E. HOOGHUYS, “Patron” of “ Patroon” van de aalsterse socialisten na de fusie der gemeenten…

 

Grammont Place de la StationPolitiek en Edgard Hooghuys zijn steeds zowat synoniem voor elkaar geweest. Geboren in Geraardsbergen in 1928, was zijn politieke lotsbestemming reeds een feit. Maar dat zijn loopbaan zich niet in Geraardsbergen maar in Aalst zou ontwikkelen, kon niemand voorzien.

Het huwelijk van Edgard in 1956 met Christiane Roelandt uit Nieuwerkerken gaf hiertoe toch wel de doorslag. Maar Edgard had voordien wel al iets met Aatst....

Geboren in een Geraardsberg gezin van orgelbouwers doorliep Edgard ter plaatse de “école rnoyen”. Pittige anekdote is wel dat tijdens de oorlogsjaren het schoolgebouw door de Duitsers werd bezet, en dat de lessen drie jaar lang in het Volkshuis doorgingen... Van een  lotsbestemming gesproken! En Edgard was al voor de oorlog lid van het “Rood Kabaret”, een socialistische toneelvereniging. Hij speelde er inleider en was altijd gekleed in pittelèir en met hoge buishoed.

Vanaf 1945 ruilde Edgard de “école moyen” voor het Koninklijk Atheneum van Aalst. En hij had er heel wat voor over... Het na de oorlog volledig gedesorganiseerde openbaar vervoer verplichtte de latere politieker om vijf uur ‘s morgens uit het bed te kruipen om pas om zes uur ‘s avonds thuis te komen...

Stilaan begon de jonge Edgard zich ook buiten de school te ontplooien: in 1946 hielp hij mee de socialistische turnbond op te richten. De vereniging werd “Rust Roest” genoemd en was bijzonder succesvol. Edgard volgde een opleiding in keurtumen.

In 1951 richtte Edgard in Geraardsbergen de plaatselijke afdeling op van de Mutualiteit voor Jonge Arbeiders (MJA). Toen al werd er op zijn initiatief ieder jaar een buitenlandse reis georganiseerd.. En het was op één van die reizen dat ook Chnstiane tot de reisgenoten behoorde..

Zijn legerdienst vervulde Edgard eerst in het Antwerpse Luchtbal en later In Luik. Het was voor de jongeman een schitterende tijd. Hij was er sportmonitor en vulde zijn theoretische lessen van ‘s morgens aan met vijf uur sportinitiatie in de namiddag. Edgard droeg geen battle-dlress maar een “training”..

De vroege jaren vijftig betekenden voor de latere burgemeester een woelige periode. Zijn ouders baatten op de Grote Markt van Geraardsbergen een herberg uit. Alle politieke partijen hadden er hun lokaal. De herberg werd al snel het tweede Volkshuis... Het was een periode van spanningen, tussen socialisten en de sterke communisten, tussen het patronaat en de arbeiders van de fabrieken. Het was een periode van vele stakingen en vechtpartijen.

Ondertussen was Edgard in dienst getreden bij de Belgische spoorwegen. De toenmalige leider Frans De Weerdt van het “syndicaat” leidde Edgard naar de NMBS uit dank voor de clandestiene vergadermogelijkheid tijdens de oorlog in de herberg. Syndicaten waren immers door de Duitse bezetter verboden.

Na zijn huwelijk kwam Edgard naar Nieuwerkerken. De betere treinverbinding met Brussel speelde een belangrijke rol. Toen hij in 1962 zijn definitieve overplaatsing naar Aalst kreeg, was hij uiteraard een gelukkig man.

Na zijn huwelijk werd Ecigard steeds meer socialistisch partijman. Alhoewel even het idee opdook om met politiek te kappen, tussen haakjes: Edgard was toén al een verwoed filatelist, begon hij zich toch steeds meer te engageren In de BSP. De keuze voor de BSP was nogal vanzelfsprekend. Edgard had heel wat sociale ellende gezien. Thuis draaide het orgelbouwen op een laag pitje, wegens de opkomst van de pick-up’s en bandopnemers. Daarbuiten heerste in Geraardsbergen doffe ellende voor de arbeiders uit de beruchte “stekskesfabrleken” en de rnijnwerkers die voor dag en dauw op de overvolle uit Aalst afkomstige mijnwerkerstreinen naar het Henegouwse bekken werden gevoerd.

Edgard liet zich de eerste keer op een lijst plaatsen voor de gemeenteraadsverkiezingen van Nieuwerkerken in 1964. En wat dacht je, ...hij werd verkozen.

Toen begon de carrière pas echt.. In 1970 gebeurde het compleet onvoorstelbare... De gemeenteraadsverkiezingen leverden de BSP twee zetels op. De almachtige Nleuwerkerkse CVP burgemeester Theo Meuleman haalde zes zetels binnen, en de PVV lijst vijf zetels. Toen de tweede socialistische gekozene plots naar de PVV overliep was het zes- zes en zat Edgard op de wip. Hij koos voor het burgemeestersambt en bestuurde zes jaar met de CVP

Edgard beleefde een mooie tijd.  Het rechtstreekse contact met de bevolking in de kleine gemeente van 5000 inwoners is hem altijd bijgebleven.

