Archief - Literatuur
Index
Herdenkingen
* Herdenking van Guillaume van der Graft, pseudoniem voor Willem Barnard † 21-11-2010
* Harold Pinter overleden
* AKO Literatuurprijs 2008 voor 'Over de liefde' van Doeschka Meijsing
* Kees Fens (1929-2008)
* Willem Brakman (1922-2008)
* Libris Literatuur Prijs 2008 is voor D. Hooijer
* De schrijver van "Het bureau" J.J. Voskuil overleden
* Hugo Claus, schrijver, dichter, schilder, overleden op 19 maart 2008
* Negentigste verjaardag van Hella S. Haasse en haar virtueel museum
* De Zuid-AFrikaanse dichteres Elisabeth Eybers (92) overleden op 1 december 2007
* Jan Wolkers overleden - 19 oktober 2007
* Nobelprijs voor literatuur 2007 voor de Britse Doris Lessing
Nuttige informatie
- Het Letterenhuis in Antwerpen
- Extra informatie voor het literatuuronderwijs - nuttige websites
- Literatuurdidactiek via Google
- Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur
- Literatuurgeschiedenis.nl
- Een nieuwe Beatrijs
- Tsjip/Letteren
- Pittige nieuwe weblog n.a.v. de HSN-Conferentie Gent 17-18/11/06
- Haiku
- Het Gruuthuse handschrift
- De digitheek Nederlands - Website Links voor Nederlands van Kris Van Rhode
Publicaties over literatuur
- Die eland - de eland - gedicht van Wilma Stockenström
- "De blauwbok" als treffend voorbeeld van bewuste ecoliteratuur met daarbij wat ecokritiek
- Alfons Vansteenwegen, emeritus K.U. Leuven, over leven, liefde en lezen
- Publicaties van De Brakke Hond over literatuur
Herdenkingen
Herdenking van Guillaume van der Graft, pseudoniem voor Willem Barnard
† 21-11-2010
De schrijver overleed op 21 november 2010. Zijn zoon Benno Barnard en zijn vriend
Ingmar Heytze denken terug respectievelijk aan hun vriend en vader.
Het winkelcentrum de Hoghe Catherijne in Utrecht is daarvoor van betekenis.
Katinka was de moeder van Benno en de echtgenote van Willem. O.K. heeft in dit verhaal een heel bijzondere betekenis.
Bij het opruimen van krantenknipsels vond de webmaster een vergeeld blad uit het Cultureel Supplement van het NRC Handelsblad van 19 juni 1998. Journalist Kester Freriks geeft een gesprek weer met de dichter en dominee. Net de week voordien werd zijn gedichtenverzameling Mythologisch. Gedichten, oud, nieuw, herzien (Uitgeverij De Prom) bekroond met een literaire prijs. Merkwaardig hoe in de persoon van Guillaume van der Graft de dichter en de dominee met elkaar in strijd en toch verbonden leefden. Die tweevoudigheid veruitwendigde zich in knappe dichtbundels en in een hele reeks kerkliederen die tijdens de diensten worden gezongen.
Minder dan drie maanden voor zijn overlijden rond zijn 90ste verjaardag schetste Kees Wennekendonk het portret van de gedenkwaardige literator.
Catharijnevaart
In memoriam patris en met dank aan Ingmar Heytze: een gedichtenschrift van Benno Barnard.
Hervat gedicht voor Willem Barnard
Dit gedicht schreef ik al eerder, jaren terug. Ik had gedroomd: je schreed als
magiër door Hoog Catharijne, zonder stok, met regenjas. We moesten samen
naar een diepte waar ik werkelijk ooit was, om gedichten voor te dragen in de
onderaardse zalen waar de installatie voor de ventilatie eeuwig ruist en ruist.
Je moet weten, of je wilt of niet, daar ligt een stad onder de stad. Betonnen
serviceruimtes, magazijnen, schoonmaakploegen rammelen als mijnwerkers
door de smalle gangen, alles ademt hechtenis. Als ik niet kan slapen lig ik vaak
te spartelen in de gedachte dat die plaats nog zal bestaan als wij er niet meer
zijn,
maar ik dwaal af. Waar het om gaat: dat gedicht verdween in de magnetische
velden van een harde schijf die vastliep. Dat komt ervan als je geen
zwaluwbriefjes
schrijft op blauwe lijntjes, zoals jij. Zo komt het dat ik jaren na dato mijn eigen
dromen zit te redigeren, regisseren; technologie smaakt ook naar pijn,
vooral als het niet werkt, en dat is meestal het geval. Daarbij, dromen over
Hoog Catharijne lopen nooit goed af: je moet er, half somber, half wakker, zelf
een aardig einde aan breien. Gelukkig is er soms genade, want vannacht
droomde
ik alles opnieuw. We stonden bij de lift te wachten als Dante en Vergilius,
maar dan anders, Dante en Sancho Panza misschien. Voordat de liftdeur
openschoof
kwam Tinka nader, jong en blozend, dwars door uitverkoop, muzak,
forensen en publiek – ze straalde. Wat ze zong ben ik vergeten, maar je
rechtte je rug, werd vijftig jaar jonger, liep met haar mee, het licht in.
Ingmar Heytze
Ongepubliceerd
Op 21 november 2010 stierf mijn vader, negentig jaar oud. Het was de laatste zondag van het kerkelijk jaar, de zondag van Christus Koning. Mijn vader – niet alleen een groot lyricus, maar ook een groot kenner van de liturgie – was oud-katholiek, anglicaans op zijn Nederlands zeg maar. In die denominatie is de gangbare aanduiding: de zondag van de Voleinding.
Voor degenen in wier belevingswereld het kerkelijk jaar een uitgestorven diersoort is: dat jaar volgt de voornaamste gebeurtenissen in de verwarrende en dikwijls hermetische bibliotheek die de naam 'De Boeken' draagt, ta biblia in het Grieks, de Bijbel dus. De laatste ‘gebeurtenis’ is de verheffing van Christus tot Koning, wat de voleinding van de christelijke geschiedenis inhoudt (even afgezien van de wederkomst dan). Als je het zo opschrijft klinkt het tamelijk absurd, maar enige absurditeit behoort tot de charme van het christelijk geloof.
De Franse Revolutie bepaalde dat het geklep van de kerkklokken het gezonde boerenverstand vertroebelde en hing een seculiere klok op ieder gemeentehuis in de Republiek. Frankrijk, de oudste dochter van de Kerk, beroofde de tijd dus per decreet van zijn mythische allure. Je zou kunnen zeggen dat het kerkelijk jaar zich tot de kalender verhoudt als de kerkklok tot dat uurwerk op de gevel van de mairie. De schoonheid van het kerkelijk jaar is zijn mythische ongevoeligheid voor de dictaten van de alledaagse banaliteit.
Maar ik had het over mijn vader. Hij gaf de geest om half elf ’s ochtends, juist toen de klokken van de middeleeuwse kerk tegenover zijn huis plichtsbewust begonnen te beieren – op dat moment was de zondag van de Voleinding aangebroken.
Ik had drie dagen eerder afscheid van hem genomen. Hij kreeg via een pomp hoeveelheden morfine die indruk zouden hebben gemaakt op een negentiende-eeuwse Parijse dichter.
Zijn laatste woorden tegen mij waren: ‘Ken jij de etymologie van het woord oké?’ Die kende ik. Dat stemde hem tevreden. Toen verdween hij weer in de grot van Morpheus, die volgens de mythologie met klaprozen is versierd, als was die grot ergens in Vlaanderen gelegen.
Later op dezelfde dag begreep ik de volle omvang van zijn slotvraag pas. Ergens in de vorige eeuw, kort na de dood van mijn moeder – door mijn vader Tinka genoemd – vergezelde ik mijn vader op Pasen voor het eerst naar zijn oud-katholieke parochiekerk in Utrecht, de stad waar hij woonde. De pontificale hoogmis aldaar – esthetisch verfijnd, maar zonder in een concert te ontaarden, iedereen zong uit volle borst mee – beviel mij nogal. Ik kende het allemaal. Het stamde uit mijn kindertijd, die ik deels heb doorgebracht in Engeland.
De nacht daarop droomde ik dat ik een kerkgebouw zag. Op een soort timpaan boven de ingang – daar waar op Franse gemeentehuizen een klok hangt – stond geschreven: O.K. KERK. Dat vertelde ik hem toen ik hem kort nadien weer opzocht; hij moest er smakelijk om lachen: de oud-katholieke kerk was dus oké.
Zijn allerlaatste vraag aan mij betrof de wortelstok van dat woord. Een of andere synaps in zijn stervende brein zal wel de associatie hebben doorgegeven tussen de diepte van zijn levensovertuiging en de vraag of hij nu mocht sterven.
De lezer moet weten dat mijn toekomstige verwekker zo rond zijn vijftiende levensjaar volstrekt ongelovig was, maar in 1939 om dezelfde reden als de dichter W.H. Auden was teruggekeerd naar het christendom van zijn kindertijd: tegenover het absolute Kwaad, zoals gestalte gegeven door Hitler, moest ook het absolute Goed bestaan, zoals vleesgeworden in Van Nazareth. Auden en mijn vader omhelsden dus beiden het credo ut intelligam van Anselmus van Canterbury: ‘ik geloof om te begrijpen’.
Ingmar Heytze, die stadsdichter van Utrecht is, stuurde me ‘Catharijnevaart’ na de dood van mijn vader toe; ondanks een leeftijdsverschil van een halve eeuw waren die twee goed bevriend.
Om het gedicht te kunnen situeren, moet de lezer weten dat Utrecht, behalve een fraaie oude binnenstad, een Hoog Catharijne geheten winkelcentrum bezit, dat tamelijk nauwkeurig uitdrukking geeft aan het begrip tranendal. Daartegenover, aan de intact gebleven kant van een drooggelegde vaart, staat de oud-katholieke kerk, vanwaar mijn vader is uitgedragen.
Zou Ingmar bij het schrijven hebben bedacht dat Tinka – het uit de oorlog daterende koosnaampje van mijn jonge, blozende, dode moeder – een andere vorm van Catharina is?
(Een eerdere versie van deze tekst is eind vorig jaar in De Standaard verschenen.
