In
de omgeving van Ieper sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog ongeveer
500 000 mensen, waaronder 200 000 Britten. 170 militaire begraafplaatsen
getuigen van deze droevige episode uit de geschiedenis.
Er
zijn Belgische militaire begraafplaatsen waarvan de grootste Belgische
begraafplaats gelegen is op het grondgebied Houthulst.
Hier liggen ook een tachtigtal Italiaanse soldaten begraven.
Naast
de Britse militaire begraafplaatsen (ongeveer vijfenzeventig Commonwealth
oorlogsbegraafplaatsen op Iepers grondgebied) zijn er Franse militaire
begraafplaatsen (St.-Charles de Potyze).
Op
Iepers grondgebied zijn geen Duitse begraafplaatsen.
U vindt Duitse kerkhoven in Langemark en Vladslo (beeldengroep Käthe
Kollwitz).
In
het West-Vlaams spreken we meestal van de “Engelse kerkhoven”.
De meeste militaire begraafplaatsen bevinden zich niet rond een
kerk, dus spreken we niet van ‘kerkhof’.
Ook het woord “Engels” is niet correct.
“Engels” wil zeggen “van Engeland”. Op de meeste
begraafplaatsen liggen ook doden van een andere nationaliteit: Schotten,
Ieren, Welshmen, maar ook Canadezen, Zuid-Afrikanen, Indiërs, Australiërs,
Nieuw-Zeelanders, Jamaïcanen, Chinezen, ... .
Al
deze volkeren behoorden gedurende de Eerste Wereldoorlog tot het Britse
Rijk. Daarom spreken we van
Britse begraafplaatsen.
Alle
Britse begraafplaatsen in de streek rond Ieper zijn ontstaan tijdens of
kort na de Eerste Wereldoorlog. Sommige
begraafplaatsen lagen tijdens de oorlog aan of dichtbij de frontlijn,
anderen lagen een eind achter het front.
De meeste begraafplaatsen achter het front ontstonden bij een
veldhospitaal of een verbandpost. Op
een begraafplaats liggen soms enkele duizenden soldaten begraven.
Alle
Britse begraafplaatsen hebben een naam.
Die naam verwijst veelal naar de naam die de troepen aan deze plek
gaven tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Andere namen zijn ‘officiëler’: Vlamerthinge New Cemetery is
gewoon de ‘nieuwe’ begraafplaats in Vlamertinge, even buiten de
dorpskom, aangelegd omdat de oude vol was. Soms herkennen we Vlaamse namen
in de Britse naam: Godezonne Farm Cemetery bijvoorbeeld was een
begraafplaats nabij de boerderij van Goudeseune.
Tijdens
de oorlog was het erg moeilijk om de begraafplaatsen te onderhouden
omwille van de nooit ophoudende beschietingen.
De meeste graven droegen alleen een eenvoudig houten kruis.
Hun huidig uitzicht hebben de graven en de begraafplaats pas
gekregen in de jaren 1920, dus enkele jaren na de oorlog.
Ypres
Resevoir cemetry
Opvallend
aan een Britse begraafplaats zijn de gelijkvormige zerkjes van kalksteen,
het goed onderhouden grasveld, de afwisseling van kruidachtige planten en
rozen bij de graven, de omringende lage muur met een poort of een
poortgebouw, het schuilgebouwtje, ....
Op
alle begraafplaatsen vinden we het hoge Offerkruis (Cross of Sacrifice)
van architect Blomfield (ontwerper van de Menenpoort).
Op
het kruis is een metalen zwaard bevestigd.
Soms vind je een Herdenkingssteen (Stone of Remembrance). In de
Herdenkingssteen werd een spreuk gebeiteld: “Their name liveth for
evermore” (Moge hun naam voor altijd voortleven).
Aan
de poort of in het schuilgebouw vinden we meestal een kastje met het
Cemetery Register (register) en Visitor’s Book (bezoekersboek). In het
register worden de namen vermeld van al degenen die in de begraafplaats
begraven werden, met aanduiding van militaire gegevens, sterfdatum,
leeftijd, familiale gegevens en een lettercode.
De lettercode geeft aan waar het graf zich op de begraafplaats
bevindt. Aan de hand van het
plannetje vooraan in het register kunnen we het graf exact lokaliseren.
Vooraan in het register wordt de geschiedenis van de begraafplaats
geschetst en kunnen we er opzoeken hoeveel mensen er begraven liggen en
tot welke nationaliteit zij behoorden.
In het bezoekersboek kan de bezoeker zijn gedachten neerschrijven.
Een
Britse militaire begraafplaats is meestal verdeeld in plots (perken met
een cijfer), en altijd geschikt in rows (rijen met een letter).
Elk graf heeft een nummer. Op
de eerste en de laatste grafsteen van elke rij staat het cijfer van het
perk en de letter van de rij.
Op
vele begraafplaatsen zien we restanten van een bezoek van familieleden of
van een groep: een krans, een ruiker bloemen, een gedicht of een foto.
De
zerken van de geïdentificeerden dragen meestal vier regels gegevens:
stamnummer (in het korps of regiment), voornaam of voorletters,
familienaam, afkorting(en) van militaire onderscheidingen, eenheid,
sterfdatum en leeftijd. Soms
is de sterfdatum op een grafsteen niet nauwkeurig.
Die was na een dagenlang gevecht vaak moeilijk te bepalen.
Ook de leeftijd wordt wel eens verkeerd aangeduid.
Er
is ook een embleem en meestal een kruis uitgehouwen.
Het embleem verwijst naar een korps of regiment.
Op die manier kan je makkelijk herkennen van welk land de militair
afkomstig was: Canada, Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland, … .
Op
de graven van Indiërs en Chinezen vinden we geen embleem, maar daar
kunnen we door het vreemde alfabet makkelijk de graven herkennen.
Soms vinden we in plaats van een kruis een davidster als symbool
van het joodse geloof. In die
ster zien we vijf hebreeuwse letters, het is een letterwoord voor een
wens: “Moge zijn ziel rusten in vrede”.
Als
we geen kruis en geen davidster aantreffen, dan gaat het om iemand van een
ander geloof of zonder geloof.
Op
naamloze graven staat een Latijns kruis tussen de woorden “A soldier of
the Great War” en “Known unto God” (een ongekende soldaat).
|