|
Spelonckvaart
46 |
Nieuwsbrief |
Edingsesteenweg
237 |
|
| ||
|
een warmtescan van Uw
paard | |
|
Moderne thermografische toestellen leveren
beeldjes op van uw paard die een beetje lijken op de beelden van een
botscan of scintigrafie, zeker als die in
rood-groen-blauwe kleurschalen afgedrukt worden. Dit zorgt voor wat
verwarring bij de mensen, en dus is het goed dat het verschil in de 2
technieken duidelijk is. Daarom en alhoewel we de thermografische techniek
anno 2011 niet zelf beschikbaar hebben in de kliniek, willen we in dit
artikel toch even uitleggen wat de techniek is en wat de voordelen en
beperkingen zijn. Wat is thermografie?
Thermografie meet de oppervlaktetemperatuur van een bepaald object en geeft deze weer onder de vorm van een cijfer of beeld. Thermografie toestellen worden eveneens in de diergeneeskunde gebruikt en meten aldus de temperatuur van de huid van het paard en geven dit weer in een beeldje, de thermoscan. APPARATUUR Verschillende soorten toestellen kunnen gebruikt worden om de temperatuur te meten. Een onderscheid dient gemaakt te worden tussen toestellen die contact maken met de huid en toestellen zonder contact. De toestellen die contact maken zijn onder andere de bekende thermometers. Verschillende meetmethoden worden toegepast. Denk maar aan de oude kwikthermometers in vergelijking met de nieuwere digitale toestellen. De gemeten temperatuur kan worden afgelezen op een schaalstrip of wordt digitaal weergegeven als een numerieke waarde. De toestellen die geen contact maken met de huid werken via detectie van infrarode straling. Infrarode straling is een inherent deel van het electromagnetische spectrum en wordt door elk object uitgestraald afhankelijk van zijn temperatuur. Er zijn infrarode thermometers op de markt die enkel een getal weergeven, bijvoorbeeld 37,2° Celcius. De meest geavanceerde toestellen echter zijn infrarode thermografische camera's. Deze scannen een volledig gebied af en zetten alle miljoenen verkregen temperatuurmetingen om in een beeldje met een bepaald kleurpatroon, bijvoorbeeld rood warm en blauw koud met alle mogelijke tussenschakeringen. Het zogenaamde thermogram is ontstaan en kan afgelezen worden. METHODIEK De huidtemperatuur van paarden, net zoals van mensen trouwens, is afhankelijk van het weefselmetabolisme en de lokale bloedcirculatie. Daar bovenop is er een enorme invloed van externe factoren buiten het lichaam. De lokale circulatie, t.t.z. de bloedvoorziening in een bepaalde regio bepaalt het normale thermogram. Het is dus zeer belangrijk de juiste anatomie van het paard te kennen. Vaak scannen is dus de boodschap om goed vertrouwd te geraken met het normale warmtepatroon van alle regio's. Zo is het evident dat er een warmtespot zal gedetecteerd worden op plaatsen waar de bloedvaten vrij dicht onder de huid verlopen. Hoe kan een warmtescan ons nu helpen bij het mankheidsonderzoek van het paard? Bij een ontstekingsproces treden vijf belangrijke symptomen op: zwelling, pijn, verminderde functionaliteit, roodheid en warmte. De pijn is verantwoordelijk voor het manken, maar de ermee gepaard gaande warmte kunnen we detecteren met een warmtescan. Actieve ontstekingsprocessen zullen dus tekenen als zones met een verhoogde temperatuur. Soms kunnen we echter ook een verlaagde temperatuur hebben, als bijvoorbeeld door verlittekening de lokale circulatie gestoord of afwezig is. |
Normale beeldjes; let bvb. op de hoge temperatuur thv. de
kroonrand, tussen de hoefballen, op plaatsen waar grote bloedvaten dicht
onder de huid lopen etc.
