CASTEL DEL MONTE (I - Puglia)
- Kasteelbezoek -
26 aug 2005
26/08/05 - vrijdag - 2.950 km

Reisweg : Monopoli - S16 autoweg - Bari - Bitonto - Ruvo-di-Puglia - Castel del Monte.

Het kasteel ligt godverlaten in de "middle of nowhere".

Het kasteel werd in 1250 gebouwd door Frederik II.

Het is een indrukwekkend gebouw en vooral één van de geraffineerdste wereldlijke bouwwerken van de middeleeuwen. Alle vertrekken zijn namelijk achthoekig.

Het hoofdportaal is uitgevoerd als een Romeinse triomfboog.

AM : we bezoeken het kasteel Castel Del Monte.

Er is een verplichte parking beneden aan voet van het domein en je moet met een pendelbus naar het kasteel. Parking en bus kosten 5€ per persoon.

De toegang tot het kasteel kost 3€ pp. Duur van het bezoek : 1 uur. Binnen is niet veel te zien. Tentoonstelling met foto’s van Puglia. Het is maar een klein kasteel.

 

Frederik II

Frederik II (Iesi, bij Ancona, 26 dec. 1194 - Fiorentino, bij Foggia, 13 dec. 1250), Duits koning van 1212 tot 1250 en keizer van 1220 tot 1250, uit het Huis Hohenstaufen, was de zoon van Hendrik VI en van Constanza, dochter van Rogier II van Sicilië. Toen zijn vader in sept. 1197 overleed, braken de Duitse vorsten hun woord en verkozen niet het amper driejarige kind, maar wel de Welf Otto IV tot koning. Keizerin Constanza (gest. 27 nov. 1198) vertrouwde aan paus Innocentius III de voogdij toe over haar zoon, die reeds in 1198 koning van Sicilië was geworden. De paus waakte nauwkeurig over het bestuur van het eiland en van Zuid-Italië, die in feite een verlengstuk van de pauselijke staten werden. Hij koos ook een vrouw voor de 13-jarige koning (1207): Constanza, de jonge weduwe van de Hongaarse koning Emerik en zuster van Peter II, koning van Aragón en vazal van de Heilige Stoel. Innocentius III droeg in 1208 het bestuur over Sicilië aan Frederik over en wist, na de opstandige keizer Otto IV in de kerkban te hebben gedaan, een aantal vorsten over te halen om Frederik op de Rijksdag van Neurenberg (sept. 1211) tot Duits koning te verkiezen. Zijn kroning vond plaats op 9 nov. 1212, in 1215 werd zijn koningschap erkend door het Vierde Lateraans Concilie.
De omstandigheden waren gunstig voor Frederik II. Innocentius III overleed in 1216 en werd opgevolgd door de verzoeningsgezinde maar onkundige Honorius III. Om de Duitse kerkelijke vorsten te paaien, schonk de keizer hun talrijke privileges (1219). Sedert 1215 deed hij herhaaldelijk beloften een kruistocht te ondernemen naar het Heilige Land. Hij wist gedaan te krijgen dat zijn zoontje Hendrik, die reeds in 1212 te Palermo tot koning van Sicilië was uitgeroepen, ook tot Duits koning werd verkozen (Hendrik VII, 21 april 1220) in weerwil van de belofte aan Innocentius III dat beide kronen niet in één hand zouden worden verenigd. Hij wist ook de paus ertoe over te halen hem te Rome tot keizer te kronen (22 nov. 1221). In 1220 nam Frederik de organisatie van het bestuur in Sicilië ter hand, resulterend in de constituties van Melfi (1231), waarbij hij een strak gecentraliseerde bureaucratie schiep.
