Lijst rashondenboek

 

 

Kort of gladhaar

Krulhaar met meekomende ondervacht

 

Appenzeller Sennenhond

Chesapaeke bay retriever

Basset

curly coated retriever

Black and Tan Terrier

wetterhound

Boston Terrier

 

Engelse Bulldog

Kort tot middenlang zijdehaar

Bull Terrier

 

Dalmatische hond

Amerikaanse cocker spaniel

Duitse dog

cavelier king charles spaniel

Gladharige Fox Terrier

cocker spaniel

Manchester Terrier

engelse setter

Mopshond

gordon setter

Podenco Ibicenco, kortharig

ierse setter

Pronkrug

japanse spaniel

Basenji

king charles spaniel

Beagle

saluki

Bloedhond

teckel, langharig

Boxer

vlinderhondje

Bullmastiff

 

Chihuahua kortharig

Honden met zacht dekhaar en ondervacht

Doberann Pincher

 

Faraohond

Barsoi

Italiaans windhondje

Berghond van de maremmen

Mastiff

chihuahua, langarig

Pincher

flat coated retriever

Pointer

golden retriever

Sloughi

hovawart

Whippet

landseer

Teckel kortharig

pyreneese berghond

Weimaraner

stabyhound

 

tibetaanse spaniel

Korte stokhaar met weinig of veel ondervacht

berner sennenhond

 

new foundlander

Hollandse herder, kortharig

sint bernard langharig

Labrador

 

Mastiff

langhaar met mozaïekverharing en

Rotweiler

een ondervacht met blokverharing

Schipperke

 

 

bearded collie

Stokhaar met ondervacht

bergamasco

 

bobtail

Akita Inu

briard

Australische Veedrijverhond

lhasa apso

Chow Chow, kortharig

schapendoes

Duitse herder

shi tsu

Karelische berenhond

tibetaanse terrier

Alaskan Malamute

 

Sint Bernard kortharig

langharige zijdehaar

Collie kortharig

 

Corgi

afghaanse windhond

Siberian Husky

leeuwhonje

 

maltezer leeuw

Langharige Stokhaar

silky terrier

 

soft coated weathen terrier

Alaskan Malamute

yorkshire terrier

Border Collie

 

Collie, langharig

Krulharige zijdehaar

Groenendaeler

 

Keeshond

barbet

Samojeed

bedllington terrier

Tervurense herder

bichon frise

Chow Chow, langharig

bologneze

Eskimohond

kerry blue terrier

Hollandse herder langharig

poedel

Kuvasz

pumi

Shelti

 

 

Viltvacht

Ruwharige vachten

 

 

Komondor

Affenpincher

puli

Australische terrier

bergemasso

bouvier

 

dandy dinmont terrier

 

draadharige fox terrier

 

hollandse herder, ruwharig

 

ierse terrier

 

lakeland terrier

 

norfolk terrier

 

podenco ibicenco ruwharig

 

schotse terrier

 

teckel ruwharig

 

west highland white terrier

 

airedaile terrier

 

belgische griffon

 

border terrier

 

cairn terrier

 

deerhound

 

draadharige duitse staande jachthond

 

hollandse smous

 

ierse wolfshond

 

laekense herder

 

otterhound

 

schnauzer

 

sealyham terrier

 

welsh terrier

 

 

 

aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa

AFFENPINSCHER

Algemeen

 


Oorspronkelijke benaming: Affenpinscher

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 2 – Sectie 1.1

 

Land van oorsprong: Duitsland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Ruwhaar.

 

Soort vacht: Dubbele, open vacht.

 

Soort verharing:

 

In regel twee maal per jaar met blokverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Voor de normale onderhoudsbeurten maakt men gebruik van de poetsborstel, een pinnenborstel en ook nog van een wijdgetande kam. De universeelborstel kan gebruikt worden bij warrig haar en bij klitten.

 

Ruiperiode: Deze honden moeten minstens twee maal per jaar geplukt worden om de dode haren uit de vacht te verwijderen. Men kan gebruik maken van een plukmesje, krijtpoeder, rubber vingertoppen, vingerlingen, een universeelborstel bij zeer vol en warrig haar.

 

Trimtechniek:

 

-          Plukken (twee maal per jaar, indien nodig).

 

 

Gezondheid/ziekte

 

Geen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Bij onbekend bezoek zal de Affenpinscher zich afwachtend gedragen, eens het ijs gebroken is zullen de bezoekers vriendelijk worden begroet.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Met soortgenoten kan de Affenpinscher het prima vinden.

 

 

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Levendig

-          Vrolijk

-          Vriendelijk

-          Waaks

-          Onverschrokken

-          Aanhankelijk

-          Pienter

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Werd gebruikt als ongediertebestrijder en als huishond.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Tussen 25 en 30 cm.

 

Gewicht:

 

-          Tot 4 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Aapachtig hoofd

-          Korte voorsnuit

-          Schaargebit

 

Kleur:

 

Zuiver zwart. Zwart met bruine of grijze aftekeningen is toegestaan.

AFGHAN

AFGHAN

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Afghan

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 10 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Engeland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Lang zijdehaar.

 

Soort vacht: Enkele vacht

 

Soort verharing: Mozaïekverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Onderhoud:

 

Borstelen met een zachte borstel, in laagjes, beginnende onderaan naar boven toe en van achteren naar voren. Ga voorzichtig te werk om zoveel mogelijk ondervacht te sparen.

Verder gebruikt men ook nog de poetsborstel en een wijdgetande kam, bij klitvorming kan men een iets hardere borstel gebruiken.

 

Trimtechniek: Dit is oorspronkelijk een type vacht dat in zijn originele staat gehouden wordt.

 

Toiletteren:

 

-          Goed borstelen

-          Nakammen

-          Bij lichte klitte, zachte kromme pennenborstel en als het moet een gewonen universeelborstel gebruiken

-          Bij volledig geklitte honden kan een klittenkam of een viltkam gebruikt worden

-          Voetzooltjes haarvrij maken

-          Na het wassen en föhnen voeten rond knippen

-          Regelmatig wassen, ongeveer om de 4 weken

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Heupdysplasie

-          Grauwe staar

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Ze zijn nogal terughouden tegenover mensen. Met de kinderen van het gezin zal hij het goed kunnen vinden op voorwaarde dat hij met respect wordt behandeld.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Reuen kunnen zich nogal dominant opstellen tegenover andere reuen.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Onafhankelijk

-          Trots en waardig

-          Binnen rustig, buiten zeer beweeglijk

-          Intelligent, maar niet volgzaam of slaafs

-          Moedig

-          Waaks

-          Niet luidruchtig

-          Hij gaat alles na wat beweegt

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Hij werd voornamelijk gebruikt als waak- en gezinshond op de vlakten werd hij ook gebuikt bij de jacht op tweehoevig wild, woestijnvossen en konijnen, soms ook als schapenhoeder.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Tussen 68 en 74 cm.

-          Teven: Tussen 63 en 69 cm.

 

Gewicht:

 

-          Tussen 22 en 27 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Oren zijn overvloedig behaard

-          Schaargebit, tanggebit wordt toegestaan

-          Het achterste deel van de rug loopt iets af

-          Ringstaart

-          Op het hoofd heeft hij een zogeheten top-knot

 

Kleur:

 

Alle kleuren zijn toegestaan. Meestal donkere snuit.

 

AIREDALE TERRIER

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Airedale Terrier

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 1 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Engeland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Ruwhaar.

