Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: genitief, bezitsverbinding en "hebben"
(c) Johan Vandewalle 2015

1. Vertaal. Druk "bezitters" uit met de genitief.


1. van Ayşe
2. van de man
3. van de dokter
4. van u
5. van het kind
6. van de klant
7. van Atatürk
8. van mij

2.


1. van mijn vriend
2. van de zangers
3. van onze koning
4. van jullie land
5. van onze kinderen
6. van zijn paraplu
7. van je flat
8. van hun zoon

3. Vertaal. Vorm bezitsverbindingen ("bezitter" + "voorwerp van bezit").


1. de kaart van mijn land
2. de gedichten van Fakı
3. de koffie van de klant
4. in het restaurant van uw vriend
5. het glas van Ülkü
6. de prijs van dit lekkere gerecht
7. het nieuwe adres van onze leraar
8. in de school van uw dochter

4. Vertaal. Het verschil tussen "van" en "is van".


1. Deze paraplu is van Yasemin.
2. Dit is de paraplu van Yasemin.
3. Dit huis is niet van mijn vriend.
4. Dit is niet het huis van mijn vriend.
5. Deze auto is van ons.
6. Dit is onze auto.
7. Is deze rekening van jou?
8. Is dit jouw rekening?

5. Vertaal. Druk het begrip "hebben" uit.


1. Yasemin heeft een paraplu.
2. Deze vriend heeft drie kinderen.
3. Hebben jullie een mooi huis?
4. Ik heb een flat in Ankara.
5. Mijn zoon heeft geen auto.
6. De president heeft een zoon en een dochter.
7. Uw restaurant heeft een mooie naam.
8. We hebben een beroemde dichter.