Toen de fusie in 1977 een feit was, was het logisch dat Edgard in Groot-Mist een rol zou gaan spelen. De BSP maakte samen met de PVV en VU deel uit van de bestuursmeerderheid en werd schepen van bevolking en BS in een college olv. Louis D’haeseleer, en waarvan ook de jonge Anny De Maght als schepen van leefmilieu deel uitmaakte. Het was een heerlijke maar voor ook geen gemakkelijke tijd voor Edgard. De twee socialistische schepenen Eddie Monsieur en hijzelf waren numeriek in de minderheid en moesten het opnemen tegen heel wat sterke figuren in het CBS.

Na een coalitiewissel in 1982 verzeilde hij in de oppositie. Maar Edgard gaf niet op en bouwde aan de terugkeer. Voor zijn partij werd hij steeds meer de patroon, en op gemeentelijk vlak ook de patron!.. Naast toenmalig Minister en later Europarlementslid Marc Galle was het vooral Edgard die de richting uitzette. Hij lag dan ook aan de basis van de terugkeer van de SP in het CBS. In 1989 werd er opnieuw gestart als partner van de PVV, huwelijk dat ondertussen al bijna 18 jaar stand houdt. Tussen Edgard en Anny De Maght ontond er een hechte vriendschapsband... Edgard zelf kon niet zo lang meer genieten van de nieuwe coalitiedeelname en hield het na 3 jaar schepenambt van Openbare Werken voor bekeken. De status van gepensioneerde NMBS en de schepenzetel waren te moeilijk te combineren. Roger D’hondt kreeg de bevoegdheid voor Jeugd en Sport van Patrick de Smedt, en Patnck zelf nam de fakkel van Edgard over.

Het doet deugd deze woorden te kunnen uitspreken terwijl de betrokkene ze nog in goede gezondheid kan beluisteren. Meestal worden deze dingen gezegd bij minder aangename gelegenheden. De toekenning van het ambt van ere- burgemeester is voor ons de best mogelijke gelegenheid om vanuit de socialistische beweging een bijzonder saluut van waardering en grote erkentelijkheid over te brengen. Edgard was en is nog steeds een werker, met een inzet vanuit een zeer grote sociale bewogenheid. Edgard Hooghuys staat synoniem voor dossierkennis, kennis van de Gemeentewet, correctheid, gedrevenheid en vooral gedurfde uitspraken die geen blad voor de mond nemen. Hij zegde en zegt niet altijd de dingen de men graag hoort; maar vertolkt ze dan wel vanuit een eerlijke persoonlijke overtuiging. Edgard is nooit het grote electorale kanon geweest, maar dit heeft vooral te maken met het voorgaande. Edgard was een bestuurder, een beleidsmens die voor de wedde die de gemeenschap hem toekende altijd inzet en prestaties heeft willen in de plaats stellen...

Edgard bedankt en proficiat...

Namens de socialisten van Aalst....

 

Dirk De Pauw

voorzitter Groot Aalst

uitgesproken tijdens gemeenteraad door An Van Den Steen,

fraktieondervoorzitter

 

 

 

Hulde aan ereburgemeester Edgard Hooghuys

Zaterdag 8 oktober 2005-11-14

 

Deze nadien wat meer uitgewerkte huldegroet aan Edgard Hooghuys dient samen gelezen met de vooraf uitgesproken toespraak van de SP.a voorzitter Dirk De Pauw.

 

Schepen Hooghuys, nu ook ereburgemeester, is een belezen man die geregeld met een goed citaat een situatie treffend en samenvattend kan omschrijven.

Zo herinner ik mij de wijze waarop hij in 2000 onze gevoelens bij de verkiezingsuitslag van de SP.a zeer juist duidde door als volgt te citeren uit Victor Hugo’s ‘Les Miserables’ : “JE SUIS HEUREUX MAIS PAS CONTENT”. We konden inderdaad gelukkig zijn om de hernieuwde SP.a deelname aan het bestuur, maar konden hierbij onmogelijk tevreden zijn gelet op het verlies van 2 gemeenteraadszetels.

 

Ook tijdens zijn recente huldiging in de gemeenteraad n.a.v. zijn ereburgemeesterschap sloeg hij nagels met koppen door in zijn dankwoord de 41 raadsleden te confronteren met volgende uitspraak : “UW TEGENSTREVERS ZITTEN IN DE ANDERE PARTIJEN, UW VIJANDEN ZITTEN IN UW EIGEN PARTIJ”.

Hoewel ik Edgard deze uitspraak, van dewelke ik niet weet wie de bedenker ervan is, (misschien hijzelf ?), reeds meermaals had horen uitspreken, stemde ze bij mij, misschien ook in het licht van de komende verkiezingen opnieuw tot nadenken.

 

Politiek is inderdaad een harde wereld.

Naast het mooie heeft politiek immers al te vaak een schaduwzijde : politiek heeft ook te maken met streven naar macht, met concurrentie en naijver, met mekaar niets gunnen, met jaloezie, met valse vriendelijkheid en zgn. collegialiteit.