 

Soort vacht: Dubbele, open vacht.

 

Soort verharing:

 

In regel twee maal per jaar met blokverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Voor de normale onderhoudsbeurten maakt men gebruik van de poetsborstel, een pinnenborstel en ook nog van een wijdgetande kam. De universeelborstel kan gebruikt worden bij warrig haar en bij klitten.

 

Ruiperiode: Deze honden moeten minstens twee maal per jaar geplukt worden om de dode haren uit de vacht te verwijderen. Men kan gebruik maken van een plukmesje, krijtpoeder, rubber vingertoppen, vingerlingen, een universeelborstel bij zeer vol en warrig haar.

 

Trimtechniek:

 

-          Plukken

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Af en toe komt Heupdysplasie voor.

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Gewenst bezoek zal vrolijk en vriendelijk worden begroet. De Airedale Terriër is zeer geduldig ten opzicht van kinderen.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

De Airedale Terriër kan ten opzicht van andere honden wat dominant zijn, maar dit is afhankelijk van hond tot hond en van de opvoeding.

 

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Hard voor zichzelf

-          Moedig

-          Trouw aan eigen mensen

-          Eigenwijs

-          Speels

-          Waaks

-          Actief

-          Intelligent

-          Volhardend

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Werd gebruikt als jachthond op onder andere otters.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Tussen 58 en 61 cm.

-          Teven: Tussen 56 en 59 cm.

 

Gewicht:

 

-          Reuen: Ongeveer 20 kg.

-          Teven: Iets minder.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Schaargebit, tanggebit is toegestaan.

-          Langgerekt schedeldak

 

Kleur:

 

Zwart of zwart ‘grizzle’ als zadel, boven aan de nek en op de bovenkant van de staart, alle overige partijen tankleurig. De tankleur van de oren is vaak donkerder. Een klein, wit borstvlekje is toegestaan.

 

AKITA

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Akita

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 5 – Sectie 5

 

Land van oorsprong: Japan

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Stokhaar met ondervacht.

 

Soort vacht: Dubbele, gesloten vacht.

 

Soort verharing:

 

Twee maal per jaar met blokverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Tijdens de onderhoudperiode kan men af en toe de vacht borstelen met een poetsborstel, voor het langere haar van broek en staart gebruikt men het beste een wijdgetande kam of een pinneborstel.

 

Ruiperiode: Tijdens de ruiperiode(s) maken we gebruik van een grof uitwolmesje, een fijne kam, een herdersharkje en een universeelborstel.

 

Trimtechniek:

 

-          Uitwollen

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Heupdysplasie

-          Patellaluxatie

-          Schildklierproblemen

-          Oogafwijkingen

-          Huidproblemen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

De Akita Inu is gereserveerd tegenover vreemden, met kinderen kunnen ze redelijk goed om op voorwaarde dat de kinderen weten hoe ze met een hond moeten omgaan en hem van tijd tot tijd met rust laten.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Hij is zeer dominant tegenover andere honden (vooral reuen).

Typerende karaktertrekken:

 

-          Evenwichtig

-          Bedachtzaam

-          Intelligent

-          Vriendelijk

-          Redelijk gehoorzaam

-          Onverstoorbaar

-          Groot jachtinstinct

-          Goede waakhond

-          Trouw aan baas en gezin, maar ook onafhankelijk en dominant

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Werd gebruikt bij de jacht op beren en ook als vechthond.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Tussen 64 en 70 cm.

-          Teven: Tussen 58 en 64 cm.

 

Gewicht:

 

Tussen 30 en 40 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Schaargebit

-          Krulstaart

 

Kleur:

 

Rood, sesamgeel, gestroomd en wit.

 

ALASKA MALAMUTE

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Alaska Malamute

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 5 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Verenigde Staten

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Stokhaar met ondervacht.

 

Soort vacht: Dubbele, gesloten vacht.

 

Soort verharing:

 

Twee maal per jaar met blokverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Tijdens de onderhoudperiode kan men af en toe de vacht borstelen met een poetsborstel, voor het langere haar van broek en staart gebruikt men het beste een wijdgetande kam of een pinneborstel.

 

Ruiperiode: Tijdens de ruiperiode(s) maken we gebruik van een grof uitwolmesje, een fijne kam, een herdersharkje en een universeelborstel.

 

Trimtechniek:

 

-          Uitwollen

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Heupdysplasie

-          Zinktekorten

-          Schildklierproblemen

-          Achondrodysplasie

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Ze ontvangen iedere bezoeker, gewenst of ongewenst, erg vriendelijk.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Ze kunnen het normaal gezien goed vinden met soortgenoten, sommige gedragen zich dominant tegenover honden van hetzelfde geslacht.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Aanhankelijk

-          Intelligent

-          Vriendelijk

-          Trouw

-          Eigenzinnig

-          Groot uithoudingsvermogen

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Sledehond.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Tussen 63 en 68 cm.

-          Teven: Tussen 58 en 65 cm.

 

Gewicht:

 

-          Reuen: Ongeveer 38 kg.

-          Teven: Ongeveer 34 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Altijd donkere ogen (mogen geen blauwe ogen hebben)

-          Krulstaart

-          Schaargebit

 

Kleur:

 

Wolfsgrijs of zwart en wit, altijd wit op de buik. Donkere aftekening op het hoofd in de vorm van een zgn. kap of masker. Andere kleuren zijn toegestaan, maar de enige uniforme kleur moet wit zijn.

 

AMERICAN COCKER

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: American Cocker

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 8 – Sectie 2

 

Land van oorsprong: Verenigde Staten

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Zacht glanzend soepel haar, variërend van enkele millimeters tot soms meer dan 25 centimeter.

 

Soort vacht:

 

Dubbele vacht met het uitzicht van een enkele vacht. Omdat onder- en bovenvacht sterk op elkaar gelijke, gecombineerd et enkele vacht vb. jabot en bevedering.

 

Differentiatie: Bij honden van dit vachttype kom je regelmatig honden tegen die overgroeiende pluisvacht (net laguno haar) hebben. Ook bij verandering van de hormoonspiegel bv.  door castratie of sterilisatie zien we dat de vacht van uiterlijk gaat veranderen.

 

Soort verharing: Voor de kortere gedeelten blokverharing en voor de langere haren een mozaïekpatroon.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Voor het dagelijks onderhoud maakt men gebruikt van een poetsborstel, voor de kortere gedeelten en voor de langere gedeelten van een pennenborstel en een wijdgetande kam. Bij klitten maakt men het beste gebruikt van de universeelborstel.

 

Ruiperiode: Het beste is het dier te laten trimmen. Voor de kortere gedeelten maakt men gebruik van een rubberborstel, fijne kam, fijn uitwolmesje (indien er niet getrimd wordt).

 

Modellering:

 

-          Steeds voorkeur geven aan de pluktechniek

-          Uitdunschaar

-          Schaar

 

Bij enkele vacht de rug en het hoofd ontdoen van uitstekende haren.

Bij een dubbele vacht de rug en het hoofd uittrimmen.

De hals en de voorborst effileren.

 

Bij veelvuldig lagunohaar:

De voor- en zijkanten van de voorbenen uitplukken.

De zijkant van de achterpoten plukken.

Bijwerken met de effileerschaar.