Deze versie verscheen in Knack )
OK – okay Wikipedia
OK – Oxford’s Dictionaries
***
Guillaume van der Graft (15-8-1920 - 21-11-2010)
over dichten en dominee zijn
God stuurde de dichters om geluk te brengen
De elegische dichter Guillaume van der Graft heeft nogal eens in de clinck gelegen met de dominee Willem Barnard die zich moest aanpassen aan de Hervormde Kerk. “Ik ben één vent. Ik wil niet in compartimenten uiteen vallen.” De liedkunst, het zingen, verzoent de twee met elkaar.
door Kester Freriks - juni 1998
---------------------------------

Willem Barnard, alias Guillaume van der Graft,
bij zijn 90ste verjaardag - door Kees Wennekendonk
“Poëzie is exacte wetenschap,” zegt de dichter Guillaume van der Graft. “Als ik schrijf, werkt mijn kritische geest op hoge toeren. Het begint altijd met een paar woorden, niet met een beeld of een thema. Woorden. Die raken gecharmeerd van elkaar, ze willen tot een dans komen, ze delen eenstemmig het ritme. Dan denk ik: God, het zal wel weer een gedicht worden, en dat betekent onrustige nachten, gestoorde slaap. Want elk woord telt, het mag nooit ‘ongeveer’ worden. Het is als met de fotootjes van criminelen die je voorgelegd krijgt. Je moet de dader herkennen, die ene er uit pikken. Het exacte woord. Een gedicht bestaat uit woorden in samenzang.”
En de emeritus-predikant Willem Barnard, geboren te Rotterdam in 1920, zegt: “Dominee, dat heb ik altijd zo’n raar woord gevonden. Een aanspreekvorm als zelfstandig naamwoord. Een belast woord ook. Waar denken ze aan bij ‘dominee’? Iets dat het midden houdt tussen kwartjesvinder en betweter. In Vlaanderen heeft het die bijklank niet, daar denken ze: een gesubsidieerde ketter.”
De dichter Van der Graft en de (ex)dominee Barnard zijn een en dezelfde persoon. Als zoveel jongens schreef Willem Barnard gedichten. Hij ging van jongs af aan ook naar de kerk, meestal de Nieuwe kerk aan de ‘s-Gravendijkwal in Rotterdam. Een kerk die nu is afgebroken. Hij ging erheen met zijn moeder, de vader vwas een melancholieke scepticus. Moeder kon niet buiten de kerk, vader kwam er niet binnen.
Dominee en dichter, dichter en dominee; de combinatie daarvan met een verbindingsteken, dichter-dominee, roept bij Van der Graft verzet op. “Als je een loodgieter nodig hebt en die blijkt ook te voetballen, als semi-prof, is dat dan een loodgieter-voetballer? Dan zal de voetballer wel niet veel waard zijn, anders was hij wel een hele prof, en aan dat loodgieten ontbreekt ook zo het een en ander.”
De dichter Van der Graft kreeg vorige week de driejaarlijkese, onder auspiciën van het Letterkundig Museum toegekende, Sjoerd Leiker-prijs uitgereikt voor zijn omvangrijke gedichtenverzameling Mythologisch. Gedichten, oud, nieuw, herzien. Hoewel de bundelde bekroning is van meer dan een halve eeuw dichterschap, beteknet hij geen afscheid. Een stapel bloknootblaadjes dat op zijn werktafel ligt, telt inmiddels al weer tientallen nieuwe proeven.
In de hoek van de werkkamer prijkt een fraai, bijna zeventiende-eeuws stilleven. Een Latijns liturgieboek ligt opengeslagen op een lezenaar, het is de liturgie voor het begin van de paasviering. Een kandelaar staat ernaast. Op de vooravond van Pasen is de vrouw van Van der Graft, de Katinka uit zijn gedichten, overleden. Het was aparil 1995 en haar dood leidde tot de gedichten Onbereikbaar nabij. Al in Van der Grafts eerste bundel, In exilio uit 1946, stonden liefdesgedichten voor haar. Geheel in romantische trant gaat het over haar ‘windstille schouders’. Maar zij vond dat ‘niet iedereen hoeft te weten dat het mijn windstille schouders zijn’. Het was een van de redenen voor het pseudoniem Van der Graft. Bovendien was er de naamsovereenkomst met een neef die eveneens literaire aspiraties had. En pas later, maar dat kon Van der Graft toen niet weten, betrad zijn zoon Benno Barnard, dichter en schrijver, het toneel.
Ik schreef niet alleen gedichten”, vertelt Van der Graft in zijn huis in Utrecht, “ik wilde zo nog publiceren ook. Toen brak de oorlog uit. Mijn vaderstad werd in brand gestoken. De bezetting begon. Publicatie werd feitelijk en moreel moeilijker. De mogelijkheden voor literair verkeer waren beperkt. Alles werd benauwder. Ik verbleef vaak in de buurt van Utrecht, in het dorpje Vreeswijk aan de Lek. Die neef van mij, Willie Johan Barnard, bracht me in aanraking met de kring van dichters rondom het tijdschrift Parade der profeten. Daar stonden mijn eerste gedichten in. Ik was intussen, ook in Utrecht, theologie gaan studeren. Waarom? Met de brand van Rotterdam stortte mijn jeugdwereld in. Ik viel van mijn geloof af, ik zocht naar een zin. Filosofie ligt me niet, te dor en te eenduidig. Ik houd van verhalen, sagen, mythologische taal. In welk boek staan meer verhalen, sagen en liederen dan in de bijbel? Heel het Hebreeuwse Testament, die joodse klassieke literatuur, maar ook het Nieuwe Testament. Ik hoor die gelijkenissen van Jezus vaak als joodse ‘Witze’. Ik sta verbaasd van de dubbele bodems, de verrassing telkens.
“Toen moesten we de loyaliteitsverklaring ondertekenen, wat we niet deden. Dat betekende: Arbeitseinsatz. Of onderduiken. Tot dat laatste zag ik geen kans, de Duitsers dreigden met maatregelen tegen mijn ouders. Ik kwam in Berlijn terecht, bij de Siemens fabrieken. Fysiek was ik niet tegen het werk bestand, hoezeer je ook probeerde lijn te trekken. Ik heb maandenlang in een lazaret gelegen. Mijn knieën zijn nog krakkemikkig. Via bureaucratisch gedoe kwam ik weer terug. Eenmaal in Nederland, de tijd van de Spoorwegstaking, de slag om Arnhem en razzia’s, werd het toch weer onderduiken.
“Ja, ik was in militaire dienst geweest, maar van de les bajonetvechten werd ik kotsmisselijk en de stormbaan was ook niet aan mij besteed. Vraag je iemand van mijn generatie naar de oorlog, dan doet dat altijd au. Had ik in het verzet moeten gaan? Ik denk dat ik in de weg had gelopen, sociaal onhandig als ik was had ik het versjteerd. Ik schreef gedichten, eindeloos, ik wou de taal bewaken zeg ik achteraf, net zoals W.H. Auden. Tijdens dat schuilbestaan kwam ik op die schuilnaam. Wat is er Hollandser dan een gracht? De oorlog was ook de tijd van Hollands Glorie. Dus: Van der Gracht? Dat klonk te gutturaal. Dus werd het, met die klankverschuiving, Van der Graft.
Binnenskamers
Aanvankelijk, in de tijd vlak na de oorlog, wilde de dichter Van der Graft niets te maken hebben met de predikant Barnard. Hij weigerde een interessante dominee te zijn die ook nog eens aan de dichtkunst deed. “Dat viel niet vol te houden. Ik ben één vent. Ik wil niet in compartimenten uiteen vallen.”
Ook in ander opzicht moest Van der Graft zich verzetten tegen verdeeldheid. Nederland, toen zeker, kende zijn heilige huisjes, de calvinistische binnenkamer, het roomse interieur, het rode milieu. Zijn vader had hem geleerd voor al die binnenkamers eerbied te hebben. “Dat is misschien wel het mooiste dat mijn vader mij heeft gegeven,” meent Van der Graft. “Als kind kwam ik bij mensen over de vloer die van heel verschillende gezindte waren, rooms, rood, allerlei schakeringen protestant. Later heb ik begrepen dat dat uitzonderlijk was. Kinderen die opgroeiden in een pan-katholieke omgeving of in een protestants dorp, eventueel een rode wijk, kwamen nooit een andersdenkende in het wild tegen. Als dominee had ik uiteraard met die ellendige overzichtelijkheid van de hokjesgeest te maken. De waakhonden blijven op het erf, de vogels vliegen over de grenzen. Ik zag mijzelf liever als een vogel. Het ambt van dominee was trouwens, zoals het in die tijd ging, het logische gevolg van mijn theologische studie. Ik heb altijd erg tegen dat ambt opgekeken, er nooit op neergezien. Mijn beste tijd heb ik gehad in het piepkleine Rozendaal, dat voortuintje van Arnhem. Er stond één kerkje en daar kwam een bonte verzameling bijeen. Mensen van allerlei richting. Ik kende ze wel, de deftige dorpsgenoot die CHU stemde, de mensen die links uit de flank wilden, de student in zijn rooie trui en zijn CPN-neigingen. Maar op de deur van de kerk stond ‘Ned. Herv. Gem’. Daar hebben we toen maar van gemaakt ‘De kerk te Rozendaal’.
“In dat ‘hoge huis’ tegenover de bedriegertjes, die speelse fonteintjes in het park, heb ik in dat bonte bijbelboek gelezen, de nieuwe liederen gezongen en de liturgie gevierd. Tot 1973, toen ben ik over de kop gegaan. Ik stortte in. Ik had schaap met vijf poten gespeeld, of vogel met drie vlerken, dat houd je niet vol. Ik was en dichter en pastor en predikant.”
In dat jaar verscheen het Liedboek van de kerken, waarvan er in de vijfentwintig jaar sinds verschijning bijna drie miljoen exemplaren zijn verkocht. Van der Graft is daarin prominent aanwezig. Er waren veel spanningen voordat het boek er was. Zijn liedteksten riepen verzet op bij leden van de Hervormde synode, bij allerhande commissies. Ze waren niet leerstellig genoeg, te vrij, te poëtisch, te weinig herkenbaar. Maar wie bepaalt wat wel of niet past in een boek? Van der Graft: “Het praten der dominees ontwricht mij.”
