedrag van 60.000 euro is verbonden, uitgereikt. Juryvoorzitter Lut Missinne leest dan het integrale rapport voor.
Feestrede in woord en beeld
Nodig voor de uitreiking gewoon een paar hele goede dichters uit, had Verhagen aan de organisatoren gesuggereerd, zoals hij vorige week vertelde in Vrij Nederland. ‘Néé, riepen ze angstig – alsof ik de Mexicaanse griep wilde binnenhalen. Een multimediale presentatie moest het worden.’ En die presentatie komt er, zij het niet door de minste. Hans Keller houdt de feestrede, in woord én beeld. Naast dichter is Verhagen immers ook beeldend kunstenaar en heeft hij zijn sporen verdiend als journalist en programmamaker. In de jaren zestig werd hij door toedoen van Simon Vinkenoog redacteur van de Haagse Post. Na zijn vertrek bij het toen spraakmakende weekblad vroeg Wim de Bie hem een nieuw tv-programma voor de VPRO te maken.
Programmamaker
Dat werd Hoepla, dat slechts drie afleveringen zou halen. De op 9 oktober 1967 uitgezonden tweede aflevering zorgde door het optreden van een naakte Phil Bloom voor veel ophef. De vierde aflevering die op 8 januari 1968 zou worden uitgezonden, werd op het laatste moment door de VPRO van het scherm geweerd. Op de website van Geschiedenis TV is die nooit uitgezonden aflevering te zien. Daarna maakte Verhagen onder meer interviews voor Het gat van Nederland en documentaires als Kamp Amersfoort. Het stoppen van de talkshow Verhagencadabra na vijf afleveringen in 1979 luidde het eind in van zijn carrière als programmamaker. Na 1984 heeft hij nooit meer een televisieprogramma of een film gemaakt.
Hoogtepunten
Nooit eerder is, nog vóór de uitreiking van de prijs, in de media zoveel aandacht besteed aan de winnaar van de P.C. Hooft-prijs als nu aan Verhagen. Zondag was hij te gast in Kunststof TV, dinsdag werd op Nederland 2 het portret Archeoloog van de emotie uitgezonden. Het digitale net Cultura zendt deze week ook programma's over hem uit, onder meer Waar is Hans Verhagen?, waarin de nog jonge dichter zijn poëzie en wereldvisie uiteenzet. De kroon spant het Het digitale net Geschiedenis 24 dat de hele week in het teken staat van Verhagen. Zo zijn er onder meer de vele hoogtepunten uit zijn televisie-oeuvre opnieuw te zien.
Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein
Meer over Hans Verhagen en zijn poëzie in LiTTerair van vandaag en in het videoportret dat Iris en Klaas Koppe van hem maakten.
Bibliografie
- Anatomie van een Noorman (ca. 1961)
- Rozen & motoren (1963)
- Cocon (1967)
- Sterren cirkels bellen (1968)
- Duizenden zonsondergangen (1971)
- Kouwe voeten (1983)
- Autoriteit van de emotie (1992)
- Echoput & luchtkasteel (1995)
- Mona Lisa's nazaten (1996)
- Triomfantelijke wandelingen (2000)
- Eeuwige vlam (2003)
- Moeder is een rover (2004)
- Draak (2006)
- Zwarte gaten (2008)
Top
Wijnberg wint VSB Poëzieprijs

BRUSSEL - Nachoem M. Wijnberg wint de belangrijkste poëzieprijs in het Nederlandse taalgebied, goed voor 25.000 euro.
Ze klinken laconiek en vanzelfsprekend, als anekdotes verteld langs een diepe afgrond. Zo omschreef Rob Schouten, juryvoorzitter van de VSB Poëzieprijs, de gedichten van Nachoem M. Wijnberg.
Nachoem Mesoelam Wijnberg
De VSB Poëzieprijs, de belangrijkste prijs voor poëzie in het Nederlandse taalgebied, is dit jaar toegekend aan de dichter Nachoem M. Wijnberg voor zijn bundel Het leven van.
Wijnberg kreeg zijn prijs - een bedrag van 25.000 euro en een kunstwerk van Linda Verkaaik - gisteravond in Amsterdam uit handen van Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet.