 

 

 

 

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Heupdysplasie

-          Patellaluxatie

-          Epilepsie

-          Amandelontstekingen

-          Retina-atrofie

-          Allergieën

-          Hartafwijkingen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Ze zijn vriendelijk en iedere bezoeker wordt dusdanig begroet.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

De Amerikaanse Cocker Spaniel kan het zeer goed vinden met andere honden.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Lief

-          Intelligent en gehoorzaam

-          Vrolijk en speels

-          Zacht

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Jachthond.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Ideale hoogte = 38 cm.

-          Teven: Ideale hoogte = 35,5 cm.

 

Gewicht:

 

-          Tussen 11 en 13 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Gewelfde schedel

-          Uitgesproken wenkbrauwen

-          Lobvormig oor

-          Schaargebit

 

 

 

 

 

 

Kleur:

 

De zwarte variëteit is gitzwart. Bruine of leverkleurige schakeringen in de glans van de vacht zijn niet gewenst. Een weinig wit op de borst en keel moet worden bestraft en een witte aftekening op enige andere plaats leidt tot diskwalificatie.

Andere eenkleurigen, met uitzondering van zwart, moeten egaal van tint zijn. Een lichtere kleur van de bevedering is toelaatbaar. Een weinig wit op de borst en keel dient te worden bestraft en witte aftekening op enige andere plaats leidt tot diskwalificatie.

Black and tans, deze worden gerekend tot de variëteit van andere éénkleurigen met uitzondering van zwart. Ze hebben duidelijk aangegeven tan-aftekeningen op een gitzwart lichaam. De tanaftekeningen moeten scherp begrensd en duidelijk zichtbaar zijn. De kleur van het tan mag variëren van het lichtste crème tot het donkerste rood. De hoeveelheid van de tan-aftekening is beperkt tot 10% of minder van de kleur van de hond; tan-aftekeningen die meer dan 10% bedragen, leiden tot diskwalificatie. Tanaftekeningen die niet duidelijk zichtbaar zijn in de ring, of het ontbreken van tan-aftekeningen op een van de daarvoor aangegeven plaatsen, leiden tot diskwalificatie.

De tan-aftekeningen dienen voor te komen op onderstaande plaatsen: een duidelijke vlek boven elk oog, aan weerszijden van de voorsnuit en op de wangen, aan de binnenzijde van de oren, op alle benen en voeten, onder de staart, op de borst (niet verplicht)

Bonte variëteiten: twee of meer duidelijke kleuren die voorkomen in duidelijk aangegeven aftekeningen, die goed over het lichaam zijn verdeeld, zijn van wezenlijk belang. Als de hoofdkleur 90% of meer bedraagt, leidt dit tot diskwalificatie. Indien de secundaire kleur of kleuren zich beperken tot slechts één plaats, leidt dit eveneens tot diskwalificatie. Schimmels worden gerekend tot de bontkleurigen en mogen één van de algemeen erkende schimmelpatronen vertonen. Driekleurige honden vertonen een van de hierboven genoemde kleurpatronen gecombineerd met tanaftekeningen. Het is wenselijk dat de tan-aftekening voorkomt in hetzelfde patroon als voor de black and tans.

 

 

 

AMERICAN ESKIMO DOG

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: American Eskimo Dog

 

F.C.I. Rasgroep: Ras is niet erkend door de FCI.

 

Land van oorsprong: Verenigde Staten

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Langharige stokhaar.

 

Soort vacht: Dubbele vacht.

 

Soort verharing:

 

-          Het langere gedeelte van de bovenvacht, zoals kraag, broek en staart heeft een mozaïekverharing of gaat uit de vacht.

-          De ondervacht en de kortere gedeelten (- 6 cm) verharen 2 maal per jaar met blok verharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Voor de kortere gedeelten maakt men het beste gebruik van een poetsborstel. Voor de langere beharing is een wijdgetande kam en een pinnenborstel het geschikte materiaal.

 

Ruiperiode: Voor de langere beharing, welke verhaart met mozaïekverharing behandeld men met een poetsborstel. De kortere beharing, welke verhaart met blokverharing, kan men het beste aanpakken met een grofgetand uitwolmesje, een fijne kam, een herdersharkje en de universeelborstel.

 

Trimtechniek:

 

Ontwollen, voeten en hak mogen bijgewerkt worden.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Heupdysplasie

-          Cataract

-          PRA

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Ze kunnen zich terughouden opstellen tegenover vreemden. Binnen het gezin kunnen ze zich hechten aan een enkele persoon.

 

 

 

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Wanneer ze goed gesocialiseerd werden zullen er geen problemen zijn, reuen kunnen zich soms dominant opstellen.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Intelligent

-          Eenmanshond

-          Trouw

-          Gezellig en vrolijk

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Hij werd vooral gebruikt als waakhond.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

Standaard: Tussen 40 en 47,5 cm.

 

Middenslag: Tussen 30 en 37,5 cm.

 

Dwerg: Tussen 22,5 en 30 cm.

 

Gewicht:

 

-          Niet vermeld

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Reuen verharen slechts één maal per jaar

-          Tang- of schaargebit.

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Zuiver wit heeft de voorkeur maar crèmekleurig wordt geaccepteerd.

 

 

APPENZELLER SENNENHUND

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Appenzeller Sennenhund

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 2 – Sectie 3

 

Land van oorsprong: Zwitserland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Kort- of gladhaar

 

Soort vacht: Dubbele vacht met het uitzicht van een enkele vacht.

 

Soort verharing:

 

Blokverharing, maar deze vachten neigen naar een mozaïekverharing wanneer de ruiperiodes mekaar snel opvolgen.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: De wekelijkse borstelbeurt is voldoende om de vacht in conditie te houden, we maken hiervoor gebruik van een poetswand, een poetsborstel of een natuurhaar pinnenborstel.

 

Ruiperiode: Tijdens de ruiperiode(s) maken we gebruik van een rubberborstel en eventueel een uitwolmesje.

 

Trimtechniek:

 

-          Geen

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Geen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Hij is meestal zeer gereserveerd tegenover vreemden, hij wil zich niet meteen laten aanhalen en zal dat dan ook duidelijk laten merken.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Wanneer de Appenzeller Sennenhond zeer goed gesocialiseerd werd dan zullen zij weinig problemen hebben met andere honden.

 

 

 

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Zelfverzekerd zonder angst

-          Temperamentvol met een natuurlijke scherpte

-          Slim

-          Betrouwbaar

-          Aangeboren aanleg voor het hoeden en drijven van vee

-          Trouwe bewaker van zijn baas en huis

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Het zijn van oorsprong boerenhonden die in de Zwitserse Alpen, in het kanton Appenzell, gebruikt werden als veedrijvers en –hoeders en als waakhonden.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: tussen 52-56 cm (50-58 cm wordt getolereerd)

-          Teven: tussen 50-54 cm (48-56 cm wordt getolereerd)

 

Gewicht:

 

-          Reuen: van 30 tot 32 kg

-          Teven: van 25 tot 28 kg

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Schaargebit (tanggebit is toegestaan)

-          Krulstaart

 

Kleur:

 

Zwarte of chocoladebruine basiskleur met roestbruine en witte, gelijkmatige en duidelijk omlijnde aftekeningen. Witte bles op het voorhoofd die de voorsnuit omsluit. Wit moet tot aan de hals en op de voorzijde van de borst aanwezig zijn, en ook op alle voeten en de punt van de staart. Roestbruine aftekeningen op de benen, wangen, borst en rond de aars, altijd tussen het zwarte en het witte gedeelte.

