Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: het werkwoord "zijn", 3e persoon enkelvoud
(c) Johan Vandewalle 2015

1. Vertaal. Bevestigende zinnen met 3e pers. enk.


1. Ali is moslim. Ali 
2. Hij is vrijgezel.
3. Zij is de dochter van de premier.
4. Zij is in het restaurant van haar vader.
5. Hij is van Marmaris.
6. Mevr. Nurşen is twintig jaar oud. Nurşen Hanım

2. Vertaal. Ontkennende zinnen met 3e pers. enk.


1. Ahmet is geen architect. Ahmet 
2. Dhr. Mustafa is niet in ons restaurant. Mustafa Bey 
3. Zij is niet in haar flat.
4. Hij is de vriend van Ayla niet.

3. Vertaal. Vragende zinnen met 3e pers. enk.


1. Is je vader gelukkig? Baban 
2. Is Rıza (een) Turk? Rıza 
3. Is zij ziek?
4. Is deze vrouw jullie koningin? Bu kadın 
5. Is deze man de zoon van de president? Bu adam 

4. Vertaal. Vragend-ontkennende zinnen met 3e pers. enk.


1. Is de premier niet tevreden? Başbakan 
2. Is mijnheer de dokter niet thuis? Doktor Bey 
3. Is die vrouw uw moeder niet? O kadın