De VSB-prijs wordt jaarlijks toegekend aan een Nederlandstalige poëziebundel die dat jaar voor het eerst in druk is verschenen. Volgens de jury, onder leiding van criticus/dichter Rob Schouten, heeft Wijnberg de prijs verdiend, omdat hij in Het leven van (uitgeverij Contact) 'scheert langs adembenemende gedachten met poëzie die, hoe laconiek van toon ook, allerminst vrijblijvend is. Omdat er van alles en nog wat op het spel staat: de regels van het bestaan, eerlijkheid, rechtvaardigheid en soms ook armoede, intimidatie, oorlog, vervolging'.
De publieksprijs, voor de tweede keer uitgereikt, ging naar B. Zwaal voor zijn bundel zouttong. Via internet konden liefhebbers van Nederlandstalige poëzie de afgelopen maand een stem uitbrengen op hun favoriete bundel. Zouttong kreeg ruim een derde van het totaal aantal uitgebrachte stemmen.
De andere genomineerden waren Lidy van Marissing met Zoek de lege gebieden, Bart Meuleman met omdat ik ziek werd, en Alfred Schaffer met Kooi. (HET PAROOL)
Profiel Wijnberg: klik hier
Top
Middeleeuwse dichteres Hadewijch beïnvloedde literatuur na 1900
15/04/2009
De middeleeuwse dichteres Hadewijch behoort niet alleen tot de vroegste Nederlandse literatuur, maar beïnvloedde ook literatuur na 1900, zo blijkt volgens RKNieuws.net uit een proefschrift aan de Universiteit van Tilburg.
Hadewijch, die zich in hernieuwde belangstelling mag verheugen met heruitgaven eerder dit jaar van haar liederen, had een grote invloed op Nederlandse dichtkunst en de Europese mystiek. In haar op 22 april 2009 te verdedigen proefschrift beschrijft theologe Annette van Dijk hoe het werk van Hadewijch ontvangen werd rond 1900. Ze doet dat door onderzoek naar de dichter en hoogleraar Albert Verwey (1865-1937), die Hadewijch bestudeerde en zich door haar liet inspireren. Hoe hij de middeleeuwse dichteres toegankelijk en actueel maakte, toont Van Dijk aan.
In 1838 werd het werk van Hadewijch opnieuw ontdekt. Daarna groeide onder andere bij de 'artiest-historicus' Verwey nieuwe interesse. Als dichter in zijn eigen poëzie, als criticus over haar studies, als vertaler van haar visioenen en als hoogleraar in zijn colleges.
Annette van Dijk beschrijft ook hoe de gedichten van Hadewijch ontvangen werden aan het begin van de twintigste eeuw en wat de invloed ervan was op bekende Nederlandse fin de siècle-schrijvers zoals Louis Couperus en Frederik van Eeden.

'Ay al es nu die winter cout', het eerste strofische gedicht van Hadewijch
***
Mythologische proporties
Verwey waardeerde Hadewijch vooral als eigenzinnig kunstenares. Hij slaagde erin om haar poëzie ook buiten de kerk bekendheid te geven. Hij bewonderde Hadewijch als ketter, niet vanwege haar antikerkelijkheid, maar door haar strijdbaarheid en hartstocht, die hij in zichzelf herkende, aldus de website.
Hij beschrijft haar dichterschap alleen in zoverre als zij het 'leven', de kern en het wezen van het bestaan, zichtbaar maakt. In de theologie van Hadewijch was hij minder geïnteresseerd, de bestudering daarvan liet hij over aan andere wetenschappers. Hij plaatste Hadewijch op een lijn met grote schrijvers als Dante, Shakespeare, Vondel en Goethe. Zo kreeg ze bijna mythologische proporties.
Verwey vond dat alles wat Hadewijch schreef poëzie was en zo vertaalde hij ook haar visioenen. Voor hem was de vorm belangrijker dan de inhoud, want mystiek hoefde niet begrijpelijk te zijn. Door zijn publicaties wist hij uit te leggen hoe haar dichtkunst gelezen moest worden en liet hij zien hoe boeiend en inspirerend zij was. Zo maakte hij Hadewijch toegankelijk voor een groter publiek. Volgens Verwey was de middeleeuwse dichteres 'van alle tijden'.