De dood van Honorius III (1227) en zijn vervanging door de energieke Gregorius IX waren zware tegenslagen voor de keizer. Deze haastte zich zijn kruistochtbelofte te hernieuwen, ook omdat hij door bemiddeling van Honorius III een tweede huwelijk was aangegaan met Isabelle van Brienne, de erfgename van het koninkrijk Jeruzalem (nov. 1225). Zijn vloot vertrok op 8 sept. 1227 uit Brindisi, maar legde reeds twee dagen later aan te Otranto; als reden voor de onderbreking werd ziekte opgegeven. De paus deed Frederik II in de ban. Op 28 juni 1228 vertrok de keizer opnieuw uit Brindisi (begin vijfde Kruistocht). Hij sloot een akkoord met sultan Malik-al-Kamil, trok Jeruzalem binnen (17 maart 1229) en plaatste zich zelf de kroon van koning van Jeruzalem op het hoofd in de H. Grafkerk. Inmiddels had de paus door diplomatieke en militaire maatregelen het gezag van de keizer ondermijnd, zowel in Duitsland als in Italië en op Sicilië. Na lange onderhandelingen slaagde Frederik II erin met de paus het Verdrag van Ceprano (23 juli 1230) te sluiten, waarbij de kerkban werd opgeheven.
Maar in Duitsland werd de toestand slechter voor de keizer. Zijn zoon Hendrik stond in 1230 en 1232 enkele koninklijke voorrechten aan de wereldlijke vorsten af en kwam tegen zijn vader in opstand. Frederik II stuurde zijn zoon naar een gevangenis (1235), herstelde de orde en deed Koenraad, zijn zoon uit zijn tweede huwelijk, tot Duits koning verkiezen (Koenraad IV, 1237). Onmiddellijk daarna rukte hij op tegen de liga van de Lombardische steden en verpletterde hen bij Cortenuova (27 nov. 1237). Frederik II was nu op het hoogtepunt van zijn macht. De paus gaf zich echter niet gewonnen en steunde de Lombardische steden. Opnieuw deed hij de keizer in de kerkban (20 maart 1239), maar hij overleed op 22 aug. 1241. Zijn opvolger Innocentius IV, gekozen in 1243, wist overal de tegenstand te organiseren, hierin flink geholpen door de rondtrekkende minderbroeders. Op het concilie van Lyon deed hij Frederik andermaal in de kerkban (17 juli 1245). De keizerlijke legers leden nederlaag op nederlaag, zowel in Italië als in het Heilige Land. In Duitsland werden tegenkoningen verkozen: Hendrik Raspe en Willem (II) van Holland. Zijn meest geliefde zoon, de bastaard Enzo, werd door de Bolognezen gevangen genomen (26 mei 1249). Het jaar daarop overleed Frederik II aan de gevolgen van buikloop.
Frederik II (ook wel Stupor Mundi, 'Hij die de wereld versteld doet staan', genoemd) bezat een scherp verstand. Vroeg wees, van kindsbeen af bestreden door hardnekkige vijanden en omringd door 'beschermers', was hij wantrouwig van aard en meester in list en veinzerij. Hij was een realist, zeer wilskrachtig, ambitieus en hardvochtig; enkel het te bereiken doel telde voor hem. Dat doel was de keizerlijke heerschappij over Duitsland, Italië en het gehele gebied van de oostelijke Middellandse Zee. Zijn opvoeding in Sicilië en zijn omgang aldaar met mensen van allerlei talen, rassen en godsdiensten hadden hem sceptisch gemaakt ten opzichte van het christelijk geloof; hij was bovendien een sensueel levensgenieter, onderlegd in wetenschappen en kunsten. Astrologie, kunst en poëzie hadden zijn grote belangstelling: hij schreef enkele balladen en een boek over de kunst met vogels te jagen (De arte venandi cum avibus). Rond zijn hof te Palermo vormde zich de eerste Italiaanse dichterschool. Beroemd was zijn collectie exotische dieren. In Zuid-Italië herinneren nog vele burchten aan zijn aanwezigheid aldaar.

Nu weet je ook iets over den Frederik !! ;-)