Het gedrag van paarden
Het gedrag
| Wild dier |
Alle paarden hebben nog steeds een wild dier in zich. Hun natuurlijke instincten beletten hen bepaalde dingen te doen. Paarden zijn prooidieren terwijl mensen roofdieren zijn. Wanneer een paard weigert een trailer in te stappen, zijn voeten te laten oppakken of door een plas water te lopen, probeert het vaak simpelweg zijn leven te redden! Ze hebben dus geen wraaklust en proberen niet met opzet het hun eigenaars moeilijk te maken.
Een paard heeft meestal een goede reden voor zijn gedrag. Het zendt voortdurend signalen uit en het is aan ons, de mens, te ontdekken wat ze hiermee bedoelen en er op de juiste manier op te reageren.
|
| Sociaal |
Paarden zijn sociale dieren die graag vrienden om zich heen hebben. En net als mensen zijn ze afkerig van fysiek contact met vreemden. Het verzorgen van elkaars vacht is voor beide paarden een prettige ervaring. Elkaar aanraken is heel belangrijk voor paarden en versterkt de onderlinge band. Dit geldt ook voor de relatie tussen paard en mens, wanneer een paard zijn eigenaar vertrouwt en aardig vindt, zal het er geen probleem mee hebben als het geaaid of geborsteld wordt.
Wanneer paarden langere tijd geen contact met andere dieren hebben, kunnen er geestelijke, lichamelijke of gedragsproblemen ontstaan.
|
| Dames aan de macht |
Zoals u reeds kon lezen in het deel over het paardenleven in de kudde, leidt een merrie de kudde en niet de hengst. Als zij vlucht, zullen de anderen haar volgen, in dat opzicht zijn paarden 'na-apers'.
Merries verdedigen hun nakomelingen fel. Vaak worden veulens 's nachts of vroeg in de morgen geboren zodat het veulen de tijd krijgt om ongestoord te leren staan en lopen. In het wild is dit essentieel om te overleven, gedomesticeerde paarden bleven dit patroon ook volgen.
|
| Nieuwsgierigheid |
 Zowel wilde paarden als huispaarden zijn nieuwsgierig. Bij het aangespannen rijden kan de nieuwsgierigheid zelfs zodanig storen dat de menner oogkleppen opzet om het gezichtsveld te beperken. De oogkleppen moeten voorkomen dat het paard schrikt door iets wat door zijn nieuwsgierigheid de aandacht trekt.
Onderdrukte nieuwsgierigheid kan in extreme gevallen leiden tot ernstige psychische problemen. Zorg er daarom voor dat uw paard, wanneer het op stal staat, steeds zijn buren, de stalgang of de weiden kan zien. Paarden die de hele dag het gebeuren in de stal kunnen overzien, zijn rustiger en evenwichtiger.
|
| Paarvorming |
Vaak trekken twee paarden naar elkaar toe en ontstaat er een hechte band. Deze paarvorming ontstaat meestal tussen paarden van ongeveer dezelfde leeftijd, hetzelfde geslacht en dezelfde grootte. Daarom is het beter steeds een even aantal paarden in de wei samen te brengen om uitsluiting te voorkomen.
Paarden hebben ruimte nodig, binnen een straal van 4 tot 5 meter laten ze alleen paarden toe die ze mogen en vertrouwen. Een boezemvriend(in) krijgt veel meer vrijheid binnen de persoonlijke ruimte van een paard dan andere soortgenoten, soms eten ze zelfs uit dezelfde bak.
|
| Spelen |
Tijdens het spelen leren veulens en jonge paarden sociale vaardigheden aan en later is het een uiting van levensvreugde. Zowel tijdens het spel met soortgenoten als met zijn verzorger, moet het paard weten wat de grenzen zijn en mag het deze niet overschreiden.
Het eerst speelt een veulen met zijn moeder. Het bijt haar in de manen, hals, staart, halster,… De meeste merries hebben ongelooflijk veel geduld met hun veulen en laten dit alles toe. Naarmate het jonge dier groeit, zal zijn moeder minder geduldig zijn en het scherper terechtwijzen. Maar al snel worden veulens onafhankelijker en blijven langer weg bij hun moeder om de wereld te verkennen.
Veulens onderzoeken alles wat ze tegenkomen met hun mond en hoeven. Door de omgeving af te tasten, zal een veulen bepalen of een domein veilig is of niet.
In het spel met andere veulens oefenen jonge paarden hun galop, wendingen, stops, overgangen, bokken,… Al deze eigenschappen zijn nuttig voor het wilde paard dat zich moet beschermen tegen roofdieren. De instincten van gedomesticeerde paarden bereiden hen nog steeds voor op een leven in het wild.
|
| Universele taal |
Paarden hebben een universele taal, ze gebruiken lichaamstaal, aanraking, geur en geluid. Ze kunnen ook uitstekend onze lichaamstaal lezen en zullen onze geringste aarzeling of twijfel meteen oppikken. Wanneer een trotteur zenuwachtig is tijdens het voorbrengen van een paard zal dit ook een weerslag hebben op de bewegingen van het paard!
|
« Deel IV : Levensdoelen · Samenvatting »
|