Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: zinnen in de imperatief, 2e persoon enkelvoud en meervoud.
(c) Johan Vandewalle 2015

1. Vertaal. Bevestigende zinnen met imperatief 2e enk. of mv.


1. Loop/stap traag!
 
2. Geef je huiswerk aan je leraar!
 
3. Let op in de les!
 
4. Zet Ahmets tas in de auto!
 
5. Zeg “Welkom” tegen de gasten!
 
6. Gaan jullie (over) naar het salon!
 
7. Toon (mv.) mij jullie paspoorten!
 
8. Tel (mv.) de kinderen die in de klas zijn!
 
9. Denk (mv.) vijf minuten na!
 
10. Luister (mv.) goed naar mij!
 
11. Hou (mv.) van de dieren!
 
12. Lees (mv.) de adressen!
 

2. Vertaal. Ontkennende zinnen met imperatief 2e enk. of mv.


1. Ween niet!
 
2. Trek niet (aan) Ayşe’s haren!
 
3. Herhaal het woord niet!
 
4. Gelijk niet op Hoca!
 
5. Toon dit niet aan je vader!
 
6. Vergeet (mv.) dit mooie spreekwoord niet!
 
7. Gebruik (mv.) geen alcohol!
 
8. Doe (mv.) onze koffers niet open!
 
9. Geef (mv.) de perziken niet aan het kind!
 
10. Stoor (mv.) ons niet!
 
11. Ga (mv.) niet buiten uit jullie kamers!
 
12. Ga (mv.) niet binnen in de sportwinkel!
 
13. Rook (mv.) niet in de gangen van de school!