Knack.be
15-4-2009
Top
Patricia De Martelaere overleden - 6 maart 2009

Auteur, filosofe en hoogleraar Patricia De Martelaere is op 51-jarige leeftijd gestorven. Dat raakte vrijdag bekend. De Martelaere overleed als gevolg van een slepende ziekte.
De Martelaere werd geboren in Zottegem op 16 april 1957. Ze studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit Leuven, waar ze in 1984 promoveerde tot doctor in de wijsbegeerte, op een proefschrift over het scepticisme van David Hume.
Ze was hoogleraar aan de afdeling wijsbegeerte van de K.U. Brussel en hoogleraar aan de KU Leuven, waar ze aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte doceerde.
De Martelaere is bij het grote publiek echter vooral bekend voor haar essays en romans. Op 14-jarige leeftijd debuteerde ze al met het jeugdboek Koning der wildernis.
In 1988 verscheen haar eerst werk als volwassene. 'Nachtboek van een slapeloze' werd bekroond met de Prijs voor het beste debuut.
Haar laatste roman, 'Het onverwachte antwoord' uit 2004, werd in 2005 gelauwerd met De Gouden Uil Publieksprijs. Het stond ook op de shortlist van de Ako en Libris Literatuurprijs.
Tussendoor schreef De Martelaere nog drie essaybundels: 'Verrassingen', 'Wereldvreemdheid' en 'Een verlangen naar ontroostbaarheid', dat bekroond werd met de Jan Greshoffprijs.
In 2000 kreeg De Martelaere de Vlaamse Cultuurprijs voor essay en kritiek. In 2002 publiceerde ze de poëziebundel 'Niets dat zegt'.
Over haar debuutbundel schreef Poetry het volgende: Gezien Wittgensteins opvatting dat uiteindelijk de poëzie geschikter is dan de filosofie om tegemoet te komen aan de behoefte van mensen aan een ruimere blik, is het niet verwonderlijk dat Patricia de Martelaere haar onderwerpen ook in gedichten aan de orde is gaan stellen. Haar poëzie is gecomprimeerd, stamelend, dreigend vaak ook. Ze schrijft gedichten waarin de taal tot in haar uiterste mogelijkheden benut wordt in een poging iets te zeggen over wat feitelijk onzegbaar is. Tussen de woorden kiert voortdurend het grote onbekende dat achter het ons vertrouwde ligt. Dat dit onbekende zo voelbaar wordt in deze poëzie is misschien wel de grootste verdienste ervan.
Een paar duidende teksten n.a.v. haar overlijden
Meer over haar onderwijs en haar publicaties: klik hier
Top
Literatuursite spreidt haar vleugels uit
De website www.literatuurgeschiedenis.nl biedt nu ook een overzicht van de gouden eeuw en de achttiende en negentiende eeuw.
De site www.literatuurgeschiedenis.nl spreidt haar vleugels uit. Tot nu toe vormde de website de bron bij uitstek voor iedereen die in de Middelnederlandse literatuur en cultuur geïnteresseerd was en daar op bevattelijke wijze iets over wou te weten komen.
Nu is die elektronische literatuurgeschiedenis, die al sinds 2002 bestaat, uitgebreid met drie nieuwe perioden: de zeventiende (de 'gouden eeuw'), de achttiende en de negentiende eeuw. In april komt daar nog de literatuur vanaf 1900 bij. Of in de woorden van de Leidse makers: binnenkort vind je er een geschiedenis van de hele Nederlandse literatuur, van Hebban olla vogala tot Tirza.
'Het interessante aan de website is dat je er een gelaagd overzicht krijgt', zegt Remco Sleiderink, die aan de Hogeschool-Universiteit Brussel en de Universiteit Gent Middelnederlandse letterkunde doceert en voor ons de vernieuwde website doorbladerde. 'Zo kun je bijvoorbeeld over de Vlaamse Beweging beginnen lezen, maar je vervolgens toespitsen op Guido Gezelle en uiteindelijk - via een link naar een website als www.dbnl.org - een volledig boek van hem online vinden.'