Gezamenlijk zingen
Terwijl ik met Van der Graft praat, lijken er soms ineens twee personen tegenover me te zitten, hoe dwingend hij die twee ook met elkaar wilde verenigen. De dominee is opstandig, nog altijd vol weerzin tegen de oer-Hollandse hokjesgeest. Zijn ogen kunnen fel oplichten. Zit de dichter op zijn stoel, met uitzicht op een rijkelijk verwilderde tuin met een enkele verregende pioenroos, dan overheerst een lyrische, elegische stemming het gesprek. “De liedkunst verenigt de mensen, zij heeft ook de dichter in mij met de dominee verenigd en omgekeerd,” zegt hij. “Discussies verdelen, zang brengt bijeen. Ik ben een gelovig mens, maar dat ben ik in de ecclesia, door de rituelen, als de mensen samen de liturgie vieren. Zonder zang bestaat er geen gemeente. Ik kan geen geloofsbelijdenis droog en dor opzeggen, wel de grote woorden zingen. Denk ervan wat je wilt, zo is het. Nog steeds ga ik naar de kerk en als ik dan meezing, soms is het een van mijn eigen liederen, dan springen vaak de tranen in mijn ogen. In het gedicht ‘Tussen het zingende kerkvolk’ staat het:
Soms, als ze hun longen
te boven zingen,
het dak staat bol van geluid, kijk ik mijn ogen uit:
alles verandert, de dingen/
staan stil te dansen (-)
Ik verwonder mij
tot ik versta:
zonder die tranen in mijn ogen
had zich de wereld niet bewogen,
gingen de dingen niet opgetogen
al dat geloven achterna.
“Het belangrijkste is dat gezamenlijke zingen,” benadrukt Van der Graft. “Veel belangrijker dan alle vergaderingen en commissies is de zeggenschap en het lied. De vrijheid is er voor de mensen. Het is toch met poëzie begonnen? Ik stel het – primitief, maar ik denk primitief – als volgt voor: Onze Lieve Heer peinst op een achternamiddag in de eeuwigheid dat het niet goed gaat met de mensen. Hij wil zich openbaren. Dat baart opzien bij de stafmedewerkers. Maar goed, een aartsengel adviseert: ‘Stuur een filosoof!’ ‘Welnee,’zegt de koppige Allerhoogste, ‘moet de mens daarvan gelukkig worden?’ ‘Een vormingswerker dan,’ roept een van de engelen. Dat helemaal niet, God krimpt ineen. Hij zegt: ‘Een dichter! Laten we dichters het Woord geven.’ De aartsengelen staan op hun achterste vleugels: ‘Dat zijn kroegtijgers, klaplopers, bordeelsluipers! Daar komt ellende van!’ Maar nee, God beslist. En wat vind je in de Heilige Schrift? Psalmen van David, gedichten van Jesaja, Jeremia, het Hooglied – allemaal pure poëzie, geschreven door dichters. Het drama van Job, de columns van Prediker, de aforismen van Asaf. Fabels, spreuken, sproken. De novelle van Jozef, die steeg tot de troon van Egypte en als hij zijn broers uitnodigt drinken ze tot ze dronken zijn, de wijn die het hart verheugt. Dronken worden in de bijbel: je hoort er zelden over preken.” Liederen en verhalen hebben voor Van der Graft zo’n rijke waarde omdat ze meerduidig zijn. Zo is ook de angst, zo is het ongeloof, nauw verbonden met dat woord ‘geloof’. Dat zal de catechismus of geloofsbelijdenis maar moeilijk onder woorden krijgen, die is er te rechtlijnig voor. Dat lezen van de bijbel met de antennes van de poëzie maakt een predikant of priester moeilijk te plaatsen binnen een omheining.
Dilemma
Er kwamen mensen bij Van der Graft die om hulp vroegen. Hierdoor werd een grote druk op hem uitgeoefend. Hij wilde enerzijds pastor zijn, iemand die hulp verleent aan mensen in nood. Anderzijds sprak ook de dichter in hem. Het leidde tot een dilemma tussen de dichter als individu en de christen wiens plicht het is hulp te verlenen. Bovendien wrikte het tussen Van der Graft en de Hervormde Kerk, die een grotere leerstelligheid eiste. Het liefst wilde hij in de kerk voorzanger zijn. Met de gemeente de vrijheid van het lied beleven. Troost boden hem de bijbelse verhalen die aldoor boeien, zoals bijvoorbeeld de vertelling over de tuin, die zalige enclave voor goden, waarover de mythe spreekt. Geen mens mag er binnen, een draak is als koddebeier op wacht gezet. En dan draait de Thora, in de traditie van Mozes, dat om: de mensen zijn de hoveniers, de slinkse slang heeft geen recht van spreken, de godheid wandelt met de man en de vrouw in hun onschuld. Van der Graft noemt dit ‘een liefdesverhaal’.
Liefdesgedichten schreef Van der Graft al vanaf het allereerste begin. In het verlengde van die van vroeger ligt de indrukwekkende reeks ‘Aarzelend vader worden’ uit de bundel ‘Voorgoed is veel te laat. Het was in 1950, Katinka was zwanger en het geboortethema kwam onmiskenbaar aan de orde. Maar de periode ging met een moeizame crisis gepaard. Het is de tijd van een ‘overrompelende neiging tot een andere vrouw’. “Door deze nieuwe liefde werd de vertrouwde samenspraak met Katinka bedreigd. Ik werd letterlijk uiteen gescheurd. Ik wilde niet-geboren zijn, wegschuilen in anonimiteit. Dat was de grote verleiding. Ik denk dat veel religie daarop neerkomt: in de moederschoot willen schuilen. Toen werd duidelijk dat ik ook mijn geboorte moest aanvaarden; geboren worden is onherroepelijk en doet ook pijn. Als je er eenmaal bent, ben je aanspreekbaar.
In het gedicht staat:
God alleen weet hoe bang
ik ben, God weet hoe erg
verbroken samenhang
schrijnt, wat het vergt
om uit het stille bin-
nenste van de tijd
geboren tot winst
van de verlorenheid
mens te zijn een huid,
Leven omdat het moet,
omdat het vonnis luidt:
bestaan, alleen, voorgoed.
De hemel is gescheurd,
ik leef ten einde raad.
Geboren is gebeurd,
voorgoed is veel te laat.
“Geboorte is altijd moeizaam, eigenlijk kan het niet,” zegt Van der Graft terwijl de versregels nog naklinken in het stille huis. “Vandaar ook telkens in de Bijbelverhalen die ‘wonderbaarlijke geboorte’. Ik zag dat een geboorte, ook van ons kind toen, een nieuw leven inluidt, ook van de ouders. Geboren en gebeuren zijn niet alleen etymologisch verwant!
Ach, als dichter neig ik naar een soort kosmische mystiek, als leerling van het Messiaanse geloof weet ik wel beter. Ik houd het op een religie die leeft van een taaltraditie. Dat is meer dan een denktucht, maar het is dàt ook. Al zeg ik dat poëzie exacte wetenschap is, uiteindelijk valt er over de taal in haar volle kracht, over poëzie dus, weinig verhelderends te zeggen. Toch moet je het proberen.
“Dan denk ik aan die regel van Bloem, die ook zijn grafschrift werd: ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.’ Waaraan ontleent die regel haar huiveringwekkende kracht? Laat je ‘o’ weg, dat onbenullige nulletje, dan heb je een gemeenplaats, een truism. Laat je ‘en’ weg, dat meest versmade voegwoord, dan krijg je een goedkope opera. Maar juist die twee, dat nulletje en dat alledaagse voegwoord, maken van die regel poëzie.”
Uit het CULTUREEL SUPPLEMENT van het NRC HANDELSBLAD van 19 6 98
n.a.v. de uitreiking van de Sjoerd Leikder-prijs voor de gedichtenverzameling Mythologisch. Gedichten, oud, nieuw en herzien.
Top
Harold Pinter overleden 25-12-2008
Gisteren is de Britse toneelschrijver en dichter Harold Pinter overleden in Londen. Hij leed al geruime tijd aan keelkanker. Hij is 78 jaar geworden.
Drie jaar geleden werd hij, tamelijk verrassend, winnaar van de Nobelprijs. Zijn gezondheidstoestand liet toen al niet toe dat hij zelf in Stockholm de prijs ging ophalen. In zijn vooraf opgenomen dankrede, die een felle aanval was op de Verenigde Staten, zei hij dat Bush en Blair voor de inval in Irak voor het Internationaal Strafhof zouden moeten verschijnen.
Afgrond
‘In zijn stukken legt hij de afgrond bloot die gaapt onder het alledaagse gebabbel en dringt hij binnen in de gesloten kamers van de verdrukking.’ Alleen deze korte verklaring was op de website van de Nobelprijs te lezen over de toekenning van de prijs in 2005. Die afgrond blootleggen deed hij onder meer in het stuk Bedrog (Betrayal), dat in 1978 in Londen in première ging en vijf jaar later werd verfilmd. Het gaat over de verhouding van een vrouw met de beste vriend van haar man, van de eerste voorzichtige toenadering tot de bittere ontgoocheling. Opvallend is dat het wordt gespeeld in chronologisch omgekeerde volgorde.
Lees verder
Bron: Literatuurplein.nl
Top
AKO Literatuurprijs 2008 voor 'Over de liefde' van Doeschka Meijsing
Winnaar AKO Literatuurprijs 2008

|
Op maandag 3 november 2008 is in een rechtstreekse uitzending van het televisieprogramma Pauw & Witteman door juryvoorzitter Wim Deetman bekendgemaakt dat 'Over de liefde' van Doeschka Meijsing bekroond is
met de AKO Literatuurprijs 2008.
Klik hier voor het persbericht met het juryrapport.
Klik hier voor de uitzending van de prijsuitreiking bij Pauw & Witteman in het Kurhaus.
Stine Jensen was bij Pauw & Witteman ambassadeur voor het boek van Doeschka Meijsing.
Klik hier voor het vurige pleidooi van Stine Jensen.
Op www.cultura.nl is een interview met Doeschka Meijsing (te gast bij Knetterende Letteren) te zien, en meer over de AKO literatuurprijs te vinden. |
Bron: http://www.akoliteratuurprijs.nl/FS-P3.html
Top
Kees Fens (1929-2008)
Beroepslezer met een trefzekere smaak
Kees Fens: 'Misschien is uitbundigheid mij te druk.'
Amsterdam, 16 juni. De literair recensent en schrijver Kees Fens is zaterdag op 78-jarige leeftijd in het ziekenhuis overleden.
Fens, die door middel van zijn kritieken en literaire analyses een belangrijk stempel heeft gedrukt op het literaire klimaat van Nederland in de laatste decennia van de 20ste eeuw, leed aan een longziekte. Afgelopen vrijdag verscheen zijn laatste bespreking in de Volkskrant, het dagblad waarvoor hij veertig jaar lang werkzaam was.
Cornelis Walterus Antonius Fens (Amsterdam, 18 oktober 1929) werd bekend in de jaren zestig, als mede-oprichter en redacteur van het literair tijdschrift Merlyn. Hij schreef kritieken over Nederlandse literatuur tot 1978, en legde zich daarna in zijn recensies toe op zijn voornaamste interesse, de literatuur en cultuur van de Middeleeuwen.
