DIEST
(Vl-Brabant - B)
- stadsbezoek -
18 december 2005
Na ons bezoek aan Donk, zochten we een overnachtingsplaats in Diest. Gelukkig had Robert ons een kaartje van Diest gegeven waarop diverse parkings aangeduid stonden. We hadden maar te kiezen ...

Diest is bekend als een Oranjestad. In 1499 kwam Diest door ruil in het bezit van Engelbert, graaf van Nassau. Eén van Engelberts opvolgers, René van Chàlon, voerde sinds 1530 ook de titel 'Prins van Oranje'. De prinsen van Oranje- Nassau bleven in het bezit van Diest tot in 1795, toen de Zuidelijke Nederlanden aangehecht werden bij Frankrijk.

We vinden een parkeerplaats achter het zwembad. We plaatsen ons in het uiterste hoekje waar we niemand storen.

Het grenst aan een parkje en het sportcomplex.

We hebben uitzicht op het Begijnhof en starten van hieruit onze stadswandeling.

Diest bezit één van de 13 begijnhoven van België dat werd erkend door de Unesco als werelderfgoed.

Tijdens de bloeiperiode van dit begijnhof woonden er 400 begijnen in deze besloten hof.

Het begijnhof werd in 1253 gesticht door Arnold IV, Heer van Diest, en opgeheven in 1796 door het Franse bewind.

De meeste van de 90 huizen en conventen deteren uit de 17de en 18de eeuw.

Anno 1664

Het is rustig wandelen in het begijnhof.

De vroegere infirmerie en het Apostelenconvent vormen vandaag het cultureel centrum van Diest.

De Sint-Catharinakerk is een typische begijnhofkerk uit de 13de en 14de eeuw. Ze werd afgewerkt met een eenvoudige vieringtoren.

De Begijntjes. De heilige Catharina werd hulp gevraagd voor de mensen met brand- en huidkwalen.

Dubbele koperen pompen in het begijnhof.

De Rubensiaanse toegangspoort uit 1671.

Detail van de toegangsport.


Het vieringtorentje van de Sint-Sulpitiuskerk, het "mosterdpotje" genaamd, dateert uit 1766, en herbergt de historische Hemony-Sergeys-beiaard van Diest. De 32 Hemonyklokken dateren uit 1671. De 15 Sergeysklokken werden in 1973 gegoten.

De Ezeldijkmolen was de watermolen van de prinsen van Oranje-Nassau

De Lakenhalle (1436). Het laken, geweven in Diest, werd er verkocht nadat het gelood werd volgens de kwaliteit met een lelie, een roos of een ster. In die periode werd handel gedreven met Duitsland en de Noorse landen.

De Holle Griet is een 15de eeuwse bombarde (1465) met een gewicht van 5.000 kg.

Het was een middeleeuws kanon waaruit ronde kogels van kalksteen of graniet werden geschoten. De Gilde van de Ijzersmeden (1465) maakte de bombarde.

Achterzijde van de Sint-Sulpitiuskerk.

"De Bierproever" is een bronzen beeld van een brouwersgast. Het symboliseert het rijke brouwersverleden van de Demerstad. Achterin zie je de poort van Portierswoning van het voormalige Minderbroedersklooster.

Het Spijker (1163), een voormalig refugehuis en graanopslagplaats of spijker van de Abdij van Tongerlo (16de eeuw). Ze waren de bergplaatsen voor de wintervoorraden. Soms telden ze tot drie vier zolders boven elkaar. Het torentje duidt aan dat dit refugiehuis de zetelplaats is van een rechtbank, 'Laetbanck van Tongerloo'

Het waren ook verblijfplaatsen die in tijden van oorlog een toevluchtsoord waren binnen de veilige stadswallen. Vaak waren ze ook een soort permanente zetel binnen de stad, waar een vertegenwoordiger van de abdij verbleef.
Refugiehuizen zijn ook

De Proosdij (restaurant)

Inkom van het "Refugehuis van de Abdij van Averbode".

De "Drie Kronen" (zie boven), een voormalige brouwerij uit de 18de eeuw.

