BAILLEUL (F - Nord)
10 sep 2006
Bailleul is een "martelaarsstad". Het werd in de loop van de geschiedenis 8 keer vernield. In 1918 werd 95% platgebombardeerd.. En toch heet deze stad "BELLE" in het Vlaams.
Na de oorlog moet de stad worden heropgebouwd. De sterke identiteit van de bevolking kiest voor een nieuwe stad in oude stijl. Alle belangrijkste monumenten worden getrouw gereconstrueerd. De officiële stijl is die van bakstenen renaissancegevels, met trapgevels. Het resultaat is opmerkelijk : de stad oogt nog Vlaamser dan voor de oorlog.

We kunnen parkeren op de "Grand Place"
02°44'02"
50°44'19"
Er zijn nog mogelijkheden : achter het stadhuis en richting Ieper nog een parking met 100 plaatsen.

La Grance Place, fleurig en charmant, de kleurschakeringen, allemaal verschillend

La Grande Place,
kijk naar de puntgevels van de huizen.

La Grande Place.

De belforttoren en het stadhuis op de Grande Place werden in 1932 herbouwd.

Prachtige bloemen voor het stadhuis. Het gotische venster vooraan is het enige dat overgebleven is uit het bombardement van 1918.

De belforttoren is 62 m hoog en heeft 35 beiaardklokken

Op het mooi bolvormige torendak staat Melusine. De stadsbeiaard luidt op de middag één minuutje vroeger dan de kerkklok. Een detail van de eeuwige rivaliteit tussen kerk en staat ...

Achter het stadhuis staat de Eglise Saint-Vaast. De klokketoren is voorzien van een lichtkoepel.

De kerk oogt heel massief.


Eglise Saint-Vaast vanuit de Rue du Musée.

Naast de kerk staan 2 merkwaardige torens met kantelen in middeleeuwse stijl : de watertorens van de stad.

Een heel letterlijke interpretatie van de Franse term "Chateau d'eau"

Museum Benoît De Puydt is een kunstmuseum. Helaas verloor het 90% van de 7.000 werken in het bombardement van 1918.

Monument aux Morts. Op deze plaats stond ooit de Eglise Saint-Amand. Het symboliseert de vernieling van Bailleul.

Een gevleugelde Victoria rijst op uit een ruïne die werd gemaakt met brokstukken van de belangrijkste monumenten van de stad.

Maison de la Dentelle brengt een ode aan de kloskant. De kloskant deed zijn intrede in deze stad in de 17de eeuw. Inkom : 240. Te bezoeken zijn de fabricageatelier, een tentoonstelling en kantschool.

Prachtige tuin van het Maison de la Dentelle

Trapgevels en heel duidelijk neo-vlaamse stijl.

William Nelson Cromwell was een rijke Amerikaan die het Maison de la Dentelle financierde.

Huis gebouwd in 1922 en is gebaseerd op een oud pand in Brugge (1639). De gevel is een harmonieuze combinatie van baksteen, natuursteen, zandsteen en smeedijzer.

Chateau d'eau...

Aan de Place Plichon staat de Présidial de Flandre (rechtbank). Het is het enige 18de eeuwse gebouw dat de stad nog heeft.

Het is gebouwd in 1776 in de stijl van het Franse classicisme, dat verwoede pogingen deed om door te breken in Noord-Frankrijk (lees Frans-Vlaanderen). Driehoekig, gebeeldhouwd fronton.

In de rue Emile Hié staat een oude textielfabriek, de grootste van de stad. 1920 staat er op de schouw. Ooit stonden hier 300 weefgetouwen.


Wat verder in de Rue du Gard staat de Eglise Saint-Amand. Aanvankelijk stond deze kerk naast die van Saint-Vaast. De klokketoren lijkt op een belforttoren..

Het Café du Cheval Blanc heeft een mooie gevel. De aardige afgeronde puntgevel torent uit boven een speelse compositie van vensteropeningen en arcades.

Nog een herbouwd huis dat eerst elders stond. Anno 1544 lezen we op de gevel. Nu is het een bank.

Dit monumentaal gebouw met een grote inrijpoort is het hospitaal.

Let op de trapgevel.

In dezelfde straat staan nog diverse gezinswoningen met puntgevels in diverse vormen.

Als laatste bezoeken we de gemeentelijke bilbliotheek. Het werd in 1926 herbouwd en men vond dit één van de meest geslaagde reconstructies. Heel verzorgde architectuur in gele baksteen. De monumentale gevel is 45 m lang.

Hiermee eindigen we ons weekend door Frans-Vlaanderen. De Fransen noemen het de Nord. We nemen de autostrade naar Lille en dan de E17, back home...

<< Terug naar hoofdpagina of verder naar OUD-TURNHOUT >>