pag. 11

|
1823 - 1833 ~ Florissant en St.-Louis .
1823

De streek rond Florissant is erg vruchtbaar. Het is de graanschuur van St.-Louis. De grond is prima, er is veel hout en voldoende water. Maar voor de Europese jongelui is het leven aan de grens van de beschaving hard en primitief. Het klooster heeft nog geen inkomsten, want de eerste oogst moet nog binnengehaald worden. Moeder Duchesne en de andere zusters van het Heilig Hart doen hard hun best om de nieuwe buren op weg te helpen. Desondanks geven twee jongens er na enkele maanden de brui aan. In die primitieve omstandigheden en zonder boeken doen Charles Van Quickenborne en Peter Verhaegen hun uiterste best om hun studenten de nodige kennis bij te brengen.
1824
Op 31 mei overlijdt Pierre Timmermans (35) van ontbering. En na een laatste bezoek aan zijn jonge rekruten sterft ook Charles Nerinckx in St.-Geneviève. Hij is pas 63. In Florissant staat Van Quickenborne er nu helemaal alleen voor. Hij combineert de taak van overste, leraar, priester en biechtvader, en dat voor de novicen, de zusters en een aantal afgelegen parochies. Er moet dringend versterking komen!
Ondanks de werkdruk richt Van Quickenborne in Florissant een schooltje voor indiaanse jongens op. Het Sint-Franciscus Regis seminarie trekt vooral kinderen van de Osage indianen aan. De Smet geeft er les en op die manier leert hij de oorspronkelijke bewoners van het Noord-Amerikaans vasteland beter kennen. De jongsten leren in de eerste plaats Engels, lezen en schrijven. De ouderen wordt onderwezen hoe ze het land kunnen bewerken. Maar een leven van spitten en ploegen zien de jonge jagers niet zitten. De meeste jezuïeten hebben niet veel begrip voor de indiaanse cultuur. Ze vinden de roodhuiden lui, onbetrouwbaar en vuil. Maar De Smet heeft een milder oordeel. Hij kan zelfs goed met ze overweg.
De zusters starten een schooltje voor de indiaanse meisjes. Ze dromen ervan om voor de geschoolde indianen een betere toekomst op te bouwen.
1825
Eindelijk komt er dan toch versterking wanneer Théodore de Theux de Meylandt (36), een rekruut van Nerinckx uit 1816, naar Florissant gestuurd wordt. Hij geeft reeds 8 jaar college aan de universiteit van Georgetown in Maryland. Wanneer hij in oktober arriveert gaat het met de opleiding van de novicen de goede kant op.
1826
Jean-Baptiste Smedts en Pierre Verhaegen worden als eersten tot priester gewijd. Wanneer De Smet tijd heeft verzamelt hij allerlei planten en dieren om ze naar zijn correspondenten in Europa te versturen.
1827
In het verre Koninkrijk der Nederlanden overlijdt op 15 februari Judocus De Smet. Het duurt een hele tijd voor Pierre-Jean het slechte nieuws ontvangt en intussen blijft hij zijn oude vader brieven schrijven.
De jezuïeten waren van plan om de bekeerde en geschoolde indiaanse kinderen van hun familie te isoleren en onderling te laten huwen, om zo stilaan een christelijke indiaanse gemeenschap op te bouwen. Het plan heeft de zegen van Jan Philip Roothaan, de overste van de jezuïeten in Rome, en de goedkeuring van president Jackson. Het plan mislukt omdat Florissant te weinig middelen heeft, er is met name niet genoeg geld om grond voor de indianen te kopen (sic). Er zijn ook onvoldoende kandidaten. De Osages zijn nomaden en wanneer ze gedwongen worden om hun jachtgebieden in Missouri te verlaten en naar Kansas te migreren, komen ze hun kroost ophalen.
Op 23 september is het dan zover: Jean Elet, Judocus Van Assche, Felix Verreydt en Pierre-Jean De Smet worden in de parochiale St.-Stanlislaus kerk van Florissant tot priester gewijd. Voortaan mag Pierre-Jean zich pater De Smet, S.J. noemen.
Na zijn priesterwijding draagt De Smet de mis op in allerlei kleine gemeenschappen die in een wijde omtrek van 240 kilometer verspreid liggen. Soms kan een schamele hut tot kerk omgetoverd worden, maar in veel gevallen moet de mis in open lucht opgedragen worden. De gelovige gemeenschappen liggen ver uit elkaar en er naartoe reizen is geen pretje. Door gevaarlijke rivieren waden en in de koude buitenlucht overnachten, het hoort er allemaal bij.
