pag. 10 home

news

-1 ^ +1
1821 - 1823 ~ Het noviciaat van White Marsh.

1821


Eind september, na een voorspoedige oceaanreis van 42 dagen zeilt de Columbia eindelijk de Delaware rivier op. Nerinckx en zijn rekruten ontschepen op de kade van Philadelphia. Na weken van deining en geschommel is het weer even wennen.

Op het eerste gezicht doet Amerika erg Europees aan, maar dat is slechts schijn, want wat verder het binnenland in, houdt de Europese versie van de beschaafde wereld op en ligt de grens met een onbekende wildernis, die zich duizenden kilometers ver tot aan de Stille Oceaan uitstrekt.

Het groepje reist door naar Baltimore, waar ze door monseigneur MarÚchal ontvangen worden. Hier moet Nerinckx van zijn reisgenoten afscheid nemen. Het is tijd om naar zijn parochie in Kentucky terug te keren. Veulemans en Van Horzig blijven in Baltimore om er priester te worden. De anderen vertrekken de volgende dag richting Georgetown. De overste van de jezu´eten in Maryland, Anthony Kohlmann, ontvangt de nieuwe rekruten met open armen. Hij stuurt hen door naar White Marsh, om er hun opleiding aan te vatten.

White Marsh is een plantage die reeds lang tot het patrimonium van de Amerikaanse jezu´eten behoort. Het noviciaat is vrij nieuw. Het werd er pas in 1819 ge´nstalleerd, daarvoor logeerden de studenten in Georgetown. Het sobere houten gebouw biedt het nodige comfort tussen de uitgestrekte velden, wijngaarden en bossen van de plantage. Aan het hoofd van de hele onderneming staat de drieŰndertigjarige Charles Van Quickenborne uit Petegem. Eind 1817 is deze energieke jezu´et uit Vlaanderen naar Maryland gekomen om er het noviciaat te leiden. Hij wordt bijgestaan door Pierre Timmermans uit Turnhout die op de vorige reis van Nerinckx gerekruteerd werd. Beide jezu´eten zijn niet enkel verantwoordelijk voor de studenten, ze beheren de boerderij, leiden een paar bouwwerven, superviseren de slaven en staan in voor de zielenzorg in de wijde omgeving.

1823

De Smet schrijft zijn oude vader verschillende keren vanuit White Marsh, maar het antwoord blijft steevast uit. De communicatie tussen de V.S. en het Koninkrijk der Nederlanden is natuurlijk onzeker en onregelmatig, maar toch ... Na vele maanden wachten en stil verdriet ontvangt Pierre-Jean eindelijk 3 brieven met wat geld van zijn oude vader. In zijn correspondentie maakt Judocus duidelijk dat hij ontgoocheld blijft over het feit dat zijn zoon plots en zonder bericht met de noorderzon vertrokken is.

Het noviciaat is nagenoeg uitsluitend afhankelijk van de inkomsten van de plantage, maar door de jarenlange tabaksteelt is de grond sterk achteruit gegaan. De oogst valt meer en meer tegen en de plantage staat voor ernstige financiŰle moeilijkheden. Het voortbestaan van White Marsh met zijn noviciaat voor twintig studenten wordt met de dag onzekerder. Charles Neale die intussen Kohlmann als provinciaal opgevolgd is, overweegt om de studenten naar elders over te brengen. Net op tijd biedt Dubourg, bisschop van New Orleans, de jezu´eten een terrein van 85 ha bij Florissant in de buurt van St.-Louis aan plus 4.000 $ om er een nieuw noviciaat op te bouwen. De bisschop wil op die manier de indianen van de Missouri voor de katholieke kerk winnen. Eind maart wordt de overeenkomst gesloten. Pater Charles Van Quickenborne zal ook deze missiepost samen met Pierre Timmermans leiden. Hij selecteert 3 zwarte gezinnen voor de nieuwe plantage in Florissant. 3 broeders en 7 Vlaamse studenten hebben zich kandidaat gesteld. Pierre-Jean is erbij.

Op 11 april wordt de reis van Maryland naar de monding van de Missouri aangevat. Over een van de eerste wegen in de V.S., de National Pike, trekken ze te voet, met een aantal vrachtwagens, naar Wheeling aan de Ohio rivier. De eerste etappe gaat van Baltimore naar Cumberland, over de Alleghenies. Na een tocht van 18 dagen staan de 12 geestelijken en de 3 negerfamilies aan de oevers van de Ohio. In Wheeling gunt Van Quickenborne iedereen 3 dagen rust. Op 3 mei vertrekken ze op 2 aaneengesjorde schuiten op de Ohio rivier naar Shawneetown. De reis is niet zonder gevaar ! De Ohio zit vol obstakels en onderweg moeten ze niet al te veel hulp verwachten. Ze drijven door haast ondoordringbare wouden. Hier en daar zien ze een blokhut, maar meestal is er geen mens te bespeuren. Ze varen voorbij kleine nederzettingen die later tot belangrijke steden zullen uitgroeien, zoals Cincinnati, Louisville en Madison. In Louisville volgt een portage rond de watervallen van de Ohio. Tijdens het transport van hun baggage hebben ze een kortstondige ontmoeting met een oude bekende. Het is pater Nerinckx die een groep Loretto zusters naar Missouri begeleidt. Intussen heeft een lokale loods, geholpen door Judocus Van Assche, de beide schuiten door de moeilijke stroomversnellingen van de Ohio gemanoeuvreerd en in Portland aangemeerd. Wanneer de schepen terug geladen zijn, kan de tocht verder gaan. Op 22 mei komt Shawneetown in zicht. Van daar is het via de waterweg niet zo ver meer naar St.-Louis, maar zonder aandrijving kunnen deze platte schuiten onmogelijk tegen de stroom van de machtige Mississippi optornen. Ze worden verkocht en met de opbrengst wordt de bagage per stoomboot naar St.-Louis verscheept. Het groepje zal de resterende 240 kilometer te voet afleggen. Het wordt een moeizame tocht door het zuiden van Illinois, over overstroomde wegen en langs verdronken velden. Maar na 8 dagen afzien, krijgen ze op 30 mei eindelijk de stad aan de samenvloeiing van de Missouri en de Mississippi in zicht. Morgen zullen ze de Mississippi oversteken. Nog ÚÚn nacht slapen en ze staan op de westelijke oever. Maar het is pas laat op de avond wanneer ze de volgende dag ter hoogte van Morgan Street met de stad kennis kunnen maken. St.-Louis is met zijn 5.000 inwoners een nog overwegend Franse stad. Ze overnachten in de gebouwen naast de kerk.

De laatste 24 kilometer ! Op 3 juni 1823 komen ze eindelijk, na een reis van bijna 2 maanden en een voettocht van 640 kilometer , op hun bestemming aan : de Frans-Spaanse nederzetting St.-Ferdinand de Florissant. Het dorpje ligt tussen St.-Charles en St.-Louis , dicht bij de monding van de Missouri. Op het domein staan reeds enkele gebouwen, namelijk het klooster van de Zusters van het Heilig Hart (1818) en de parochiekerk. Op een heuvel wordt hun klooster en school uitgebouwd.