Heemkunde in Olmen
Buiten enkele artikels van C.B. De ridder in De Meerhoutenaar was er in de 19de eeuw nog maar
weinig interesse voor de geschiedenis van Olmen. Daar kwam verandering in toen
in 1893 in opdracht van de aartsbisschop, iedere pastoor een vragenlijst moest
invullen over de geschiedenis van zijn dorp en parochie. In Olmen waren het
pastoor Meeus en vooral onderpastoor Edward Claesen die een eerste monografie over de geschiedenis van
Olmen schreven.
Enkele jaren later, in 1898, verscheen van de hand van
T. Welvaarts het boek Olmen naar de archieven van Postels abdij. Dan werd het stil rond de geschiedenis van
Olmen tot de Turnhoutenaar A. De Laet
in Olmen onderpastoor werd. Onder zijn leiding werden opgravingen gedaan aan de
Boskapel. Enkele pré-Romeinse potscherven werden
gevonden en zijn nu nog bewaard, de overlevering spreekt echter van opgegraven
urnen (!).
Tussen de 2 wereldoorlogen ging de stimulans voor het
onderzoek van de geschiedenis van Olmen vooral uit van onderwijzers. Door de
interesse die ze via hun opleiding voor de plaatselijke geschiedenis kregen
sloten E. Dillen en A. Mangelschots aan bij de heemkundige kring van De Zuiderkempen. Zij publiceerden enkele artikels in het
tijdschrift van deze vereniging.
Na de tweede wereldoorlog bleef E. Dillen geïnteresseerd
in de geschiedenis van Olmen. Hij bleef het Rijksarchief van Antwerpen bezoeken
en stimuleerde als hoofdonderwijzer de onderwijzers om de geschiedenis van
Olmen te onderzoeken. Pastoor De Winter verzamelde in deze periode gegevens
over de kerkelijke geschiedenis en M. Gevers schreef enkele geschiedkundige en
volkskundige artikels in “Het Volk”. Heemkunde en geschiedenis van Olmen bleven
in deze periode een zaak voor dagbladen en populaire tijdschriften.
Eind jaren ’60 kwam het initiatief voor het bestuderen
van de geschiedenis van Olmen vooral van de studentenbond. Onder impuls van F.
Jennen verzamelde de kring gegevens over de geschiedenis van Olmen. Door G. de
Wolf werd geijverd voor de klassering van de pastorij. Er werd een werkgroep
“Olmen “ opgericht die enkele keren vergaderde in de parochiezaal, bij J.
Janssen thuis, in café Onder de Toren en vooral bij G. De Wolf thuis. Enkele
leden: G. De Wolf, V. Janssen, J. Janssen, F. Jennen, A. Jennen, F. Schroyen, pastoor Campforts. In
deze periode verscheen in 1974 het boekje “Olmen in oude prentkaarten” van F.
Jennen en werd in 1970 een tentoonstelling ingericht over de kunstschatten van
de Willibrorduskerk.
De fusie van Olmen en Balen in 1977 opende nieuwe
perspectieven voor een sterke zelfstandige heemkundige kring. In de statuten
van de Balense kring die op 16 oktober 1977 in het
staatsblad verschenen worden als Olmense stichtende
leden F. Jennen, R. Aerts G. De Wolf en V. Janssen
vermeld. Er werden enkele artikels gepubliceerd in het ledenblad van de Balense kring. De Nete tussen
Balen en Olmen bleek echter te diep. De Olmense leden
begonnen vlug terug als “werkgroep Olmen” te vergaderen. Aanwezigen op de
maandelijkse vergaderingen op zondagvoormiddag waren o.a. G. De Wolf, R. Aerts, J. Swinnen, F. Jennen, J. Leysen, G. Lambrechts, L. Schroyen,
L. Toelen, L. Boven, G. Huygens,
M. Swinnen en later L. de Sy.
In 1983 werd een zelfstandige Olmense
heemkring opgericht. Met kerstmis 1983 verscheen het eerste jaarboek van de Olmense Vereniging voor Heemkunde en Geschiedenis. Op 12
februari 1984 verschenen de statuten van de vereniging in het staatblad.
Ondertussen zijn er al 29 jaarboeken verschenen.
Bestuursleden:
A. Bijlemans (†), H. Bloemmen (†), G. Claes, L. de Sy (†), F. Jennen, G. Lambrechts, W. Sannen,
L. Schroyen, E. Swinnen, J.
Swinnen, M. Swinnen