Bij de overdracht van Louisiana was St.-Louis een overwegend katholieke stad, maar met de immigratie uit de V.S. komen er steeds meer protestanten bij. De komst van de vele Methodisten, Quakers, Anabaptisten en Presbyterianen is slecht nieuws voor het katholicisme en het wil zich verdedigen. De jeugd is de toekomst en daarom wordt erg veel belang gehecht aan het inrichten van degelijk katholiek onderwijs. De katholieke leiding in Louisiana, Dubourg en Rosati hebben het ook zo begrepen en ze bieden de jezuïeten in St.-Louis een stuk grond aan. De jezuïeten zijn gekomen om de indianen te bekeren, maar ze willen de katholieken van St.-Louis niet in de kou laten staan en daarom zijn ze bereid om in St.-Louis een college op te richten. Er wordt een collecte georganiseerd en weldra kan pater Verhaegen met de bouw ervan starten. Nog geen jaar later, op 2 november opent het college zijn deuren. Verhaegen wordt de nieuwe rector en de directie wordt aan de Theux en Elet toevertrouwd. Bij de start tellen internaat en externaat samen 40 studenten. 3 maand later zijn het er 100. De meeste van deze jongens zijn protestant. Veel studenten komen van ver. In oktober wordt Van Quickenborne verantwoordelijk voor het college van St.-Louis. De Smet wordt aangesteld als leraar godsdienst, Engels en landbouw. De katholieken zijn vanaf dat ogenblik aan hun opmars in de V.S. begonnen. De protestanten zien dit succes met lede ogen aan en de naijver tussen beide rivaliserende geloofsovertuigingen zal met de dag toenemen.
1829
Naast Florissant is het 16 kilometer verder gelegen St.-Charles het belangrijkste actieterrein voor de jezuïeten. Aan het hoofd van die parochie staat Charles de la Croix (38) uit Sint-Cornelius Hoorebeke in Oost-Vlaanderen. In het begin van de eeuw werd Charles door het Franse bestuur in een seminarie opgepakt en bij het leger van Napoleon ingelijfd. In 1817 emigreerde hij samen met Dubourg naar de V.S. De la Croix is aan aflossing toe en draagt de zielszorg van St.-Charles, St.-Ferdinand, Dardenne, Hancock Prairie en Portage des Sioux aan Van Quickenborne over.
1830
In het schooltje van Florissant waren nooit meer dan 40 indiaantjes, maar wanneer hun ouders gedwongen worden om Missouri te verlaten, loopt het schooltje stilaan leeg. Uiteindelijk wordt het, tot grote spijt van De Smet, gesloten. De Smet krijgt nieuwe opdrachten in het college van St.-Louis, dat inmiddels 150 studenten telt. Hij wordt er procurator, studieprefect en leraar Engels.
1831
Roothaan beslist om de banden tussen Maryland en Missouri te verbreken. De missie in Missouri is nu op zichzelf aangewezen. De verantwoordelijke voor de indiaanse aangelegenheden, de bekende ontdekker William Clark, en pater Van Quickenborne zijn van oordeel dat het missiewerk de indianen naar het westen moet volgen. Van Quickenborne voegt de daad bij het woord, draagt St.-Louis aan De Theux over en trekt met Van de Velde (een rekruut van Nerinckx uit 1817 en de toekomstige bisschop van Natchez) naar Kansas om er een missie bij de indianen te starten.
1832
Missouri verleent het college van St.-Louis de status van universiteit met faculteiten voor letteren, wetenschappen, geneeskunde, recht en theologie. Zo verwerft het reeds in 1818 door bisschop Dubourg opgerichte college van St.-Louis de academische status, zodat de jezuïeten voor een volwaardige universiteit verantwoordelijk worden. De Smet doceert er Engels. Toch is het een jaar vol rampen. Een tornado verwoest een flink deel van de stad en het college ontsnapt maar op het nippertje aan een totale verwoesting. Daarna volgt een cholera-epidemie die 200 slachtoffers maakt. De situatie is zó erg dat de colleges voor 3 maand stilgelegd moeten worden. En er zijn dringend meer middelen en missionarissen nodig !
1833
In St.-Louis wonen intussen 7.500 mensen. Met zijn zestienen kunnen de jezuïeten de katholieke werken in Missouri en St.-Louis nauwelijks drijvend houden. Er zijn ook financiële problemen. In Missouri zijn veel jezuïeten uit de Lage Landen actief en deze stellen voor om de Belgische provincie met deze van Missouri te fuseren. De Smet is kandidaat om naar Europa te reizen, de zaak te bepleiten en hulp te zoeken. De ontberingen van de voorbije jaren hebben de gezondheid van De Smet erg aangetast. Hij heeft dringend rust nodig. In september wordt De Smet nog snel tot Amerikaan genaturaliseerd en op het einde van die maand vertrekt hij van St.-Louis naar Georgetown om van daar naar Europa te reizen.
|