Back to Orientaal's class-room

Vertaaloefening: zinnen in de voltooid tegenwoordige tijd (VTT).
(c) Johan Vandewalle 2015

1. Vertaal. Bevestigende zinnen in de VTT.


1. Ik ben geboren in een klein dorp.
 
2. U hebt 1000 TL gewonnen!
 
3. In het ongeval zijn twee reizigers gewond.
 
4. Waar is deze mooie foto genomen?
 
5. We hebben uw boek in de klas gelezen.
 
6. Onze zoon is in de maand augustus besneden.
 
7. De vader van mijn vriend is gisteren gestorven.
 
8. Ik heb mijn kinderen deze morgen met de wagen naar school gevoerd.
 
9. De gast heeft voor jou een geschenk meegebracht.
 
10. We vonden de kilim (die) aan de muur (hing) erg mooi.
 
11. De kelner heeft de theeglazen nog eens gevuld.
 
12. Een buitenlandse toerist heeft mij de weg gevraagd.
 
13. Hoe laat ben je gisterenavond gaan slapen?
 
14. De leerling heeft tien minuten nagedacht en heeft verkeerd geantwoord.
 
15. Op de begrafenis hebben we kennis gemaakt met de dochter van een minister.
 
16. Ik heb het Turks in een jaar geleerd.
 

2. Vertaal. Ontkennende zinnen in de VTT.


1. Ik heb uw grote zus niet in het park gezien.
 
2. U hebt de deur van uw kamer niet dichtgedaan.
 
3. We hebben geen raam geopend.
 
4. Je hebt geen pantoffels aangetrokken.
 
5. Waarom hebben jullie ons niet bezocht?
 
6. Onze baby is nog niet geboren.
 
7. Mijn zonen hebben niet gestudeerd aan de Hacettepe Universiteit.
 
8. De buitenlandse toeristen hebben hun schoenen niet uitgedaan.
 
9. Ik heb deze foto's niet aan jouw moeder getoond.
 
10. We hebben geen moeilijkheden ondervonden om de man te begrijpen.
 
11. De kok heeft geen alcohol gebruikt in de gerechten.
 
12. Je hebt twintig jaar in België gewoond, maar je hebt het Nederlands niet geleerd.
 
13. Jullie hebben jullie eten niet opgegeten.