Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: zinnen in de imperatief, 3e persoon enkelvoud en meervoud.
(c) Johan Vandewalle 2015

1. Vertaal. Bevestigende zinnen met imperatief 3e enk. of mv.


1. Dat uw vriend zwijgt!
 
2. (We willen) dat jouw zoon een mooi liedje zingt!
 
3. (Ik wil) dat uw dochter om halfnegen op school is (zich bevindt)!
 
4. Dat deze man de winkel buitengaat!
 
5. Dat Ahmet elke avond enkele bladzijden leest!
 
6. Dat de kinderen maar beginnen!
 
7. Dat de leerlingen hun familienamen op het bord schrijven!
 
8. Dat ze de oefeningen thuis maken!
 
9. Dat de leerlingen op de uitspraak letten!
 
10. Dat de politici dit uitleggen aan het volk!
 
11. Dat ze trager praten!
 
12. Dat ze ons alfabet leren!
 

2. Vertaal. Ontkennende zinnen met imperatief 3e enk. of mv.


1. Dat je vader ons niet in het park ziet!
 
2. (Ik wil) dat het niet regent op het feest!
 
3. Dat de vakantie niet zo vlug voorbijgaat!
 
4. Dat uw zoon zijn huiswerk nooit meer (niet nog eens) thuis vergeet!
 
5. Dat ze de kaart niet aan de muur hangt!
 
6. Dat ze niet lachen!
 
7. Dat ze ‘s avonds geen koffie drinken!
 
8. Dat ze geen bananen eten in de lessen!
 
9. Dat de leerlingen deze fout nooit meer maken!
 

3. Vertaal. Vragende zinnen met imperatief 3e enk. of mv.


1. Is het wenselijk dat de dokter naar uw huis komt?
 
2. Moet de zieke vrouw in haar kamer blijven?
 
3. Moet de bus om 4 uur ‘s morgens vertrekken?
 
4. Moet de leraar aan jouw oren (kulak) trekken?
 
5. Moet mijnheer Ahmet dit vertalen naar het Turks?
 
6. Is het wenselijk dat de leerlingen dag en nacht werken?
 
7. Moeten onze gasten op hun stoelen gaan zitten?
 
8. Is het wenselijk dat de kinderen iets tegen de president zeggen?
 
9. Moeten de reizigers hun pastpoorten laten zien?
 
10. Moeten de vrienden mevrouw Nurcan zoeken?
 

4. Vertaal. Vragend-ontkennende zinnen met imperatief 3e enk. of mv.


1. Moet een kind niet naar zijn vader luisteren?
 
2. Moet zijn moeder niet om halfeen naar school komen?
 
3. Moeten ze niet kennismaken?