 

AUSTRALIAN SHEPERD

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Australian Sheperd

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 1 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Verenigde Staten

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Langharige stokhaar

 

Soort vacht: Dubbele vacht

 

Soort verharing:

 

-          Het langere gedeelte van de bovenvacht, zoals kraag, broek en staart heeft een mozaïekverharing of gaat uit de vacht.

-          De ondervacht en de kortere gedeelten (- 6 cm) verharen 2 maal per jaar met blok verharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Voor de kortere gedeelten maakt men het beste gebruik van een poetsborstel. Voor de langere beharing is een wijdgetande kam en een pinnenborstel het geschikte materiaal.

 

Ruiperiode: Voor de langere beharing, welke verhaart met mozaïekverharing behandeld men met een poetsborstel. De kortere beharing, welke verhaart met blokverharing, kan men het beste aanpakken met een grofgetand uitwolmesje, een fijne kam, een herdersharkje en de universeelborstel.

 

Trimtechniek:

 

Bij honden die deelnemen aan de show worden de haren tussen de voetjes weggeknipt, de haren op de middenvoet en de hiel worden bijgewerkt. Ook wordt het pluimpje van de (gecoupeerde) staart bijgewerkt.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          PRA: Progressieve Retina Atrofie

-          CEA: Collie Eye Anomaly

-          Cochlearie doofheid

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Ten opzichte van vreemde mensen kan de Australische Herder zich wat terughoudend op stellen, met kinderen kunnen ze in het algemeen goed opschieten.

 

 

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Wanneer deze hond goed gesocialiseerd is, geeft de omgang met soortgenoten en andere dieren weinig problemen.

Typerende karaktertrekken:

 

-          Intelligent

-          Slim en leergierig

-          Actief

-          Gehard

-          Groot uithoudingsvermogen

-          Zeer trouw en gehecht aan zijn gezin

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

De Australische Herderhond werd oorspronkelijk gebruikt voor het hoeden van schapen en ander vee. Deze eigenschap is nog steeds aanwezig in de hedendaagse honden.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: tussen 50 cm en 57 cm

-          Teven: tussen 45 cm en 52 cm

 

Gewicht:Het gewicht varieert tussen de 15 en 25 Kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

Schaar- of tanggebit

Mag een gecoupeerde staart, natuurlijke korte staart (10 cm)of een lange staart hebben (coupeerverbod).

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Blue merle, red merle, zwart, rood, alle met of zonder witte of tankleurige aftekeningen.

 

AUSTRALIAN TERRIER

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Australian Terrier

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 3 – Sectie 2

 

Land van oorsprong: Australië

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Ruwhaar.

 

Soort vacht: Dubbele, open vacht.

 

Soort verharing:

 

In regel twee maal per jaar met blokverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Voor de normale onderhoudsbeurten maakt men gebruik van de poetsborstel, een pinnenborstel en ook nog van een wijdgetande kam. De universeelborstel kan gebruikt worden bij warrig haar en bij klitten.

 

Ruiperiode: Deze honden moeten minstens twee maal per jaar geplukt worden om de dode haren uit de vacht te verwijderen. Men kan gebruik maken van een plukmesje, krijtpoeder, rubber vingertoppen, vingerlingen, een universeelborstel bij zeer vol en warrig haar.

 

Trimtechniek:

 

-          Plukken

 

 

Gezondheid/ziekte

 

Geen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Vreemden worden niet onmiddellijk door de Australische Terrier aanvaard, ze moeten eerst een tijdje ontdooien. Ze kunnen goed met kinderen overweg, wanneer ze natuurlijk niet geplaagd worden door de kinderen.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Wanneer zij goed gesocialiseerd werden vormt de omgang met andere honden geen probleem.

 

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Waaks en moedig

-          Alert

-          Levendig en zelfzeker

-          Groot aanpassingsvermogen

-          Intelligent

-          Speels

-          Onafhankelijk en eigenwijs

-          Blaft graag

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Het ras werd gebruikt als werkende erfhond, gespecialiseerd in het bestrijden van schadelijke dieren.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: 25 cm.

-          Teven: Iets kleiner

 

Gewicht:

 

-          Reuen: Tussen 5, 5 en 6,5 kg.

-          Teven: Tussen 5 en 6 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Langgerekte hond

-          Schaargebit

 

Kleur:

 

Zandkleurig met blauwe-, staalblauwe- of  donker grijsblauwe aftekening of eenkleurig zandkleurig of rood.

 

AUSTRALIAN CATTLE DOG

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Australian Cattle Dog

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 1 – Sectie 2

 

Land van oorsprong: Australië

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Stokhaar met ondervacht.

 

Soort vacht: Dubbele, gesloten vacht.

 

Soort verharing: Twee maal per jaar met blokverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud:Een poetsborstel en een pinnenborstel worden gebruikt voor het onderhoud van de vacht. Een wijdgetande kam kan gebruikt worden voor de langere beharing van de staart en de broek.

 

Ruiperiode: Dan kan men de vacht doorrijgen met een grofgetand uitwolmesje. Verder kan men gebruik maken van een fijne kam, herdersharkje en een universeelborstel.

 

Trimtechniek:

 

-          Uitwollen

 

 

Gezondheid/ziekte

 

Geen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Wanneer de Australische Veedrijvershond van jongs af aan zeer goed gesocialiseerd werd zal hij mensen en kinderen enthousiast begroeten.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Wanneer deze hond goed gesocialiseerd werd, geeft de omgang met soortgenoten weinig problemen.

 

 

 

 

 

 

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Zeer intelligent

-          Werkwillig

-          Evenwichtig

-          Blaft weinig

-          Trouw aan zijn baas

-          Moedig

-          Gehard

-          Waaks

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

De Australische Veedrijvershond werd gefokt door de Australische boeren voor het hoeden van zeer grote kuddes. Deze hond is in staat de meest koppige dieren (koeien, paarden, geiten,…) te kunnen verplaatsen door te bijten in de hielen.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: tussen 46 cm en 51 cm

-          Teven: tussen 43 cm en 48 cm

 

Gewicht:Het gewicht varieert tussen de 16 en 22 Kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Zeer geringe stop

-          Goed gespierde wangen

-          Het lichaam is iets langer dan het hoog is

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Er zijn twee kleurslagen.

De eerste is blauw en daaronder verstaat men zowal blauw als blauwgespikkeld met of zonder zwarte, blauwe of tankleurige aftekeningen. De tweede is roodgespikkeld, met of zonder donkerrode aftekeningen op de kop.

 

B ARBET

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Barbet

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 8 – Sectie 3

 

Land van oorsprong: Frankrijk

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Krulhaar.

 

Soort vacht: Enkele vacht.

 

Soort verharing: Mozaiëkverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Men kan het beste gebruik maken van een universeelborstel of pinnenborstel samen met een wijdgetande kam.

 

Trimtechniek:

 

Regelmatig knippen.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

Geen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Een vriendelijke hond tegenover mensen, welke bij onraad wel zal aanslagen maar geen verdere actie zal ondernemen.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Ze gaan zeer goed om met soortgenoten.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Evenwichtig

-          Meegaand

-          Zeer aanhankelijk en trouw

-          Levendig

-          Vriendelijk en vrolijk

-          Intelligent en leergierig

-          Hard voor zichzelf.

Oorspronkelijke aanleg:

 

Het is een waterhond die als taak had bij en in het water te werken, waarbij het vooral ging om het opjagen en apporteren en opjagen van vogels.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Minstens 58 cm.

-          Teven: Minstens 53 cm.