De site houdt het bij klare taal en is aantrekkelijk opgebouwd, met talloze miniaturen uit middeleeuwse handschriften, prenten, foto's en zelfs een geografische kaart van de middeleeuwse Nederlanden. Bovendien word je bij elk serieuzer stuk wel weer afgeleid door een leuk weetje of een citaat, zoals dat uit het middeleeuwse Bouc vanden ambachten, waarin het belang van leergierigheid wordt onderstreept: want die onwetende n'es gherekent onder die meinschen, maer een beelde van steene of van houte (want de onwetende wordt niet tot de mensen gerekend, maar is een beeld van steen of hout).

Scriptorium
In de nieuwere versie missen we wel de tijdbalk met historische en literaire feiten en het historisch nieuwtje van de dag. Bovendien is duidelijk dat de - al langer online staande - middeleeuwse afdeling de meest uitgepuurde is. 'Die staat er echt', zegt Sleiderink. 'De nieuwere perioden zijn nog in demoversie. En dat merk je. Ze zijn nog niet zo rijkelijk geïllustreerd, missen nog wat extra audio- en videomateriaal en de teksten zijn vaak nog wat te academisch.'
'Maar dat neemt niet weg dat de site werkelijk een schat aan informatie biedt', vervolgt Sleiderink. 'Anders dan bijvoorbeeld Wikipedia, is www.literatuurgeschiedenis.nl uiterst betrouwbaar, want gemaakt door een team van specialisten.'
'Wie deze site leert kennen, kan in zijn hele verdere leven nauwelijks nog ontsporen waar het literatuur betreft. De website vormt een solide basis, van waaruit je alleen naar betrouwbare sites wordt doorverwezen.'
In boekvorm bestaat de website nog niet, zo laten de eindredacteuren Hubert Slings en René van Stipriaan weten. 'Maar er is wel vraag naar. Dus wat niet is, kan nog komen.'
'Intussen vormt de site een handige tool voor leerkrachten en een ideale uitgangsbasis voor studenten letterkunde', besluit Sleiderink. 'Maar ook een absolute must voor iedereen die de ambitie koestert om ooit de slimste mens ter wereld te worden.'
www.literatuurgeschiedenis.nl
H.A. - februari 2009
Top
Amerikaanse auteur John Updike overleden - 23 januari 2009

De Amerikaanse schrijver John Updike is dinsdag op 76-jarige leeftijd aan longkanker overleden. Dat heeft uitgever Alfred A. Knopf meegedeeld.
Updike gold als een van de belangrijkste kroniekschrijvers van de Amerikaanse samenleving na de Tweede Wereldoorlog. Hij bracht meer dan vijftig boeken uit, met uiteenlopende onderwerpen als seks, echtscheiding, avontuur, vrouwenemancipatie, maatschappijkritiek en honkbal. In 1989 verschenen zijn memoires, met de titel 'Self-consciousness' (Zelfbewustzijn).
De schrijver, die gemiddeld één boek per jaar afscheidde, won met zijn romans, korte verhalen en gedichtenbundels talrijke literaire prijzen. In 1960 brak hij door met 'Rabbit, Run', het eerste deel van een vierdelige reeks 'Rabbit'-boeken. De hoofdpersoon, Harry 'Rabbit' Angstrom, die op zoek naar zelfverwezenlijking en de zin van het bestaan jammerlijk botst op de grenzen van volwassenheid, werk en gezin. Voor twee delen uit de Rabbit-reeks won Updike Pulitzer-prijzen. Groot succes had hij in 1968 met de roman 'The Couples', waarvan miljoenen exemplaren werden verkocht.
Updike werd 18 maart 1932 in Reading in Pennsylvania geboren. Zijn vader was wiskundeleraar en zijn moeder werkte in een warenhuis. In 1950 werd hij met een studiebeurs voor het vak Engelse literatuur toegelaten tot Harvard University. Al in 1954 publiceerde het weekblad The New Yorker zijn eerste korte verhalen.