In 1982, na een carrière als leraar Nederlands van 23 jaar, werd hij hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Vorig jaar schreef hij ter gelegenheid van de Boekenweek over humor het boekenweekessay. In 1990 kreeg Fens de PC Hooftprijs voor essayistiek en in 2004 een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam voor zijn zogeheten 'maandagstukken' in de Volkskrant.
Morgen gaat op het Holland Festival een door Hans Keller gemaakte documentaire over Fens in première: Kees Fens, erfgenaam van een lege hemel. De film wordt ter gelegenheid van het overlijden van Fens iets daarna morgenavond uitgezonden op de NPS-televisie.
NRC.nl
- Kees Fens: een gesproken portret (Video - Bron: Klara.be)
- MEER OVER "Kees Fens" (Bron: Klara.be)
- Volkskrant-ciriticus Kees Fens overleden (Bron: De Volkskrant)
Top
Willem Brakman (1922-2008)
Willem Brakman is op donderdag 8 mei 2008 op zijn 85ste overleden in zijn woonplaats Enschede na een lange ziekte. Hij schreef meer dan 50 romans. De bekendste zijn Een winterreis (debuut), De koning is dood en De gifmenger.
Nederlandse schrijver
De Nederlandse schrijver Willem Brakman werd in 1922 geboren in Den Haag. Na de mulo ging hij werken op een kantoor en studeerde in de avonduren voor zijn hbs-diploma. In 1945 legde hij het examen voor de hbs met goed gevolg af en kwam hij in aanmerking voor een beurs, zodat hij medicijnen kon gaan studeren in Leiden.
Na enkele jaren als huisarts te hebben gewerkt werd Brakman bedrijfsarts in Enschede.
Een winterreis
Brakman debuteerde met de roman "Een winterreis" in 1961. Deze roman geeft een treffend beeld van een in het verleden en heden levend stadje en zijn inwoners. De roman werd bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs.
Thema's in het werk van Willem Brakman
De belangrijkste thema's in het werk van Willem Brakman zijn dood, eenzaamheid, angst en erotiek. Het werk van Brakman werk is sterk biografisch. Zijn werk als arts heeft een belangrijk stempel op zijn oeuvre gedrukt.
Onderscheidingen
Willem Brakman werd in 1979 onderscheiden met de de F. Bordewijkprijs. De P.C. Hooftprijs werd in 1980 aan hem toegekend.
Belangrijke boeken van Willem Brakman
Andere belangrijke boeken van Willem Brakman zijn: "Die ene mens" (1961), "De weg naar huis" (1962), "Het godgeklaagde feest" (1967), "Debielen en demonen" (1969), "Kind in de buurt" (1972), "De blauwzilveren koning" (1977), "Zes subtiele verhalen" (1978), "Come-back" (1980), "Ansichten uit Amerika" (1981), "Een weekend in Oostende" (1982), "De reis van de douanier naar Bentheim" (1983), "De oorveeg" (1984), "De bekentenis van de heer K." (1985), "Inferno" (1991) en "Het groen van Delvoux" (1996).
Cultuurarchief.nl
Website: wbrakman.nl
Deze internetpagina's zijn gewijd aan de schrijver Willem Brakman. De pagina's zijn bedoeld als introductie op het schrijverschap én om relatief lastig verkrijgbaar materiaal toegankelijk te maken. Er is een bibliografie, diverse fragmenten uit het werk, schetsen en schilderijen van zijn hand, alsmede een geluidsfragment. De site is het initiatief van De Brakmankring en wordt voortdurend aangevuld.
Top
Libris Literatuur Prijs 2008 is voor D. Hooijer
| (Nieuws van 7 mei 2008) |
De verhalenbundel "Sleur is een roofdier" van D. Hooijer krijgt de Libris Literatuur Prijs 2008. De voorzitter van de jury, Tom de Swaan, maakte de naam van de duidelijk zeer verraste winnaar bekend tijdens het traditionele diner in het Amstel hotel in Amsterdam. |
Lees verder...
Top
De schrijver van "Het bureau" J.J. Voskuil overleden

De schrijver JJ Voskuil is vorige week donderdag (1 mei 2008) in zijn woonplaats Amsterdam op 81-jarige leeftijd overleden. Voskuil groeide uit tot een schrijver van formaat met zijn roman Bij nader inzien (1963). De zevendelige romanserie Het bureau (1996-2000) maakte van hem een auteur die het saaie kantoorleven fenomenaal in beeld bracht. Niet alleen de beschrijvingen zijn uiterst precieus, ook de verhaallijn getuigt van een zeer detaillistische aanpak. Zijn laatste roman Requieum voor een vriend (2002) ligt helemaal in lijn met zijn eerdere werk. Vriendschap, collega's en (des)illusie vormen de brug tussen de romans. Ze verwierven een onbetwistbare plek in de Nederlandse letterkunde.
Lees verder....
Recensie van Requiem voor een vriend
Bericht in LitNet door Hendrik Jan de Wit
Zijn andere romans dan Het bureau
- 2000 - Ingang tot Het Bureau
- 1999 - De moeder van Nicolien
- 2000 - Reisdagboek 1981
- 2002 - Requiem voor een vriend
- 2004 - Terloops, voettochten 1957-1973
- 2005 - Buiten schot, voettochten 1974-1982
- 2006 - Gaandeweg, voettochten 1983-1992
- 2007 - Onder andere, portretten en herinneringen
Top
Hugo Claus, schrijver, dichter, schilder, overleden op 19 maart 2008
De Vlaamse auteur Hugo Claus (78) is overleden. Dat meldt zijn weduwe Veerle De Wit. Hij heeft om euthanasie gevraagd.
19 maart 2008 - De schrijver, dichter, toneelschrijver, vertaler, scenarist en schilder overleed op 78-jarige leeftijd nadat hij om euthanasie had gevraagd. De dood van Hugo Claus bracht een schok teweeg in België.
Hugo Maurice Julien Claus werd geboren in Brugge op 5 april 1929. Zijn vader was drukker, waardoor Claus al snel interesse ontwikkelde in boeken. Hij werd boekillustrator en daarnaast schilderde hij landschappen en gevels.
Op zijn 18e publiceerde hij zijn eerste dichtbundel en op 21-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste roman ‘De Metsiers’, dat een waar succes werd. Toch zag Claus zich op dat moment nog meer als schilder en vertrok in 1950 naar Parijs. Hier ontmoette hij een acteur en zijn interesse in films was ontstaan.
In zijn actieve carrière bouwde Hugo Claus een enorm oeuvre op. Ruim 15 romans, 5 verhalenbundels, 5 novellen, bijna 70 gedichtenbundels, bijna 50 toneelstukken en een tiental filmscenario’s rolden van zijn hand. ‘Het verdriet van België’ uit 1983 zorgde voor een ware hype in de pers en werd gezien als zijn grootste werk.
Hugo Claus werd gezien als vormvernieuwer en ontving in zijn leven meer dan 40 prijzen als waardering voor zijn werk.
Nieuwsdossier.nl
Studie- en Documentatiecentrum Hugo Claus - Universiteit Antwerpen
Top
Negentigste verjaardag van Hella S. Haasse °2-2-1918
Hella Haasse overleed op 93-jarige leeftijd op donderdag 29-9-2011.

Het Hella Haasse Museum met
De site is hier toegankelijk
Hella S. Haasse heeft eigen museum
|
|
|
| Dinsdag 5 februari, drie dagen na haar negentigste verjaardag, opende Hella S. Haasse haar museum tijdens een feestelijke bijeenkomst voor genodigden. Het museum is gratis toegankelijk voor publiek.
Het Hella Haasse Museum is niet gevestigd in een gebouw, maar in de virtuele wereld, namelijk www.hellahaassemuseum.nl. Het digitale museum maakt op innovatieve en visueel aantrekkelijke wijze het persoonlijke archief van Hella S. Haasse openbaar. Behalve eigen documenten, zoals familiefoto’s, brieven, dagboekaantekeningen en manuscripten, krijgt het museum ook boekfragmenten, interviews en documentaires. Het Hella Haasse Museum, het eerste digitale schrijversmuseum ter wereld, is een eerbetoon aan een van Nederlands grootste auteurs. |
|
|
Top
De Zuid-AFrikaanse dichteres Elisabeth Eybers (92) overleden op 1 december 2007

De dood was geen onwelkome gast voor haar, schreef ze ruim twee jaar geleden, nadat haar zoon Bert was gestorven: "Noudat jy swyg is daar niks meer vir my om ooit nog te begeer buiten die tydstip waarop ek dieselfde stilte mag betrek".
Bij het maken van strafwerk ontdekte Elisabeth Eybers dat ze kon dichten. Dat bleef ze doen tot haar negentigste. Zaterdag overleed ze, 92 jaar oud.
Het begon allemaal met strafwerk. Lionel Bennet, leraar Engels in het Zuid-Afrikaanse dorpje Schweizer-Reneke, liet zijn klas bij wijze van strafwerk altijd een gedicht schrijven. Zo kwam het dat een van zijn leerlingen, Elisabeth Eybers, op veertienjarige leeftijd ontdekte dat ze kon dichten. Ze debuteerde jong, in 1936, met de bundel Belydenis in die skemering, drie jaar later gevolgd door Die stil avontuur. Intussen was ze letteren gaan studeren in Johannesburg. Daarna werkte ze een tijd als journalist. Ze trouwde, kreeg drie dochters en een zoon. Aan het eind van de jaren vijftig kwam het tot een echtscheiding. Eybers besloot in Amsterdam een nieuw leven te beginnen. Gemakkelijk ging dat niet. Er volgden jaren van verdriet, eenzaamheid en heimwee – in een tijd waarin er weinig waardering bestond voor Zuid-Afrika en het apartheidsregime.
Eybers bleef dichten, in het Afrikaans. Haar bundels bleven zowel in Zuid-Afrika als in Nederland verschijnen. In de loop der jaren begon ze bij de Nederlandse literatuur te horen, zoals blijkt uit de toekenning van de Herman Gorterprijs (1974), de Constantijn Huygensprijs (1978) en, na een speciaal voor haar gemaakte statutenwijziging, in 1991 de P.C. Hooftprijs. Ze was toen 75 jaar oud. Haar Versamelde gedigte verschenen, 600 verzen in totaal. Zij zal zelf ook niet hebben gedacht dat er nog zes bundels zouden volgen, met nog eens 250 verzen. Tot haar negentigste is Eybers blijven dichten. Zaterdag is ze overleden, 92 jaar oud.
