Raadsheer

 

Jacobin

 

Capucin

 

Perückentaube

 

 

 

Ooit hoorde ik een Nederlandse dame die op bezoek was uitroepen: “Ooh, het lijken wel lopende chrysanten”.  En ja, ik had het nog nooit zo bekeken maar de dame had gelijk.  De halsstructuur is vergelijkbaar met deze van de chrysant.  Als bij een pauwstaart de staart meteen in het oog springt, bij de kropper in paradestand de opgeblazen krop, zo valt bij een raadsheer meteen de geweldige halsstructuur op.  Een raadsheer met een enorme structuur, op een lange iets teruggetrokken hals gedragen, een hoog gedragen voorpartij en een slank lichaam is een pareltje om te zien.

 

Er wordt wel eens verteld dat de raadsheer een moeilijk te houden ras is, niets is minder waar.  Een bewijs hiervan is dat raadsheren worden gefokt over de hele wereld, van de barre streken in Noord-Amerika tot het woestijnklimaat in het Midden-Oosten.  Men moet aan enkele vereisten voldoen, zoals een ruim hok en broedbakken, om tot goede resultaten te komen.

 

 

 

 

De raadsheer behoort tot de groep van structuurduiven en wordt in de eerste plaats beoordeeld op de kwaliteit van type, stand en structuur.  Kleur en tekening komen op de laatste plaats.  Raadsheren komen voor in 3 vormen van tekening.  Buiten éénkleurig wit hebben we nog de gemonnikten en getijgerden.

 

Gemonnikt.  Dit is een geheel gekleurde duif met enkel de staartpennen, de buitenste 5 tot 8 slagpennen en de kopplaat wit.  Het overige gedeelte is gekleurd.  De koptekening loopt van de snavel door of juist onder het oog naar de achterkop en de aflijning aan de staart is vrij scherp.  Dit wil zeggen dat er zich geen gekleurde veren bevinden in het witte veerveld en omgekeerd.

 

Getijgerd.  De veervelden die bij een gemonnikt dier egaal gekleurde veren hebben, zijn hier een afwisselend patroon van één gekleurde veer t.o.v. 2 witte.  Deze gekleurde veren zijn evenredig verdeeld over het gehele veld.  Dit is allemaal mooi in de theorie, in de praktijk echter zal deze verdeling niet evenredig zijn.  Ook het patroon 1 gekleurde veer t.o.v. 2 witte zal zelden voorkomen.  In de praktijk zal men zowel te lichte als te donkere dieren aantreffen evenals dieren waar de kleurverdeling verre van ideaal is.  Een manco dat men vaak waarneemt, zijn dieren die een te bleke borst vertonen (te weinig gekleurde veren in het witte veerveld) en tevens een te bleke kap t.o.v. de verdeling op de achterpartij.  Deze tekeningsfoutjes zullen echter geen afbreuk doen aan de vertoonde rasadel en mogen niet zwaar doorwegen in de beoordeling.  Enkel bij evenwaardigheid van twee individuen kan men dat extraatje meer toekennen aan een dier met een tekening die naar het ideaal neigt.

 

De raadsheer is lang maar in enkele kleuren erkend : éénkleurig wit, gemonnikt in zwart, rood, geel en de getijgerden.  Heden ten dage zijn er een overvloed aan kleurslagen aanwezig, verspreid over de hele wereld. Kleurslagen als blauw, blauwzilver, roodzilver, geelzilver, dieren met de milky-factor, opaal, reduced, indigo en almond worden wereldwijd waargenomen.  In Europa zijn ze in mindere mate aanwezig gezien deze kleurslagen in onze conservatieve structuur niet zijn erkend en er (nog) geen ‘open categorie’ qua kleuren wordt gedoogd.  We kunnen enkel maar hopen dat hier verbetering komt in de nabije toekomst.  Want al deze kleurslagen zijn een verrijking voor het ras en kunnen enkel maar nieuwe leden aanspreken.