Bron: De Pers.nl
Video: Bekijk hier een interview 'A Life in Letters' van The New York Times met John Updike van oktober 2008 (8 minuten)
A JOHN UPDIKE WEBSITE FOR INFORMATION AND DISCUSSION
Top
Jhumpa Lahiri gekroond als beste kortverhalenschrijfster (juli 2008)

7 juli 2008 (MO) - De Frank O'Connor Award 2008 werd toegekend aan "Vreemd Land" van Jhumpa Lahiri. ’s Werelds hoogst gedoteerde kortverhalenprijs doet het dit jaar zonder shortlist. Volgens de jury maakt Jhumpa Lahiri die overbodig.
De Frank O’Connor Award voor kortverhalen wordt jaarlijks uitgereikt. De winnaar krijgt naast de eer ook nog eens 35.000 euro. Lahiri ontvangt de prijs op 21 september tijdens het Frank O'Connor International Short Story festival, de dag waarop normaal de laureaat zou zijn bekendgemaakt.
In het julinummer van MO* verscheen nog een recensie van Vreemd land onder de titel Onthou die naam. Een citaat daaruit: 'U had het misschien al gemerkt aan de hoge densiteit van superlatieven in deze korte recensie: wij vinden Jhumpa Lahiri niet alleen een van de beste “Indiase” auteurs van het moment –ze werd in Groot-Brittannië geboren uit Bengalese ouders en groeide op en woont in de Verenigde Staten–, ze is een van de beste schrijfsters tout court."
ONTHOU DIE NAAM
25 juni 2008 (MO) - De verhalen die Jhumpa Lahiri schrijft zijn van het soort dat je als lezer sprakeloos achterlaat.
Ze doet dat niet door overweldigend met taal om te springen –zoals Salman Rushdie, bijvoorbeeld– of door wijdse historische panorama’s te schilderen –zoals Rohinton Mistry of Vikram Seth– maar door een verbluffende menselijkheid. Zo veel aandacht voor detail, zo veel inleving in de beleving van elk personage, dat kan alleen maar als de auteur het leven en de mensen benadert zonder eelt op haar ziel en zelfs zonder huid om haar hart. ...
Lees de recensie hier
Vreemd land / druk 3 (Lahiri, J.)

Auteur: Lahiri, Jhumpa
Uitgever: Meulenhoff, Uitgeverij
Eerste druk: 1-5-2008
Verschijningsdatum: 30-7-2008
Verkoopprijs: € 19,95
Aantal pagina's: 351
ISBN: 9789029081290
Gespreksvragen bij Vreemd land:
In het titelverhaal voelen vader en dochter zich beide schuldig, ieder met eigen redenen. Wat zijn die redenen? In hoeverre vindt u hun schuldgevoelens invoelbaar? Hoe ontwikkelt de relatie tussen vader en dochter zich?
Het tweede verhaal in de bundel heeft als titel 'Hel-hemel'. Hoe is deze titel te verklaren?
In het derde verhaal 'Een keuze van accommodaties' zegt de hoofdpersoon op een bruiloft tegen een onbekende vrouw dat zijn huwelijk 'is verdwenen' (p. 128) na het krijgen van het tweede kindje? In hoeverre begrijpt u hem? Wat betekent zijn 'ontdekking' voor de relatie met zijn vrouw? Interpreteert u het slot van het verhaal als een happy end of juist niet?
Welke rol speelt de culturele achtergrond van de hoofdpersonen in het vierde verhaal als het gaat om de wijze waarop men omgaat met de alcoholverslaving van broer en zoon Rahul?
In het vijfde verhaal is Heather jaloers op haar Bengaalse huisgenote Sang omdat zij door zoveel mannen gebeld wordt die met haar willen trouwen. Ziet u deze culturele traditie als iets positiefs of negatiefs? Waarom?
Vormen de laatste drie verhalen (in Deel 2) een novelle of kunnen ze ook los van elkaar gelezen worden? In hoeverre hebben de verhalen elkaar 'nodig', volgens u? Wat is verder kenmerkend voor deze groep verhalen ten opzichte van de overige verhalen?