Eybers moet het als dichter hebben van een aanleiding, liefst in de directe omgeving. Dat kan een zonsondergang zijn, een bezoek aan de dokter of een ‘besoek uit die eter’. Een ‘onzelieveheersbeestje’ landt op haar hand, ‘vyf gitswart stippels op sy rug’. Verbaasd kan zij toekijken hoe het beestje zijn weg zoekt door ‘die dor kneukelland’ van haar hand, en hoe hij ‘ontsluit sy gladgelakte dop / en steek sy gaasdun vlerkies op.’ En dan kan ze laconiek besluiten: ‘ek kan nie sy oorwegings lees / en hoop hy weet waar hij moet wees.’ Het belangrijkste staat er niet bij: de vrees dat dit beestje uit de ether inderdaad een ‘diertjie van ons liewe Heer’ is, een beestje met een boodschap - een doodaanzegger.
Simpel gegeven, groot thema. Zo gaat het bijna altijd bij Eybers. Je kan haar poëzie vergelijken met die van een hobbydichter. Maar op grond van haar snelle verbindingen, haar voorkeur voor spitsvondige formuleringen, haar spel met paradoxen en puntige regels heeft ze vaak ook wel iets van een maniërist – uit de school van Huygens, of Donne, bijvoorbeeld. Geestig, ironisch, vol onverwachte wendingen en zelfspot. Uit haar allerlaatste bundel is deze laconieke verzuchting over de problemen van de slapeloosheid: ‘ag wat ’n taak / om bewusteloos te raak’. Het is humoristisch en schrijnend tegelijk. Er ligt duidelijk veel leed ten grondslag aan de gedichten van Eybers, maar voor haar is de kunst erin gelegen er een scherpe, verrassende, liefst lichte formulering voor te vinden.
Ik geloof niet dat er één in alle opzichten representatief gedicht van Elisabeth Eybers is. Dat past ook wel bij een dichteres die onbevangen en verwonderd door dichtte, van dag tot dag en van gedicht tot gedicht, van jong schoolmeisje tot 92-jarige dame, zonder ingewikkelde reeksideeën of bundelplannen. Ik blader door haar verzamelde gedichten en stuit op een gedicht over de maan, zoals altijd met liefde beschreven. Een bron van dromen, en van troost, zo noemt ze hem. Altijd keek hij, de maan, toe vanuit ‘sy astrale kraaines’, zijn kraaiennest tussen de sterren. En Eybers vertelt dan hoe ze als kind in Zuid-Afrika acht maanden per jaar buiten kon slapen, en zo een goed zicht had op de maan. Toen hoefde de blanke schijf zich nog niet te schamen, toen had ‘niemand nog die dogma uitgevind / waarvoor die vaal-van-vel vandaag moet bloos’. Dat moet wel een toespeling zijn op de apartheid, waarvoor alle blanken zich moeten schamen.
De maan is bezoedeld geraakt – en hij is hier, in het bewolkte Nederland, ook niet goed meer te zien. Maar gelukkig is er voor de ontheemde dichteres altijd een andere maan beschikbaar. Kijk maar, verrassend beeld, naar het kleine maantje dat er altijd is – ‘bo die horison van my duimnael’, boven de horizon van mijn duimnagel. Dat kleine nagelmaantje moet het gemis goedmaken en de herinnering levend houden aan de tijd van voor de afstomping, toen er nog geen apartheid bestond.
Typisch Eybers, deze verbinding tussen het grote en het kleine, heimwee en politiek besef, Holland en Zuid-Afrika, gevangen in een haast kinderlijk beeld: in onze duim reist altijd een gave troostmaan mee. Dit soort vondsten zullen we nu moeten missen. De stem van Eybers klinkt niet meer. Ook voor haar zou eens het einde komen, wist zij, maar nog in haar jongste bundel ging ze er vanuit dat ze ook daarvoor wel niet geschikt zou zijn: ‘Selfs vir die slot volkome ongeskik.’
Guus Middag
NRC.nl
- Schrijversinfo Elisabeth Eybers
- Foto's
In Memoriam
Elisabeth Eybers (1915–2007) in het Afrikaans
* Tot aan die einde begelei deur die rym: Lina Spies
* Sy was ’n dierbare vriendin: Ena Jansen
* Sê groete vir Elisabeth Eybers: Joan Hambidge
* Klik hier om Elisabeth Eybers se biografie te lees
Uit: LitNet Nuusbrief 7 Desember 2007
Nommer 187
Top
Jan Wolkers overleden - 19 oktober 2008
Nederlandse schrijver Jan Wolkers (81) overleden

De Nederlander Jan Wolkers, schrijver van taboedoorbrekende romans, is op 81-jarige leeftijd overleden.
Zijn biograaf Onno Blom maakte het nieuws bekend: Jan Wolkers overleed donderdagnacht onverwacht in zijn slaap op het eiland Texel.
De beroemdste ex-gereformeerde van Nederland is niet meer. Jan Wolkers overleed , een week voor hij 82 zou zijn geworden.
Wolkers was de literaire motor achter de seksuele revolutie. De opgroeinde generatie in de jaren zestig was juichend, omdat hij als een van de eersten open over seks schreef. Voor het gereformeerde deel van Nederland was het slikken. De kruidenierszoon uit Oegstgeest rekende genadeloos af met zijn benepen gereformeerde afkomst
Wolkers begon als beeldend kunstenaar en debuteerde pas op zijn 36ste als schrijver. Zijn in totaal dertig romans gaan veelal over de rauwe kant van het menselijk bestaan, seks, dood en ziekte. Meest beroemd is ’Turks Fruit’ uit 1969.
„Hij schreef boeken die je van ongeduld bijna uit elkaars handen rukte”, zei schrijver A.F. Th. van der Heijden gisteren. Hij was onlangs nog op bezoek bij Wolkers en zijn vrouw Karina.
„Wolkers was heel breekbaar en broos. Zoals altijd had hij heel gul gedaan met mooie gerechten op tafel, maar je zag dat alles hem moeite kostte.” Wolkers hield van het goede leven. „Het was dan ook droevig om te zien dat hij niet meer kon genieten. Hij zat op een klein bodempje champagne te knauwen, hij kreeg het maar moeilijk weg.”
Schrijver Maarten ’t Hart: „Zijn eerste boek, ’Serpentines petticoat’, was een geweldig frisse wind in de Nederlandse literatuur. Op school was het verboden, wij moesten het onder de bank lezen, geweldig prachtige verhalen.” Die liefde was niet wederzijds: Wolkers vond dat Van ’t Hart hem na-aapte.
Later in zijn leven werd Wolkers milder. Hij deelde graag zijn passie voor de natuur. In 2003 maakte hij voor de VPRO een kinderserie ’De Achtertuin van Jan Wolkers’, hij vertelde over planten en beestjes.
Zoals hij in de boeken de dingen bij de naam noemde, zo abstract werd gaandeweg zijn beeldende kunst. Het bekendste is het breekbare glazen Auschwitz-monument in het Amsterdamse Wertheimpark.
Trouw.nl
Voor meer over Jan Wolkers:
- Alles over Jan Wolkers
- De krachtpatser van het Nederlands
- Wikepedia
- DBNL - auteur
- Jan Wolkers en de jaren die voorbijgaan
Top
Nobelprijs voor literatuur 2007 voor de Britse Doris Lessing
11/10/2007 13:32

De Nobelprijs voor de Literatuur, de meest prestigieuze prijs voor schrijvers, gaat dit jaar naar de Britse auteur Doris Lessing.
Dat heeft het Nobelprijscomité in de Zweedse hoofdstad Stockholm donderdag bekendgemaakt.
De jury van de Nobelprijs voor Literatuur 2007 bracht met haar keuze voor Doris Lessing naar eigen zeggen hulde aan "die heldendichteres van de vrouwelijke ervaring, die met scepsis, vuur en visionaire kracht een verdeelde beschaving onder de microscoop heeft gelegd"[1].
Lessing werd in 1919 geboren in Perzië (het huidige Iran). Van 1924 tot 1949 woonde ze in de voormalige Britse kolonie Rhodesië (tegenwoordig Zimbabwe).
Feministisch
Nadat ze in 1949 van haar tweede echtgenoot scheidde, vertrok ze naar Groot-Brittannië. Daar publiceerde ze in 1950 'The grass is singing', een van haar bekendste werken.
De Britse schreef uiteindelijk meer dan dertig dichtbundels, romans, toneelstukken en verhalenbundels, die vaak sterk autobiografisch en feministisch zijn. In 1962 verscheen 'The Golden Notebook', een roman die door veel feministen werd gelezen als een boek over de strijd tussen de seksen.
Geldbedrag
Lessing ontvangt een geldbedrag van bijna 1,1 miljoen euro. Ook krijgt ze een gouden medaille uitgereikt en ze wordt uitgenodigd een lezing te geven aan de Nobel Academie in Stockholm.
De Nobelprijs geldt als de meest prestigieuze literatuurprijs ter wereld. Vorig jaar ging de prijs naar de Turkse schrijver Orhan Pamuk.
[Robbert de Witt]
Bron: Elsevier
Meer artikels over:
literatuur - Doris Lessing
Naar boven
Nuttige informatie
Het Letterenhuis in Antwerpen
Leen Van Dijck: 'Toen bleek dat Angèle Manteau niet
het minste vertrouwen had in het AMVC, was dat een
keerpunt voor onze instelling.'Wim Daneels
Het Letterenhuis te Antwerpen is het algemene museum en archief voor de Vlaamse letterkunde. Behalve tentoonstellingen worden er literaire activiteiten georganiseerd, zoals poëzielezingen, studiedagen en boekpresentaties. Het Letterenhuis geeft zelf publicaties uit, waaronder het literair-historische tijdschrift Zacht Lawijd (veelal ZL genoemd). De collectie omvat zo'n twee miljoen brieven en handschriften ...
AMC Letterenhuis
Minderbroedersstraat 22, 2000 Antwerpen
http://www.letterenhuis.be/
In dit literatuurmuseum en archief kunt u de Vlaamse literatuur van de 19de en de 20ste eeuw (her)ontdekken. De romans van Conscience staan aan het begin van een verhaal dat eindigt bij het werk van hedendaagse auteurs. U vindt er handschriften en brieven van honderden auteurs. Foto's, geschilderde en gebeeldhouwde portretten, filmfragmenten en klankopnames doen het literaire erfgoed herleven.
