Kunst en Geschiedenis

De inhoud van deze pagina wordt overgedragen naar de nieuwe dekenale website, waar Oosteeklo, Sleidinge en Belzele hun krachten bundelen.

Patroonheiligen

Elke kerk heeft minstens één patroonheilige. Oorspronkelijk was onze kerk alleen aan Sint-Joris gewijd. In 1653 kwam daar de heilige Godelieve bij, toen enkele van haar relieken naar Sleidinge werden overgebracht. Als we even in onze kerk rondkijken, vertellen glasramen, beelden en schilderijen heel wat over onze beide patroonheiligen. Laten we kort met hen kennismaken.
 
 

Sint-Joris

23 april

 

Over Joris' leven weten we alleen met zekerheid dat hij omstreeks 303 de marteldood stierf, wellicht onder keizer Diocletianus, in Palestina. Tijdens zijn leven predikte hij het geloof in Cappadocië, in het huidige Turkije.
Wat aan geschiedenis ontbreekt, heeft de legende rijkelijk aangevuld. Volgens de overlevering was Joris de zoon van een heidense vader en een christelijke moeder, die buiten weten van haar man het kind in de godsdienst onderrichtte. Na zijn doopsel was Joris, die officier in het keizerlijk leger was, een vurig christen. Tijdens een christenvervolging doorstond hij een lange reeks folteringen en werd hij uiteindelijk onthoofd.
De bekendste episode uit zijn leven, de strijd met de draak, waarin we Joris het vaakst afgebeeld zien, dateert pas uit de 11de eeuw en is pure legende. Maar het is wel een aangrijpend en stichtend verhaal.
De stad Silena in Lybië werd belaagd door een vreselijke draak. Om het monster te sussen boden de burgers hem dagelijks twee schapen als prooi en later een schaap en een kind, dat door het lot aangewezen werd. Uiteindelijk viel het lot ook op de dochter van de koning. Toen kwam Joris aangereden. Het schreiende prinsesje vertelde hem haar droeve geschiedenis. De ridder sprong in het zadel, ging op zoek naar de draak en verwondde hem. Aldus werd de prinses gered. Zij kon het ondier aan haar gordel naar de stad voeren, waar haar bevrijder het, na een oproep aan koning en volk om christen te worden, doodde. Iedereen werd gedoopt. De onmetelijke schatten die Joris van de koning ontving deelde hij uit aan de armen. Daarna wees hij de vorst op diens christen plichten en vertrok.
 
 

Sint-Godelieve

6 juli

 

Over het leven van Godelieve van Gistel zijn we beter ingelicht, alhoewel ook hier legende en mirakelen kleur aan het verhaal toevoegen.
Godelieve leefde in de tweede helft van de 11de eeuw. Ze stamde uit een adellijke familie in het graafschap Bonen (Boulogne in het huidige Noord-Frankrijk) en stond bekend voor haar liefdadigheid. Heel jong nog werd ze uitgehuwelijkt aan Bertulf van Gistel. Een verstandshuwelijk, geregeld door de ouders, en waarbij niet gevraagd werd naar de mening van de aanstaanden. Een groter contrast dan tussen het verfijnde beschaafde meisje en het ruwe volk uit de kuststreek was nauwelijks denkbaar.
Al van bij het begin loopt alles verkeerd. Haar man Bertulf blijft afwezig op het drie dagen durende huwelijksfeest en haar schoonmoeder vat voor haar een niets ontziende haat op. Eenzaamheid en vernedering worden haar dagelijks lot. Van een normaal huwelijksleven is er geen sprake. Bertulf ziet naar zijn vrouw niet om. Hij blijft op de ouderlijke burcht wonen, terwijl Godelieve verbannen wordt naar de hoeve, bij het dienstvolk. De haat van haar schoonfamilie is zo hevig dat Bertulf zijn vrouw uiteindelijk door twee knechten laat wurgen en in een poel werpen.
Op 30 juli 1084 werd Godelieves gebeente door de bisschop van Doornik uit haar graf gelicht en op het altaar in de kerk van Gistel geplaatst, de toen gebruikelijke procedure van heiligverklaring.
Een blind meisje dat haar ogen met het poelwater waste werd weer ziende. Vandaar dat Godelieve later aangeroepen werd voor oogziekten.

Een brochure over Sint-Godelieve is te verkrijgen op het parochiaal secretariaat.

Geschiedenis van de Parochie

De kerk, zoals die er nu staat, is het merkwaardige resultaat van eeuwen bouwen en verbouwen. Vermoedelijk werd de oudste kerk rond 1260 opgetrokken toen het Meetjesland een grote bevolkingsaangroei kende. Veertien nieuwe parochies kwamen tot stand: Sleidinge was een afsplitsing van Evergem.
Dat eerste gebouw was een vroeg-gotische driebeukige kruiskerk met een achthoekige vieringtoren. Ze bestond, van west naar oost, uit de benedenkerk waar de gelovigen zaten, de torenvoet met dwarsbeuk en de bovenkerk (in feite het hoogkoor met kooromgang). Alleen de viering onder de toren, de twee dwarsbeukarmen en de onderste muurvlakken van de benedenkerk bleven tot nu bewaard.
Tijdens de godsdienstoorlogen, eind 16de eeuw, werden zo goed als alle kerken in de nabije omgeving verwoest. Hier viel de schade nog mee: alleen het koor moest hersteld worden. Maar rond 1660 brandde de benedenkerk volledig af. Vier jaar later werd ze heropgebouwd met grotere ramen en stenen gewelven onder één zadeldak. De bovenkerk had (en heeft nog steeds) drie zadeldaken. Dat elegante dakenspel is het best te bewonderen vanuit de Meersstraat, recht tegenover het koor. De gewelven van de herbouwde benedenkerk kregen barokke stucversieringen: medaillons, Mariamonogrammen en bladerwerk boven de pilaren.
Via enkele "kleinere" toevoegingen zoals de fijne torenspits (1740), het Van Petegemorgel (1740) en het doksaal (1747) komen we in het jaar 1774. Dan wordt de bovenkerk in oostelijk richting verlengd en de zuidelijke sacristie gebouwd. Daarmee krijgt de hele kerk nagenoeg het uitzicht dat ze nu nog steeds heeft. Latere toevoegingen (in 1813) zijn de noordelijke sacristie en de doopkapel. De fraaie blauwwitte kerkvloer met vooral een mooi lijnenspel tussen de zware torenpijlers (in de volksmond de "dikke drommers" genoemd) dateert uit 1858.