Op welke wijze speelt de dood een rol in de (meeste) verhalen? Wat doet (angst voor) de dood met de diverse personages?
De verhalen zijn verdeeld in twee delen. Deel 2 heeft een titel, die refereert aan de twee hoofdpersonen in de drie verhalen die daaronder vallen. Deel 1 heeft geen eigen titel. Welke titel vindt u bij dit deel passen?
Welk grondgegeven speelt in alle verhalen een rol? Welke thema's of motieven keren eveneens in meerdere verhalen terug?
Welke van de verhalen vindt u het mooist of meest bijzonder? Waarom?
Recensent Toef Jaeger schrijft in haar recensie van Vreemd land in NRC Handelsblad: “Lahiri's verhalen komen soms dichtbij de kitsch, maar op één of andere manier weet ze dat gevaar steeds te ontlopen.” (04.04.08). In hoeverre bent u het met eerste deel en in hoeverre met het tweede deel van haar bewering eens?
Bron van de gespreksvragen: Uitgeverij J.M. Meulenhoff
Top
Taalunie opent startpagina voor literatuuronderwijs in Nederland en Vlaanderen
Persbericht
Den Haag, 6 november 2008
De Nederlandse Taalunie heeft een startpagina literatuuronderwijs geopend op haar website 'Taalunieversum'. Daar kunnen Vlaamse en Nederlandse leraren terecht die bijvoorbeeld een literair project zoeken of die eens bij de wetenschap te rade willen gaan over de beste didactiek voor literatuuronderwijs.
Op de pagina staat meteen al een nieuwe publicatie, Het literatuuronderwijs in Nederland en Vlaanderen. Een stand van zaken. Daarin heeft de Taalunie interessante informatie bijeengebracht die er over het literatuuronderwijs in ons taalgebied is. Zo zijn er overzichten van lesmateriaal en van wetenschappelijk onderzoek. De bundel geeft ook informatie over kerndoelen en eindtermen en wat die betekenen voor de leerplannen en de toetsing.
De Taalunie wil met deze inventarisatie niet in de laatste plaats ook een vergelijking tussen het Nederlandse en het Vlaamse literatuuronderwijs mogelijk maken. Ze vindt dat vooral belangrijk omdat er in Nederland en Vlaanderen nog steeds vooroordelen over elkaars praktijk bestaan en dat terwijl zij elkaar juist zo goed kunnen inspireren.
Een eerste vergelijking leert al dat de doelstellingen van het literatuuronderwijs in Vlaanderen en Nederland in grote lijnen hetzelfde zijn. Een verschil is dat het onderwijs in Vlaanderen meer beïnvloed wordt door de leerplannen van de onderwijskoepels en dat er in Vlaanderen, in tegenstelling tot Nederland, geen aparte methodes/schoolboeken voor literatuuronderwijs zijn.
De startpagina is te vinden op www.taalunieversum.org, maar is ook te bereiken via www.literatuuronderwijs.org.
Top
Valse vriende – die gevaarlike avontuur van vertaal uit Nederlands
Uitermate boeiende tekst in het Afrikaans op LitNet - NeerlandiNet niet alleen over de moeilijkheden van het vertalen van het Nederlands in het Afrikaans, maar ook over de contacten van de auteur met de Nederlandse literatuur en van de relatie van Nederlandse schrijvers met Zuid-Afrika en hoe het allemaal evolueerde van vroeger naar nu.

Zo begint Daniel Hugo zijn verhaal:
Sedert menseheugenis – dit wil sê vandat ek kon lees – het daar in my ouerhuis ʼn geraamde spreuk gehang. Op swart satyn in goud geborduur het daar gestaan: “Gezelligheid kent geen tijd.” Dit was ’n geskenk uit Nederland van my pa se broer wat in die vyftigerjare klassieke tale aan die Universiteit van Utrecht gestudeer het. Dit was my heel eerste kennismaking met Nederlands. Al kon ek die betekenis onmiddellik snap, was die spelling, die grammatika en die lewenshouding van dié swierige woorde vir my vreemd.
