HOMILIE

 

 

Deze pagina is het laatst bewerkt op 

 

Terug naar de startbladzijde.

 

Hoogfeest van Pinksteren (B) 26/27 mei  2012  (Johannes  15.26-27;16.12-15)

 

Pinksteren is ons alom bekend als het feest van de Geest.

Een goede gelegenheid om behoedzaam over de Geest te spreken.

Wie is Hij? Waar zien we Hem aan het werk? Wat bewerkt Hij in mensen?

Waar de Bijbel het heeft over de heilige Geest, doet hij dat in sprekende beeldtaal.

Hij heeft het over geraas uit de hemel, alsof een hevige wind opsteekt.

Over de kracht van boven, die over de wateren zweeft, of een wind die de wateren opjaagt, maar ook over een zachte bries die je nauwelijks kan voelen of horen.

De Geest is een geheimvolle kracht die vuur aanwakkert, maar ook stil en zacht neerdaalt over mensen die Hem willen ontvangen.

Het is geen abstract wezen, Hij zit nooit stil en waait waar Hij wil.

Mensen die de geest hebben en ernaar leven, zijn dragers van het Pinkstervuur.

Zij blijven geloven dat het onmogelijke mogelijk wordt, dragen het vuur met zich mee, veraf en dichtbij en hun blije jeugd, ook als ze reeds oud zijn, is aanstekelijk.

Want de Geest schenkt hen telkens weer nieuwe vreugde en energie, als een onweerstaanbare stuwkracht.

De heilige Geest is ook de helper, de supporter, de voorspreker, de dokter en wijze raadgever.

Door dik en dun kan de gedoopte christen op Hem rekenen, omdat Hij de juiste weg aanwijst.

Hij maakt mensen spraakvaardig om moedig hun woord te spreken, om verstandig te kiezen in het grote aanbod van meningen, om durvend te getuigen van hun geloof in de Verrezene.

In onze soms waanzinnige wereld is er vaak weinig ruimte voor stilte en gebed.

Wat lawaai maakt is tegenwoordig heel erg in.

Vele mensen verdragen de stilte niet meer, die wondere ruimte waarin God kan spreken door de Geest en die mensen tot gebed brengt.

De geest is ook de motor van het engagement van christenen.

Levenslang een zieke verzorgen, toegewijd zorg dragen voor gehandicapten en bejaarden, in verre landen trouw blijven aan de mensen die je zijn toevertrouwd, ook als ze berooid zijn.

Je plicht doen, zonder veel woorden, geduldig zijn bij tegenslag en verdriet, vriendelijk blijven en goed.

Is dit alles niet het werk van de Geest die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil?

Waar mensen zich gedragen weten door de Geest, groeit hoop en toekomst, spijts het vele dat de wereld overkomt: grote werkloosheid, onbetaalbaarheid van medische zorgen, de onmacht tot dialoog en respect tussen politieke partijen, tussen volkeren en landen, onze onmacht om de aarde schoon te houden.

Er zijn ontelbare gelovige mensen die zich hartstochtelijk inzetten voor een betere wereld.

Zij blijven zeggen dat op puinhopen klaprozen bloeien.

Het zijn mensen die jong zijn van hart, mensen van hoop, die geloven dat oorlog en haat nooit het laatste woord zullen hebben en die er alles aan doen opdat de werking van Gods Geest aan het licht komt in onze grijze en sombere tijden.

Veel gebeurt hier in stilte, maar net deze mensen zijn zuurstof voor velen.

Zij staan open voor het waaien van de Geest, zij zijn het vuur van Zijn vuur.

In hen gaat de geschiedenis van de jonge Kerk verder.

Zij schrijven verder aan de handelingen van de apostelen, met vurige tongen, in nieuwe talenten en met nieuwe middelen.

Vandaag, op Pinksteren, herdenken wij dat Jezus het vuur van de Geest als een levensadem doorgeeft aan Zijn leerlingen en aan allen die in Hem geloven.

Wij mogen dus dankbaar zijn en vragen dat het zich altijd opnieuw zou herhalen dat mensen bezield worden door de Geest van de Verrezen Heer.