VASTE OPSTELLING
Het Letterenhuis bruist van het leven zoals het was en is in twee eeuwen Vlaamse literatuur. Je valt er van de ene stomme verbazing in de andere verrassende ontdekking. Hoe schreef Paul van Ostaijen het onsterfelijke Marc groet s morgens de dingen? Hoe schiep de goddelijke Boon op een mooie dag zijn Ondineke van de Kapellekensbaan? En hoe trok Tom Lanoye ten oorlog? Dagboeken, handschriften, brieven Het Letterenhuis heeft het allemaal. Je kijkt er als het ware over de schouders van de auteurs mee.
Maar het Letterenhuis is veel meer dan een papieren museum. Dode schrijvers nemen er het zoetgevooisde of krakende woord, auteurs van vandaag verklappen je welk voorwerp hun zielslief is en misschien kijk je wel een onbekende literator uit je stad of dorp in de ogen. Er zijn prachtige portretten, er is kunst van auteurs die ook artiesten zijn, curieuzeneuzen kunnen er laden vol curiositeiten opentrekken.
Wat meer is: mét de literatuur zie je ook hoe de grote wereld én het kleine Vlaamse dorp in die tweehonderd jaar ingrijpend veranderen. En hoe schrijvers in al dat gewoel staan: stads en dorps, behoudsgezind en beeldenstormend, molenwiekend en berustend. Het Letterenhuis prikkelt de geest en stemt tot nadenken. En het doet dat met 26 letters. Kom dat wonder ontdekken!
ARCHIEFCOLLECTIE
Het AMVC-Letterenhuis-Letterenhuis verzamelt en bewaart archieven van schrijvers en kunstenaars, documentatiemateriaal (knipsels, brochures, affiches, ...) en portretten i.v.m. het Vlaamse cultuurleven vanaf 1750.
De archiefcollectie van het AMVC-Letterenhuis is rijk en verscheiden. Het gaat om nalatenschappen van schrijvers, theatermensen, plastische kunstenaars, musici en componisten. Daarnaast bewaart het AMVC-Letterenhuis ook archieven van verenigingen, organisaties en gezelschappen, o.m. van Uitgeverij Manteau, Nieuw Vlaams Tijdschrift, G-58, het ontzaglijke KVO-archief, ... Samen zijn al deze archieven goed voor meer dan 1.500.000 brieven en handschriften.
Behalve grote en kleine archiefbestanden heeft het AMVC-Letterenhuis een aantal specifieke collecties: 120.000 foto's, 30.000 affiches, programmabrochures, beelden, schilderijen, grafiek en audio-visueel materiaal. Daarnaast is er een zeer uitgebreide verzameling gedrukte documenten en knipsels uit dag- en weekbladen.
MONUMENT HET LETTERENHUIS
Het Letterenhuis was oorspronkelijk gehuisvest in het Huis De Beukelaer aan de Minderbroedersrui. In 1959 wordt een nieuw en modern gebouw in de Minderbroedersstraat in gebruik genomen.
Naar boven
Extra informatie voor het literatuuronderwijs
Nuttige websites
www.literatuurplein.nl
: recensies, auteurspagina,
juryrapport
www.literatuurgeschiedenis.nl : literair-historische context
www.entoen.nu
: vensters op de Nederlandse
cultuur en geschiedenis
www.letterkundigmuseum.nl
:mausoleum van dode
schrijvers
www.dbnl.nl : digitale versie van de tekst
www.teleblik.nl : filmmateriaal over het boek
en/of de auteur
Naar boven
Via de zoekmachine Google vindt u ruime informatie over literatuurdidactiek
Literatuurdidactiek
Een paar voorbeelden:
***
Naar boven
Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur

Onder leiding van de Nederlandse Taalunie wordt gewerkt aan een breed en overkoepelend overzicht van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur in zeven delen. Delen 1, 2, 3, 5 en 7 zijn inmiddels verschenen, het laatste deel zal, naar verwachting, in 2011 worden afgerond.
Lees meer op de website van de
Nederlandse Taalunie
Reeks
De Geschiedenis van de Nederlandse literatuur bestaat uit de volgende delen:
- deel 1 (I): Frits van Oostrom - Stemmen op schrift (Middeleeuwen I tot 1300). Verschenen: voorjaar 2006
- deel 1 (II): Frits van Oostrom - Een eeuw van expansie (voorlopige titel, 14de eeuw). Verwacht: 2010
- deel 2: Herman Pleij - Het gevleugelde woord (Middeleeuwen II, 15de en 16de eeuw). Verschenen: najaar 2007
- deel 3: Karel Porteman en Mieke Smits-Veldt - Een nieuw vaderland voor de muzen (1570-1700). Verschenen: voorjaar 2008
- deel 4: Joost Kloek - (Een) Ritselende revolutie (voorlopige titel, 18de eeuw). Verwacht: 2010
- deel 5: Wim van den Berg en Piet Couttenier - Alles is taal geworden (19de eeuw). Verschenen: 19 juni 2009
- deel 6: Jacqueline Bel - Literatuur in tijden van onschuld en oorlog (1900-1945). Verwacht: 2010
- deel 7: Hugo Brems - Altijd weer vogels die nesten beginnen (1945-2005). Verschenen: voorjaar 2006
- deel 8: Anne Marie Musschoot en Arie Jan Gelderblom - afsluitend deel met een verantwoording bij de reeks. Verwacht: 2011
Deel 5 "Alles is taal geworden" verscheen op 19 juni 2009
Naar boven
Literatuurgeschiedenis.nl
Literatuurgeschiedenis.nl is gereed. De middeleeuwse literatuur is al enige jaren beschikbaar en wordt inmiddels zeer veel gebruikt in het onderwijs en daarbuiten. Eind 2008 kwamen respectievelijk de Gouden Eeuw, de Achttiende Eeuw en de Negentiende Eeuw online; de literatuur vanaf 1900 is er nu aan toegevoegd. Een geschiedenis van de hele Nederlandse literatuur van ‘Hebban olla vogala’ tot Tirza.
Klik op Literatuurgeschiedenis.nl
Naar boven
Een nieuwe Beatrijs
Een bericht van Anke Passenier (6/10/2007)
Geachte docenten Nederlands,
Graag wil ik u opmerkzaam maken op de nieuwe Beatrijs als tweede boekje in een reeks bewerkingen op rijm, die met name ook geschikt zijn voor scholieren. Uit de goede ontvangst van Karel en Elegast in 2006 is inmiddels gebleken dat scholieren van het voortgezet onderwijs - van VWO tot en met VMBO - een dankbare doelgroep voor de bewerkingen vormen, die door hun herkenbaarheid en eenvoud van taal hedendaagse jongeren direct kunnen aanspreken.
Anke Passenier / Beatrijs
De Beatrijs is een echte Middelnederlandse klassieker. Wie kent het verhaal niet van de verliefde non, die met haar geliefde het klooster ontvlucht en bij haar terugkeer, vele jaren later, ontdekt dat Maria al die tijd haar plaats had ingenomen? Het verhaal van Beatrijs – in de 14e eeuw geschreven door een Brabantse beroepsdichter – houdt een hoofs, aristocratisch publiek voor dat hoofse liefde, lust en luxe vergankelijk zijn. Bovendien dat aristocratisch eergevoel en zorg om de goede naam het moeten afleggen tegen werkelijke innerlijke ommekeer.
Deze nieuwe bewerking op rijm wil het oude verhaal leesbaar en invoelbaar maken voor een breed publiek – met name ook scholieren – en een uitnodiging zijn tot hedendaagse voordracht.
***
Een tweede bericht van Anke Passenier (8/10/2007)
Geachte docenten!
Hartelijk dank voor uw vriendelijke reacties m.b.t. mijn bewerking van de Beatrijs. Graag ga ik in op het verzoek van enkelen uwer om een proeve uit het boekje.
Hieronder volgen twee fragmenten, die een indruk van het geheel kunnen bieden.
Hartelijke groet
Anke Passenier
1.
De dichtkunst levert weinig op
Waarom ik er dan niet mee stop
Voordat ik overspannen raak?
Die vraag hoor ik maar al te vaak
Maar dichten is gewoon mijn lot...
Tot eer van Maria, de moeder van God
Die altijd maagd bleef heel haar leven
Heb ik een mooi mirakel beschreven
Het overkwam een vrome non
't Is geen verhaal dat ik verzon
Een oude monnik met veel boeken
Deed het mij ooit uit de doeken
Die non was zeer beschaafd en waardig
Voornaam, maar ook bijzonder aardig
Zo vind je ze - dat spijt me zeer
Vandaag de dag beslist niet meer
Ze was ook buitengewoon knap
Maar denk niet dat ik iets verklap
Over haar fysieke schoonheid
Die blijft bedekt met het habijt
U hoort dus geen bijzonderheden
Over haar bekoorlijkheden
En hoe aantrekkelijk zij was
Ik zwijg erover - 't geeft geen pas
(blz. 13, 14)
2.
Daar ging zij dan in al haar nood
In een hemdje, bijna bloot
Is zij naar een deur geslopen
Deed die toen voorzichtig open
Ongemerkt ging zij de deur uit
Stilletjes, zonder geluid
En rende toen met grote vaart
Naar haar liefste in de boomgaard
Rillend liep zij onder de bomen
En de jongen zag haar komen
Hij zei: Meisje, schrik maar niet
't Is je vriend die je hier ziet
Maar toen zij daar samenkwamen
Begon zij zich opeens te schamen
Omdat zij hem op blote voeten
En zomaar in haar hemd begroette
Wat ben je mooi, lief, zei hij toen
't Is tijd om kleren aan te doen
Die beter bij jouw schoonheid passen
Verfijnde sjaals en chique jassen
Kom, ik geef je snel je kleren
Je hoeft je echt niet te generen
Hij bracht haar bij de egelantier
En zei: Kijk, ik heb alles hier!
De jongen gaf zijn lieve schat
Alles wat zij nodig had
Van alle kleren gaf hij haar
Ook meteen een dubbel paar
Het blauw vond zij het beste staan
Bewonderend keek hij haar aan
En lachte: Lief, dit hemelsblauw
Kleurt beter dan dat kloostergrauw
(blz. 26-28)
(Uit: Beatrijs. Het middeleeuwse verhaal van de verliefde non, op rijm bewerkt door Anke Passenier, Roosendaal:Uitgeverij Boekenbent, 2007).
Anke Passenier (1956) is theologe en doet onderzoek naar middeleeuwse teksten op het gebied van mystiek, ketterij en vrouwen. Daarnaast maakt zij – vanuit een oude passie voor Middelnederlandse literatuur – zogenaamde ‘populaire’ bewerkingen van Middelnederlandse verhalen, die zij ook geregeld voor publiek ten gehore brengt.
