Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: zinnen in de imperatief, 1e persoon enkelvoud en meervoud.
(c) Johan Vandewalle 2015

1. Vertaal. Bevestigende zinnen met imperatief 1e pers. enk. of mv.


1. Laat ik de deur openen.
 
2. Laat ik mijn naam op het bord schrijven.
 
3. Laat ik even nadenken.
 
4. Laat ik de passagiers die in de bus zitten tellen.
 
5. Laat ik u (aan u) mijn adres zeggen.
 
6. Laten we de zin naar het Turks vertalen.
 
7. Laten we onze schriften dichtdoen.
 
8. Laten we aan de nieuwe leerling onze klas tonen.
 
9. Laten we het liedje van Âşık Veysel zingen.
 
10. Laten we buitengaan uit de kamer van de zieke.
 

2. Vertaal. Ontkennende zinnen met imperatief 1e pers. enk. of mv.


1. Laat ik je niet storen.
 
2. Laat ik de afbeelding niet aan de muur hangen.
 
3. Laat ik vanavond niet naar de bioscoop gaan.
 
4. Laten we onze taal niet vergeten.
 
5. Laten we geen moeilijke woorden gebruiken.
 
6. Laten we in onze huiswerken geen fouten maken.
 
7. Laten we niet naar deze film kijken.
 

3. Vertaal. Vragende zinnen met imperatief 1e pers. enk. of mv.


1. Zal/moet ik zwijgen?
 
2. Zal/moet ik de betekenis van het woord uitleggen?
 
3. Zal/moet ik op uw vraag antwoorden?
 
4. Zal/moet ik mijn moeder zoeken?
 
5. Zal/moet ik je vriend wat geld geven?
 
6. Zullen/moeten we aan ons programma beginnen?
 
7. Zullen/moeten we het laatste liedje van Tarkan beluisteren?
 
8. Zullen/moeten we het gedicht in het Nederlands vertalen?
 
9. Zullen/moeten we dit aan uw buren vertellen?
 
10. Zullen/moeten we de luchthaven binnengaan?
 

4. Vertaal. Vragend-ontkennende zinnen met imperatief 1e pers. enk. of mv.


1. Moet/zal ik niet verder doen?
 
2. Moet/zal ik vandaag niet in uw restaurant werken?
 
3. Moeten/zullen we de deur van de gastenkamer niet openen?
 
4. Moeten/zullen we Ali’s broers en zussen niet inlichten (bericht geven aan)?