 

 

homilie Bob Timmermans

 

Bovenkant document

 

ONS HEER HEMELVAART    17/05/12  

Hand 1, 1-11; Ef 1, 17-23; Mt 28, 16-20 (A) of Mc 16, 15-20 (B) of Lc 24, 46-53 (C)

 

Als wij het hebben over diepe levenservaringen, over die dingen die men moeilijk met cijfers of alledaagse woorden kan uitdrukken, dan worden we poëtisch, dan gaan we ons uitspreken in dichterlijke bewoordingen of in beelden. Dat doen we als we het hebben over vriendschap of liefde of de heerlijkheid van de natuur of de schepping. De mensen, die de evangelies hebben geschreven, die hebben dat ook gedaan. Zij waren vol van die Jezus die ze hadden ontmoet en met wie ze zoveel hadden beleefd. Ze hadden in die Man naast hen het onuitsprekelijke geheim van God gevoeld. En als ze de gebeurtenissen van zijn leven hebben opgetekend, dan hebben ze daar beeldrijke verhalen van gemaakt voor hun tijdgenoten. En zo lezen wij vandaag het verhaal van de hemelvaart van Jezus. En wat zit daar achter, wat wordt daarmee bedoeld? Jezus is na zijn leven op deze aarde uit de dood opgewekt tot een nieuw bestaan, en Hij leeft nu voorgoed bij God. Daar gaat het kort uitgedrukt om. Dat is iets dat onze zintuigen te boven gaat, dat kunnen we niet historisch of waarneembaar onderzoeken, dat weten we door ons geloof. De hemel is geen bepaalde plaats, geen ruimte zoals wij die hier kennen, maar hij is daarom niet minder echt. Met het woord hemelvaart wordt bedoeld dat Jezus nu met heel zijn menselijkheid is opgenomen in de liefdevolle intimiteit van God, dat Hij is thuisgekomen bij het grote Geheim van leven en dood waarvan Hij tijdens zijn leven heeft getuigd. Wat ooit met kerstmis is begonnen wordt nu met de hemelvaart voltooid.

En daar hebben wij ook mee te maken. Want wat met Jezus is gebeurd heeft ook zijn gevolgen voor ons. Zijn eindbestemming verwijst ook naar onze persoonlijke roeping. Ik ga heen om u een plaats te bereiden, heeft Hij gezegd. De uiteindelijke bestemming van iedere mens ligt bij God. Als we daar in geloven, dan gaan we als christenen in tegen de stroom van onze hedendaagse tijdsbeleving. Wie niet gelooft zal zijn bestaan opbouwen vanuit de idee: alles valt hier en nu te beleven, daarna komt er niets meer. Christenen integendeel leven tussen de eerste en de tweede komst van Jezus. Zij dragen het verleden mee in de herinnering aan het evangelie, en ze leven naar de toekomst gericht in de hoop op de definitieve ontmoeting met de Heer.

Met de hemelvaart is er een einde gekomen aan de tijd van Jezus, en zo is er ruimte gemaakt om de tijd van de kerkgemeenschap te laten aanvangen. Het bijbelverhaal van de hemelvaart heeft in de loop van de eeuwen veel kunstenaars geïnspireerd, en ze hebben dat dikwijls heel realistisch maar ook symbolisch uitgebeeld. Zo zijn er meerdere schilderijen waarop men Jezus van op een berg ten hemel ziet opstijgen, maar de afdrukken van zijn voetstappen blijven onuitwisbaar in de aarde geprent. De betekenis is duidelijk: de Heer is niet meer lichamelijk op deze wereld, maar Hij heeft voorgoed zijn sporen gezet en de richting gewezen. Zo lezen we ook in de bijbelse boeken dat Jezus aan zijn leerlingen verscheen vóór zijn hemelvaart, en dat Hij hun aanwijzingen gaf hoe ze nu moesten verder gaan. Ze mochten inderdaad niet naar de hemel blijven staren, ze mochten niet passief stilstaan bij de herinnering aan het afscheid.

En wij mogen dat ook niet. Tijdens zijn aardse leven sprak de Heer voortdurend over zijn grote droom en zijn toekomstbeeld, het rijk Gods. Onze wereld moet worden tot een nieuwe schepping, ze moet doordrongen worden met goddelijk leven en een weergave worden van Gods liefde. Daaraan moet nu worden gewerkt, en dat moet later definitief worden in het hiernamaals. En sedert zijn hemelvaart rekent Jezus op onze handen en voeten om die boodschap waar te maken. Wij mogen even naar de hemel kijken, niet te lang, en daarna mogen we de aarde helpen gereedmaken voor haar uiteindelijke bestemming. De Heer zal de aarde maar kunnen vergoddelijken als wij haar eerst hebben vermenselijkt. Dat gebeurt door onze inzet in huis en gezin, door de verantwoordelijkheidszin waarmee we ons werk doen, door de deelname aan allerlei initiatieven van