Eerder verscheen van haar hand Karel en Elegast (2006), een bewerking op rijm van de middeleeuwse ridderroman ‘Karel ende Elegast’.
2007 / ISBN: 978-90-8570-199-6 / Hardcover / 68 pagina's / prijs 14,95 |
Naar boven
Tsjip/Letteren
Tsjip/Letteren is het vakblad voor literaire, culturele en kunstzinnige vorming, bedoeld voor docenten Nederlands,
CKV en literatuur in de moderne vreemde talen in de volle breedte van het voortgezet onderwijs.
Archief
Het archief bevat 57 samenvattingen van artikelen uit Tsjip/Letteren
" Bekijk deze samenvattingen"
Naar boven
Pittige weblog n.a.v. de HSN-Conferentie Gent 17-18/11/06
Op 31 oktober 2006 ging Ronald Soetaert (in samenwerking met Kris Rutten,
André Mottart, Ive Verdoodt en Steven Vanhooren) van start met een weblog;
dit in opdracht van de Nederlandse Taalunie. Op de blog presenteert Soetaert u commentaren bij zijn boek De Cultuur van het Lezen , zet hij redeneringen verder, problematiseert hij stellingen en suggereert hij aandachtspunten. Daarnaast bereidde
de blog de deelnemers aan de HSN-conferentie voor op hun bezoek aan Gent in het algemeen en aan de HSN-conferentie in het bijzonder.
Het doel van de blog is om ‘een plek’ te hebben waarop actief en constructief gepraat
kan worden over onderwijs & cultuur en om een dialoog te creëren tussen Nederland en Vlaanderen, tussen literatuur en andere media, etc. U wordt dan ook vriendelijk
uitgenodigd om de weblog mee te volgen en om te reageren op de berichten
die dagelijks gepost worden.
Dit kan op:
http://taalunieversum.org/cultuur/cultuur_van_het_lezen
Laat uw stem alvast horen!
Mededeling van Steven Vanhooren
(Universiteit Gent & Nederlandse Taalunie)
Naar boven
Haiku
Wat is een haiku?
Een haiku, ook 'haikoe' gespeld, is een kort gedicht in drie regels, als literair genre afkomstig uit Japan.
In een haiku beschrijft de dichter wat hij hier en nu waarneemt met de zintuigen – het knipoog als zesde zintuig. Hij bevat dus geen beschouwingen, ontboezemingen, poëtische mijmeringen of historische evocaties. Alleen wat je kan zien, horen, ruiken, proeven of voelen (betasten) past in een haiku.
Vaak zitten in een haiku een of meer betekenislagen of dubbele bodems, schertsend of als humoristische doordenkertjes. In de laatste regel zit dan meestal de pointe. Haiku heet dus ook 'poëzie met een knipoog'.
Het eindrijm is niet toegelaten, het stafrijm of alliteratie anderzijds is een pluspunt. In een haiku horen geen vergelijkingen, metaforen en passieve werkwoordsvormen. Met adjectieven gaat de haikudichter zuinig om.
Sommige haikudichters laten hoofdletters en lettertekens achterwege. Anderen vinden ze belangrijk.
Oorspronkelijk beschreven haiku's uitsluitend seizoensgebonden natuurtaferelen. Later ontstond de senriu die ook andere situaties en menselijk gedrag beschrijft. Het begrip haiku omvat nu beide soorten.
De drie regels hebben achtereenvolgens vijf, zeven en vijf lettergrepen. Veel haikudichters nemen dit rekensommetje echter niet zo nauw.
Een aantal sleutelwoorden, allen beginnend met de letter S, geven de kenmerken van haiku bondig weer: soberheid, suggestieve kracht, schijnbare eenvoud, subtiel woordenspel, spirituele, schertsende humor en sensitiviteit (zintuiglijke gevoeligheid).
Deze haiku vat dit samen en past het meteen toe:
Op haar hippe trui,
zeventien lettergrepen –
daar zit iets achter.
Willy Leenders
Ing. Willy Leenders is naast haikudichter ook zonnewijzerdeskundige en nog veel meer.
Op zijn website vind je http://www.wijzerweb.be/cv.html
***
Naar boven
Het Gruuthuse handschrift
Het Gruuthuse handschrift is een hoogtepunt uit de middeleeuwse cultuurgeschiedenis van de Lage Landen. Het werd in 2007 uit Vlaams privébezit aangekocht door de Koninklijke Bibliotheek van Nederland in Den Haag. Daar berust het nu, maar het werd meteen voor het grote publiek toegankelijk gemaakt door middel van een website. Van op die webstek kunt u bladeren door het handschrift, het bekijken, erin lezen en het Egidiuslied en andere beroemde liederen beluisteren en zoveel als u maar wil kennis maken met dit kleinood uit ons cultuurpatrimonium.
|
Egidiuslied
Detail van bladzijde 28 recto van het Gruuthuse handschrift
|
Er is een leesversie (in html) en een bladerversie (flash) ter beschikking. Voor de bladerversie hebt u om het handschrift te bekijken een Flash player nodig.
Door op de volgende koppeling te klikken bereikt u de website:
http://www.kb.nl/galerie/gruuthuse/index.html
***
Naar boven
De Digitheek Nederlands
U bereikt de website door te klikken op de bovenstaande en onderstaande koppelingen.
3 links in de categorie Nederlands
Links voor Nederlands - Links
- Kijk voor de links in de categorieën: literatuur, taal, didactiek, software, ...
Klik op de categorietitel.
Links voor Nederlands - Startpagina
- Site met links (opgenomen in De Digitheek), enkele lessen met ICT, alternatieve boekbesprekingen (werk van leerlingen TSO)...
Literatuurgeschiedenis - Links
Klik op Links - geef boven rechts in het invulvak LITERATUURGESCHIEDENIS in en druk op
ZOEKEN
- Niet alle koppelingen zijn bereikbaar of meteen of makkelijk bereikbaar.
Maar er is een zodanige hoeveelheid degelijk en prachtig materiaal beschikbaar, dat we zeker aanbeleven van de koppelingen gebruik te maken.
Naar boven
Teksten over literatuur
Die eland – de eland
gedicht van Wilma Stockenström
bij een rotstekening
|
| |
Eens te meer hadden we het voorrecht het Seminarie Afrikaanse Taalkunde bij te wonen aan de Universiteit Hasselt van 1 tot 7 juli 2007. De professoren Hein Grebe en Willem Botha verzorgden de lezingen.
Professor Hein Grebe van de universiteit van Pretoria wilde ons in zijn eerste lezing leren om opnieuw of voor het eerst teksten in het Afrikaans te lezen en te vatten. Zijn uiteenzetting stond in het teken van de spanning van het Afrikaans tussen twee werelden, die van Europa en die van Afrika. Bij de zorgvuldig gekozen teksten was er het gedicht van de merkwaardige Wilma Stockenström “Die eland” uit haar bundel “Van vergetelheid en glans”. Om het gedicht te illustreren had Hein Grebe de afbeelding van een prachtige rotstekening op het internet gezocht waarop de eland van een Sanman geschilderd staat. Het was precies alsof Wilma Stockenström volkomen werd geïnspireerd bepaald door die afbeelding of door de beschouwing zelf van de rotstekening ter plaatse, waar ze nu nog bekeken kan worden.
Het gedicht zelf riep de herinnering op aan een gelijkaardige lezing tijdens het seminarie Afrikaanse literatuur in 2002, toen Erika Lemmer het had over ecoliteratuur. Zij koos ook een bijzonder treffend gedicht van Johann Lodewyk Marais uit om die ecoliteratuur voor te stellen. Het handelde ook over een typisch Afrikaans dier als in het gedicht van Stockenström. Bij Marais ging het namelijk over de “bloubok” die door blanke jagers werd uitgeroeid en waarvan we enkel nog opgezette exemplaren kunnen bekijken in Europese musea. Maar ook Erika Lemmer had ter illustratie een schitterende witzwart tekening meegebracht met de afbeelding van de bloubok.
Naar aanleiding van de kennismaking met ecoliteratuur dankzij het college van prof. Erika Lemmer schreef ik daarover in juli 2002 het volgende:
“Uit het gedicht klinkt nostalgie op naar de verdwenen blauwbok, maar ook protest en bewustmaking. De dichter geeft het prachtige dier in en door zijn gedicht blijvend gestalte. Een aandachtige grondige lectuur van het gedicht toont aan hoe de blauwbok door de bezwerende kracht van het gedicht als het ware vereeuwigd wordt. Is de man die de laatste blauwbok afschoot schuldiger dan de man die de eerste afschoot? Jawel. Er draaft geen blauwbok meer over de grasvlakten, maar het vers van Marais behoedt de blauwbok voor totale verdwijning uit het mensengeheugen. Het roept samen met de tekening van le Vaillant uit 1781 de prachtige figuur op van het dier in de verstolling van de tijd. Zo was dit heerlijke stukje ecoliteratuur even het onderwerp van “ecokritiek”.
De parallel met Marais kan worden doorgetrokken in “Die eland” van Stockenström.
Hier doodt de sanman de eland omdat die zijn belangrijkste bron van voedsel uitmaakt. Hij verwisselt in het gedicht zo treffend boog en pijl voor teken- en schilderkwast waarmee hij het dier, dat zo van betekenis was in zijn leven ook kunstig vereeuwigt op de rots onder de overhangende wand dicht bij het kwarriestruikgewas. Hier vereeuwigt niet de dichter door zijn dichterlijk woord het dier, maar hier schetst de dichteres het vereeuwigen van het dier door de kunstzinnige hand van de San. Het is hier bepaald geen kritiek laat staan ecokritiek, maar het dichterlijke woord verheerlijkt hier de scheppingsdaad zelf van de Sanman die jager is én kunstenaar en die zichzelf en het dier tot leven brengt en vereeuwigt in de prachtig omlijnde en kleurrijke rotstekening.
