Verleden tijden vormen: 3de persoon bij alle werkwoordtypes
(c) Johan Vandewalle 2003
Om de 3de persoon mannelijk enkelvoud van de verleden tijd (die gelijk is aan de verleden-tijd-stam) te vormen moet je in de meeste gevallen de laatste klinker en/of het begin van de vorm aanpassen:
REGEL VOOR DE KLINKER VAN DE VERLEDEN TIJD:
Bij Hogere-Stam-werkwoorden is het heel gemakkelijk:
1. vervang de laatste klinker altijd door een a-klinker (a
indien kort of aa indien lang). Bij Stam V en VI die al a-klinkers
hebben is er bijgevolg geen enkel verschil tussen de stam van de tegenwoordige
tijd en die van de verleden tijd.
Bij Stam-I-werkwoorden komen hier nog twee puntjes bij:
1. vervang de laatste klinker door een a-klinker (a of
aa), maar...
2. door i of iy indien het om een "-fham werkwoord"
of een "-nsaa werkwoord" gaat, d.w.z. een gezond Ia werkwoord
(met structuur -CCaC) of een onvolledig Ia werkwoord (met
structuur = -CCaa). (waarin C = consonant, medeklinker)
3. tenslotte zijn er werkwoorden die hun klinker tegen bovenstaande
regels in behouden, dergelijke klinkers geven we in de Stam aan met een
asterisk: a*/aa*, i*, u* = klinkers te bewaren in
de verleden tijd.
REGEL VOOR HET BEGIN VAN DE VERLEDEN TIJD:
Verleden tijden mogen nooit met twee medeklinkers beginnen. Heeft de stam van de tegenwoordige tijd twee medeklinkers aan het begin, pas dit begin dan als volgt aan (is er maar één medeklinker, dan is er geen probleem):
- Bij Hogere-stam-werkwoorden voeg je de hulpklinker e voor de stam
- Bij Stam-I-werkwoorden scheid je de medeklinkers van mekaar door een a in te lassen tusen beide.
Vorming van de 3de persoon vrouwelijk enkelvoud en de 3de persoon meervoud
Eens je de verleden-tijd-stam, identiek aan de 3de persoon mannelijk
enkelvoud, hebt afgeleid, hoef je slechts -at en -uu toe
te voegen om de 3de persoon vrouwelijk enkelvoud en de 3de persoon meervoud
te vormen. Eindigt de verleden-tijd-stam op een lange klinker aa,
dan vervalt die aa voor -at en -uu om een conflict
tussen de klinkers te vermijden.