 

Gewicht:

 

-          Reuen: In proportie met de grootte.

-          Teven: In proportie met de grootte.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Ruglijn is licht convex.

 

Kleur:

 

Eenkleurig zwart, kastanjekleurig, wit, fawn of grijs.

 

BARZAIA

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Barzaia

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 10 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Rusland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Zacht dekhaar met ondervacht

 

Soort vacht:

 

Gesloten dubbele vacht

= + 6 cm op het lichaam

= langere vacht op staart, kraag, broek en buik

 

Soort verharing:  

 

De korte beharing heeft een blokverharing (2 x per jaar) het langere gedeelte gaat uit de vacht of mozaïekverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Regelmatig onder handen nemen om klittenvorming te voorkomen. Voor de dagelijkse verzorging kan men het beste gebruik maken van een poetsborstel, een pinnenborstel en een wijdgetande kam voor het langere haar.

 

Ruiperiode: Twee maal per jaar gaat men de hond uitwollen, dit gaat het beste de tweede week van de rui wanneer de onderwol goed los zit, men gebruikt hiervoor een rubberborstel, een fijne kam en een uitwolmesje.

 

Trimtechniek:

 

-          Voeten worden rond geknipt

-          De haren tussen de voetzooltjes wordt weggeknipt

-          De lange haren onder de hak worden afgeknipt

-          De haren onder de pols worden weggeknipt

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Maagtorsie

-          Hartstilstand

-          Te nauwe stand hoektanden

 

 

 

 

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Hij houdt niet van opdringerige (vreemde) mensen. Wanneer hij rustig wordt benaderd zal hij vreemd bezoek een blik waardig gunnen. Kinderen worden aanvaard maar hij is geen geschikt speelkameraadje.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Met gelijkgestemde honden kan hij het wel vinden.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Trots en zelfbewust

-          Trouw aan zijn gezin

-          In huis rustig

-          Niet opdringerig, eerder afstandelijk

-          Goedaardig en evenwichtig

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Hij werd vooral gebruikt voor de drijfjacht op wolven, hazen en vossen.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Tussen 70 en 82 cm.

-          Teven: Ongeveer 5 cm kleiner dan de reu.

 

Gewicht:

 

-          Tussen 35 en 49 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Fijnbesneden hoofd

-          Zeer duidelijke achterhoofdsknobbel

-          Roze-oren

-          Schaar- of tanggebit

-          De rug vormt een lichte boog

-          Sabelvormige staart

 

Kleur:

 

Wit, goud in alle tinten, goud met zilver-aftekeningen of donkerder aftekeningen, rood met zwarte aftekening, grijs in verschillende tinten. Bij donkere honden is een zwart masker kenmerkend.

 

BASENJI

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Basenji

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 5 – Sectie 6

 

Land van oorsprong: Engeland (Centraal Afrika, Congo)

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Kort- of gladharig.

 

Soort vacht: Dubbele vacht met het uitzicht van een enkele vacht.

 

Soort verharing:

 

In principe een blokverharing (2 maal per jaar), wanneer de ruiperiodes mekaar snel opvolgen zal de vacht neigen naar een mozaïekverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Een wekelijkse borstelbeurt met een poetswand, een poetsborstel en een natuurhaar pinnenborstel is voldoende.

 

Ruiperiode: Tijdens de ruiperiode zal men de vacht een paar keer per week moeten borstelen met een rubberborstel, men kan eventueel gebruik maken van een uitwolmesje.

 

Trimtechniek:

 

-          Geen

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Hernia

-          Nierproblemen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Deze hond kan redelijk opschieten met kinderen, hoewel hij zich nooit zal ontpoppen tot een echte speelkameraad. Van nature is de Basenji gereserveerd tegenover vreemden.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

De omgang met andere honden verloopt over het algemeen probleemloos.

 

 

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Eigenwijs

-          Nieuwsgierig

-          Zelfstandig

-          Zeer aanhankelijk aan zijn roedelgenoten (zowel mens als dier)

-          De jachtpassie is nog zeer uitdrukkelijk aanwezig

-          Blaft niet, maakt jodelende geluiden wanneer hij blij is

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

De hond deed in de dorpen dienst als bewakers en schoonmakers, maar werden ook gebruikt als jachthond. Ze werden ook gebruikt voor het uitroeien van moerasratten (wegen ongeveer 8 à 10 kg).

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Ideale grootte 43 cm.

-          Teven: Ideale grootte 40, 5 cm.

 

Gewicht: Ongeveer 9 à 10 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Fijne en overvloedige rimpels ontstaan op het hoofd wanneer hij attent is

-          Rechtopstaande oren, naar voren gedragen

-          Schaargebit

-          Krulstaart, enkel of dubbel gekruld

-          Teven worden 1 maal per jaar loops

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Helder rood, zuiver zwart of zwart met roestbruine aftekeningen, brindle. Bij alle kleurslagen zijn witte voeten, witte staartpunt en witte borst verplicht. Verder is wit aan de kraag, benen en hoofd toegestaan.

 

BASSET HOUND

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Basset Hound

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 6 – Sectie 1.3

 

Land van oorsprong: Engeland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Kort- of gladharig

 

Soort vacht: Dubbele vacht met het uitzicht van een enkele vacht.

 

Soort verharing:

 

In principe een blokverharing, wanneer de ruiperiodes mekaar snel opvolgend zal de vacht neigen naar een mozaïekverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Een wekelijkse borstelbeurt is voldoende, men maakt gebruik van een poetswand, een poetsborstel en een natuurhaar pinnenborstel.

 

Ruiperiode: Tijdens de ruiperiodes zijn de borstelbeurten intensiever, men maakt gebruik van een rubberborstel en eventueel een uitwolmesje.

 

Trimtechniek:

 

-          Geen

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Problemen aan de wervelkolom

-          Oorontstekingen

-          Ooglidafwijkingen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Tegen vreemden zijn ze vriendelijk, maar wanneer ze onraad ruiken zal u zeker een zware blaf horen.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Ze kunnen goed opschieten met andere honden.

 

 

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Eigenzinnig

-          Zacht

-          Sociaal

-          Lief

-          Rustig

-          Speels

-          Geduldig

-          Gevoel voor humor

-          Houdt van gezelschap

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Dit kortbenige typetje werd gebruikt voor het opsporen  op klein wild

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

Tussen 33 en 38 cm

 

Gewicht: Tussen 18 en 23 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Goed uitstekende achterhoofdsknobbel

-          De huid is matig los zodat er duidelijke rimpels ontstaan

-          Zeer lange oren die naar binnen draaien

-          Schaargebit

-          Huidrimpels op het polsgewricht en lager

-          Huidplooien tussen sprong en voet

-          Tamelijk lange staart met grof haar aan de onderzijde

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Gewoonlijk zwart, wit met bruin, of geel met wit, maal alle erkende brakkenkleuren zijn toegestaan.

 

BEAGLE

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Beagle

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 6 – Sectie 1.3

 

Land van oorsprong: Engeland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Kort- of gladharig.

 

Soort vacht: Dubbele vacht met het uitzicht van een enkele vacht.

 

Soort verharing:

 

In principe een blokverharing (2 maal per jaar), wanneer de ruiperiodes mekaar snel opvolgen zal de vacht neigen naar een mozaïekverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Een wekelijkse borstelbeurt met een poetswand, een poetsborstel en een natuurhaar pinnenborstel zijn voldoende om de vacht in conditie te houden.