In Afrikaans sou dié spreuk só klink: “Geselligheid ken nie tyd nie”, of meer idiomaties: “Geselligheid steur hom nie aan tyd nie.” Maar met die Afrikaanse dubbele negatief gaan die bondige trefkrag van dié rymende spreuk verlore. Dat hierdie einste dubbele negatief my jare later as vertaler dikwels ’n skeelhoofpyn sou besorg, kon ek tóé natuurlik nie weet nie.
Lees verder…
Top
Eindrapport Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen in Nederland
van 13 februari 2008
De Commissie Dijsselbloem biedt op die datum aan de Tweede Kamer in Nederland haar eindrapport "Tijd voor Onderwijs" aan. Dat ruim verslag is ongenadig voor het beleid van de Nederlandse onderwijsoverheid inzake onderwijsvernieuwingen zoals die zich hebben voltrokken in de jaren '90 tot nu.
Zo formuleert de commissie het bij het begin van de samenvatting van haar rapport: "De overheid heeft haar kerntaak, het zeker stellen van de kwaliteit van het
onderwijs, de afgelopen jaren ernstig verwaarloosd." (blz. 187)
Daartegenover stelt de Commissie Dijsselbloem zich constructief op met een serie aanbevelingen voor een doeltreffend onderwijsbeleid in de komende jaren.
"De Commissie Dijsselbloem analyseerde in haar rapport «Tijd voor
onderwijs» drie ingrijpende onderwijsvernieuwingen die in de jaren
negentig werden doorgevoerd: de basisvorming, de tweede fase en het
vmbo. De commissie onderzocht deze drie vernieuwingen op basis van
vijf achtergrondstudies, gesprekken met beleidsmakers, verantwoordelijke
politici, onderwijsorganisaties en betrokkenen (ouders, leerlingen,
docenten, schoolleiders) in openbare hoorzittingen, regionale bijeenkomsten
en werkbezoeken." (blz. 187)
"Ten aanzien van de invoering van het nieuwe leren stelt de commissie
vast dat deze didactische vernieuwing sterk in lijn ligt met TVS (Toepassing-Vaardigheid-Samenhang,
onderdeel van de basisvorming), activerend
leren en het studiehuis. In dit proces van didactische vernieuwing is een
verschuiving zichtbaar van vakinhoud naar algemene vaardigheden als
samenwerkend leren, zelfstandig werken, zelfstandig leren en contextrijk
leren.
De wetenschappelijke onderbouwing van de effectiviteit van sommige de
nieuwe leren-methoden ontbreekt nog. In de wijze waarop het nieuwe
leren wordt ingevoerd worden grote risico’s genomen. Aan de basisvoorwaarden,
waaronder ook de scholing van docenten en de vereiste
intensieve begeleiding van leerlingen, wordt vaak niet voldaan. Er wordt
onvoldoende rekening gehouden met verschillen in leerstof en in
leerlingen waarvoor de nieuwe methoden geschikt zouden kunnen zijn." (blz. 189)"
Voor de lerarenopleidingen stelt de commissie in haar aanbevelingen het volgende voor:
"Voor de kwaliteit van het onderwijs in het voorgezet onderwijs is de
kwaliteit van de lerarenopleidingen cruciaal. De commissie beveelt
daarom aan dat de overheid heldere onderwijsdoelen (vakinhoud en
didactiek) en centrale examinering op lerarenopleidingen invoert."
Omdat de Vereniging van Vlaamse Moedertaaldidactici haar voorjaarsconferentie in mei 2008 wil wijden aan het thema van het nieuwe leren, geven we hier de inhoud van het hoofdstuk uit het rapport dat net over het nieuwe leren gaat.