Dit zijn dus geen afwijkingen
!! |
|
| |
|
HET
THERMOGRAFISCH ONDERZOEK Bij het uitvoeren van een thermografisch onderzoek is het cruciaal dat dit gebeurt in gecontroleerde omstandigheden. Het onderzoek gebeurt best in een afgesloten ruimte beschut tegen rechtstreeks zonlicht, zonder tocht en met een min of meer constante temperatuur. Ook laat men het paard best wat acclimatiseren aan de ruimte. Waarom is dit nu zo belangrijk? Via thermografie meten we enkel de huidtemperatuur van het paard. Die temperatuur is echter enorm gevoelig aan fluctuaties in de omgeving. Rechtstreeks invallend zonlicht, zonlicht achter glas of gelijk welke andere warmtebron zal de huid lokaal doen opwarmen en een vertekend beeld geven. Indien bandages of beenbeschermers net verwijderd zijn, zullen de ledematen warmer tekenen dan normaal. Ook dekens in de winter doen de temperatuur variėren. Het is eveneens logisch dat er een verschil zal zijn tussen geschoren en niet geschoren delen van het lichaam. Daarmee hebben we direct een van de zwakke punten van thermografie blootgelegd: de enorm hoge gevoeligheid aan externe factoren met een zeer hoog risico op verkeerde interpretatie en conclusies. VOORDELEN / NADELEN Thermografie heeft als voordeel dat het een snelle manier van onderzoeken is. De techniek is zeer gevoelig in het objectief detecteren van de geringste temperatuurverschillen. Bij betasten met de hand is een mens in staat warmteverschillen tot anderhalve graad vlot te herkennen. Een getraind iemand eventueel tot 1° C. Een warmtecamera is tot 0,1°C gevoelig. Zo is het mogelijk eventuele opkomende letsels snel te detecteren en een gepaste behandeling in te stellen. Bij peesletsels van de oppervlakkige buigpees bijvoorbeeld is er een vrij goede correlatie tussen het optreden van warmte en het aanwezig zijn van een letsel. Een nadeel van de techniek is zoals eerder gemeld het meten van enkel de huidtemperatuur. We krijgen dus enkel informatie van structuren die vlak onder de huid gelegen zijn. Denk maar aan de buigpezen thv de pijpbeenderen. Diep gelegen structuren zijn moeilijk tot niet te onderzoeken. Ook de invloed van warmte of koude van de buitenwereld is niet te onderschatten en kan het onderzoek makkelijk in de verkeerde richting sturen met verkeerde conclusies tot gevolg. Tevens is er een enorme fysiologische en individuele variatie bij verschillende paarden. Als conclusie kunnen we stellen dat thermografie een waardevolle aanvulling is bij het kreupelheidsonderzoek van het paard. Maar ook niet meer dan dat. Het kan op geen enkele manier andere onderzoeken zoals een gedegen klinisch onderzoek, radiografie of echografie vervangen. Anderzijds kan een thermografie als eerste screening gebruikt worden om het verdere onderzoek dat beter te richten op een bepaalde anatomische regio. Een onderscheid moet alleszins gemaakt worden met scintigrafie. Een scintigrafie toont via na het vooraf toedienen van een radiofarmacon plaatsen met verhoogde (bot)activiteit in het lichaam en meer bepaald thv het skelet. Ook daar wordt soms een kleurschaal gebruikt om de uptake van het radiofarmacon weer te geven. Dit heeft als gevolg dat voor de leek een scintigrafisch beeldje vergelijkbaar is aan een thermografiescan. De techniek is echter in niets met elkaar te vergelijken en de verkregen informatie is totaal verschillend. ![]() |
Boven : beelden van een thermografisch onderzoek.
Van boven naar onder zie je achtereenvolgens beelden van hoefbevangenheid,
kneuzing van de zool, een koude voet, een 'cold spot' op de linker
bilspier en 2 beelden van stuwing in de ondervoet en
kroonrand.Links : beelden van een scintigrafisch onderzoek die in een gelijkaardige kleurschaal als het bovenstaande thermografisch onderzoek uitgeprint zijn. Bemerk dat je hierbij de botstructuren goed in beeld krijg, daar waar je met het thermografisch onderzoek vooral de oppervlakte en niet de dieper gelegen botstructuren visualiseert. |