FILOSOFIE SPREKEN


 

De verloren zoon. Bemind door het woord - Bart Stouten

Tussen Cicero en Marcus Aurelius, toen de goden verdwenen waren en Christus er nog niet was, is er een uniek moment geweest waarop de mens er alleen voorstond. (Marguerite Yourcenar, gevonden in de correspondentie van Gustave Flaubert)

De poëtische klank van de stem van De tuin van Eden bij Klara, verraadt het al. Achter de microfoon zit een man die leeft van mooie en accurate woorden. Bart Stouten (48), presentator en producer: ,,Via het goede woord kan ik worden wie ik ben.''

"Ik was vijftien toen ik plots mijn familie verloor en in een vacuüm terechtkwam. In het besef dat ik in mijn leven zelf op zoek moest gaan naar betekenis, vond ik inspiratie bij schrijvers die er ook alleen voorstonden. Marcel Proust, Emily Dickinson, Samuel Beckett: het waren voor mij figuren die - los van religies, dogma's en trends - hun eigen wereld creëerden. Ik was dus nog jong toen ik naar de kern van de zaak wilde, naar eenvoud en essentie, naar een filosofische interesse in de dingen. Vandaag leef ik Spartaans. Ik houd niet van tijdverspilling als terrasjes doen en de tijd door glazen gooien. Grote luxe is niet aan mij besteed. Geef me boeken en woorden, ze zijn mijn grote inspiratie.

Ik heb daar geen zwaar gevoel bij, integendeel, het is mijn grote vreugde. Mijn intens verlangen naar het ultieme en accurate woord geeft mijn leven zin. Taal is mijn grote liefde, en het woord bemint ook mij. Op bepaalde momenten lijken woorden zich uit een massa taal te distilleren en naar mij toe te komen. Het voelt dan alsof ik door een woord benaderd word. In die zin heb ik een relatie met het woord: ik zoek het en het zoekt mij.

Dat klinkt misschien vreemd, maar voor mij heeft het veel te maken met een bepaald soort vertrouwen in de werkelijkheid. Je moet niet de hele tijd je opvattingen en concepten de wereld injagen, je moet ook een goede observator zijn. Als je zorgvuldig kijkt en openstaat, dan komen de dingen naar je toe. Als je processen de tijd geeft zich te voltrekken, geef je de werkelijkheid de kans het beste uit je te halen.

Dingen die naar je toe komen; het heeft iets van een religieuze grondhouding. Ik houd van religie wanneer die mensen waarden aanreikt die nodig zijn om zinvol te leven, maar ik vind het funest wanneer religie mensen lijkt te ontslaan van de moeilijke zoektocht die het leven is. Religie is geen vangnet, en zeker geen hangmat. Onze persoonlijke tocht moeten we allemaal zelf ondernemen. Ik denk dan aan wat ik het mooiste boek vind: La nausée van Sartre. Daarin lees ik dat een mens het ' être en soi' , de betekenis van de dingen, moet ombuigen naar een ' être pour soi ', een eigen bewustzijn van betekenissen. De mens is zelf de schepper van zijn leven.

Ik geloof in het denkend vermogen van een mens, maar vind wel dat er plaats moet zijn voor het mysterie. Het getuigt van hoogmoed als je denkt dat je uiteindelijk alles rationeel doorgronden kan. Voor mij is de poëzie de plek waar dat mysterieuze me kan opzoeken, waar ik kan twijfelen, waar ik onzeker ben. Taal zoekt een idee, en een idee zoekt taal. Poëzie is daar de openbaring van. Daar niet voor openstaan, zou een amputatie van de werkelijkheid zijn.

De werkelijkheid is zo oneindig rijk dat ik niet direct bezig ben met het al dan niet bestaan van een hogere schepper. Ook de kosmologische zinvraag is veel te groot voor mij. Ik deel die liever op. Het mysterie zit in het hier en nu. Kijk naar de woorden die me toewaaien, de ongelooflijke complexiteit van communicatie, het gesprek dat nu plaatsheeft. Wat is daar de betekenis van? Het antwoord is: dit moment kan maar belangrijk zijn als er geen eigenbelang speelt. Het betere van jezelf geven, dat is de mooiste manier om iemand te dienen. Voor mij betekent het dat ik mijn mooiste ideeën aanreik, en daarmee anderen aan universele betekenissen laat raken. Het is een soort utopisch bezig zijn. Ik wil tijd maken, boeken lezen, schrijven, opdat het beste in mij kansen krijgt en neerdaalt bij anderen. Ik probeer te leven opdat ik 's nachts goed zou slapen. Dat is de ultieme test.

Ik vrees dat ik een eeuwige zoeker ben. Ik heb lang geworsteld met het onvermogen om een definitieve samenhang van de dingen te vinden. Ondertussen heb ik die pretentie niet meer, weet ik dat er enorm veel voldoening kan komen uit het doorzetten van de zoektocht naar de elementen van het bestaan. Ik houd van de schoonheid van het zoeken, geloof eerder in het zoeken dan in het vinden. Poneren ligt me niet. Liever doorgrond ik de twijfel, tast ik onzekerheden af, maak ik het mysterie zichtbaar.

Uiteindelijk zijn we allemaal alleen in deze zoektocht. Lezen, schrijven, muziek beluisteren, piano spelen; dat moet ik in mijn eentje doen. Dan pas kan ik alert zijn voor wat me kan verrijken. Ik vergelijk bewustzijn met een licht. Vele mensen verliezen zich in contacten, hebben elkaar nodig en leiden elkaar af. Er hangt een lampenkap over hun licht, zodat enkel maar een deel van de tafel verlicht wordt. Ik houd van het volle licht, wil naast de tafel ook andere dingen in de ruimte zien. Als ik alleen ben, kan ik me beter concentreren, en komen er associaties of betekenissen die anders geen kans krijgen. In die zin is alleen zijn noodzakelijk. De zin van het leven is dat ik word wie ik in de kiem al was. De weg die ik zelf daartoe heb gevonden, vraagt wat isolement, zodat ik me kan focussen op het goede woord. Ik kan heel gelukkig zijn als ik een mooi vers schrijf. Woorden zijn mijn enige, ware vrienden. Ik sta ermee op en ga ermee slapen.

Toch ben ik geen heremiet. Ik zoek die rake woorden net om contact te leggen. In De tuin van Eden praat ik niet zomaar in de ether. Ik doe het net vanuit een verlangen naar diepe communicatie. Ik ben zielsgelukkig met feedback van luisteraars. Ik geloof zeer sterk in het belang van contact tussen mensen, alleen moet het écht contact zijn."

Bart Stouten, Sapporo blues, Uitgeverij P, 2002; De wijsheid van de wind, Uitgeverij P, 2004 - http://stilleven.skynetblogs.be 

Bart Stouten (Oorspronkelijk verschenen in De Standaard, 5 december 2005)