Kunstpatrimonium

Als de zon van de partij is, baadt het interieur van de kerk in een warme gloed: de zachte tinten van de muren worden opgefleurd door de kleurtoetsen van de glasramen. Op enkele uitzonderingen na, zoals het neo-gotische raam met gestyleerd bladmotief (1894) en het moderne Godelieve-raam (1971) in het koor, werden nagenoeg alle glas-in-loodramen geplaatst in de jaren 1930-32. Die nieuwe beglazing, met een eenheid in opvatting en uitwerking, is aangepast aan de verschillende delen van de kerk. Bij de neo-classicistische bovenkerk passen de acht sobere ramen met heiligen in monumentale portieken. Terwijl de weelderige opbouw van de zes Godelieve-ramen wonderwel samengaat met de meer barokke versiering van de benedenkerk.
Onder de ramen loopt in de bovenkerk een eikenhouten lambrizering in classicistische stijl (eind 18de - begin 19de eeuw) met vier ingebouwde biechtstoelen. In het koor werden lambrizering en koorgestoelte in eerste keuze eik uitgevoerd in Lodewijk XV-stijl. Ze werden, net als het witmarmeren hoofdaltaar, het rijk met bladgoud versierde tabernakel en de houten retabels, in 1888-89 vervaardigd door het Gentse atelier van Mathias Zens.
Talrijke waardevolle schilderijen trekken de aandacht: boven het hoofdaltaar "Golgotha" (1817) van Jozef Paelinck. Boven de zijaltaren twee barokke schilderijen (1640) van Nicolaas de Liemaeckere "Maria Tenhemelopneming" en "Sint-Joris bevecht de draak". En verspreid in de kerk een vijftal werken van de in Sleidinge geboren kunstenaar Jozef Pauwels (1818-76). Vermelden wij tenslotte nog de imposante eikenhouten preekstoel (1854-57) van P.C. De Preter; met eronder de witmarmeren aartsengel Michaël die de duivel vertrapt.

De kerkschatten van onze parochie vindt u ook terug bij het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium.

Pastoors te Sleidinge na 1900

Franciscus Podevijn van 31/7/1891 tot zijn overlijden op 1/7/1924
Remi Van Lierde van 24/7/1924 tot zijn overlijden op 12/7/1947
Joseph Van Hevele van 24/7/1947 tot zijn vertrek naar Petegem-Deinze op 3/8/1951
Jozef D'haenens van 3/9/1951 tot zijn ontslag op 23/12/1968
Alfons Browaeys van 23/12/1968 tot zijn ontslag op 18/12/1978
Henri Verwilst van 03/04/1979 tot zijn vertrek naar Beveren-Waas op 3/4/1981
Alfred Janssens van 3/5/1981 tot zijn opdracht als directeur van de zusters Franciscanessen te Sleidinge op 21/1/1989
André Peereboom van 3/4/1989 tot zijn opdracht als privé-secretaris van Mgr. Arthur Luysterman te Gent op 27/12/1991
Alfred Van den Abeele van 6/3/1992 tot zijn vertrek naar Nevele, Hansbeke, Vosselare en Merendree op 31/8/2000
Patrick De Baets van 29/8/2000 tot op heden

Onderpastoors te Sleidinge na 1900

Philip de Pillecyn van 1888 tot 1909
Usmar Van de Weghe van 1897 tot 1913
Alfred De Coninck van 1909 tot 1924
Emiel Gryspeirt van 1910 tot 1915
Hubert De Cremer van 1913 tot 1925
Leopold Blanckaert van 1924 tot 1929
Joseph Leeman van 1925 tot 1927
Robert Van den Abeele van 1927 tot 1932
Emiel Bonte van 1929 tot 1943
Gerard Slabbaert van 1933 tot 1943
Frans De Vleeschauwer van 1943 tot 1944
Louis Goethals van 1944 tot 1946
Marcel Jabobs van 1945 tot 1948
Antoon Drossens van 1945 tot 1952
René De Neve van 1948 tot 1961
Albert Plasschaert van 1952 tot 1954
Omer De Witte van 1954 tot 1966
Maurits Temmerman van 1961 tot 1971
Michel Meersschaert van 1966 tot 1970
Daniël Mollet van 1970 tot 1979
Hubert Daelemans van 1971 tot 1972
Guido De Jaeger van 1972 tot 1978
Guido Baecke van 1979 tot 1992
 
 


Creatie: 27/1/2001
Laatste wijziging: 16/1/2005
© Parochie.Sleidinge@telenet.be Home