Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: meervouden, er is / er is niet
(c) Johan Vandewalle 2015

1. Vertaal. Druk meervouden uit.


1. vriend, vrienden
2. dönerverkoper, -verkopers
3. gerecht, gerechten
4. restaurant, restaurants
5. dessert, desserts
6. druif, druiven
7. citroen, citroenen
8. meloen, meloenen

2.


1. telefoonnummer, telefoonnummers
2. wijnglas, wijnglazen
3. aardappelgerecht, -gerechten
4. schoolvriend, -vrienden
5. bierfles, bierflessen
6. toeristenbus, - bussen
7. straatkind, straatkinderen
8. appelthee, appeltheetjes

3. Vertaal. Uitdrukkingen met een meervoud erin.


1. onze vrienden
2. in de restaurants
3. in de theeglazen
4. in de moskeeën
5. je kinderen
6. zijn peren
7. in jullie flats
8. in mijn liedjes

4. Vertaal. Het verschil tussen "is" en "er is".


1. Het water is warm.
2. Er is warm water.
3. De gerechten zijn lekker.
4. Er zijn lekkere gerechten.
5. Het restaurant is goed.
6. Er is een goed restaurant.
7. Het huis is niet nieuw.
8. Er is geen nieuw huis.

5. Vertaal. Zinnen met "er is" en een plaats.


1. De wijn is in zijn huis.
2. Er is wijn in zijn huis.
3. Er is geen bier in onze winkels.
4. Er is tomaat in de soep.
5. Er is geen alcohol (alkol) in de desserts.
6. Is er water in uw glas?
7. Is er geen krant in je huis?
8. Er is geen soep meer in het restaurant.