Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden voor personen en zaken.
(c) Johan Vandewalle 2015

1.Vertaal. Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden voor personen.
1. Kleintje, waar is het Zee-museum?
 
2. De zieke stapt heel traag.
 
3. Uit welk land komen deze "schonen"?
 
4. Laten we de Walt Disney film niet aan de groten maar aan de kleintjes tonen.
 
5. Gehuwden leven langer dan vrijgezellen.
 
6. Dat de zwaarlijvigen aan hun gezondheid denken en een dieet volgen!
 
7. Deze vreemdelingen leren Turks op school.
 

2. Vertaal. Zelfstandig gebruikte bijvoeglijke naamwoorden voor zaken.


1. De oude is duurder dan de nieuwe.
 
2. Welke is de lekkerste?
 
3. Geeft u ons niet de grote, we willen de kleine.
 
4. Het beste is: laten we naar ons hotel gaan.
 
5. Doen jullie vandaag maar de gemakkelijke (mv.), doe de moeilijke (mv.) morgen.
 
6. Neem de kapotte mee, en breng een nieuwe.
 
7. De blauwe zijn even oud als de witte.