
|
Spasticiteit is een probleem waar tot 90 % van de patiënten in meer of mindere mate last van hebben. Naast kinesietherapie en hydrotherapie (bv. koude douches) bestaan er voor dit probleem een tweetal medicijnen ter beschikking nl. Tizanidine (Sirdalud) en Baclofen (Lioresal). Tizanidine heeft vooral slaperigheid als bijwerking, Baclofen krachtsvermindering. Verder is er ook nog Valium, Dantrium en Cortisone.
Beven is een zeer invaliderend symptoom. Men kan het proberen te behandelen met Clonazepam (Rivotril) met als belangrijkste nevenwerking sufheid, of met Propranolol (Inderal) met als beperkende factor bloeddrukdaling en moeheid. In bepaalde gevallen heeft de bevestiging van kleine gewichtjes aan de ledematen een gunstig effect. Blaasstoornissen kunnen behandeld worden door het geven van bv. oxbutynine chloride (Ditropan) voor moeilijkheden om de urine op te houden. Het onvolledig uitplassen kan men proberen bij te sturen door prazosine HCL (Minipress) of Terazosine (Hytrin), dit ondere strikt volgen van de bloeddruk. Andere veel gebruikte methoden om deze klachten te verbeteren zijn intermittente (zelf)sondage, condoomcatheter. Het gebruik van een verblijfscatheter dient zo lang mogelijk uitgesteld te worden. Moeheid. Naast het zo efficiënt mogelijk verdelen van de energie bestaat de mogelijkheid om een proefbehandeling van amantadine (Amantan) te geven. Dit geeft tot ongeveer 1/3 van de MS-patiënten met moeheid een verbetering. Pijn is gewoonlijk ter hoogte van het gelaat gelocaliseerd maar kan over eender welk zenuwgebied verlopen. Deze pijn kan heel hevig en invaliderend zijn. Een snelle, adequate behandeling is dan ook nodig. Meestal gebruikt met het anti-epilepticum carbamazepine (Tegretol) in opklimmende dosis. Nadeel is dat het middel nog al eens de kracht ondermijnt en dat er in het begin frequente bloedcontroles dienen te gebeuren. Andere mogelijke behandelingen zijn : combinatie van melitraceen (Dixeran) of met flupentixol (Fluanxol). Neurochirurgisch ingrijpen is vaak een oplossing als medicatie niet helpt. Bij aanslepende pijnproblematiek kunnen antidepressiva ondersteunend werken. |
|
Interferon B - 1b (Betaferon - Schering)
wordt gekweekt op bacteriële cellijnen en is een produkt dat licht verschilt van het menselijk beta-interferon. Over dit produkt bestaat de meeste wetenschappelijke informatie. Het zou het aantal opflakkeringen verminderen met 34 %. De ernst van de opstoten verminderde en veroorzaakte minder ziekenhuisopnames en cortisonegebruik. De MRI-letsels waren beduidend minder. Deze gegevens bleven positief na 3 jaren. De belangrijkste nevenwerkingen bestaan uit locale huidreacties ter hoogte van de injectieplaats en een grieperig gevoel. Er kan soms moeheid en een depressieve stemming ontstaan. Ook merkt men dat een deel van de behandelde patiënten antistoffen ontwikkelen tegen beta-interferon, wat niet noodzakelijk betekent dat het effect volledig zou verdwijnen. |
|
Interferon-beta 1a (Rebif Serono en Avonex Biogen)
wordt bekomen ia kweek van zoogdiercellen en heeft dezelfde samenstelling als het menselijke product. Uit een belangrijke publicatie en een aantal wetenschappelijke mededelingen op congressen, blijkt dat naast minder opstoten en minder actieve letsels op de MRI-scan ook minder toename van neurologische tekens is. De nevenwerkingen zijn vergelijkbaar met deze van Interferon-beta 1b. Zelf gaan we deze behandeling opstarten in september 1999. We zijn van plan onze ervaringen hiermee nauwkeurig bij te houden. |
|
Copolymeer-I (Copaxone)
Copolymeer bestaat uit korte stukjes synthetisch eiwit die lijken op myeline. Het produkt toonde in 1983 reeds licht positieve resultaten bij chronisch progressieve MS. Copolymeer-I heeft weinig nevenwerkingen. |

|
Lees mijn gastenboek !
Teken my dreambook ! |
|
Terug naar MS-Index
|
![]() |