Edgard was in zijn houding steeds het tegenovergestelde door vast te houden aan waarden als correctheid, eerlijkheid, rechtlijnigheid, collegialiteit en zijn vooral directe stijl ‘recht voor de vuist’.

Spijtig genoeg wordt een dergelijke houding in de politiek steeds zeldzamer. Een reden temeer om zo’n kameraad als voorbeeld te blijven zien.

 

In de politiek, zeker in de gemeentepolitiek dicht bij de mensen, levert zo’n handelswijze niet alleen vrienden op. En zo kon hij ook nooit de man worden van de vele stemmen. Hij wist dat daar één van de redenen hiertoe te zoeken was, maar toch veranderde hij zijn houding niet.

 

Wij noemen en noemden hem “onze kleinen”, misschien ook in vergelijking met de grote gestalte van Marc Galle, maar eigenlijk bedoelen we die “grote kleine man” die er o.a. in slaagde om de SP.a tot 3 keer toe in de bestuursmeerderheid te loodsen. Een man die over de partijgrenzen heen respect afdwong voor zijn dossierkennis en onverdroten verdediging van de zgn. “prerogatieven” van de raadsleden. Een man waar naar geluisterd werd.

 

Als hij sprak (kort en goed) werd het stil in de raadszaal.

 

Christiane, zijn lieve echtgenote, noemt hem bovendien “mijn geestelijke vader” en hoewel ik steeds de neiging heb om dan te vragen om dat “geestelijke” er van tussen te laten, ben ik toch telkens ze het zegt oprecht fier en dankbaar.

 

Ik had eigenlijk niet de bedoeling en ook niet de opdracht om hier vandaag over Edgard te spreken, maar gisteren laat vroeg mij iemand : je gaat morgen voor Edgard toch ook iets zeggen.

Veel voorbereidingstijd had ik dus niet meer, maar dat was ook niet nodig. Ik wist dat onze voorzitter een allesomvattende toespraak zou houden.
Ik antwoordde toen spontaan : Als ik iets zou willen zeggen dan is het kort samen te vatten in 1 zin : “IK ZIE HEM GRAAG”.

 

Ik zie hem graag, ook omdat ik hem ervaar als een overtuigd, “een echte” socialist. En ja, ideologisch verschilden we ter linkerzijde meer dan eens van mening, maar ik weet dat Edgard’s socialisme oprecht is.

Een “echte” socialist ben je denk ik als de grondbeginselen van het gedachtegoed je kunnen raken.

Ik heb Edgard meermaals een traan zien wegpinken, ik heb Edgard bij meerdere gelegenheden meermaals zien wenen, of soms toch bijna.

En dan dacht ik : onze strenge, harde “kleinen” heeft het hart op de juiste plaats. Hij wordt geraakt als het over armoede, oorlog, onrechtvaardigheid, … als het over socialisme gaat.

’T BEGEERTE HEEFT HEM AANGERAAKT”, zoals we dat zingen in “de internationale” maar niet goed meer beseffen.

 

Ik wil graag besluiten met een paar anekdotes :

 

«     Edgard dronk graag op zijn kabinet een Canasta Cream Sherry, of een “warme” Sherry. Maar soms ook moesten Murry, Kathleen, Dirk, Romain of Jean Paul hem een “Sedergine” geven tegen de soms plotse migrainehoofdpijn.
Wij, de andere SP.a schepenen wisten dit.
Wanneer ik hem als onze eerste schepen en coach wilde spreken, in de beginperiode meestal hem goedkeuring vragen, dan belde ik eerst zijn kabinet om te horen of het die dag Canasta of Sedergine was. Bij Sedergine stelde ik de afspraak dan liever even uit.

«      Bij het begin van de vorige legislatuur nam hij de jonge socialistische schepengarde onder zijn hoede om hen diets te maken hoe een verantwoordelijk ambt met klasse moet worden gedragen. Hij ontpopte zich als een verwoed pleitbezorger van de das voor heren (en de korte rokjes voor dames – maar daarover hebben we het hier niet …) en vond in Patrick De Smedt een overtuigde tegenstander (van de dassen).
Het eerste schepencollege beloofde dus een robbertje vechten te worden, want noch Hooghuys, noch De Smedt hadden de discussie ten gronde gevoerd. Met zijn gekende scherpe blik zag Hooghuys de opstandeling binnentreden, zonder das. En de opmerkingen aan het adres van de dissidente snaak bleven niet uit, de aanwezigheid van collega’s ten spijt.
Eén ding had de jonge schepen wél geleerd : dat men in sommige omstandigheden beter zijn mond kon houden. Hij hield die mond dus dicht tot Hooghuys’opmerking was weggestorven en haalde toen doodgemoedereerd een échte herendas uit zijn jas. “Of schepen Hooghuys die even voor hem kon knopen ?
Hooghuys hééft die das toen voor De Smedt geknoopt.

 

Proficiat Edgard, kleinen, Mijnheer de schepen, Mijnheer de ereburgemeester.

 

 

Patrick De Smedt