Een mooie omschrijving van het gedicht in het Afrikaans vinden wij in het artikel van de literatuurhistoricus
J.C. Kannemeyer in het tijdschrift Ons Erfdeel jaargang 41 uit 1998 Die mens tussen vergetelheid en glans - Oor die werk van Wilma Stockenström (blz. 235 -244) -
Voor Hein Grebe is het gedicht een stukje toe-eigening. Kijk eens, zegt Stockenström, wat heerlijks die Sanman hier maakt, creëert, ons als vereeuwigd monument van zijn kunnen achterlaat op die rotswand. Wellicht maakte hij het voor zichzelf. Maar wij kunnen het bekijken en bewonderen. Het is een stukje Afrikaans patrimonium geworden. Het hoort bij de Afrikaanse wereld, het hoort bij ons die dit stukje continent bewonen. Wij mogen er fier op zijn. Het is heerlijk om naar te kijken. Het is gewoon prachtig. Het is een vreugdeverschaffende uiting van eigen kunst. Wij eigenen het ons als dusdanig toe. Het leeft voortaan als ons gegeven voort. Dank aan de San die het voor ons als eigen aan Afrika schiep. Prof. Grebe mag mij corrigeren als ik hier zijn begrip van toe-eigening niet naar zijn eigen inzicht heb vertolkt. Mogelijk glimlacht de wijze Wilma Stockenström als zij dit leest, maar zijzelf dicht zo autonoom, dat zij hier beslist geen commentaar op wil geven. Zij wil het gedicht voor zichzelf laten spreken. Het liefst nog zouden wij het haarzelf willen horen voordragen. Intussen moeten wij het wel doen met haar tekst alleen. Die vraagt een langzame indringende lectuur, maar als je die kan opbrengen, dan kan het gedicht een diepe en blijvende indruk op zijn toegewijde lezer maken.
Zoals voor Die bloubok van Marais verstouten wij ons hier om naast de originele tekst van Stockenström in het Afrikaans onze eigen vertaling naar het Nederlands toe te presenteren. Die wijkt wel af van de vertaling die Robert Dorsman publiceerde in zijn bloemlezing van Stockenströms gedichten VIR DIE BIJSIENDE LESER - VOOR DE BIJZIENDE LEZER (Uitg. Atlas Amsterdam-Antwerpen, 2000).
Wij laten de dichteres hier eerst voluit aan het woord. Daarnaast plaatsen wij onze tekst in het Nederlands die we met de hulp van prof. Hein Grebe en prof. Luc Renders en zijn dame tot stand hebben kunnen brengen.

DIE ELAND**
Dat die klein-klein handjie se aanraak
die eland laat opspring en rooi en vaal draf
dit is die wonder wat hom voltrek in die grot
geel vinger rooi klei dit is die wonder
die eland lewend geraak op die wand van klip
die groot geel mensie en die klein bruin eland
die groot oker dier staan op uit die stof
en bekyk die lewe gelate geverf
uit die bek van die grot by die bak ghwarriebos
menseskepsel loop uit uit die bakkrans
uit na die vaal trop doer teen die vlak
om die wind te skep en die kort pyl te skiet
om die bok te skep met die horings swart
en die buik zo vaalrooiskurf teen die vaal platklip
en die sterk pote en die stomp stert en die riffelkwakkie
dit is die wonder wat hom voltrek as die pyl in die hand wat hand bly kwas wordt
hand wat die klip laat leef
hand wat laat leef lewende hand
doop in slang en gifbol se gif die pyl
en span die boog breed soos die horison
na die teiken geteken teen die groot-groot lug.
Wilma Stockenström
|
DE ELAND**
Dat het kleine handje hem aanraakt
de eland doet opspringen en rood en vaal laat draven
dit is het wonder dat zich voltrekt in de grot
gele vinger rode klei dit is het wonder
de eland geraakt levend op de wand van de rots
het grote gele mensje en de kleine bruine eland
het groot okeren dier staat op uit het stof en bekijkt het leven gelaten geverfd
vanuit de bek van de grot bij het ghwarriehoutgewas*
mensenschepsel loopt uit de overhangende rotsholte
naar de vale troep op de vlakte
om de wind te scheppen en de korte pijl te schieten
om de bok te vatten bij de zwarte horens
en de buik zo vaalrood ruw tegen de vale platte rots
en de sterke poten en de stompe staart en het gerimpeld keelvel
dit is het wonder dat zich voltrekt als de pijl
in de hand die hand blijft kwast wordt
hand die de rots doet leven
hand die de levende hand doet leven
doop de pijl in slang- en plantengift
en span als de horizon breed de boog
naar het doelwit getekend tegen de grootse lucht
Wilma Stockenström
Vertaling Ghislain Duchâteau, 8 juli 2007 |

Foto Philip De Vos
Een indringende karakterisering van het dichtwerk van Wilma Stockenström door prof. dr. Luc Renders van de Universiteit Hasselt vindt u op de website van de Afdeling Neerlandistik Universiteit Wenen onder Euro-Afrikaans. Zijn tekst draagt de titel Wilma Stockenström: Tussen nietigheid en oneindigheid.
Ghislain Duchâteau
Hasselt, 29 juli 2007.
___________________
*ghwarrieboom: soort sierlijke, bladhoudende, wilde struik of boom (Euclea undulata),
in het Afrikaans ook bekend als raasbessie, kwar
** Afbeelding zie: http://ceresmuseum.lando.co.za/san_heritage.htm
|
***
“De blauwbok” als treffend voorbeeld van bewuste ecoliteratuur met daarbij wat ecokritiek
Het gedicht van Johann Lodewyk Marais in het Afrikaans en vertaald in het Nederlands en de begrippen ecoliteratuur en ecokritiek
Ghislain Duchâteau - juli 2002
***
Naar boven
Alfons Vansteenwegen, emeritus K.U. Leuven, over leven, liefde en lezen
Alfons Vansteenwegen is seksuoloog, relatietherapeut en auteur van de bestseller Liefde is een werkwoord.
Alfons Vansteenwegen staat me op de hoek van zijn straat op te wachten. Drie keer heb ik hem al gebeld, ik kon de weg niet vinden. Het academisch kwartiertje is allang verstreken, maar hij wuift hartelijk en loopt voor mijn auto uit naar zijn huis. We gaan in de werkkamer van zijn vrouw zitten. Zelf is hij met zijn bureau 'boven gevlogen'. Ha, nog maar net binnen en al iets geleerd over de liefde. Ik noteer: liefde is je vrouw de ruimste werkkamer geven.
Of hij zijn grote inzicht in de liefde uit boeken heeft, vraag ik. 'Ik heb veel vakliteratuur gelezen, maar het meest heb ik geleerd van de koppels die ik in therapie heb gehad. Niets is sterker dan de ervaring. Elk stel is een roman.' Ja, maar kunnen we dan niet wijzer worden in de liefde door erover te lezen? 'Jawel, niet alleen beschrijven veel romans de liefde, het kan ook nuttig zijn voor om een naslagwerk over relaties te lezen. Het interessantst is wanneer een boek de aanzet is om met elkaar in gevecht te gaan.'
Pardon? 'Kijk, koppels leven enkel door communicatie. Wat niet in woorden wordt uitgedrukt, blijft inbeelding: ik vermoed wel dat jij zo denkt, maar als ik het niet vraag, weet ik het niet. Literatuur kan een bron zijn om met elkaar een gespreksgevecht aan te gaan: zo zijn wij ook, zo zijn wij niet. Dat is goed, want zo schept het lezen een gemeenschappelijkheid.'
Vijf jaar geleden, toen hij zestig werd, besloot Vansteenwegen 'enkel nog kwaliteitsvolle boeken' te lezen. Sindsdien gooide hij zich onder meer op de Ilias en de Odyssee, de Divina commedia, Don Quichote, Anna Karenina en Faust. 'Een hoogtepunt was Oblomov van Ivan Gontsjarov, over een man die geen verlangen heeft. Het is de traagste maar spannendste roman die je je kunt indenken. Ook prachtig waren Het lijden van de jonge Werther van Goethe - het mooiste boek over onbeantwoorde verliefdheid - en Lotte in Weimar van Thomas Mann, in die volgorde te lezen.'
Enthousiast somt Vansteenwegen de gelezen klassiekers op, maar hij is er de man niet naar om zich af te sluiten van het nieuwe. 'Ik laat me leiden door vrienden, literaire prijzen en - echt! - De Standaard der Letteren. Zo heb ik onlangs Een verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz gelezen. Hoewel ik moeite had met zijn opsomming van bevriende wereldfiguren, heeft hij mijn standpunt over joden en Palestijnen veranderd.'
Boeken zijn bronnen van reflectie, maar ook van genot. Voor Vansteenwegen betekent genot ontroering. 'Een goed boek treft mij in het hart én het hoofd. Onwaarschijnlijkheden in relaties doen mij afhaken. Zo ben ik over Brouwers' Geheime kamers gestruikeld, terwijl hij mij met De zondvloed tot tranen toe had ontroerd. Ook was ik zeer ontgoocheld over Het schervengericht van A. F. Th. van der Heijden, dat leest als Dag Allemaal: als een trein, alleen staat er niks in.'
Vansteenwegen is een getraind lezer. 'Toen ik klein was, is de meester eens bezorgd naar mijn ouders gestapt. 'Het manneke leest te veel, hij wordt nog gek.' Die honger om mijn geest te voeden heb ik van mijn vader, die enkele romans en een biografie schreef, al zijn die nooit gepubliceerd. Hij was echt een diepdenker, terwijl ik veeleer breed intellectueel geïnteresseerd ben. Mij boeien ook film, barokmuziek, Karolingische en moderne architectuur en filosofie. Op vakantie neem ik Heidegger en Levinas mee om wat te reflecteren. Waarom zijn we hier? Hoe overleven we de vrijheid? De mens is, vind ik, gemaakt om na te denken.'
Heidegger op vakantie? Ik uit mijn bezorgdheid, maar Vansteenwegen schudt het hoofd. Hij is een zapper, ook in het lezen. Hij zapt van Proust naar Heidegger naar poëzie. 'Ik lees graag Rutger Kopland, Huub Oosterhuis en, als ik het mag zeggen, Felix Timmermans. Zijn Adagio is een meesterwerk en Durnez' biografie toont aan dat hij lang niet de keuterboer was voor wie hij wordt versleten. Hij kende zijn klassiekers!'
Hij noemt nog twee gedichten van Toon Tellegen: ' 'Maar hij vergat' en 'Doornroosje'. In het ene vergat de prins Doornroosje te kussen, in het andere ligt er een briefje naast haar: 'Niet wakker kussen. Onder geen voorwaarde. Ook niet na honderd jaar'. De prins respecteert het briefje en zij denkt shit. Ziehier de essentie van alle misverstanden in het huwelijk: als je doet wat de ander wil, word je ongelukkig. Allemaal proberen we de ander gelukkig te maken, ondanks de ander. Doe ik ook, hoor.' Als dat geen geruststelling is.
J. V. R.
juni 2007
***
Naar boven
Publicaties van De Brakke Hond over literatuur
Over auteurs als Johan Slauerhoff, Paul van Ostayen, Karel Van de Woestijne, essays en lezingen, een nieuwe dichtbundel enz.
Publicaties
|