 

Ruiperiode: Tijdens de ruiperiode moet men de vacht enkele keren per week borstelen met een rubberborstel, men kan eventueel gebruik maken van een uitwolmesje.

 

Trimtechniek:

 

-          Geen

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Hartafwijkingen

-          Epilepsie

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Beagles kunnen het zeer goed vinden met kinderen, ook vreemden worden vriendelijk begroet.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Met andere honden hebben Beagles over het algemeen weinig problemen.

 

 

 

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Levendig

-          Sociaal

-          Vrolijk

-          Eigenzinnig

-          Moedig

-          Intelligent

-          Vastberaden en waaks

-          Ze hebben nogal eens de neiging om achter hun neus aan te gaan

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Beagles worden gebruikt voor de meutejacht op klein wild (hazen en konijnen), zij achtervolgend het wild en oriënteren zich met de neus op het spoor en niet met de ogen.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte: Tussen 33 en 41 cm.

 

Gewicht: Ongeveer 15 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Schedel en snuit zijn even lang

-          Ogen zijn donkerbruin of hazelnootkleurig

-          Oren zijn laag aangezet

-          Schaargebit

-          Hoog aangezette staart, wordt recht omhoog gedragen

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Iedere erkende brakkenkleur, behalve leverkleur. De staartpunt moet wit zijn.

 

 

BEARDED COLLIE

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Bearded Collie

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 1 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Engeland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Langhaar met mozaïekverharing en een ondervacht die met blokverharing uithaart.

 

Soort vacht: Dubbele, gelaagde vacht.

 

Soort verharing: Bovenvacht heeft een mozaïekverharing en de ondervacht een blokverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Eens per week grondig onder handen nemen hiervoor gebruikt men het beste een poetsborstel en een wijdgetande kam.

 

Ruiperiode: In de ruiperiode gebruikt men het beste een universeel- of pinnenborstel en een fijne kam.

 

Trimtechniek:

 

De gehoorgang moet vrijgehouden worden, we plukken het teveel aan haar weg uit de oren. Het teveel aan haar dat groeit tussen de voetzolen wordt weggeknipt, de voeten worden mooi rond geknipt.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Heupdysplasie

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Vreemd bezoek wordt zeer uitbundig begroet.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Ze kunnen het zeer goed vinden met andere honden.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Opgewekt en vrolijk

-          Schrander en leergierig

-          Zachtaardig en lief

-          Sociaal

-          Gezellig en zeer aanhankelijk

Oorspronkelijke aanleg:

 

Deze honden werden op de schotse hooglanden als herdershond gebruikt.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Tussen 53 en 56 cm.

-          Teven: Tussen 51 en 53 cm.

 

Gewicht:

 

-          Reuen: Ongeveer 30 kg.

-          Teven: Iets minder.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Schaargebit, tanggebit wordt aanvaard maar is ongewenst

-          Sabelvormige staart

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Leigrijs, rood tot beige, zwart, blauw, alle grijstinten, bruin, zandkleurig met of zonder witte aftekeningen.

 

BEDLINGTON TERRIER

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Bedlington Terrier

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 3 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Engeland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Krulhaar.

 

Soort vacht: Enkele vacht.

 

Soort verharing: Mozaiëkverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Men kan het beste gebruik maken van een universeelborstel of pinnenborstel samen met een wijdgetande kam.

 

Trimtechniek:

 

Regelmatig knippen.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Kopertoxicose

-          Schildklierafwijkingen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Is iets of wat terughoudend tegenover vreemden, maar met kinderen kunnen ze het prima vinden.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Ze kunnen redelijk goed omgaan met andere honden maar laat ze niet in de buurt van dominante honden, want als ze worden uitgedaagd veranderen ze in verschrikkelijke vechters.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Moedig en vasthoudend

-          Intelligent

-          Rustig in huis en evenwichtig

-          Speels en eigenwijs

-          Blaft weinig

-          Trouw

Oorspronkelijke aanleg:

 

De Bedlington Terrier werd gebruikt als waakhond en als jager op schadelijke dieren, alsmede voor allerlei soorten jacht, drijfjacht en hondenrennen.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Tussen 41 en 43 cm.

-          Teven: Tussen 38 en 41 cm.

 

Gewicht:

 

-          Reuen: Tussen 8 en 10 kg.

-          Teven: Tussen 8 en 10 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Geen stop

-          Gerond hoofd, bedekt met een zijdenzacht kapje

-          Donkere- , amberkleurige of licht hazelnootkleurige ogen

-          Tanggebit of schaargebit

-          De rug loopt in een natuurlijke welving over de lendenpartij

-          Hazenvoeten

 

Kleur:

 

Blauw, lever- of zandkleurig met of zonder tan-aftekeningen.

 

BERGAMASCO

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Bergamasco

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 1 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Italië

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Viltvacht.

 

Soort vacht: Langhaar met meekomende ondervacht.

 

Soort verharing:

 

Verhaard niet.

 

Verzorging/materiaal:

 

Klithaakje voor de vervilte strengen en een universeelborstel voor het hoofd, het haar op het hoofd vervilt niet.

 

Trimtechniek:

 

-          Scheuren.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Heupdysplasie

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Ze zijn een beetje gereserveerd tegenover bezoekers, ongewenste bezoekers staat een onaangename verassing te wachten.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Wanneer hij goed gesocialiseerd werd, vormt de omgang met andere honden geen probleem.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Intelligent en werklustig

-          Zeer waaks en moedig

-          Evenwichtig en rustig

-          Zeer trouw aan zijn gezin

-          Vriendelijk

Oorspronkelijke aanleg:

 

Hij werd voornamelijk gebruikt voor het hoeden van aanzienlijke kuddes koeien en schapen.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Tussen 58 en 60 cm.

-          Teven: Tussen 54 en 56 cm.

 

Gewicht:

 

-          Reuen: Tussen 32 en 38 kg.

-          Teven: Tussen 26 en 32 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Schaargebit

-          Viltvacht

 

Kleur:

 

Uniform grijs of gevlekt, izabelkleurig met fawn-kleurige aftekeningen, uniform zwart. Witte aftekeningen zijn toegestaan, maar mogen niet meer dan 20 % van de vacht beslaan.

 

CANE DA PASTORE MAREMMANO ABRUZZESE

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Cane da Pastore Maremmano-Abruzzese

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 1 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Italië

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Zacht dekhaar met ondervacht

 

Soort vacht:

 

Gesloten dubbele vacht

= + 6 cm op het lichaam

= langere vacht op staart, kraag, broek en buik

 

Soort verharing:  

 

De korte beharing heeft een blokverharing (2 x per jaar) het langere gedeelte gaat uit de vacht of mozaïekverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Regelmatig onder handen nemen om klittenvorming te voorkomen. Voor de dagelijkse verzorging kan men het beste gebruik maken van een poetsborstel, een pinnenborstel en een wijdgetande kam voor het langere haar.

 

Ruiperiode: Twee maal per jaar gaat men de hond uitwollen, dit gaat het beste de tweede week van de rui wanneer de onderwol goed los zit, men gebruikt hiervoor een universeelborstel en een grof uitwolmesje.