De Sint-Sulpitiuskerk is een grote gotische constructie, opgetrokken uit ijzerzandsteen.

"Refugehuis van de Abdij van Averbode"

"Refugehuis van de Abdij van Averbode"

In de Palmboom, voormalige brouwerij (18de eeuw)


Binnenhof van de Palmboom. Prachtig gerestaureerd.

De Grote Markt is feestelijk verlicht. In de 12de eeuw is de markt in Diest al een belangrijke kern van handel en nijverheid. De markt werd in 1365 geplaveid met hobbelige grote en kleine keien.


Waar zich nu het stadhuis bevindt stonden op het einde van de 15de eeuw drie gebouwen, het eigenlijke schepenhuis dat geflankeerd werd door de "Noord" en de Rentmeesterij. In 1723 werden deze gebouwen afgebroken en in de plaats kwam het huidige stadhuis.

Monumentale toegangspoort van de Sint-Sulpitiuskerk.

De Roskam (15 en 16de eeuw) is een merkwaardig hoekhuis. Het was oorspronkelijk een afspanning. De benedenverdieping wordt nu als mess gebruikt door de para's (eerste bataljon Citadel Diest). Op de bovenverdieping is de bar en rechts liggen de kamers van de officieren.

Nicalaes Cleynaerts (Diest 1493 - Granada 1542) was een humanist en was buitengewoon onderlegd in het Grieks, het Latijn, het Hebreeuws en het Arabisch. Hij probeerde met het woord en niet met zwaard de Arabische volkeren voor het christelijke geloof te winnen.

De Allerheiligenkapel is een neoclassicistische bedevaartskapel van 1854-60. De weg leidt ons naar de top van de Allerheiligenberg alwaar een militair domein ons de toegang blokkeert...

In Diest is in het huis "De Gulden Maene" op 15 maart 1599 Jan Berchmans geboren. Hij trad in 1618 toe tot de Jezuïetenorden en overleed op 22-jarige leeftijd in Rome. In 1888 werd hij heilig verklaard. Hij is de patroonheilige van de studerende jeugd.

Torentje van de Sint-Barbarakerk. Deze éénbeukige kerk werd in ijzerzandsteen gebouwd tussen 1656-1667, en is een voorbeeld van de barok. Ze was vroeger eigendom van de Augustijnen.

Vanop de Citadel heb je een prachtig uitzicht over de ganse stad Diest.

Ijzerzandsteen. Vele oude gebouwen werden in deze steen gebouwd. Door de inwerking van lucht oxideert het oorspronkelijk donkergroene glauconiet naar het donkerbruine limoniet.

De Troubadour, gezeten op een massieve sokkel waarop de wapenschilden van de vier Oranjesteden opstaan : Breda, Diest, Dillenburg en Orange.

Huis De Keyzer (1615), Café Leffe weet zijn locaties goed te kiezen. Het is gebouwd als verblijfplaats voor de officieren van de legereenheden die Diest aandeden. Het is ook het voormalig huis van de Sint-Sebastiaan Schuttersgilde (1616).

De Fortuyn (15-16de eeuw), vakwerkgebouw met overstekende verdiepingen.

Hof van Oranje-Nassau, voormalige residentie van de Prins van Nassau.

Achterzijde van de Lakenhalle. Het gebouw is opgetrokken uit bruine ijzerzandsteen en witte steen.

De zijgevel van de Lakenhalle in het Hallestraatje telt zes grote spitsboogvensters. De zuidergevel in de Felix Moonsstraat telt er twee, evenals een grote toegangspoort.

Het Dambord , oud vakwerkgebouw op de hoek van de straat (15de eeuw) met overstekende verdiepingen (nu restauarant).

Het Dambord

Monumentale inkom van het stadspark De Warande

Den Drossaard (jeugdherberg)

De ruïne van de Sint-Jan de Doperkerk. De kerk werd tijdens de beeldenstorm in brand gestoken op het einde van de 16de eeuw.

Na de brand werd enkel het koorgedeelte gerestaureerd. Tot in 1823 het dak boven het koor instortte...

De Lindenmolen, een houten windmolen uit de 18de eeuw staat op de stadsrand.