Stammen herkennen: is het een Stam I of een Hogere
Stam?
(c) Johan Vandewalle 2003
Stam-I-werkwoorden herken je gemakkelijk aan het feit dat ze opgebouwd zijn uit slechts één klinker (kort of lang) + 3 of 2 medeklinkers afhankelijk van de lengte van die klinker. (Opgelet: vergeet niet dat de lettercombinaties "dh", "DH", "gh", "kh", "sh" en "th" elk maar één klank voorstellen en dus elk maar als één medeklinker geteld worden.) Vier verschillende configuraties van klinker en medeklinkers kunnen worden onderscheiden:
| Stam I | = één korte klinker + drie medeklinkers: | -qfiz, -Hlum, -qbal | (patroon = CCvC) |
| -rinn, -murr, -baHH | (patroon = CvCC) | ||
| Stam I | = één lange klinker + twee medeklinkers: | -duum, -siir, -haab | (patroon = CvvC) |
| -Hmii, -bduu, -nsaa | (patroon = CCvv) |
Iedere stam met meer dan één klinker en/of meer medeklinkers dan toegestaan bij een Stam I is een Hogere Stam.
Hogere Stammen zijn afgeleid uit Stam I
| II: | door de 2e wortelmedeklinker te verdubbelen | -darris | (uit -drus) |
| III: | door -aa- in te lassen na de 1e wortelmedeklinker | -kaatib | (uit -ktub) |
| IV: | door (a)- voor te voegen | -(a)diir | (uit -duur) |
| V: | door de 2e wortelmedeklinker te verdubbelen + ta- voor te voegen | -ta2arraf | (uit -2rif) |
| VI: | door -aa- in te lassen na de 1e wortelmedeklinker + ta- voor te voegen | -taqaabal | (uit -qbal) |
| VII: | door n- voor te voegen | -nTaliq | (uit -Tluq) |
| VIII: | door -t- in te lassen na de 1e wortelmedeklinker | -ftakir | (uit -fkur) |
| X: | door sta- voor te voegen | -stafhim | (uit -fham) |
- Leiden deze regels tot opeenvolgingen van 3 medeklinkers (in II, VII,
VIII), dan lost men een extra korte klinker in.
- In de resulterende vormen past men de klinkers altijd zo aan dat
er een a/aa komt in de eerste lettergreep en een i/ii in
de tweede (indien voorhanden). Toevoeging van ta- gaat echter altijd
gepaard met het veranderen van alle klinkers in a-klinkers.