Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: zinnen in de OTT met een Doel / Plaats / Bron.
(c) Johan Vandewalle 2015

1. Vertaal. Zinnen in de OTT met een Doel.


1. Ik ga naar het restaurant.
 
2. Komen ze naar ons hotel?
 
3. Wij verkopen niet aan toeristen.
 
4. Je vertrekt naar Bodrum.
 
5. Gaan jullie niet naar jullie school?
 
6. Hij vertelt (het) aan zijn leraar.
 
7. Vliegt hij naar de hoofdstad van het land?
 
8. Je komt niet naar mijn winkel.
 

2. Vertaal. Zinnen in de OTT met een Plaats.


TR>
1. Jullie leven in ons land.
 
2. Werken ze niet in het museum?
 
3. Ik bevind me in het vliegtuig.
 
4. Wij wonen in het stadscentrum.
 
5. In welk hotel verblijf je?
 
6. We praten gezellig in het café.
 
7. Ze ontmoeten/zien elkaar in het ministerie.
 
8. We bevinden ons in de haven van Kuşadası.
 
9. Verblijf je niet in het huis van je vader?
 
10. Hij logeert niet in mijn flat.
 

3. Vertaal. Zinnen in de OTT met een Bron (of Weg).


1. Hij vertrekt vanuit het busstation.
 
2. Zij komen uit jullie dorp.
 
3. Passeren we door de Bağdatlaan?
 
4. Ik kom van mijn werk.
 
5. Ik koop (het) van de antiquair.
 
6. Langs welke weg gaan jullie?
 
7. We komen van het reisagentschap.
 
8. Kom jij niet van je school?
 
9. Ze komen uit de hele wereld.
 
10. We passeren door de straat van onze leraar.