Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: het werkwoord "zijn", 3e persoon meervoud
(c) Johan Vandewalle 2015

1. Vertaal. Bevestigende zinnen met 3e pers. mv.


1. Ze zijn ziek.
2. Ze zijn in de winkel van de vader van Ayşe.
3. Ze zijn in ons huis.
4. Ze zijn toerist(en).

2. Vertaal. Ontkennende zinnen met 3e pers. mv.


1. Ze zijn morgen niet vrij.
2. Ze zijn niet jong.
3. Ze zijn niet in hun dorp.
4. Ze zijn onze vrienden niet.

3. Vertaal. Vragende zinnen met 3e pers. mv.


1. Zijn ze in het restaurant?
2. Zijn ze tevreden?
3. Zijn ze vrijgezel?
4. Zijn ze gehuwd?
5. Zijn ze in de hoofdstad?

4. Vertaal. Vragend-ontkennende zinnen met 3e pers. mv.


1. Zijn ze hier niet gelukkig?
2. Zijn ze vanavond niet vrij?
3. Zijn ze niet op jullie school?
4. Zijn ze niet in het ministerie?
5. Zijn ze niet van Antalya?