Hoofdstuk 3 Het nieuwe leren 92
3.1 Inleiding 92
3.2 Wat wordt verstaan onder «het nieuwe leren»? 92
3.3 Aanleidingen voor «het nieuwe leren» 93
3.4 Wetenschappelijke onderbouwing 94
3.5 Hoe krijgt «het nieuwe leren» vorm in het onderwijs? 99
3.6 De veranderde positie van de docent 104
3.7 Het bewaken van de onderwijstijd 105
3.7.1 Een korte terugblik 105
3.7.2 Huidige situatie rond regelgeving onderwijstijd 106
3.8 Het nieuwe leren en het belang van kennis 108
Voor het volledige rapport in pdf-formaat klik hier
Uitvoerige commentaren bij dit rapport in de
Onderwijskrant nr. 145 april-mei-juni 2008
onder de titel
Verzwegen rapport-Dijsselbloem en lessen voor Vlaanderen (pdf-formaat)
auteurs o.m. Raf Feys, Marc Hullebus, Pieter Van Biervliet, Renske Bos e.a.
Top
Natuurlijk in deze tijd het belangrijkste onderwerp: lees verder …
Nieuw in de LMDB
Er staan nu meer dan 200 leermiddelen voor Nederlands in de Leermiddelendatabase: lees verder …
Uit Vlaanderen
In Vlaanderen zijn heel leuke en zinvolle activiteiten op het terrein van moedertaalonderwijs: de volgende twee onderwerpen komen ook van onze Zuiderburen: lees verder …
DOE wat met grammatica! Nederlands voor anderstaligen: lees verder …
Suske en Wiske en de Sinistere Site
Wil je je onderbouwleerlingen veilig laten internetten? Lees verder …
Nederland leest 2007
Van 19 oktober tot en met 16 november vindt opnieuw een leesbevorderingsactie plaats: lees verder …
LEES MIJ: boeken van de maand mei. Lees verder ….
Leeskunssst
Met het project Leeskunssst… wil Stichting Lezen de samenwerking tussen ckv- en talendocenten stimuleren zodat de discipline literatuur meer aandacht krijgt op scholen voor voortgezet onderwijs. Lees verder …
Lespakketten Jonge Jury 2008
De lespakketten voor 2008 kunnen nu al besteld worden: lees verder …
Neerlandistiek
Wil je zelf eens iets op niveau lezen? Lees verder …
Moedertaalonderwijs internationaal: lees verder …
'De Gouden Duim': Literatuurprijs voor sms-taal: lees verder …
Het Nederlands van 2082
Het blad Onze Taal bestaat dit jaar 75 jaar: lees verder …
Nieuwe publicaties van de SLO: lees verder …
Nieuwsbrief SBN Levende Talen mei/juni: lees verder …
Top
Duidelijke en hedendaagse definitie van wat leraren moeten kennen en kunnen
Nieuwsbericht van de Vlaamse overheid van vrijdag 20 april 2007
Alle leerkrachten moeten correct Nederlands kunnen spreken, moeten kunnen omgaan met verscheidenheid in de klas en hebben een minimum aan computervaardigheden nodig. Dat staat in het besluit van minister van Onderwijs Frank VANDENBROUCKE over basiscompetenties en beroepsprofielen dat vandaag is goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
Lees meer..
Voor alle informatie over Taalcompetenties klik door naar
www.taalcompetenties.org
Top
Onderwijs Nederlands tussen gisteren en morgen -
Rapport werkgroep Onderwijs van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
van de Nederlandse Taalunie
De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren bracht in september een advies uit over
het onderwijs in en van het Nederlands in Nederland en Vlaanderen.
Als voorbereiding tot dat advies gaf de Raad opdracht aan de werkgroep Onderwijs een rapport te schrijven. Het rapport behandelt de maatschappelijke opdracht van het onderwijs in het algemeen en van het Nederlans in het bijzonder. Het bespreekt hoe het onderwijs Nederlands inzake doelstellingen en uitwerking probeert te beantwoorden aan die maatschappelijke opdracht. Het rapport eindigt met een aantal aanbevelingen voor de stappen die Nederland en Vlaanderen gezamenlijk kunnen nemen om het onderwijs in en van het Nederlands slagvaardiger aan een duidelijke opdracht te laten werken.
Naar het oordeel van het VVM-Netwerk bevat het rapport bijzonder relevante informatie en wensen wij een grondige lectuur van harte aan te bevelen.
U kunt het rapport in pdf-formaat hier raadplegen en lezen onder deze koppeling
Onderwijs Nederlands tussen gisteren en morgen
Adviezen van de Nederlandse Taalunie:
|