 

Trimtechniek:

 

-          Voeten worden rond geknipt

-          De haren tussen de voetzooltjes wordt weggeknipt

-          De lange haren op de hiel worden tot op een paar centimeter recht afgeknipt

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Heupdysplasie

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Tegenover vreemden stellen ze zich wat gereserveerd op, hoewel dit geen extreme vorm aanneemt. Iemand die niets te zoeken heeft op uw terrein krijgt van deze hond niet de kans dit te betreden.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Ze gaan in het algemeen goed om met andere honden.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Vriendelijk en trouw

-          Sober

-          Hard voor zichzelf

-          Moedig

-          Intelligent

-          Waardig

-          Evenwichtig

-          Goede waakhond

-          Aanhankelijk maar niet afhankelijk

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Hij werd en wordt gebruikt als waak- en herdershond.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Tussen 65 en 73 cm.

-          Teven: Tussen 60 en 68 cm.

 

Gewicht:

 

-          Reuen: Tussen 35 en 45 kg.

-          Teven: Tussen 30 en 40 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Kegelvormig hoofd

-          Schaargebit

-          Hij is iets langer dan hij hoog is

-          Staart moet reiken tot de hak

-          Telgang

 

Kleur:

 

Wit. Ivoorkleurig en bleke sinaasappel- en citroentinten zijn toegestaan.

 

BERNER SENNENHUND

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Berner Sennenhund

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 2 – Sectie 3

 

Land van oorsprong: Zwitserland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Zacht dekhaar met ondervacht

 

Soort vacht:

 

Gesloten dubbele vacht

= + 6 cm op het lichaam

= langere vacht op staart, kraag, broek en buik

 

Soort verharing:  

 

De korte beharing heeft een blokverharing (2 x per jaar) het langere gedeelte gaat uit de vacht of mozaïekverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Een Berner Sennenhond met regelmatig onder handen nemen om klittenvorming te voorkomen. Voor de dagelijkse verzorging kan men het beste gebruik maken van een poetsborstel, een pinnenborstel en een wijdgetande kam voor het langere haar.

 

Ruiperiode: Twee maal per jaar gaat men de hond uitwollen, dit gaat het beste de tweede week van de rui wanneer de onderwol goed los zit, men gebruikt hiervoor een universeelborstel en een grof uitwolmesje.

 

Trimtechniek:

 

-          Voeten worden rond geknipt

-          De haren tussen de voetzooltjes wordt weggeknipt

-          De lange haren op de hiel worden tot op een paar centimeter recht afgeknipt

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Heupdysplasie

-          Elleboogdysplasie

-          Maagtorsie

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Ze zijn van aard zeer vriendelijk en aanhankelijk tegenover gezinsleden en vreemden

Houding t.o.v. andere honden:

 

Wanneer de Berner Sennehond goed werd gesocialiseerd dan zal hij zich keurig gedragen in de omgang met soortgenoten. Sommige Berner Sennehonden kunnen zich dominant gedragen tegenover andere honden.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Evenwichtig

-          Waaks

-          Vriendelijk

-          Zeer trouw aan zijn baas en het gezin

-          Attent

-          Rustig

-          Intelligent

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

De Berner Sennenhond was een echte gebruikshond met vele taken. Hij moest het erf bewaken, op de Alpenweiden het vee drijven en beschermen, maar ook nog karren trekken en zelfs lasten dragen.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: Tussen 64 en 70 cm

-          Teven: Tussen 58 en 66 cm

 

Gewicht:

 

-          Reuen: Tussen 36 en 48 kg

-          Teven: Tussen 34 en 41 kg

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Schaargebit

-          Staart is dichtbehaard en reikt tot het spronggewricht

 

Kleur:

 

Diep zwarte basiskleur, met diep roestbruine aftekeningen op de wangen, boven de ogen, op de borst en alle benen. Witte, kleine tot middelgrote, symmetrische aftekeningen op het hoofd (bles) en een witte borstvlek (kruis). Witte voeten zijn gewenst, evenals een witte staartpunt.

 

BICHON A POIL FRISE

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Bichon à Poil Frisé

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 9 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: België

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Krulhaar.

 

Soort vacht: Enkele vacht.

 

Soort verharing: Mozaiëkverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Men kan het beste gebruik maken van een universeelborstel of pinnenborstel samen met een wijdgetande kam.

 

Trimtechniek:

 

Regelmatig knippen.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

Geen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Het zijn zeer sociale en vriendelijke hondjes, bezoek wordt dus ook zo ontvangen.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Ze kunnen het goed vinden met soortgenoten.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Zeer gehecht aan zijn baas

-          Kan soms moeilijk alleen zijn

-          Meegaand

-          Vrolijk

-          Beweeglijk

-          Speels

-          Intelligent

-          Gezellig en gevoelig

Oorspronkelijke aanleg:

 

Gezelschapshond.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Ongeveer 23 à 30 cm.

 

Gewicht:

 

-          Tussen 3 en 6 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Schaargebit

-          Geringe stop

 

Kleur:

 

Wit.

 

OLD ENGLISH SHEEPDOG

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Old English Sheepdog

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 1 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Engeland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Langhaar met mozaïekverharing en een ondervacht die met blokverharing uithaart.

 

Soort vacht: Dubbele, gelaagde vacht.

 

Soort verharing: Bovenvacht heeft een mozaïekverharing en de ondervacht een blokverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Eens per week grondig onder handen nemen hiervoor gebruikt men het beste een poetsborstel en een wijdgetande kam.

 

Ruiperiode: In de ruiperiode gebruikt men het beste een universeel- of pinnenborstel en een fijne kam.

 

Trimtechniek:

 

De gehoorgang moet vrijgehouden worden, we plukken het teveel aan haar weg uit de oren. Het teveel aan haar dat groeit tussen de voetzolen wordt weggeknipt, de voeten worden mooi rond geknipt.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Heupdysplasie

-          Huidproblemen

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Ze zijn zeer vriendelijk ten opzichte van mensen.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Ze kunnen het goed vinden met andere honden.

 

 

 

 

 

 

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Intelligent

-          Groot aanpassingsvermogen

-          Lief en sociaal

-          Niet bijzonder waaks

-          Onstuimig

-          Ongecompliceerd karakter

-          Wil graag bij het gezin zijn.

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Het is een herdershond die voor twee doeleinden werd gebruikt, eerst en vooral moest hij de kudde beschermend tegen twee- en vierbenige indringers en daarnaast werd hij gebruikt om de kudde schapen of runderen naar de markt te drijven.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: 61 cm en groter.

-          Teven: 56 cm en groter.

-           

Gewicht:

 

-          Reuen: Ongeveer 30 kg.

-          Teven: Ongeveer 27 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Schaargebit, tanggebit wordt aanvaard

-          Overbouwd

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Alle tinten grijs, grauw of blauw. Lichaam en achterbenen zijn eenkleurig, met of zonder witte sokken. Witte vlekken in de basiskleur zijn ongewenst. Hoofd, hals, voorbenen en buik moeten wit zijn, met of zonder aftekening.

 

BOLOGNESE

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Bolognese

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 9 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Italië

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Krulhaar.

 

Soort vacht: Enkele vacht.

 

Soort verharing: Mozaiëkverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Men kan het beste gebruik maken van een universeelborstel of pinnenborstel samen met een wijdgetande kam.

 

Trimtechniek:

 

Regelmatig knippen.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

 

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Ten opzichte van vreemden neemt hij een afwachtende houding aan. Hij kan goed opschieten met kinderen.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Hij gaat goed om met andere honden.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Vrolijk

-          Intelligent

-          Gehoorzaam

-          Gezellig

-          Erg aanhankelijk

-          Rustig

-          Waaks

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Gezelschapshond.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reu: Tussen 27 en 30 cm.

-          Teef: Tussen 25 en 28 cm.

