Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: werkwoorden in de onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
(c) Johan Vandewalle 2015

1. Vertaal. Bevestigende zinnen in de OTT.


1. Ik spreek.
Ben  
2. Wij zitten gezellig te praten.
Biz  
3. Jullie werken.
Siz  
4. Hij begrijpt (het).
 
5. Ze vliegen.
Onlar  
6. Jij ziet.
Sen  

2. Vertaal. Ontkennende zinnen in de OTT.


1. U komt niet.
Siz  
2. Ik blijf niet.
Ben  
3. Jij spreekt niet.
Sen  
4. Hij ziet niet.
 
5. Wij willen niet.
Biz  
6. Zij werken niet.
Onlar  

3. Vertaal. Vragende zinnen in de OTT.


1. Weet jij (het)?
Sen  
2. Leeft hij?
 
3. Kennen jullie mekaar (of: maken jullie kennis)?
Siz  
4. Vertrekken wij?
Biz  
5. Willen zij?
Onlar  
6. Ken ik (hem)?
Ben  

4. Vertaal. Vragend-ontkennende zinnen in de OTT.


1. Ga jij niet?
Sen  
2. Weten ze (het) niet?
Onlar  
3. Willen jullie niet?
Siz  
4. Begrijpen ze (het) niet?
Onlar  
5. Spreek ik niet?
Ben  
6. Blijven we niet?
Biz