Het gedrag van paarden
Levensdoelen
| Bewegingsdrang |
Bewegen is een levensdoel
Bewegen is vanuit deze voorgeschiedenis een vanzelfsprekende bezigheid en het paard zijn aard en bouw zijn er volledig op afgestemd. Bewegingsdrang is een belangrijk onderdeel van zijn psychische gesteldheid. Denk maar aan de trekpaarden die dagenlang hard moeten werken en toch zeer oud kunnen worden, op voorwaarde dat ze de juiste behandeling krijgen en voldoende gevoederd worden. Ze worden meestal alleen ziek wanneer ze uit hun ritme gehaald worden door bijvoorbeeld slecht weer of tijdens feestdagen.
In de vrije natuur beweegt een paard zich zonder tuig of zadel. De natuurlijke bewegingsdrang wordt dan extra belast. Het trekpaard voor een wagen gespannen ondergaat dan ook een heel ander bewegingsritme dan bv. een mustang die vrij ronddraaft.
Hoe dan ook, een paard voelt zich pas goed als het kan bewegen. Dat begint al bij het pasgeboren veulen en houdt pas op aan het einde van zijn leven. Een paard is anatomisch, fysiologisch en psychisch zo gevormd dat het zich voortdurend moet bewegen, de bewegingsdrang is een van zijn levensdoelen. Geen ander dier heeft zo'n sterke bewegingsdrang. Men ontneemt een paard een deel van zijn leven als zijn bewegingsmogelijkheden worden beperkt.
Uitgelaten plezier in het spel
Een belangrijk deel van de bewegingsdrang kunnen de paarden kwijt in spel met soortgenoten. Jonge paarden kunnen urenlang met elkaar in de wei spelen zonder moe te worden. Ze rennen rond, jagen elkaar achterna en springen tegen elkaar op zodat hun voorbenen elkaar raken.
Jonge paarden bewegen tijdens hun spel vaak met een enorme lichaamskracht. Toch is de lichaamsbeheersing groot en een psychische drempel belet de paarden dat ze elkaar verwonden.
Sociaal leven
Paarden zijn voorbestemd voor een sociaal leven, hun behoefte aan spel kan alleen ontplooid worden in de sociale omgang met andere paarden. Veulens en jonge paarden die opgroeien zonder contact met soortgenoten missen een belangrijk deel in hun ontwikkeling.
Speldrang is ook een graadmeter voor de ontwikkeling van het paard: hoe vrolijker jonge paarden met elkaar spelen, des te beter komen hun natuurlijke talenten in latere prestaties tot uiting.
Gevolgen van de domesticatie
In West-Europa is het paard geen werkdier meer : de mijnpaarden zijn niet meer nodig en in de landbouw zijn de paarden vervangen door tractoren. Dikwijls waren mens en paard twee kameraden die elkaar hielpen in goede en slechte tijden.
Het paard dat ooit het statussymbool van ridders en vorsten was, is nu een sportkameraad geworden van vele mensen. Het paard is geen economische noodzaak meer, maar een hobby. De verzorging van een paard eist veel tijd en geld en daaruit spreekt de waardering van de mens voor deze dieren.
Bewegen is de grondslag voor de gezondheid en psychische stabiliteit van paarden.
Goede verzorging, een op het werk afgestemde gezonde voeding en veel beweging vormen de pijlers voor de gezondheid van het paard. Wanneer het paard niet voldoende kan bewegen, wordt een belangrijke dimensie van het sociale gedrag onderdrukt en volgen daaruit zowel lichamelijke als psychische problemen.
|
| Onderzoekingsdrang |
Een paard heeft ook de drang zijn omgeving continu te onderzoeken. Dit veronderstelt een hoog niveau van bezigheden, gevoelige zintuigen en intelligentie. In de vrije natuur is het van levensbelang om voortdurend op te letten en steeds te observeren wat er in de directe en verdere omgeving gebeurt.
Een grazend paard heeft steeds een deel van zijn zintuigen op zijn omgeving gericht en kan daardoor bij iedere bedreiging bliksemsnel op de gepaste manier reageren.
|
« Deel III : Loopdieren · Deel V : Gedrag »
|