 

Gewicht:

 

-          Tussen 2,5 en 4 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Schaargebit.

 

Kleur:

 

Zuiver wit.

 

 

BORDER COLLIE

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming:Border Collie

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 1 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Engeland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Langharige stokhaar.

 

Soort vacht: Dubbele vacht.

 

Soort verharing:

 

-          Het langere gedeelte van de bovenvacht, zoals kraag, broek en staart heeft een mozaïekverharing of gaat uit de vacht.

-          De ondervacht en de kortere gedeelten (- 6 cm) verharen 2 maal per jaar met blok verharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Voor de kortere gedeelten maakt men het beste gebruik van een poetsborstel. Voor de langere beharing is een wijdgetande kam en een pinnenborstel het geschikte materiaal.

 

Ruiperiode: Voor de langere beharing, welke verhaart met mozaïekverharing behandeld men met een poetsborstel. De kortere beharing, welke verhaart met blokverharing, kan men het beste aanpakken met een grofgetand uitwolmesje, een fijne kam, een herdersharkje en de universeelborstel.

 

Trimtechniek:

 

Bij honden die deelnemen aan de show worden de haren tussen de voetjes weggeknipt evenals de haren onder het spronggewricht. De haren van de voet worden in een kattenvoet geknipt.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          PRA: Progressieve Retina Atrofie

-          CEA: Collie Eye Anomaly

-          HD: Heupdysplasie

-          Epilepsie

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Ten opzichte van vreemde mensen kan de Border Collie zich wat terughoudend op stellen, maar meestal zal iedereen vriendelijk en enthousiast worden begroet.

 

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Wanneer deze hond goed gesocialiseerd is, geeft de omgang met soortgenoten en andere dieren weinig problemen.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Intelligent

-          Slim en leergierig

-          Actief

-          Groot uithoudingsvermogen

-          Zeer trouw en gehecht aan zijn gezin

-          Zeer grote “will to please”

-          Heeft veel energie

-          Beweeglijk

-          De border collie is gefokt om te werken, we moeten dus in deze behoeften voorzien door hem een vervangende taak te geven zoals, gehoorzaamheid, agility, flyball of schapendrijven. Anders kan de border collie veranderend in een lastige, agressieve of nerveuze hond.

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

De Border Collie werd oorspronkelijk gebruikt als herdershond. Hij was (is) de beste werkkracht voor de herder en helpt hem met het halen, verzamelen, splitsen,… van de schapen.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

-          Reuen: 53 cm

-          Teven: tussen 48 cm en 52 cm

 

Gewicht:Het gewicht varieert tussen de 17 en 25 Kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Bruine ogen, enkel de merle variëteit mag blauwe ogen hebben

-          Staart is laag aangezet en moet reiken tot de punt van de sprong

-          De witte punt op de staart is verplicht

-          Zwarte neus, als het een bruine hond is mag de neus bruin zijn

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Blue merle, red merle, zwart-wit, rood-wit, blauw-wit, allen met of zonder tan-aftekeningen. Het wit mag nooit overheersen.

 

BORDER TERRIER

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Border Terriër

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 3 – Sectie 1

 

Land van oorsprong: Grens tussen Schotland en Engeland

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Ruwharige vachten.

 

Soort vacht: Ruwhaar

 

Soort verharing: Twee maal per jaar met blikverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Kam en borstel de vacht minimaal een keer per week goed uit. Men kan gebruik maken van een poetsborstel, een pinnenborstel en een wijdgetande kam.

 

Ruiperiode: De vacht wordt geplukt, men gebruikt hiervoor een trimmesje, krijtpoeder, rubber vingertoppen en eventueel een universeelborstel (i.g.v. zeer vol, warrig haar of klitjes).

 

Trimtechniek:

 

De Border Terriër moet ongeveer twee maal per jaar worden geplukt. Het hele lichaam kan worden geplukt op de snuit na, baard en snor blijven staan. Voor de voetjes en rond de geslachtsdelen mag men de schaar gebruiken. De voetjes worden mooi rond geknipt.

 

 

Gezondheid/ziekte

 

Geen

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

De Border Terriër is een zeer vriendelijk in omgang met mensen en kinderen.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Wanneer de Border Terriër goed gesocialiseerd werd met soortgenoten zal hij goed met ze overweg kunnen.

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Gemoedelijk en betrouwbaar

-          Sterk en Moedig

-          Lief voor kinderen

-          Sportief

Oorspronkelijke aanleg:

 

De Border Terriër werd gebruikt om de vos uit zijn hol te drijven.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte: Ongeveer 35 cm

 

Gewicht:

 

-          Reuen: Tussen 5,9 en 7,1 kg

-          Teven: Tussen 5,1 en 6,4 kg

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Zwakke stop

-          Knoporen

-          De staart is dik aan de wortel en toelopend aan het einde

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Rood, tarwekleurig, grijs (grizzle) met roodbruine aftekeningen of blauw met roodbruine aftekeningen (tan).

 

 

BOSTON TERRIER

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Boston Terriër

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 9 – Sectie 12

 

Land van oorsprong: Verenigde Staten

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Glad- of kortharig.

 

Soort vacht: Dubbele vacht met het uitzicht van een enkele vacht.

 

Soort verharing:

 

In principe een blokverharing, wanneer de ruiperiodes mekaar snel opvolgend zal de vacht neigen naar een mozaïekverharing.

 

Verzorging/materiaal:

 

Dagelijks onderhoud: Een wekelijkse borstelbeurt met een poetswand, een poetsborstel en een natuurhaar pinnenborstel is voldoende om de vacht in topconditie te houden.

 

Ruiperiode: Tijdens de rui kan de vacht iets vaker onder handen nemen en dan maak je het beste gebruik van een rubberborstel en eventueel van een uitwolmesje.

 

Trimtechniek:

 

Geen

 

 

Gezondheid/ziekte

 

-          Kortademigheid

-          Allergieën

 

 

Gedrag

 

Houding t.o.v. mensen:

 

Hij zal iedereen enthousiast begroeten en ook met kinderen kan hij het uitstekend vinden.

 

Houding t.o.v. andere honden:

 

Hij kan prima opschieten met soortgenoten.

 

 

 

 

Typerende karaktertrekken:

 

-          Intelligent

-          Enthousiast

-          Onstuimig en Speels

-          Gevoel voor humor

-          Zelfverzekerd

-          Aanhankelijk

 

Oorspronkelijke aanleg:

 

Gezelschapshond.

 

 

Uiterlijk

 

Schouderhoogte:

 

Boston Terriërs komen voor in verschillende grootten.

 

Gewicht: Niet meer dan 11,3 kg, lichtgewicht onder 7kg – middengewicht van 7 tot 8,5 kg.

 

Bijzonderheden rasstandaard:

 

-          Korte snuit

-          Rechtopstaande oren

-          Lichte ondervoorbijter

-          Laag aangezette staart, recht of schroefvormig

 

Meest voorkomende kleuren:

 

Gestroomd of zwart met witte aftekeningen. De witte aftekeningen moeten gelijkmatig zijn.

 

BOUVIER DES FLANDRES-VLAAMSE KOEHOND

 

Algemeen

 

Oorspronkelijke benaming: Bouvier des Flandres – Vlaamse Koehond

 

F.C.I. Rasgroep: Groep 1 – Sectie 2

 

Land van oorsprong: België / Frankrijk

 

 

Vacht/verzorging

 

Vachtgroep: Ruwhaar.